Impressie > Voelrondleiding Ontdek de Batavia met je handen (oktober 2025)

Foto van de replica van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. De Batavia zeilt op de foto over het Markermeer tijdens de filmopnames van Scheepsjongens van Bontekoe. Het VOC-schip heeft een houten romp met meerdere kanonspoorten aan beide zijden, een hoog achterdek en een rijkversierde achtersteven. Het heeft drie masten met deels gehesen, verweerde vierkante witte zeilen. De tuigage en touwen zijn duidelijk zichtbaar, met veel detail in het complexe systeem van wortels en stagen. Boven in de masten wappert de Nederlandse vlag. Het schip ligt enigszins naar stuurboord, waardoor de achterkant met het stuurhuis en het dek goed zichtbaar zijn. De omgeving is vredig, zonder andere schepen of opvallende achtergrond, alleen de zee en de heldere blauwe lucht.

Deel dit bericht met je netwerk!

Op het e-mailforum Visuelehandicap las ik dat Museum Batavialand in Lelystad op woensdag 8 oktober 2025 voelrondleidingen zou organiseren voor visueel beperkte bezoekers. Ik heb geschiedenis gestudeerd en ben altijd al nieuwsgierig geweest naar de replica van het VOC-schip De Batavia en gaf me op. Mijn vriendin Ria ging weer mee als begeleider. Hieronder lees je mijn impressie van de middag.

Ontvangst

We gaan iets eerder naar Lelystad, zodat we voorafgaand aan de rondleiding het naast de werf gelegen Batavia Stad kunnen bezoeken. Rond 12.30 uur zijn we bij het museum. Omdat we wat vroeg zijn, bezoeken we – nadat we onze museumkaarten hebben gescand – alvast de museumwinkel. Die is divers. Eindelijk eens een museumwinkel met meer dan alleen boeken en kaarten! Er staan kleine replica’s van schepen, alles wat een kind nodig heeft om piraatje te spelen, knuffels van katten en papegaaien, mini-kanonnen en nog veel meer. Ik koop ouderwets snoepgoed in de vorm van peren. Ze smaken heerlijk.
Aan een tafel wachten we tot de rondleiding begint. We maken kennis met twee andere koppels die ook meedoen: een man en een vrouw, en een zoon met zijn vader.
Om 13.00 uur worden we opgehaald door de enthousiaste museumvrijwilligers Hans en Gerrit. We zijn slechts met zes deelnemers. Een deel heeft blijkbaar afgezegd, een ander deel is vanmorgen al aangesloten bij de eerdere rondleiding en sommigen hebben helemaal niets laten weten. Zonde — dat snap ik nooit.
In de entreehal leiden ze de rondleiding in. Hans en Gerrit dragen kleding die is nagemaakt naar voorbeeld uit de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Het is kleding van een kanonnier uit ca. 1700.
Hans vertelt dat we vandaag al onze zintuigen gaan inzetten. De rondleiding duurt ca. 1,5 tot 2 uur. We gaan eerst over de werf. Na afloop mogen we op eigen gelegenheid de replica van het schip De Batavia bezoeken.
We mogen zijn kleding aanraken. Wauw! Ik ben altijd nieuwsgierig naar historische kledij, maar krijg zelden de kans om die te voelen. Hans draagt een grijze, dubbele wollen muts met rode strepen. Het voorbeeld van deze muts is gevonden in de ruïnes van het Behouden Huys op Nova Zembla, waar Willem Barentsz (1550-1597) en zijn bemanning de winter van 1596-1597 doorbrachten.
Hans draagt daarnaast een lichtbruine, dikke warme jas met daaronder een wit linnen hemd. Daartussen zit een rood-oranje onderrok (wambuis), met een V-hals. Aan de jas zitten grote metalen knopen. Zijn jas heeft geen zakken, maar zijn broek heeft die wel.
Hij tilt zijn knie op zodat ik de donkerblauwe pofbroek, hoge kousen en schoenen met een gesp kan voelen. Gerrit heeft een iets andere kleurstelling: hij draagt een donkerbruine jas, dezelfde onderrok en hemd, en een lichtbruine broek.

De Zeven Provinciënzaal

We lopen naar een ruimte vlak bij de kassa. Hier staan een schaalmodel van een schip, beelden en een groot houtsnijwerk. Het is een holle ruimte van 30 meter diep, 20 meter breed en bijna 5 meter hoog.

