Impressie > Tijdelijke tentoonstelling Voorbij de foto in Zuiderzeemuseum met Oogcafé West-Friesland

Foto van Debby die op een bankje zit in een museum. Voor haar staat een voelobject. Het is een Marker rijglijf voor een kind. Debby glimlacht en draagt een bril en een donkerrood shirt. Ze voelt met haar handen aan een klein, kleurrijk, traditioneel kledingstuk, dat op een staande kledingtorso zit. Het Marker rijglijf is versierde bovenkleding met veel kleurige borduursels en kleine oranje en groene details. Achter Debby hangt een grote foto van een jonge vrouw die buiten in een veld tegen een hek leunt en traditionele, kleurrijke klederdracht draagt, inclusief een witte blouse, een donkerblauwe rok en een vergelijkbaar sierlijk vest als het kledingstuk dat Debby aanraakt. Naast deze foto is een tekstpaneel te zien met uitleg over de tentoonstelling. De achtergrond heeft een opvallende rode muur met witte tekst in hoofdletters die zegt: ‘KIJKEN DOE JE OOK MET JE HANDEN!’

Deel dit bericht met je netwerk!

Twee keer per jaar organiseer ik een uitstapje voor Oogcafé West-Friesland. Begin maart bezochten we de voor visueel beperkten toegankelijk gemaakte tijdelijke fototentoonstelling ‘Voorbij de foto’ in het binnenmuseum van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. In de zomer van 2025 heb ik samen met andere klankbordgroepleden meegedacht over het toegankelijk maken van deze tentoonstelling. Ik was daarom benieuwd naar het resultaat. Gedurende de middag werd ik begeleid door Hans. Hieronder lees je mijn impressie van de rondleiding op vrijdag 6 maart 2026.

Ontvangst

Om 13.15 uur verzamelen we bij de kassa van het Zuiderzeemuseum, waar de museumkaarten en VIP-kaarten worden gescand. Na het opbergen van jassen en tassen in de gratis kluisjes krijgen we een naamsticker. In het atrium van het museum staan tafels en stoelen voor ons klaar. We zijn met zestien personen.
Het idee was dat we hier met z’n allen koffie of thee met taart zouden doen en daarna in twee groepen uiteen zouden gaan voor een rondleiding van 1,5 uur, allebei met een eigen gids. Gisteren werd ik echter gebeld dat één van de gidsen ziek is. We hebben daarom besloten de groep nu te splitsen. De ene helft gaat aan de taart en de andere helft krijgt een rondleiding. Na ca. vijf kwartier wisselen we.
In de eerste rondleidingsgroep gaan sowieso de mensen die afhankelijk zijn van taxivervoer, voor hen is het een probleem als we uitlopen. Die groep vullen we aan met andere deelnemers. Ik ga in deze groep mee. Ik ken het grootste deel van de voorwerpen en foto’s al en dat maakt dat onze groep misschien iets sneller langs de voelobjecten kan.

Rondleiding

Onze groep bestaat uit vier duo’s en een vrijwilliger van het Oogcafé. De volgende groep zal bestaan uit zeven mensen. Om 13.25 uur leidt de gids, Yvette, ons naar een hoek van het atrium, waar ze een inleiding geeft. Ze vertelt dat ze in het buitenmuseum de periode tussen 1880 en 1932 laten zien. In dat laatste jaar werd de Afsluitdijk voltooid en veranderde het leven rond de Zuiderzee, doordat het een meer werd. Het buitenmuseum is levendig met vrijwilligers in klederdracht die doen alsof ze in die tijd leven. Wij zijn in het binnenmuseum, waar vooral objecten staan. In de vaste tentoonstelling ‘Zee vol verhalen’ deelt het museum verhalen over het leven aan de voormalige Zuiderzee.
Wij bezoeken vandaag de tijdelijke tentoonstelling ‘Voorbij de foto’. De tijdelijke tentoonstelling bestaat uit vier zalen: dracht, dorp, visserij en feest. Yvette legt uit dat iedereen een foto met andere ogen bekijkt. Je hebt je eigen herinneringen en associaties. Voor onze groep geldt dat dubbel, omdat wij letterlijk anders kijken. Elke slechtziende kijkt weer op zijn of haar eigen manier. Ze nodigt ons uit tijdens de rondleiding vragen te stellen en dingen op onze eigen manier te bekijken. Dit is de eerste tentoonstelling die het museum toegankelijk heeft gemaakt en ze willen hiervan leren en dit later doorvoeren in de vaste tentoonstelling. Dus ze vraagt ons onze ervaring achteraf met het museum te delen.

