Op donderdag 23 april 2026 organiseerde Stichting KUBES een rondleiding door Slot Zeist, gevolgd door een bezoek aan de naastgelegen Evangelische Broedergemeente (EBG). Omdat mijn vaste begeleiders die dag niet beschikbaar waren, ging ik op pad met een begeleider van KUBES. Het was een lange dag met veel informatie, daarom heb ik hem weer gesplitst in twee delen. Hieronder lees je deel 1 van mijn impressie.
Ontvangst
Om 9.50 uur verzamelen we op Utrecht CS, aan de Jaarbeurszijde achter de poortjes. Ik reis vandaag met mijn blindengeleidehond Tarka. Normaal gesproken laat ik haar thuis als ik een museum bezoek, omdat ik dan mijn handen vrij heb om de objecten te voelen. Deze keer gaat ze mee, omdat ik geen oppas voor haar heb.
Een medewerker van NS Reisassistentie brengt mij van het perron naar de poortjes. Utrecht CS blijft voor mij een druk en chaotisch station. Bij de verzamelplek stelt de KUBES-reisleider mij voor aan Paul, mijn begeleider voor deze dag. Samen met de rest van de groep lopen we naar de lift en nemen vervolgens de bus naar Zeist. Tijdens de rit maken Paul en ik nader kennis. Vanaf de bushalte is het slechts een paar minuten lopen naar het slot aan Zinzendorflaan 1.

Om 10.45 uur worden we in de Orangerie, die zich in een zijvleugel van het slot bevindt, ontvangen met koffie of thee en een stuk taart. Er staan twee lange tafels voor ons klaar. Ik kies een plek met mijn rug naar de muur. Dat geeft wat minder prikkels en bovendien kan Tarka rustig achter mij op haar kleedje liggen. Een aantal deelnemers ken ik al van eerdere activiteiten.
Na de koffie wordt de groep opgesplitst in twee kleinere groepen, die ieder met een eigen gids op pad gaan. Ik ben ingedeeld in groep B.
We lunchen straks weer hier en vanmiddag krijgen we een rondleiding bij de Evangelische Broedergemeente (EBG), ook wel bekend als de Hernhutters.
Entreehal
Om 11.20 uur begint de rondleiding in de centrale hal op de begane grond van Slot Zeist, ook wel Bel-etage genoemd. De ruimte heeft een flinke galm. Vanuit de hal leiden twee grote deuren naar buiten: één naar de tuin aan de achterzijde en één naar het voorplein. Iemand merkt op dat het gebouw veel symmetrie heeft. Groep A gaat naar boven en wij blijven hier.
Onze gids is Agnes, vrijwilliger bij Gilde Zeist.
Agnes vraagt wie al eens eerder in Slot Zeist is geweest. Een paar mensen steken hun hand op, waaronder ikzelf. Nog maar een paar weken geleden was ik hier voor de opnames van een spin-off van de televisieserie Máxima. Ik ben benieuwd naar de verhalen bij de kamers die ik toen heb bezocht. Zo weet ik dat in deze hal bankjes staan, waarop ik met mijn schoonzus zat te wachten tot ik nodig was voor de opnames.
Geschiedenis van Slot Zeist
Agnes vertelt dat het slot gebouwd werd in 1677 in opdracht van Willem Adriaan van Nassau-Odijk (1632-1705). Ik dacht dat het gebouw ouder was.
Willem Adriaan was een kleinzoon van prins Maurits en de eerste vrijheer van Zeist. Zoals veel jonge edellieden uit die tijd maakte hij een grand tour langs Europese hoven. Volgens Agnes bezocht hij daarbij het hof van Lodewijk XIV (1638-1715) in Versailles. Daar zou hij een uitbundig leven hebben geleid, met veel feesten en gokken, waardoor hij diep in de schulden raakte. Met hulp van zijn oma wist hij terug te keren naar de Republiek. Ik vraag me af hoe.