Schaalmodel van De Zeven Provinciën

Hans wijst de groep op een schaalmodel van het beroemde marineschip De Zeven Provinciën, het vlaggenschip waarmee admiraal Michiel de Ruyter (1607-1676) o.m. tijdens de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) voer. Hans vertelt dat men in 1995 ook dit schip op ware grootte na wilde bouwen. Als proef werd in deze ruimte met de hand dit schaalmodel gemaakt. Het model is op schaal 1:10, dus 1 meter van het model staat voor 10 meter in werkelijkheid.
Het schip behoorde tot de grootste en zwaarst bewapende schepen van de Nederlandse vloot in die tijd. De grootmast was ca. 50 meter hoog, dus in dit schaalmodel ca. 5 meter. Het schip was 46 meter lang, 12 meter breed en had een holte van 4,7 meter. De holte is de hoogte van het ruim (kiel tot dek). Het zegt iets over hoeveel lading het schip kan vervoeren.
‘Jullie mogen nu iets doen wat nooit mag,’ zegt Hans. ‘Jullie mogen het schaalmodel aanraken.’
Het model staat op een verhoging en Gerrit en Hans helpen ons er één voor één op. Daarna mogen we, met onze begeleiders, langs de rechterkant van het schip (stuurboord) van achter naar voren lopen en voorzichtig de details voelen.
‘De achterkant van het schip heet de spiegel,’ legt Hans uit. ‘Die werd altijd mooi versierd, zodat men in buitenlandse havens kon laten zien hoe kundig en welvarend men was. Het was een symbool van macht en status. Deze spiegel is extra rijk uitgevoerd: dit schip was de trots van de Nederlandse marine. Daarom zie je veel beeldhouwwerk, kleur en goud.’
Ria en ik zijn als eersten aan de beurt om deze driemaster te bewonderen. Allereerst voel ik het met houtsnijwerk versierde achterschip. Ria ziet twee lantaarns, een wapenschild en onderaan een aantal ramen.
Aan de zijkant van het schip leidt Hans mijn hand naar een klein poppetje dat aan de reling staat van het achterdek, zodat ik kan inschatten hoe groot het schip in werkelijkheid zou zijn. Wanneer ik het voorzichtig aanraak, valt het om. Ik schrik me rot — straks heb ik iets stukgemaakt. Hans stelt me gerust.
Ter hoogte van het middendek wijst Ria me op tuigage, het want, houten luiken, een soort kraaiennest (de mastkooi hoog in het want), kanonnen, zeilen en kisten voor de lading.
Ook passeren we twee masten. De bezaansmast (de achterste mast) is lager dan de andere masten en draagt een langsscheeps zeil: de bezaan of het latijnzeil. Iets verder staat de grootmast (de middelste, hoogste en belangrijkste mast). Deze draagt de grootste razeilen, zoals het grootzeil, marszeil en bramzeil.
Ik voel een stuk touw dat, zelfs voor een schaalmodel, behoorlijk dik aanvoelt. Ik vraag me af hoe stevig de touwen zijn geweest. Tot mijn verbazing zit er langs de zijkant van het schip al veel touwwerk; ik had dat vooral boven bij de zeilen verwacht. Ook verwachtte ik meer kajuiten op het dek. Het middendek is bijna helemaal open.
Af en toe moeten we een stap opzijzetten omdat we tuigage of uitstekende zeilen passeren. Bij het voorschip laat Ria mij de boeg voelen, met daarop een leeuwenkop — het boegbeeld. Hier staat de fokkemast (de voorste mast). Deze draagt de fok (het voorste zeil) en meerdere razeilen erboven. Ook bevindt zich hier een plateau in de zeilen waarop de bemanning kon staan.
Het is bijzonder om dit te ervaren. Ik had wel eens over het schip gelezen, maar het voelen vertelt toch veel meer. Ik wist dat het drie masten had, meerdere dekken, een brede en robuuste houten romp, en ca. tachtig kanonnen, verdeeld over twee gesloten geschutsdekken en het bovendek.
Wanneer ik van de verhoging stap, word ik opgevangen door Gerrit. Hij vertelt me dat het originele schip in 1665 binnen één jaar werd gebouwd, zonder bouwtekeningen. Nederland blonk in die tijd uit in scheepsbouwkunde. Wauw!

 

Foto van een schaalmodel van het 17e-eeuwse zeilschip De Zeven Provinciën. Het heeft drie masten met grote, beige zeilen die helemaal opgezet zijn. De achtersteven is rijkelijk versierd met kleurrijke ornamenten, waaronder figuren en wapenschilden in rood, blauw, wit en goud. Op het dek staan kleine standbeelden van mensen. De romp van het schip is gemaakt van hout en heeft een natuurlijke houtkleur, met een witgeschilderde onderste romp die net boven de waterlijn begint. Er zijn verschillende kanonnen zichtbaar aan de zijkant van het schip. Boven op het schip wappert een Nederlandse vlag. Het model staat op een blauw oppervlak dat lijkt op water, in een museumachtige omgeving. Aan de zijkant zijn andere scheepsmodellen en maritieme objecten te zien in een vitrine.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Beelden

Er zijn een paar laatkomers aangesloten bij de groep. We zijn nu in totaal met vier blinden en slechtzienden en vier begeleiders.
Gerrit wijst ons op een beeld van Michiel de Ruyter dat in de beeldsnijderij op de werf is gemaakt. Hij heeft één arm langs zijn lijf en in de andere hand houdt hij iets wat lijkt op een rol, staf of verrekijker. Ik voel een rond tot ovaal gezicht met een vrij brede kaaklijn en lang, golvend haar tot op de schouders. Hij heeft een opvallende, naar buiten toe omhoog krullende snor en een sikje. Het beeld toont hem fors en breedgeschouderd.
Naast hem staat een buste van het hoofd van Johan de Witt (1625-1672). Ik voel een smal tot ovaal gezicht. Hij draagt een hoofddeksel dat lijkt op een soort kapje of keppeltje. Hij heeft een hoog voorhoofd, volle wenkbrauwen en lang, krullend haar dat tot aan zijn borst reikt. Zijn neus is relatief smal, zijn mond klein en hij heeft een smal snorretje dat naar beneden hangt.

Paalworm

Hans laat ons een stuk hout voelen, waaraan te voelen is dat het is aangevreten door paalworm. ‘Het probleem met de schepen in de tropische wateren was een klein beestje: de paalworm. Die boort zich in hout.
Over het onderste deel van het schip werd daarom een laag goedkoop vurenhout aangebracht. De paalworm boorde door het vurenhout heen en kwam dan bij het harde hout van de échte romp, en koos dan voor een gemakkelijke weg opzij door het vurenhout. Eens in de zoveel jaar werd deze laag vurenhout vervangen. Bij De Batavia gebeurde dat ook zo.’