Dracht

Wij lopen naar de zaal die over klederdracht gaat. Yvette waarschuwt voor de schuine palen in het atrium. Het museum heeft daarop witte stippen geplakt, zodat ze voor slechtzienden goed opvallen. We lopen een korte trap af, waarna we in de zaal staan.
Er hangen levensgrote panelen met foto’s. Tussen de panelen hangen doeken met prints van Zuiderzeeklederdracht.
In deze zaal staat mijn favoriete object – daarop kom ik zo terug – en hangt mijn favoriete foto. Het is een foto uit 1928 van de wereldberoemde Afro-Amerikaanse danseres, zangeres en burgerrechtenactiviste Josephine Baker, die in Volendamse klederdracht, met opgetrokken rokken, de Charleston danst. Ik heb nog meer bewondering voor deze bijzondere vrouw gekregen na mijn bezoek aan het Verzetsmuseum, waar ze een tijdelijke tentoonstelling over Josephine Baker hadden.
Yvette legt uit dat in elke zaal een voelobject, een voelfoto en een beeldvergroter zijn. Daarnaast zijn in elke zaal twee foto’s voorzien van audio, waarbij een conservator uitlegt wat er echt op de foto te zien is. Ook geven een paar bekende Nederlanders, die de achtergrond van de foto niet kennen, hun idee van wat ze zien. Wat zien zij? Iedereen kijkt met een andere bagage, persoonlijkheid en manier van denken. Iedereen heeft zijn eigen interpretatie. De Foto met Josephine baker is een van deze foto’s weet ik.

Neeltje

We stoppen bij een voelfoto die ligt op een schuine tafel met een bankje ervoor. Terwijl de deelnemers om de beurt voelen, vertelt Yvette wat er te zien is. Als je hier alleen komt, kun je de koptelefoon gebruiken die naast de foto hangt. Dan hoor je een gedetailleerde beschrijving van wat je voelt.
Yvette legt uit dat alle stadjes rond de Zuiderzee hun eigen klederdracht hadden. In de details kon je je eigen identiteit kwijt. Deze foto is een portret van een dame die op een stoel zit. De stoel is niet zichtbaar, maar je kunt het afleiden uit haar houding. Ze zit een beetje met haar borst vooruit en heeft haar rechterhand in haar zij. Volgens Yvette zit ze er trots bij.
Ze draagt prachtige kleding uit Marken. Marken stond bekend om de fleurige kleding. Ze draagt een donkerblauwe rok met daarboven een bordeauxrood hesje. Daarvoor heeft ze een waaf, een lapje met prachtige kleurrijke bloemmotieven. Daar staat Marken om bekend. Op haar hoofd draagt ze een klein mutsje.
Iemand merkt op dat je zo weinig hoort en ziet over hoe de mannen gekleed waren. Volgens Yvette lag de nadruk inderdaad vooral op de vrouwen; de mannen waren minder uitbundig gekleed. Zij droegen bv. een boordje en een wijde broek. In Volendam hadden mannen een broek die van boven met twee knopen vastzat. Als je die losmaakte, klapte hij naar voren. Die werd de ‘klep’ of het ‘presenteerblad’ genoemd. Een van de bezoekers merkt op dat haar vader het vroeger een ‘snelpisser’ noemde.
‘Achter de vrouw op de foto,’ zegt Yvette, ‘zie je een stukje van een Marker woning. Die waren heel fleurig ingericht, met mooie borden in geel en blauw en religieuze afbeeldingen aan de muur.’
Ze vertelt dat de foto ‘Neeltje’ is gemaakt door fotograaf Jimmy Nelson (1967-heden). Hij fotografeerde stammen over de hele wereld onder het motto ‘Before they pass away’. Tijdens corona kon hij niet reizen en vroeg hij klederdrachtgroepen rond de Zuiderzee hun mooiste kleding aan te doen, waarna hij hen fotografeerde.