Eenmaal terug trouwde hij met de rijke Elisabeth van der Nisse (1639-1698), dochter van de burgemeester van Goes.
Stadhouder Willem III
Volgens Agnes was Adriaan afgezant van stadhouder Willem III (1650-1702). Ze wijst naar een portret met een brede, vergulde lijst dat aan de kant van de tuin hangt. Het schilderij heeft een indrukwekkend formaat: ca. 2,5 meter hoog en 1,5 meter breed. Op het doek zien we de jonge stadhouder Willem III, de latere koning van Engeland, met zijn moeder Maria Stuart (1631-1660).
Zijn vader, stadhouder Willem II (1626-1650), overleed kort voor zijn geboorte.
Maria Stuart was een Engelse prinses uit het Huis Stuart. Rond de figuren staan symbolen, waaronder rozen die verwijzen naar de Stuarts, de appeltjes van oranje en leeuwen die verwijzen naar het huis van Oranje, de Franse lelie (fleur-de-lis) en de harp van Ierland. Deze symbolen verwijzen naar de gebieden en families waarmee Willem III verbonden was. Symboliek vind ik interessant. Ik ben zo benieuwd hoe het er allemaal uitziet, maar dit soort dingen mag je niet aanraken.
In de entreehal hangen vier van dit soort monumentale portretten. Ze tonen allemaal leden van het Huis Oranje-Nassau.
Terwijl wij aandachtig luisteren naar de verhalen achter de symbolen, vindt Tarka het allemaal duidelijk minder interessant. Ze laat regelmatig van zich horen met een piep of kreun. Ik probeer haar zachtjes tot stilte te manen, maar een geschiedenisles over schilderijen duurt haar te lang.
Architect
Iemand vraagt hoe het slot eruitziet. De buitenkant is volgens Agnes uitgevoerd in de stijl van het Hollands classicisme, een bouwstijl die in de 17e eeuw populair was. Het is ontworpen door architect Jacobus Roman. Jammer dat er geen maquette is van het slot. Die zou ik graag eens voelen.
Voor het interieur werd volgens Agnes de Franse kunstenaar Daniël Marot aangetrokken. Hij gaf de vertrekken hun rijke, Franse uitstraling met sierlijke decoraties, die sterk beïnvloed waren door de hofcultuur van Lodewijk XIV. Zijn ontwerpen voor interieurs en tuinen sloten aan bij de toenmalige mode: de strakke, symmetrische Franse tuinen zoals die rond Versailles waren aangelegd.
Willem Adriaan wilde een buitenplaats bouwen die de grandeur van de Europese hoven uitstraalde. Hij liet zich inspireren door de spiegelzaal in Versailles.
Later veranderde de smaak. In de 19e eeuw maakten formele Franse tuinen plaats voor de meer natuurlijke Engelse landschapsstijl.
Stadhouder Willem II
We lopen een paar meter verder en staan stil bij een portret van stadhouder Willem II. Volgens Agnes trouwde hij in 1641 op zijn veertiende met de negenjarige Maria Stuart, de vrouw die we op het vorige portret zagen. Na de huwelijksceremonie gingen zij weer ieder hun eigen weg tot Maria oud genoeg was om het huwelijk te consumeren. Lang konden ze daarvan niet genieten. Willem II overleed in 1650, ruim een week voordat zijn zoon Willem III werd geboren. Omdat de pasgeboren prins te jong was om zijn vader op te volgen, brak het Eerste Stadhouderloze Tijdperk aan.
Willem III trouwde later ook met een Maria Stuart (1662-1695), zijn nicht en de latere koningin van Engeland. Dat deden ze denk ik om het ons lastig te maken al die namen die hetzelfde zijn. Tig Willems en meerdere Maria’s….
Het huwelijk bleef volgens Agnes kinderloos. Na het overlijden van Willem III begon het Tweede Stadhouderloze Tijdperk.