Kanon

Hans laat ons een kanon voelen dat is opgevist uit de Westerschelde, ter hoogte van Vlissingen, en volgens hem afkomstig is van het zusterschip van De Zeven Provinciën. Ik heb al eerder kanonnen gezien, maar elk is weer anders — dus ik wil deze ook aanraken.
Er staat een afbeelding van een vis op en het kanon staat op wielen. Het voelt verweerd aan, alsof het lang in zout water heeft gelegen.

 

Foto van een piramidevormige stapel van elf zware, zwarte metalen kanonskogels met witte strepen en versleten plekken erop. De kogels liggen op een stenen ondergrond. Op de achtergrond zijn twee mensen te zien, waarvan men alleen de benen ziet; één draagt een blauwe spijkerbroek en lichtgekleurde schoenen, de ander heeft een blauwe spijkerbroek en zwarte sportschoenen met rode veters aan.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

De spiegel van De Zeven Provinciën

Hans vertelt verder. Museum Batavialand wilde dus jaren geleden De Zeven Provinciën op ware grootte herbouwen. Ze zijn daarmee begonnen, en een deel van het schip ligt nog steeds op de werf. Omdat er in 2013 geen sponsoren meer waren, moest de bouw helaas worden stilgelegd.
Wat wél af was, is het rijkversierde achterschip. Dat staat hierin de zaal en mogen wij aanraken. Op dit soort schepen maakte de spiegel deel uit van de achterwand van de kajuit van de commandant. De meerdere ramen waren nodig om licht en zicht te geven vanuit de kajuit. De spiegel heeft een verticale en horizontale indeling, gevormd door houten stijlen en regels als onderdeel van de constructie van het hekwerk aan de achterzijde. Op de spiegel staat het wapen van de Staten-Generaal met kroon en schildhouders, oftewel het staatswapen van de Republiek, omringd door de gekroonde wapens van de provincies met daaronder een negende wapen, dat van de admiraliteit. Links en rechts van het geheel staan grote rode en gouden leeuwen. Boven op de kroonlijst staan twee engelfiguren (putti) naast een centrale vrouwenfiguur. Verder is de spiegel versierd met rijke barokke ornamenten die het geheel kleurig en indrukwekkend maken.
‘Op de spiegel staat de naam van het schip en zie je veel leeuwen,’ zegt Hans.
Ria laat me er een paar voelen: een grote, een gouden en een rode, en daarnaast nog enkele kleinere. Wat een enorm werk moet het zijn geweest om dit te maken!
Hans wijst me op het wapenschild van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het schild is goud met in het midden een rode, klimmende leeuw. De leeuw houdt in één poot een bundel met zeven pijlen (symbool voor eenheid) en in de andere een zwaard. Het schild wordt omringd door rijke gouden versieringen, krullen en twee grote gouden leeuwen links en rechts.
Naast het schild van de Staten-Generaal zijn zeven kleinere schilden te zien van alle provinciën afzonderlijk:

  • Gelre: Gedeeld schild met een blauwe helft met een gouden leeuw en een gouden helft met een zwarte leeuw.
  • Holland (bovenaan): Een rode leeuw op een gouden (gele) achtergrond.
  • Zeeland: Een rode leeuw die uit blauwe golven oprijst, op een zilveren (lichte) achtergrond.
  • Friesland: Vier blauwe schuine balken met rode pompeblêden (hartvormige waterleliebladen).
  • Utrecht: Witte en rode vlakken diagonaal gedeeld.
  • Overijssel (onderaan): Een rode leeuw boven blauwe watergolven.
  • Groningen (onderaan): Gedeeld schild met boven een keizersadelaar en onder een rode en witte baan.

Het schip werd gefinancierd met geld van de zeven provincies van het toenmalige Nederland, en elke provincie heeft zijn eigen wapenschild. Twee provincies — Utrecht en Groningen — hadden moeite met betalen, en daarom hangen die schilden bewust scheef.

 

Foto van een replica van de spiegel van het 17e-eeuwse zeilschip De Zeven Provinciën. Het houtsnijwerk is rijk versierd met opvallende kleuren zoals geel, rood, blauw en zwart. Bovenaan staat een figuur van een vrouw geflankeerd door twee naakte putti (engelachtige kinderen). Rond het schild bevinden zich meerdere leeuwen in reliëf, die ook prominent aanwezig zijn in de ontwerpen rondom het middenstuk. Aan de linkerkant staat een vitrine met een schaalmodel van een historische stad of fort, compleet met kleine gebouwen en een molen. Rechts is een groot model van het zeilschip De Zeven Provinciën zichtbaar, waarbij vooral het zeil goed te zien is. De vloer aan de rechterkant heeft een blauwe waterachtige print.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

‘Na de bezetting door de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waar de zeven provinciën zich tegen hadden verzet’ wilde raadspensionaris Johan de Witt, woonachtig in Holland, een sterke vloot om de Nederlandse handelsbelangen te beschermen,’ vertelt Hans, ‘Dankzij de enorme winsten van de VOC was daarvoor geld beschikbaar. Zo werden De Zeven Provinciën en haar zusterschepen gebouwd.’