Markerrijglijf

Yvette loopt met ons naar een hoek van de zaal. ‘We hebben hier een voelobject waarbij je kunt ontdekken wat onder de kleding zat in Marken. Een Marker rijglijf. Dit exemplaar is voor een jonge vrouw of adolescent,’ zegt ze.
Ik vertel dat dit mijn favoriete object van de tentoonstelling is. Ik heb een fascinatie voor historische kleding en krijg helaas zelden de kans die in musea te voelen. Terwijl de deelnemers het rijglijf verkennen en anderen een foto met een beeldvergroter bekijken, vertelt Yvette verder. Zelf hoef ik het rijglijf niet te voelen, omdat ik het een paar maanden geleden al rustig heb bekeken tijdens de opening.
Het zit bevestigd op een draaibare torso, zodat het van alle kanten bevoelt kan worden. Het is een mouwloos hesje dat aan de voorkant open kan. De bies is rood met geel gestreept en loopt vanaf de kraag langs beide zijden van de opening naar beneden. Aan weerszijden zitten gaatjes, waardoor een koord zit.
Typisch voor Marker rijglijfjes is het kleurrijke borduurwerk. Vlak onder de schouders aan de voorkant zit aan beide kanten een felroze ronde bloem met een groene ring in het midden. Verder naar beneden staan o.a. geborduurde bloempotjes, bloemmotieven en vierkanten. Op de achterkant zitten bovenaan opnieuw ronde geborduurde bloemen.
Yvette wijst de deelnemers op de baleinen in het lijfje die je duidelijk kunt voelen. Zelfs baby’s kregen al zo’n rijglijf aan, al waren die natuurlijk minder stevig.
Achter het object hangt een foto van fotograaf Henk van der Leeden (1941-heden) van een vrouw in Marker dracht, inclusief rijglijf, die frivool op een hek zit. ‘Dat zou een echte Marker vrouw niet doen,’ zegt Yvette. ‘Die zou haar rok netjes in de plooi houden.’

Identiteit

Yvette leidt ons naar een andere foto. Onderweg merkt Hans op dat de dagelijkse Volendamse kleding vaak vrij donker en praktisch lijkt.
Yvette beschrijft kort de foto waarvoor ze staat. Die hangt vrij hoog. Het is een portret met een volledig zwarte achtergrond. De man op de foto is vanaf zijn heupen te zien en draagt een zwart T-shirt, waardoor het contrast beperkt is. Er valt een lamp op hem, waardoor zijn gegroefde gezicht oplicht. Hij kijkt over ons heen, de verte in. Yvette vindt deze foto prachtig.
‘Hij draagt geen klederdracht,’ zegt Yvette, ‘maar deze zaal gaat ook over identiteit. Het is een Urker man. Wat maakt een Urker Urks?’
Er komen reacties als: visser, sterk gereformeerd en ze wonen óp Urk, niet ín Urk. Yvette vult aan dat Urker mannen vroeger vaak een oorbel droegen en een tatoeage hadden. Dat heeft deze man ook. Het verhaal daarachter is dat als iemand vroeger overboord sloeg en dood aanspoelde, hij aan zijn tatoeage geïdentificeerd kon worden en dat de oorbel de uitvaart kon bekostigen. Ik vul aan dat, wanneer iemand nog leefde, de oorbel gebruikt kon worden om de reis naar huis te betalen. Dat heb ik geleerd tijdens mijn bezoek aan Museum Batavialand in Lelystad.
‘Klederdracht verdwijnt,’ gaat Yvette verder. ‘Alleen in Bunschoten en Spakenburg kun je nog vrouwen op straat tegenkomen in prachtige klederdracht. Verder zie je het alleen op speciale dagen. Nederlanders vinden het jammer dat het verdwijnt. Daarom zorgen ontwerpers en kunstenaars dat de patronen blijven bestaan, bv. in tafelkleden, dekens en designkleding. Daarvan zie je hier voorbeelden.’