Terwijl Agnes vertelt, begint Tarka opnieuw zachtjes te mopperen. Even ben ik bang dat haar gemopper de uitleg verstoort, maar gelukkig is ze snel weer stil.”
Agnes vraagt wat de Franse leus ‘Honi soit qui mal y pense’ betekent, die op het schilderij staat. Niemand weet het. Zij vertaalt het als ‘Schande aan hem die er kwaad van denkt.’
Volgens een legende verloor een gravin tijdens een wilde dans met koning Edward III (1312-1377) van Engeland haar kousenband. Toen de omstanders begonnen te lachen, raapte de koning de kousenband op, hield hem omhoog en sprak deze woorden. Later maakte hij van de kousenband het symbool van de prestigieuze Orde van de Kousenband.
Agnes wijst op een van de mannen op het schilderij die zo’n blauwe kousenband om zijn linkerbeen draagt.
Prins Maurits en stadhouder Willem I
We steken de hal over naar een derde portret. Agnes vertelt dat de afgebeelde man prins Maurits (1567-1625) is, de grootvader van Willem Adriaan. Maurits kreeg geen kinderen binnen zijn huwelijk, maar had wel bastaarden. Een van hen was de vader van Willem Adriaan.
We lopen een stukje verder naar het vierde en laatste portret. Hierop staat Willem I (1533-1584), bekend als Willem de Zwijger en de Vader des Vaderlands. Agnes wijst op de appeltjes van oranje en de leeuwen rondom het portret.
Ze wijst op een klein detail op het vorige portret. Op het schild van Maurits is een klein wapenschild van Buren te zien. Dat verwijst naar Anna van Buren (1533-1558), de eerste vrouw van Willem I. Door haar huwelijk kwam de titel graaf van Buren in handen van de Oranjes. Ik kende de naam Van Buren van de Elfstedentocht waaraan prins Willem-Alexander incognito meedeed, maar wist niet dat daar zo’n lange familiegeschiedenis achter schuilging.
Empirestijltafel
Agnes nodigt ons uit de poten van twee identieke tafels in empirestijl te onderzoeken. Ze vraagt wat we denken dat het houtsnijwerk voorstelt. Ik voel een snavel. Uit de groep klinken allerlei suggesties: een gier, een hert, een feniks of misschien wel een kruising tussen een hond en een vogel. Wanneer ik verder voel, ontdek ik vleugels.
Agnes legt uit dat het beeld een adelaarshoofd heeft, gecombineerd met het lichaam van een gevleugelde leeuw. Dan valt het kwartje. ‘Een griffioen!’ roep ik. Fijn dat ik er toch nog uitkom.
Verder wijst Agnes ons op een harp die in het houtsnijwerk is verwerkt. Volgens haar was in de tafel vroeger een spiegel aangebracht. Dames zouden die hebben gebruikt om te controleren of hun rokken netjes vielen, want in die tijd gold het als ongepast wanneer hun enkels zichtbaar waren.

Willemszaal
We gaan via een deur aan de tuinkant naar de Willemszaal. Dit zijn de ruimtes aan de linker kant van de Bel-etage. Het marmer onder onze voeten maakt plaats voor dikke vloerbedekking. We komen binnen in een rijk gedecoreerde zaal in barokstijl, met een diepte van ca. 12 meter. Langs de wanden bevinden zich gecanneleerde Korinthische pilasters: zuilachtige wandversieringen met verticale groeven en een klassiek kapiteel. Tussen en onder deze decoratieve elementen zitten rijk gesneden lambriseringen. Langs de wanden staan zitjes en grote ramen bieden uitzicht op de tuin. Op de barokke marmeren schouw staat een vergulde buste van stadhouder Willem III, naar wie deze zaal is vernoemd. Ik hoor mensen zeggen dat er veel bordeauxrood in de zaal is verwerkt.