Hij legt uit dat Nederland toen voortdurend zeeoorlogen voerde, vooral tegen Engeland. Elk land had zijn eigen vloot, en deze schepen waren een bron van nationale trots. Wanneer er geen actie was, lag het Engelse vlaggenschip in een zijrivier van de Theems, waar de Engelsen een grote ketting over de rivier gespannen hadden om vreemde schepen tegen te houden.
Op een avond in 1667 voer Michiel de Ruyter de rivier op, brak de ketting en stal het Engelse admiraalschip Royal Charles. De Ruyter sleepte het schip mee naar Nederland. Drie andere Engelse schepen werden in brand gestoken. Bij Hellevoetsluis wisten de Nederlanders niet goed wat ze met de Royal Charles moesten doen, dus het schip werd uiteindelijk gesloopt. De sierlijke spiegel werd bewaard als oorlogsbuit en bevindt zich nu in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Scheepskameel

We lopen een stukje verder. Gerrit vraagt of we weten wat een scheepskameel is. Die term ken ik niet. Het is blijkbaar een systeem van drijvers, dat aan een schip verbonden werd om de diepgang ervan tijdelijk te verminderen. Het scheepskameel werd in de Gouden Eeuw vooral gebruikt om de ondiepten bij het eiland Pampus te overwinnen, die de Amsterdamse haven onbereikbaar maakten voor diepstekende koopvaarders.

Zeilen, touwen en kanonskogels

We gaan een steile trap op naar een werkplaats in een grote ruimte. Ria laat me voelbare afbeeldingen van scheepsrompen voelen. Hans roept ons en vraagt ons aan een grote tafel te komen zitten op lange banken.

Zeemansknopen

‘De matrozen op de Batavia waren goed in het leggen van knopen,’ vertelt Hans. Hij geeft een voorbeeld door en we mogen zelf proberen de knoop na te maken met een touwtje. ‘Als je bv. een vaste lus in een touw nodig hebt, gebruik je de paalsteek. De paalsteek vormt een niet-schuivende lus en is geschikt voor het vastmaken en hijsen,’ legt Hans uit.
Hij doet de knoop stap voor stap voor:

  1. Maak met het touw een kleine lus waarbij het lange, staande eind omhoogloopt en het korte, losse uiteinde naar rechts wijst.
  2. Steek het losse uiteinde van onderaf door de lus — alsof een konijn uit zijn hol komt.
  3. Leid het losse uiteinde achter het lange staande eind langs — het konijn loopt om de boom heen.
  4. Steek het losse uiteinde vervolgens van bovenaf terug door de lus — het konijn gaat weer het hol in.
  5. Trek aan het lange eind en aan de lus om de knoop strak te trekken. Trek daarna het losse uiteinde goed aan om de knoop te vergrendelen.

Het lukt mij niet om de knoop te leggen. Ik besluit hem later thuis op internet op te zoeken.

Zeilen

Matrozen werkten veel met zeilen. Hans laat ons het gras zien waarvan vlas wordt gemaakt, en daarna een stukje echt vlas. De zeilen van VOC-schepen werden gemaakt van gesponnen vlas en hennep. Volgens Hans waren de stormzeilen van deze schepen wel 4 mm dik.
Met een plof legt hij een stuk zeildoek op tafel. Ik verbaas me over de dikte en stevigheid — het voelt als een harde, ruwe lap. Dat moet enorm zwaar werk zijn geweest om dat te hijsen, lijkt mij.

Kanonskogels

Hans leidt ons van de tafel naar een andere kleine houten tafel waar we omheen gaan staan. Gerrit geeft uitleg over soorten kanonskogels. Ik kende zelf alleen de standaard ronde kogels van massief metaal.
Hij geeft diverse kogels door. We zien de bekende ronde kogels, maar ook kogels die in de lucht uit elkaar konden vallen, langwerpige kettingkogels of stangkogels die zich tijdens de vlucht uitstrekten, én kogels met twee scherpe punten, bedoeld om zoveel mogelijk schade aan te richten.

 

Foto van een houten tafel met daarop diverse soorten kanonskogels. Er liggen twee grote metalen bollen: één van deze bollen heeft aan weerszijden scherpe, puntige uitsteeksels die eruitzien als spikes of kegelvormige punten. Deze lijkt zwaarder en heeft een donkerdere, iets verweerde metalen uitstraling. Verder liggen er twee ronde metalen platen met drie inkepingen of kleine holtes elk, die lijken op knoppen of bevestigingspunten. Deze platen zijn gekoppeld aan elkaar met een metalen schakelketting. Ook ligt er een losse metalen bol zonder uitsteeksels. De voorwerpen lijken oud en zwaar, ze zijn gemaakt van een donker, roestig metaal.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Gerrit legt uit dat kogels niet bedoeld waren om een schip lek te schieten, maar om de voortstuwing (zeilen en tuigage) te beschadigen. Zonder zeilen kon een schip zijn kanonnen niet goed richten. Een onmanoeuvreerbaar schip was kwetsbaar en vrijwel verloren.
Hij geeft een houten kanonskogel door. Deze was hol en gevuld met scherp metaalafval zoals schroot en spijkers. Bij inslag barstte het hout open, waardoor de scherpe stukken in het rond vlogen en grote schade of letsel veroorzaakten.