Dorp

We lopen door naar de volgende zaal. Deze ruimte heeft een andere akoestiek, door de houten vloer, de balken aan het plafond en de bakstenen muren. De zaal is ingericht als een klein dorp, met smalle, bochtige straatjes. Op de panelen staan volgens Hans foto’s van dorpsstraten, vooral in zwart-wit. We lopen door naar een plek waar we met z’n allen kunnen staan.
Yvette vertelt dat de fotocollectie van het Zuiderzeemuseum uit meer dan 75.000 foto’s bestaat, van plekken, objecten en mensen rond de Zuiderzee. De oudste foto dateert uit 1870.

De was

Yvette geeft een object door om aan te ruiken. Hans grapt of ze de zeepklopper ook bij zich heeft. Het blijkt Sunlight-zeep te zijn. Meteen komen verhalen los over waar men het kocht en waarvoor het werd gebruikt. Iemand vertelt zelfs dat ze het onder haar matras legt, omdat dat zou helpen tegen kramp.
Yvette laat ons hieraan ruiken omdat het met de was te maken heeft. Boven ons hoofd hangen waslijnen over de straat, met daaraan lakens waarop foto’s zijn afgedrukt. Ze legt uit dat we dit tegenwoordig niet meer in het straatbeeld zien. Nu gebruiken mensen wasdrogers, wasrekjes of een droogmolen in de tuin,. Lijnen die van de ene naar de andere kant van de straat gespannen zijn, zie je niet meer. Vroeger waren het gedraaide waslijnen, waarbij je de hoeken van de was ertussen klemde en de lijn straktrok.
Ze vraagt wat we tegenwoordig missen in het straatbeeld ten opzichte van onze jeugd. De antwoorden zeggen veel over de leeftijd van de groep. Ik hoor mensen die de groente-, schillen- en kolenboer missen, die met paard en wagen door de straat reed en de voddenman en het spelen op straat. Behalve spelen op straat heb ik de rest niet meegemaakt.
Yvette vertelt dat het leven zich vroeger veel meer op straat afspeelde, omdat de huisjes zo klein waren. Mensen hadden meer contact met elkaar. De mannen in de vissersdorpen waren op zee, terwijl de vrouwen hun werkzaamheden op straat deden. In het buitenmuseum kun je dat allemaal zien, voelen, ruiken en ervaren; daar staan die oude huisjes nog.

Kaaspakhuis

Yvette vraagt of we weten hoe die huisjes in het Zuiderzeemuseum terecht zijn gekomen. Het is een samengesteld dorp, met huizen van overal rond de Zuiderzee. Sommige gebouwen, zoals de kerk, zijn steen voor steen afgebroken en in het museum weer volledig opgebouwd. Andere zijn in delen, bv. complete wanden, gedemonteerd en verplaatst. Weer andere gebouwen zijn in hun geheel verhuisd.
Ik noem het kaaspakhuis als voorbeeld en neem daarmee blijkbaar Yvette het verhaal uit handen, want daar wilde ze net met ons naartoe lopen.
We lopen een stukje verder naar een voelfoto van dit pakhuis, dat over het water wordt vervoerd. Ook deze foto ligt op een schuine tafel met een bankje ervoor. De deelnemers voelen de afbeelding, terwijl Yvette haar verhaal vertelt.
‘Je ziet in het midden van de foto het kaaspakhuis op een schuit staan, die door een vrij smalle vaart vaart,’ beschrijft ze. ‘Aan beide kanten raakt het bijna de kade. Het vaart naar ons toe. Het pakhuis is van hout. Op de kade staan mensen te kijken. Het pakhuis komt uit Landsmeer. De Goudse kazen werden daar gedraaid en ingesmeerd met olie, om schimmel en uitdroging tegen te gaan.’