Iemand vraagt wat de empirestijl precies inhoudt. Volgens Agnes is het een keizerlijke stijl, symmetrisch met goud en klassieke motieven. Napoleon was er dol op. Iemand grapt dat het een stijl is die bij Trump past. Agnes legt uit dat Slot Zeist vooral een barok interieur heeft, omdat Willem Adriaan van die uitbundige stijl hield.
Oorlog en vrede
De gids vestigt de aandacht op het hoge koofplafond, waarvan de lijst is versierd met putti (kleine engelfiguurtjes). Op het plafond staat de schildering ‘De triomf van de overwinning van de vrede over de oorlog’. Op het doek zijn allerlei symbolen van oorlog en vrede te herkennen. ‘Welke symbolen herkennen jullie die wijzen op oorlog?’ vraagt ze.
Tarka vindt het verhaal opnieuw oninteressant, maar is gecharmeerd van de vloerbedekking. Eerst wrijft ze met haar kop over het tapijt, daarna laat ze zich languit vallen en begint uitgebreid te rollen. Ik moet mijn lachen inhouden.
Iemand noemt wapens. Agnes wijst op een kanon en speren. Boze, oorlogszuchtige en vredelievende putti strijden met elkaar om de overwinning. De Griekse oorlogsgod Ares, herkenbaar aan zijn harnas, lijkt verslagen. Irene, de Griekse godin van de vrede, kijkt tevreden op hem neer. Een olijftak benadrukt het thema van de vrede.
Vier deugden
Agnes legt uit dat deze zaal vier grisailles heeft. Dit zijn schilderingen in grijstinten die de indruk wekken van reliëfs of beeldhouwwerk. Ze zijn geschilderd door Gerard de Libresse, een tijdgenoot van Rembrandt, en verbeelden vier klassieke deugden. Ze beschrijft ze:
- Matigheid – Er wordt water bij de wijn gedaan als symbool van zelfbeheersing.
- Rijkdom – Afgebeeld met o.a. de hoorn des overvloeds, symbool van rijkdom en voorspoed.
- Voorzichtigheid – De Romeinse god Janus staat met een sleutel in zijn hand om een poort te openen. Naast hem staat een putto met een spiegel. Janus heeft twee gezichten: één kijkt vooruit en één achteruit. Met de spiegel kan hij zichzelf bekijken. Zo symboliseert hij bedachtzaamheid en vooruitziendheid. Een slang verwijst eveneens naar voorzichtigheid en wijsheid.
- Moed en kracht – Hercules staat met zijn knots tegenover de leeuw, een verwijzing naar zijn eerste van de twaalf werken: het verslaan van de Nemeïsche leeuw.
Anti-chambre
We lopen door een deur aan de andere kant van de zaal naar een kleinere ruimte met goudleren behang. We mogen gaan zitten. Daar zijn mijn voeten wel aan toe. Ik neem plaats op een prachtig bewerkte stoel tussen meubels in 17e-eeuwse stijl.
Iemand vraagt waarvoor de Willemszaal vroeger werd gebruikt. Volgens Agnes weten historici dat niet zeker. Mogelijk diende de ruimte als woonvertrek. In de 17e eeuw liepen de functies van kamers in elkaar over; een woonkamer kon ook als slaapkamer dienen. Daarom stonden er regelmatig grote hemelbedden met zware gordijnen.
Agnes vertelt dat we ons in de anti-chambre bevinden, de voor- of wachtkamer waar bezoekers wachtten voordat zij werden ontvangen door Willem Adriaan. Deze ruimte ligt tussen de Willemszaal en de Spiegelzaal.
Opgelegd hout
Agnes wijst ons op een 17e-eeuwse kast met opgelegd hout. Dat blijkt iets anders te zijn dan ingelegd hout. Bij opgelegd hout worden dunne stukken hout op het oppervlak gelijmd, waardoor het decor iets boven de ondergrond uitsteekt. Bij ingelegd hout liggen de houtsoorten juist verzonken in het oppervlak.
We mogen de kast voorzichtig aanraken. Ik voel de reliëfs van sterren met daartussen oesters.