 

Foto van een houten tafel met daarop een aantal metalen kanonskogels. Centraal ligt een zwaar metalen staaf, met aan elk uiteinde een ronde, platte schijf. Aan één kant van het handvat is een scharnierend klepje zichtbaar, dat rond is met drie gaten erin. Daarnaast ligt een ander soort kanonskogel in de vorm van een bol met scherpe punten aan twee kanten. Op de achtergrond ligt een cilindervormige houten kogel, met donkere brandmerken aan één uiteinde.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Hans vult aan dat kanonskogels zwaar waren. Ze werden meestal gemaakt van gietijzer. Hij wijst op een zesponder — een kogel van ca. 2,7 kilo — en vertelt dat er ca. 2 kilo buskruit nodig was om zo’n kogel ca. 400 meter weg te schieten.
Hans vertelt verder: ‘Op De Batavia waren de kanonnen vooral bedoeld als bescherming tegen zeerovers. In die tijd waren er veel piraten actief rond de Straat van Gibraltar, de zeestraat tussen het zuiden van Spanje en het noorden van Marokko. Deze zeerovers maakten schepen buit of ontvoerden bemanningsleden voor losgeld.’
Hans vertelt vervolgens over de wind- en stromingspatronen op de Atlantische Oceaan. Daar bevindt zich een grote circulatie van passaatwinden en oceaanstromingen die in een bijna vaste baan rondwaait: langs Zuid-Amerika, de zuidelijke Atlantische Oceaan en vervolgens weer omhoog richting Afrika.
Zeeschepen uit die tijd konden niet hoog aan de wind varen; ze hadden wind schuin van achteren nodig. Wanneer een schip langs de westkust van Afrika in ongunstige wind terechtkwam, kon het dagenlang niet verder en moest het voor anker blijven tot de wind draaide. Daarom kozen VOC-schepen ervoor om via Zuid-Amerika te varen, vervolgens met de gunstige zuidelijke stroming mee te zeilen en zo via Kaap de Goede Hoop naar de Indische Oceaan te gaan.
Iemand vraagt hoeveel proviand ze meenamen voor een reis. Hans vertelt dat VOC-schepen voor zes tot zeven maanden aan voorraden meenamen — eten, drinkwater, buskruit en munitie. Op De Batavia voeren 340 mensen mee, waaronder zo’n 40 vrouwen en kinderen. Ook waren er ca. 100 (buitenlandse) huursoldaten, die zich aan de VOC verhuurden als militair.

Beeldsnijderij

Gerrit en Hans leiden ons een trap af. Het is alweer 14.00 uur geweest. We brengen een bezoek aan de beeldsnijderij. Zodra ik binnenkom, hoor ik gehamer. Volgens Hans zijn hier alle schitterende versieringen gemaakt die we vandaag hebben gezien, o.a. de spiegel van de Zeven Provinciën. De muren hangen vol met boegbeelden en ander prachtig houtsnijwerk in de vorm van miniaturen. Ria laat me het een en ander voelen.
‘Speciaal voor deze rondleiding mogen wij de werkplaats in,’ zegt Hans trots. We gaan door een hek waar bezoekers normaal overheen kijken om het werk van de houtbewerkers van een afstand te zien. We verzamelen ons rond een liggend boegbeeld in de vorm van een man.
‘Dit beeld was ooit één groot houtblok,’ legt Hans uit. ‘Het is door onze beeldhouwers met beitels en gutsen bewerkt tot een replica van een bestaand boegbeeld.’
Een beeldhouwer vertelt dat dit boegbeeld is gemaakt van naaldhout dat afkomstig is uit een oud Amsterdams gebouw.
Ik vraag waar het oorspronkelijke beeld heeft gestaan. Waarschijnlijk sierde het de boeg van een van de snel varende fluitschepen van de VOC.
Hans vraagt of we weten wat het beeld voorstelt. Het is een koopman, te herkennen aan zijn hoed, schoenen met gespen en een lange jas.
Hans legt uit dat de bouw van een VOC-schip werd betaald door de VOC. Daarna waren er mensen nodig om het schip te varen: een kapitein, een bootsman die de matrozen aanstuurde, en vertegenwoordigers van de VOC zelf. Dat waren de koopmannen. Zij bepaalden de bestemming en de handelsroutes van het schip. De koopman was de belangrijkste man aan boord vanuit het perspectief van de Compagnie.
Iemand vraagt hoe ze vroeger op zee wisten waar ze waren. Hans vertelt dat het kompas al heel oud is. Ze konden vrij nauwkeurig bepalen of ze op het noordelijk of zuidelijk halfrond zaten, door te meten hoe hoog de zon of de sterren aan de hemel stonden. Ze berekenden de hoek tussen een ster en de horizon. Nederland ligt rond de 52 graden noorderbreedte, en aan de hand daarvan konden ze hun positie vergelijken.
Het grote probleem was echter oost-west coördinatie, oftewel de lengtegraad. Die konden ze nog niet betrouwbaar bepalen. Dat lukte pas veel later, met de komst van nauwkeurige scheepschronometers in de 18e eeuw.
Hans wijst ons op de tijd, we moeten door. Opeens voel ik iets raars aan mijn tas. Eén van de touwtjes die we gebruikten om de paalsteek te oefenen, zit vastgeplakt aan het klittenband van mijn tas. Rood van schaamte geef ik het touw terug aan Hans.

Eten in de 17e-eeuw

We gaan naar buiten, waar we ons verdelen over twee picknicktafels. Ria en ik zitten tegenover de blinde man en zijn zoon. We gaan ruiken, proeven en voelen wat men aan boord van De Batavia at. Hans vertelt: ‘Speciaal voor deze rondleiding verlenen twee collega’s hun medewerking die zich in hun vrije tijd verdiepen in de drank en voeding uit de 17e eeuw. Wat at men toen? Wat deed men ermee? Hoe bereidde men het? Wat voor brood bakten ze? Dingen waren aan boord snel op of bedorven. Wat deed men dan, en welke materialen gebruikte men?’