Makelaar, muuranker en dakpan

De mensen die klaar zijn met het bekijken van de foto, kunnen een paar stappen verderop een voelobject verkennen. Het zijn drie bouwelementen: een makelaar, een muuranker en een dakpan.
Yvette vertelt dat een makelaar een houten sierstuk is dat verticaal omhoogsteekt op de nok van oudere huizen. Dit exemplaar is niet op ware grootte gemaakt en heeft als versiering een hartje.
Daarboven ligt een smeedijzeren muuranker. Dat verbindt de balken van een vloer of dak met de buitenmuur. Het is belangrijk voor de constructie.
Naast het muuranker ligt een antracietkleurige kruispan. Dit is een type dakpan dat je tegenwoordig nauwelijks meer ziet. Door de gleuven in de pan overlapt hij zowel horizontaal als verticaal de naastliggende pannen, waardoor het geheel waterdicht is.
Ik vraag me hardop af waarom deze dakpannen niet meer worden gebruikt. Ze lijken me extra stormbestendig. Iemand merkt op dat ze misschien ook prettiger zijn voor mussen om onder te nestelen.

Visserij

We lopen door naar de volgende zaal, waarvoor we een klein hellinkje afgaan. In deze ruimte lijkt het alsof we onder de waterlijn staan. Ter decoratie hangen er drijflijnen en vissersnetten.

Kubbe

Het is inmiddels 14.10 uur. Yvette wijst ons op het voelobject in de zaal: een kubbe. Terwijl iedereen voelt vertelt ze verder: ‘Dit is een visfuik, gevlochten van eenjarige wilgentenen, gemaakt door de mandenmaker van het Zuiderzeedorp. Deze fuiken werden gebruikt om paling te vangen.’
Ze legt uit dat mensen met een visuele beperking vroeger vaak mandenmaker waren, vanwege hun goed ontwikkelde tastzin en fijne motoriek. Tot in de jaren ’60 was dit een beroep dat door deze doelgroep werd uitgeoefend.
Ik sla het voelobject over, omdat ik hem al ken. De kubbe is klokvormig en ca. 55 cm hoog. Bovenaan zit een houten stop met daaraan een stok, waarmee hij in het water werd gehangen. De kubbe hing aan een paal die schuin in de grond stond.
Aan de binnenkant, onderin, zit een trechtervormig netje van zijde. De paling zwemt via de brede opening naar binnen, door het netje, en komt zo in de mand terecht. Door de bolle vorm kan hij niet ontsnappen.
Achter de kubbe hangt een foto van visnetten, palingfuiken en kubben die aan stokken hangen.

Verandering

Yvette vertelt dat na de aanleg van de Afsluitdijk het leven van veel mensen ingrijpend veranderde, vooral dat van de vissers. De Zuiderzee werd afgesloten en veranderde in het IJsselmeer, waardoor de visserij sterk terugliep. Veel vissers moesten noodgedwongen iets anders gaan doen. Sommigen vertrokken, anderen bleven en zochten ander werk.
Yvette vraagt ons welke beroepen er, naast de vissers, nog meer veranderden of verdwenen. Hans vertelt dat ze in Elburg overstapten van de visserij naar het stratenmakersvak. Iemand anders zegt dat vissers in Volendam stukadoor werden.
Yvette vult aan dat ook beroepen als zeilmaker, touwslager en kuiper grotendeels verdwenen. Er was simpelweg minder vraag naar hun werk. De gebouwen waarin zij werkten kwamen leeg te staan en zijn later naar het Zuiderzeedorp verplaatst.

Keesje (apenknuistje)