Volgens haar stond de kast open wanneer bezoekers welkom waren. De kast werd gebruikt voor het opbergen van linnengoed en servies.
Goudleren behang
Daarna laat Agnes ons het goudleren behang voelen. Stiekem had ik dat samen met Paul al gedaan. Het voelt verrassend stevig aan.
Ze legt uit dat het behang is gemaakt van gelooid kalfsleer, dat in banen aan elkaar werd genaaid. Vervolgens werden met grote stempels patronen in het leer geperst. Dat werd door sterke mannen gedaan, die krachtpatsers werden genoemd.
Daarna bracht men een laagje bladzilver aan, dat met een gele vernis de warme uitstraling van goud kreeg. Tot slot werd het behang beschilderd in gedekte kleuren. In deze kamer overheersen wit, zwart en een vleugje groen.
Ik vraag of dit het oorspronkelijke behang is. Agnes antwoordt dat het uit de 17e eeuw dateert, maar oorspronkelijk niet uit het slot afkomstig is. Tijdens de restauratie van het slot kreeg het hier een nieuwe bestemming. Paul ontdekt enkele plekken waar restauraties goed zichtbaar zijn.
Spiegelzaal
We verlaten de antichambre aan de andere kant van de ruimte en stappen de indrukwekkende Spiegelzaal binnen. Overal zijn spiegels, er hangen grote wandtapijten, het gedecoreerde plafond glanst van het bladgoud en een rijk gedecoreerde schouw trekt de aandacht. Op het dikke tapijt ligt een tijdelijke dansvloer. Paul noemt het lachend de roze zaal. Het dikke tapijt dempt de geluiden van onze voetstappen. Volgens mij had ik hier de opnames.
De gids legt uit dat de ruimte haar naam dankt aan de vele spiegels. Die maakten een zaal niet alleen lichter en optisch groter, maar boden bezoekers de kans zichzelf te bewonderen. Dat paste bij de barok, waarin pracht en praal belangrijk waren. De zaal doet me denken aan Versailles. Volgens Agnes is de zaal opvallend lang, maar niet bijzonder breed.
‘In de tijd van Willem Adriaan werden hier gasten ontvangen voor diners en feesten,’ zegt Agnes, ‘Er werd gedanst, vergaderd en recht gesproken. Slot Zeist was een hoge heerlijkheid, wat betekende dat de heer van het slot een eigen rechtbank had.’
Tegenwoordig is het slot eigendom van de gemeente Zeist en wordt het geëxploiteerd door Fletcher. Het slot wordt gebruikt voor congressen, concerten, huwelijken en andere bijeenkomsten.
Geheime deur
‘Ook het televisieprogramma De Rijdende Rechter werd hier opgenomen,’ zegt Agnes als ze wijst naar een geheime deur naast de schouw. ‘Voor de uitspraak kwam de rechter daardoor naar binnen. Oorspronkelijk was dit een dienstdeur voor het personeel. Achter de deur bevindt zich een tweede deur waarachter bedienden moesten wachten totdat ze werden geroepen. Zo konden zij niet meeluisteren met de gesprekken.’
Daphne en Apollo
Agnes wijst op een Vlaams wandtapijt. Ze legt uit dat het geen gobelin is; die naam is voorbehouden aan tapijten uit de beroemde Manufacture des Gobelins in Parijs. Op het tapijt staat de Griekse mythe van Apollo en Daphne afgebeeld. Je ziet hoe uit Daphne’s handen laurierbladeren groeien en haar voeten langzaam wortelschieten. Apollo, god van licht, muziek en kunst, was smoorverliefd op haar, maar Daphne wilde niets van hem weten. Toen zij haar vader om hulp smeekte, veranderde hij haar in een laurierboom. Daphne had van hem gewonnen, daarom werd de lauwerkrans het symbool van overwinning. Ik kende het verhaal al. Het blijft een merkwaardige overwinning: je ontsnapt aan je stalker door de rest van je bestaan als boom door te brengen. En of je nu blij moet zijn met een vader die jou in een boom verandert…
We mogen het wandtapijt voorzichtig aanraken. Bij een wandtapijt verwacht ik iets diks, zachts en wolligs. Het voelt verrassend dun en stevig aan.