De VOC

De VOC was in haar tijd ongekend rijk. Rond 1637 wordt de waarde van de VOC geschat op zo’n 76 miljoen gulden. Omgerekend naar de huidige waarde – rekening houdend met inflatie en koopkracht – wordt dit soms ruwweg vergeleken met ca. 7 biljoen euro. Er bestaat geen enkel bedrijf dat een vergelijkbare marktwaarde had.
Die rijkdom had een keerzijde. Over de hele wereld had de VOC handelsposten, waar gigantische bedragen werden verdiend. En waar veel geld is, ontstaat conflict.
De VOC was het eerste bedrijf dat aandelen uitgaf. Voor een bepaald bedrag kon iemand een klein stukje mede-eigenaar worden. Wie bijv. voor 10% in een schip investeerde, kreeg recht op 10% van de winst van die reis. De winsten gingen vooral naar rijke investeerders en regenten.
De VOC werd opgericht in 1602 en groeide snel uit tot een wereldmacht. Ze waren niet het enige land met een handelscompagnie: in 1600 richtten de Engelsen al de East India Company op. Ook Zweden (1731), Frankrijk (1664), Spanje en zelfs Denemarken (1616) hadden eigen Oost-Indische compagnieën.
De enorme rijkdom kwam vooral voort uit de handel in specerijen, zoals peper, nootmuskaat en foelie.

Kledij

Sjon, een van de koks, neemt het woord. Hij is bottelier. Een bottelier is aan boord van een schip verantwoordelijk voor het beheer van de voorraden: zorgen dat er voldoende eten, drinken en gebruiksgoederen zijn, dat alles wordt bijgehouden en dat de kok op tijd krijgt wat hij nodig heeft. De andere aanwezige kok is zijn zoon, die de bijnaam Kaneel heeft. Hij is kokkie op De Batavia.
Sjon draagt andere kleding dan Hans. Als onderofficier heeft een bottelier een onderscheidende jas: met manchetten aan de mouwen. Hij laat ons zijn kleding voelen. De stof van zijn jas is anders dan die van Hans: ruwer en steviger, wat past bij de werkende bemanning.
Hij draagt een pofbroek met wollen kousen. Aan zijn broek zitten broekstukken: dat zijn platte metalen plaatjes of munten (vaak zilveren), die aan de voorkant hingen om de sluiting te beschermen en te verzwaren. Ritsen bestonden nog niet; broeken hadden overlappende lappen stof met knopen of veters.
Veel zeelieden droegen een gouden oorbel. Daarvoor bestaan meerdere verklaringen, waarvan de meest gangbare twee zijn:

  • De oorbel kon de begrafenis op vreemd terrein betalen;
  • Of het goud kon worden gebruikt als men levend aanspoelde na een schipbreuk.

Zijn schoenen zijn van leer, met een harde, gladde zool en maar één veter. Bij de hiel zit een extra stuk leer: een hielstuk dat de schoen verstevigt.
Als riem draagt hij een touw, waaraan een mes en een tas hangen.
We krijgen een bord met kaas en cervelaatworst op tafel. Lekker — ik heb trek.
Sjon laat een geitenleren knapzak rondgaan, gevuld met gebruiksvoorwerpen. Ook geeft hij een allemanseind door. Dat herken ik van een stadswandeling door Enkhuizen met Oogcafé West-Friesland. Een allemanseind is een kwast van touw, de voorloper van het toiletpapier. Het hing buiten de boot als het niet gebruikt werd; het zeewater spoelde het schoon.
De geitenleren tas komt bij onze tafel aan. Hij is verbazingwekkend soepel.
Ria vergelijkt het met zeemleer. In de tas zitten een zwaar tinnen bord, een mok met brede onderkant en een theedoek met een keihard stuk brood erin.

Kaneel

De koks laten ons twee soorten kaneelstokjes voelen en ruiken. De echte dure kaneel is Ceylonkaneel, vertellen ze. Ceylon is de oude naam voor Sri Lanka. Kaneel is boombast, de binnenste schorslaag van de kaneelboom. Het kaneelstokje is een klein, licht cilindervormig buisje van ca. 5 tot 10 cm lang. De buitenkant voelt hard, droog en licht vezelig aan. Die heb ik wel eens gezien. Ik herinner me de kleur als warm medium- tot donkerbruin, soms met een iets lichtere binnenkant waar de laagjes zichtbaar zijn.
Daarna geven ze dezelfde kaneel door, maar dan gemalen. Die ruikt een stuk sterker.
De koks vertellen dat ze veel kool meenamen, omdat dat relatief lang goed bleef en voorkwam dat de bemanning scheurbuik kreeg.
Gerrit zegt dat er veel water mee ging, en bier. Bier bleef lang goed op zee. In die tijd had het ca. 3% alcohol, lager dus dan veel bieren nu.