Yvette geeft een touw door met aan het uiteinde een knoopbal. Zodra ik het in handen heb, herken ik het meteen: een keesje, ook wel apenknuistje genoemd. Afgelopen zomer zag ik deze bij de touwslager in het Zuiderzeedorp, tijdens mijn bezoek aan het Zuiderzeemuseum met Stichting KUBES.
Yvette vraagt waarvoor het gebruikt werd. Ik moet even nadenken — iets met een boot… maar ik kom er niet op. Yvette legt uit dat het inderdaad in de scheepvaart werd gebruikt. Het was lastig om zware trossen naar de wal te gooien. Daarom werd aan het uiteinde van zo’n dikke kabel een dunner touw bevestigd, met daaraan een keesje. Dat maakte het makkelijker om het touw naar iemand op de kant te gooien, die vervolgens de zware tros naar zich toe kon trekken. Dat kan ik me voorstellen. Een paar maanden terug was ik op het VOC-Schip De Batavia en daar lagen touwen die zo dik waren als mijn bovenbeen. Daarmee kan je niet gooien.
Ik vul aan dat deze knopen tegenwoordig, in een kleinere variant, ook worden gebruikt bij assistentiehonden. Met een kort touwtje hangen ze bv. aan een deurklink of keukenlade, zodat de hond de deur of lade kan openen door het balletje in zijn bek te nemen en eraan te trekken.

Visserslatijn

Yvette leidt ons iets verder naar een foto. Op de afbeelding staat een man in een regenpak, zoals vissers dat vroeger droegen. Yvette vraagt ons zijn houding na te doen. We moeten zorgen dat we genoeg ruimte om ons heen hebben. Daarna gaan we staan zoals hij: benen wijd, een beetje door de knieën, armen wijd. Onze handen hangen slap omlaag vanuit de polsen.
Ze vraagt ons welke tekst hierbij zou passen. Ik weet het antwoord al, dus ik houd me stil.
Yvette vertelt dat zij in eerste instantie dacht dat de man tegen de wind in hing. Het juiste antwoord is natuurlijk: ‘Hij was zooooo groot.’

Feest

We lopen door de zaal over visserij en gaan via een trap naar boven, naar de laatste zaal. In de zaal staan panelen in een halve cirkel met daaraan lampjes. Het geeft het idee van een kermiscarrousel, hoorde ik.

Bruidspijp

Yvette leidt ons meteen naar een voelobject, waaraan de groep mag voelen. Het is een zogenaamde bruidspijp: een lange, dunne pijp van kalksteen. Links zit de kop met een luchtgaatje. Naar rechts toe wordt de steel gladder. Hij is duidelijk langer dan een gewone pijp. Een deel van de steel is bruin geglazuurd.
Zodra iedereen geweest is, voel ik hem zelf ook nog even, om mijn geheugen op te frissen.
Yvette wijst boven de voeltafel naar een zwart-witfoto van fotograaf Jan Siewers (1848-1918) van een Marker ijsbruiloft in 1902. De mensen dragen feestelijke Marker dracht. Het is een bruiloft met meerdere bruidsparen, allemaal gekleed in verschillende kostuums. De mannen hebben hoge hoeden of bolhoeden op en hebben een pijp bij zich.
De bruidspijp werd versierd met papieren bloemen en gekleurde linten. Die linten stonden symbool voor de verbintenis van het huwelijk. De bruidegom rookte de pijp tijdens de bruiloft. Als de pijp brak, werd dat gezien als een slecht voorteken voor het huwelijk.

Feest in West-Friesland

Yvette vraagt of wij iets met feest hebben. Al snel komen verhalen los over dorpsfeesten, met o.a. harddraverijen, touwtrekken over de sloot, gokken en katknuppelen.
Yvette vertelt dat de harddraverij niet in deze zaal is opgenomen, maar dat er wel foto’s hangen van kermis. West-Friesland en kermis horen echt bij elkaar.
Het woord ‘kermis’ komt van de woorden ‘kerk’ en ‘mis’. Vroeger werd feest gevierd wanneer er een nieuwe kerk was gebouwd of op de feestdag van een heilige. Dat ging gepaard met allerlei festiviteiten, waarbij de kroeg een belangrijke rol speelde.
In de zaal hangen foto’s van Koninginnedag op Marken.

Sinterklaas

Yvette vertelt dat in 1898 in Volendam iets nieuws werd geïntroduceerd: een intocht van Sinterklaas. Dit werd bedacht door de Franse kunstenaar Hanicotte Augustin, die in Volendam woonde.
Hij trok een bijzonder kostuum aan, dat tegenwoordig te zien is in de vaste tentoonstelling. De kleding lijkt niet op die van onze Sint. Op de zwart-witfoto heeft Sint geen Pieten bij zich, maar twee personen in oosterse kleding met tulbanden op. De Sint draagt een mijter, een lange jurk tot op de grond en heeft een staf in zijn hand. Destijds kwam hij aan op een botter.