Ook de geheime deur mogen we van dichtbij bekijken. Ik sta versteld van hoe laag en smal hij is. De deuren waardoor wij de zaal zijn binnengekomen zijn juist hoog en statig. De gids legt uit dat de lage deuren voor het personeel waren, terwijl de bewoners de hoge deuren gebruikten. Dat was wel zo praktisch met hun hoge pruiken en brede jurken.
Klok en kandelaar
Aan een van de wanden hangt een fraaie klok in Boulle-stijl. We mogen hem niet aanraken. Agnes vertelt dat hij vuurverguld is: een oude techniek waarbij een laagje goud op het brons werd aangebracht met behulp van kwik. Door verhitting verdampte het kwik en bleef een schitterende goudlaag achter. De klok staat stil op tien voor vijf. Hij heeft een slingeruurwerk dat vroeger met een sleutel werd opgewonden.
Verder staan er grote Venetiaanse glazen kandelaars in de zaal. Ook die mogen we voorzichtig aanraken. Ik strijk met mijn hand langs een van de armen. Het glas voelt verrassend licht en verfijnd. De kandelaar is hoog en heeft ontzettend veel armen. Ik vraag me af hoeveel vakmanschap het heeft gekost al die glazen onderdelen te blazen. Paul merkt op dat er bovenin nóg meer armen zitten, maar die kan ik niet voelen.
Ik grinnik om de combinatie van de klok en de kandelaar, omdat ze me doen denken aan Lumière en Pendule uit de Disneyfilm Belle en het Beest.
Trappenhuis
We verlaten de zaal via de antichambre en de Willemszaal. Nadat we de galmende hal zijn overgestoken, komen we bij het indrukwekkende trappenhuis, ontworpen in de stijl van Daniël Marot. De houten trap heeft meerdere trapdelen met tussenliggende bordessen en heeft een smeedijzeren trapleuning. Het houten plafond heeft gesneden rozetten in de hoeken.
‘De wanden zijn versierd met schilderingen met een waterthema,’ zegt Agnes, ‘Vazen, fonteinen en ijspegels. Met de trompe-l’œil-techniek wordt het oog bedrogen en lijken de voorstellingen driedimensionaal. Tussen de watermotieven zijn twee tritons met dubbele vissenstaarten te herkennen.’
De trap loopt van linksonder naar rechtsboven. Onder de trap wijst Agnes op een grisaille van de wolvin die de tweeling Romulus en Remus zoogt.


De gids richt onze aandacht naar rechts waar een groot portret van de jonge koningin Wilhelmina (1880-1962) hangt. Ze draagt een witte jurk, een hermelijnen mantel en een kleine diadeem. Na het overlijden van haar vader, koning Willem III, werd zij in 1890 koningin. Omdat zij minderjarig was, trad haar moeder Emma op als regentes totdat Wilhelmina in 1898 officieel werd ingehuldigd als koningin der Nederlanden.
Het portret werd geschilderd in opdracht van de Duitse keizer Wilhelm II, die na WO I in Huis Doorn zou gaan wonen.
Tot slot laat Agnes ons een rijkversierde tafel voelen. Onder het zware marmeren blad staan twee krachtige atlanten die het gewicht op hun schouders lijken te dragen, net als de mythische Atlas die de hemel torste. Tussen hen staat een kleine putto. Met mijn handen volg ik het verfijnde houtsnijwerk en ontdek steeds meer verrassende details. Het blijft bijzonder hoeveel je kunt ‘zien’ door te voelen.
Passage
We lopen door naar een kleine zijruimte aan de rechterkant van de Bel-etage. We nemen plaats op replica’s van Lodewijk XVI-stoelen.