Nootmuskaat en steranijs

We krijgen twee nieuwe bakjes. In de ene zitten nootmuskaatbolletjes. Ik wist niet dat ze zo groot waren. Het is een kleine, harde noot ter grootte van een kleine walnoot of een grote knikker (2 tot 3 cm lang). De vorm is ovaal of licht eivormig, met een onregelmatige, gegroefde buitenkant. De schil voelt keihard, droog en een beetje ruw aan. Ze zijn licht tot midden donkerbruin, soms met iets grijs of beige. De geur — vooral zodra je hem raspt — is warm, kruidig, nootachtig en krachtig.
In het andere bakje zit steranijs. Die ruikt heerlijk. Ik had ze nog nooit in hun oorspronkelijke vorm gevoeld. Steranijs ziet eruit als een ster met zeven tot negen punten. Elke punt is als een klein, hol schuitje.
De buitenkant voelt hard en knapperig maar tegelijk broos aan. De textuur is ruw en droog, een beetje zoals oud hout, met diepe groeven.
Volgens Ria zijn ze donkerroestbruin tot bijna mahonie. De geur is intens aromatisch: zoet, warm, licht peperig en sterk anijsachtig, een beetje zoals drop.

Staartpeper en lange peper

We krijgen twee nieuwe bakjes. Het zijn specerijen die al vroeg naar Nederland werden gehaald. Beide zijn familie van de zwarte peper. Ik herken ze niet.
Het eerste bakje blijkt staartpeper te zijn. Staartpeper lijkt op gewone zwarte peperkorrels, maar dan met een klein steeltje of ‘staartje’ eraan — vandaar de naam. Het lijken net piepkleine bolletjes met een mini-antenne eraan.
De korrels zijn rond, 3 tot 4 mm in diameter. Aan elke korrel zit een kort, dun steeltje van zo’n 2 tot 5 mm, meestal een beetje krom. De korrel voelt hard, droog en licht gerimpeld aan. Ze zijn donkerbruin tot zwart, en het steeltje is lichtbruin.
Het tweede bakje bevat lange peper. Ze zien er totaal anders uit dan gewone peperkorrels. I.p.v. een bolletje is het een langwerpige, cilindervormige kolf, die mij doet denken aan een worteltje of een mini-dennenkegel. Ze zijn zo’n 2 tot 4 cm lang en 5 tot 8 mm dik. Het oppervlak is ruw en bestaat uit kleine korreltjes of segmentjes die strak tegen elkaar aan liggen. Ze zijn keihard en een beetje knobbelig. Ze zijn donkerbruin tot zwart.
Deze specerijen zie je in Nederland bijna niet meer in de keuken, maar in andere landen — vooral in delen van Azië — worden ze volop gebruikt.

Koek

We krijgen een klein stukje ouderwetse krakeling te proeven. Een kok vertelt dat de krakeling een van de oudste koekjes is die we in Nederland kennen.
Ik proef de bekende krakelingsmaak meteen terug. De kok zegt dat er twee uitgesproken smaken in zitten: rozenwater en korianderzaad.
We krijgen daarna een tweede koekje, gemaakt van rogge (goedkoop meel) en een siroop van honing en rietsuiker. In die tijd gooide men nooit iets weg. Er zaten specerijen in, en de schilletjes van fruit werden gekonfijt. In dit koekje zit sinaasappelschil en cederappel. In de supermarkt vind je cederappel terug als sukade. Nooit geweten dat dat cederappel is.
‘Dit koekje heeft een verhaal,’ zegt de kok, ‘Aan het eind van het jaar waren er kermissen, en jonge mannen die verliefd waren op een vrouw kochten daar een kermiskoek (heerlijkmaker — oudhollands voor huwelijksmaker). De koek gaven ze aan het meisje op wie ze verliefd waren. Als de dame in kwestie het hoofd van de koek afbrak, was de verkering aan. Als ze de voeten afbrak, liet ze weten niets voor hem te voelen. De koek stond daarom bekend als vrijerskoek.’
Ik vind hem verrassend lekker. Ik houd helemaal niet van roggenbrood.

Brood

Een kok laat ons een brood voelen en proeven dat op ouderwetse wijze is gebakken. Het is desem¬brood en voelt heel hard aan. De korst is taai, maar van binnen is het zacht. Niet zo zacht als witbrood, maar wel zacht.
Het is het brood van de armen. Het bestaat voor 20% uit rogge en 80% uit rode wintertarwe. Die laatste graansoort ken ik niet. Er was toen monocultuur: men zaaide alles door elkaar. Daardoor ontstond een mengeling van granen, vaak met veel rogge.
We krijgen een tweede stuk brood: roggebrood zoals ze dat in het zuiden van Nederland maken. Dit wordt niet langzaam gekookt, maar fijn gemalen tot meel en vervolgens als een gewoon brood gebakken met roggendesem, zonder gist.
Het smaakt heel anders dan het huidige roggebrood. Ook de structuur is anders.
De kok vertelt dat de bakker letterlijk voor iedereen in het dorp brood bakte. Mensen hadden thuis geen oven en brachten hun eigen deeg of baksels naar de bakker om die daar te laten bakken.
Het is bijna 14.50 uur. De tijd gaat snel.

Graan

We krijgen opnieuw bakjes. In het eerste bakje zit aan de ene kant de gemalen versie en aan de andere kant de ongemalen versie van het product. Deze specerij kwam niet uit het oosten, maar werd meegenomen naar het oosten.
Het blijkt om korianderzaad te gaan. Dat werd vroeger gebruikt in krakelingen. Korianderzaad ziet eruit als kleine, ronde, beige bolletjes met fijne ribbeltjes. Ze zijn ca. 3 tot 5 mm groot en hebben een lichte, warme geur.
In het volgende bakje liggen moderne tarwe en de ouderwetse tarwesoort kamut. De oude korrels zijn duidelijk groter en meer traanvormig. Kamut is gevonden in Egyptische graftombes en is een van de oudste graansoorten die we kennen. Het heeft meer smaak, maar de opbrengst is kleiner. Sinds enkele jaren wordt het weer in Egypte verbouwd. Kamutkorrels zijn langwerpig, goudgeel en iets boller van vorm dan moderne tarwe, met een zachte, iets glanzende buitenkant.
Het derde bakje bevat bierborstel, het restproduct van het bierbrouwproces. Het bevat suikers en eiwitten en wordt tegenwoordig vooral als veevoer gebruikt. Het museum verwerkt het voor 5% in hun broden, net zoals vroeger.
Bierborstel ziet eruit als natte, grove vezels of vlokken, licht- tot donkerbruin. Het voelt wat kleverig en ruikt licht moutig.