Schiettent

Yvette neemt afscheid van ons en gaat naar beneden om met de andere groep te beginnen.
Wij blijven in de zaal en bekijken op ons gemak de voelfoto. Daarop staat een man die aan het richten is in een schiettent op de kermis. Naast hem staan twee dames in jurken, met hoeden op.

Afronding

Rond 14.40 uur lopen we op ons gemak naar beneden. Daar kruisen we de volgende groep die net zaal 1 in loopt. In het atrium nemen we plaats aan de tafeltjes. Al snel worden we voorzien van koffie/thee en taart. De taart smaakt heerlijk en het stuk is lekker groot. De taart is alleen lastig te eten, dus ik pak hem zodra het kan met mijn hand en hap hem af. Er wordt gezellig gekletst en bijgepraat.
De tijd gaat snel en de volgende groep sluit zich na ruim een uur weer bij ons aan. Ik sluit ons bezoek af met een dankwoord voor het museum en de gids.

Wat vond ik ervan?

Het bezoek aan de tentoonstelling Voorbij de Foto in het Zuiderzeemuseum was voor mij een bijzondere ervaring. Het is prachtig om te zien hoe het museum zich inzet om beeldverhalen toegankelijker te maken voor mensen met een visuele beperking. Dat verdient echt een groot compliment. Extra bijzonder was het voor mij omdat ik in 2025 heb mogen meedenken en adviseren bij het toegankelijk maken van deze tentoonstelling.
Als klankbordgroep wilden wij natuurlijk het liefst dat alle foto’s toegankelijk zouden worden. Maar dat is simpelweg niet realistisch. Voelobjecten en voelfoto’s nemen veel ruimte in, en bovendien is het de vraag hoeveel beelden je daadwerkelijk via andere zintuigen wilt ervaren. Vijf objecten per zaal is al behoorlijk veel. Dat komt neer op zo’n twintig toegankelijke foto’s in totaal. Als je die allemaal rustig wilt verkennen, beluisteren en ervaren, kost dat flink wat tijd. Meer zou voor mij persoonlijk ook niet goed te verwerken zijn. Tijdens een rondleiding zie je bovendien niet alles; er wordt altijd een selectie gemaakt.
Ik ben dan ook benieuwd wat er nog meer in de rondleiding had gezeten als we de volledige anderhalf uur hadden benut.
De voelbare foto’s vond ik soms wat lastiger te interpreteren. Vooral beelden met veel diepte of complexe composities zijn moeilijk goed te begrijpen via tast alleen. Er zit dan zóveel detail in dat het lastig wordt om het geheel te overzien. In zulke gevallen merk ik dat ik liever iets in 3D ervaar, omdat dat meer structuur en overzicht biedt.
Al met al vind ik dit een zeer geslaagde eerste stap naar een toegankelijke tentoonstelling in het museum. Het laat zien dat inclusiviteit geen bijzaak hoeft te zijn, maar juist kan leiden tot nieuwe en verrijkende manieren van beleven.
Het is een absolute aanrader voor iedereen die fotografie eens op een andere manier wil ervaren. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende tentoonstelling die ze toegankelijk gaan maken voor onze doelgroep.

Meer weten?

De tijdelijke tentoonstelling ‘Voorbij de foto’ is te zien vanaf 17 oktober 2025 t/m 6 april 2026 in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. Je kunt op eigen gelegenheid met een audioguide, die je kunt halen bij de kassa, de tentoonstelling verkennen of boek een tour met een gids.
Wil je meer weten over het Zuiderzeemuseum of wil je er zelf eens heen? Klik dan hier om naar de website van het Zuiderzeemuseum te gaan.

Nooit meer een Tikje Anders blog missen?

Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!

Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.

Deel dit bericht met je netwerk!


Ontdek meer van Tikje Anders

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat hier jouw reactie achter op bovenstaande blog