Agnes wijst op een hoge en een lage deur. Ook laat ze de houten wandbekleding zien, die door een schildertechniek de indruk wekt van marmer. Zo werd met relatief eenvoudige materialen een luxe uitstraling gecreëerd.
Aan de muur hangt een thermometer met een bijbehorende barometer volgens de Réaumur-schaal. Die schaal ken ik niet. Op de Réaumur-schaal bevriest water bij 0 graden en kookt het bij 80 graden. Deze schaal was in de 18e eeuw, vooral in Frankrijk en delen van Europa, veel in gebruik. Réaumur was een Franse natuurkundige. Daarom zijn de opschriften op het instrument in het Frans. Op dit moment staat de wijzer op Bon temps, wat ‘mooi weer’ of ‘goed weer’ betekent.
Via deze passage liep vroeger uitsluitend het personeel van het slot heen en weer.
Tuinzaal
We lopen door een deur aan de andere kant van de Passage en komen in de Tuinzaal. De ruimte is vrijwel vierkant. Iemand schat dat de kamer ca. 6 bij 6 meter groot is en z’n 6 meter hoog.
Agnes vraagt ons om rond een grote ronde kersenhouten tafel te gaan staan. De tafel dateert uit de 19e eeuw en past bij de Empire-inrichting van die periode. Ze laat ons de poten voelen. Volgens haar stellen deze dolfijnen voor. Ik zie dat er niet in terug.
Boven de tafel hangt een kroonluchter van brons en rijnkristal. Oorspronkelijk werden kroonluchters met kaarsen verlicht. Het aansteken gebeurde vroeger met lange kaarsenstokken; voor het doven werden speciale doofstokken gebruikt.
De gids vertelt dat op de wanden opnieuw de trompe-l’oeiltechniek van Daniël Marot zit. De schilderingen wekken de indruk van een tuinterras met balustrades en vazen. Deze decoraties kwamen tijdens de restauratie weer tevoorschijn. De trompe-l’oeilschilderingen passen bij de functie van de kamer. Ze halen als het ware de tuin naar binnen en versterken de overgang tussen het interieur van het slot en de echte tuin buiten.
‘Dit is de Tuinkamer,’ vertelt Agnes. ‘Op de vloer ligt een bloementapijt. In tegenstelling tot sommige andere vertrekken heeft deze kamer geen plafondschildering.’
Blauwe zaal
We lopen door naar de volgende ruimte: de Blauwe Zaal. Volgens de begeleiders is dit een prachtige barokke zaal. De ruimte valt op door de combinatie van koningsblauw, goud en rijk houtsnijwerk. De vloerbedekking en de wandbespanning zijn blauw. Op de wanden zit damast, dat niet aangeraakt mag worden.
Paul laat mij voorzichtig het houtsnijwerk voelen. Ook hier voel ik de sierlijke krullen en ornamenten die zo kenmerkend zijn voor barok. De zaal heeft grote ramen met kleine ruitjes en een directe verbinding met het terras en de tuin.
‘Slot Zeist heeft door de eeuwen heen verschillende bewoners en gebruikers gehad,’ aldus Agnes, ‘Na Willem Adriaan kwam het slot in handen van zijn nakomelingen. De laatste particuliere bewoners waren de familie Labouchere. Zij verkochten het slot in 1924. Een exploitatiemaatschappij wilde het slopen om plaats te maken voor woningen. De gemeente Zeist voorkwam dit door het slot aan te kopen.
Daarna kreeg het diverse functies. Er was o.a. een school, er vonden pluimvee tentoonstellingen plaats en tijdens WO II werd het door Duitse militairen gebruikt. Na de oorlog verbleven er Canadese militairen. Later bood het slot onderdak aan verschillende groepen mensen, waaronder vluchtelingen uit voormalig Nederlands-Indië en slachtoffers van internationale en nationale crises. Door deze uiteenlopende functies raakte het gebouw sterk verwaarloosd. In de jaren ‘60 werd besloten het grondig te restaureren en het weer terug te brengen naar zijn historische uitstraling.’
Agnes vertelt dat blauw vroeger als een koele kleur werd gezien. Vrouwen konden zich in zo’n ruimte terugtrekken om de warmte te vermijden en de gewenste bleke huidskleur te behouden, die in die tijd als teken van schoonheid en stand was verbonden aan het niet buiten werken.
Agnes wijst naar een groot schilderij van stadhouder Frederik Hendrik (1584-1647), ook bekend als de stedendwinger, en zijn vrouw Amalia van Solms (1602-1675). Aan weerszijden van het schilderij branden lichtjes. We mogen er voorzichtig aan voelen. Het is de kandelaar van de schone kunsten. Paul laat mij een schilderspalet met kwasten, een viool en een masker voelen.
Een Japans gelakt kastje is het volgende object om te voelen. Nederland was in de VOC-tijd het enige Europese land dat officieel handel mocht drijven met Japan, via de handelspost Deshima. Agnes noemt het kastje een conversatiekast. Na een diner opende de eigenaar het kastje en toonde de bijzondere voorwerpen erin aan zijn gasten. We voelen de kleine laatjes, het slotje en de handvatten. Het vakmanschap is voelbaar. Iedereen verzamelde zich rond zo’n kastje om de bijzondere objecten te bewonderen. Ik vraag me af of daar de oorsprong ligt van de uitdrukking ‘kastje kijken’.
De gids wijst vervolgens op een tafeltje waarvan we aan de zijkant een dier kunnen voelen. Ik voel hoorns, grote oren en een sikje: het blijkt een ramskop te zijn.
Hiermee is de rondleiding ten einde.
Wordt vervolgd…
Over twee weken deel ik mijn impressie van de rondleiding bij de Evangelische Broedergemeente in Zeist, beter bekend als de Hernhutters. Tijdens een boeiende middagrondleiding maakte ik kennis met de geschiedenis, tradities en bijzondere gebruiken van deze geloofsgemeenschap.
Wat vond ik ervan?
De rondleiding door Slot Zeist vond ik bijzonder boeiend. Geschiedenis en kastelen vind ik interessant en deze rondleiding bracht het verleden echt tot leven. Onze gids wist veel te vertellen en deed dat op een boeiende manier, waardoor de verhalen gingen leven en ik me goed kon voorstellen hoe het er vroeger aan toeging.
Wat ik waardeerde, was dat er veel voorwerpen waren die we mochten aanraken. Dat maakt een rondleiding voor mij toegankelijker en helpt de verhalen beter voor me te zien. Juist die combinatie van vertellen en ervaren sprak mij aan.
Het was leuk dat ik na de televisieopnames in het slot eindelijk hoorde waarvoor de zalen oorspronkelijk waren bedoeld. Daardoor keek ik met andere ogen naar de ruimtes die ik al eens had gezien.
Daarnaast was het goed mijn kennis over de stadhouders en hun buitenlandse familiebanden weer op te kunnen frissen. De gids legde de historische gebeurtenissen en onderlinge relaties helder uit, waardoor het goed te volgen was.
Tijdens deze rondleiding bleven we op de bel-etage. Dat was zeer de moeite waard, dat maakt me nieuwsgierig naar de verhalen over de andere verdiepingen en de tuin van het slot. Die wil ik graag nog eens bezoeken.
Al met al kan ik een rondleiding door Gilde Zeist door Slot Zeist van harte aanbevelen.
Meer weten?
Wil je meer weten over Stichting KUBES of wil je zelf eens mee met een van hun toegankelijke culturele activiteiten? Klik dan hier om naar de website van Stichting KUBES te gaan.
Wil je meer weten over Slot Zeist of wil je er zelf eens een rondleiding doen? Klik dan hier om naar de website van Slot Zeist te gaan.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Wat een mooie rondleiding Debby. Heel interessant. Mooi en duidelijk opgeschreven.