Zeekaak

Het brood dat voorafgaand aan de reis werd gebakken, zat na een paar maanden vol meelwormen. Vanaf dat moment stapte men over op zeekaak. Dat kom ik nog wel eens tegen in historische romans.
Ik hoor iets op tafel kletteren. ‘Voor u ligt een stuk zeekaak. Dit werd eerst in water geweekt voordat men het opat,’ zegt een kok. Het is iets dikker dan een normale snee brood en klein en rond van vorm – een soort minibeschuit. Het is steenhard.
‘Het werd tweebak genoemd en werd gemaakt van twee delen bloem, één deel water en wat zout. Er werden gaatjes in geprikt zodat het vocht eruit kon. In de oven werd het langzaam gebakken, en de volgende ochtend nog een tweede keer,” aldus de kok.

Toert

Ter ere van het veertigjarig jubileum van het museum krijgen we een klein stukje te proeven van een historische appeltaart. Als er belangrijk (familie)bezoek kwam, bakte je in die tijd een ‘toert’ (=taart). Hoe groter de taart, hoe minder smaak het deeg had; het deeg diende om de vulling bij elkaar te houden. Men lepelde de inhoud eruit.
De smaak doet denken aan een klassieke appeltaart, met wat rozijntjes erin.

 

Foto van een houten plank met daarop een aluminium bakje met een deels opgegeten gebakken appeltaart. Er ligt een houten stok in het bakje. Op de achtergrond is een dik touw gespannen rondom een houten paal, met een klein informatiebord dat niet leesbaar is. De ondergrond bestaat uit een stenen bestrating.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Waterschip

Onderweg naar De Batavia wil Gerrit ons nog kort iets vertellen over een 16e-eeuws waterschip dat wordt nagebouwd. We stappen naar binnen. Gerrit laat ons een wand met allemaal piepkleine gaatjes voelen. Die gaatjes zitten aan de andere kant van het schip ook, vertelt hij. Ze bevinden zich niet overal: het schip heeft twee aparte compartimenten. Door de gaatjes kan water naar binnen en naar buiten stromen. Deze ruimte noemen ze een bun: een met water gevuld ruim waarin gevangen vis enkele dagen levend kon worden bewaard. Schepen met zo’n bun worden daarom bunschepen genoemd.
Deze grote, zware schepen waren ideaal voor de visserij met sleepnetten. Dat doet mij denken aan de stadswandeling in Enkhuizen die ik onlangs maakte ; daar lagen vroeger ook bunnen in de haven.
Al rond de 12e en 13e eeuw werd het in sommige gebieden verboden om met een volledig dicht schip naar de wal te gaan om vis af te leveren, omdat bedorven vis gezondheidsrisico’s kon opleveren. Men wist toen al dat het eten van dode of bedorven vis gevaarlijk kon zijn. Daarom werd later het bunschip ontwikkeld: het eerste bekende voorbeeld wordt beschreven in 1339. Het laatste bunschip dat uit het water is gehaald, dateert uit 1829.
Het type schip werd niet alleen gebruikt als vistransportschip; later deed het dienst als vrachtschip en zelfs als sleepboot. De gaatjes van de bun konden worden afgesloten met houten platen die op een ingenieuze manier werden vastgezet.
Dit schip wordt volledig van eikenhout gebouwd; alleen de mast en de zeilspriet zijn van dennenhout. In de 16e en 17e eeuw was dit het meest karakteristieke vissersschip van de Zuiderzee. Dit type schip werd later gebruikt in combinatie met het scheepskameel.

 

Foto van de binnenkant van de romp vaan een replica van een 17e eeuws waterschip. Het hout heeft een warme, geelbruine kleur met zichtbare houtnerf en knoesten. Over het oppervlak zijn meerdere kleine gaatjes verspreid. Er zijn ook enkele vierkante metalen plaatjes met een gat in het midden, die via spijkers of bouten aan het hout bevestigd lijken te zijn. Aan de onderkant van de foto zijn houten steunblokken zichtbaar die het hout optillen van de ondergrond. Daarnaast is een zwarte emmer geplaatst op de grond. Ook is er een stuk hout en wat ander gereedschap of bouwmaterialen rondom de structuur te zien.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

De Batavia

Via een steiger komen we bij de Batavia. De Batavia was een spiegelretourschip van de VOC en werd in 1628 in Amsterdam gebouwd. We staan nu naast de replica van het oorspronkelijke schip. Het schip is ca. 57 meter lang en 10,5 meter breed. De maximale diepgang bedraagt ca. 5 meter. De grote mast is ca. 55 meter hoog vanaf de kiel. De romp is van eikenhout; masten en dekken zijn van grenen. Onder de waterlijn bestaat de romp uit twee lagen eikenhout, een kenmerkende VOC-bouwmethode. Boven de waterlijn is het schip plank-op-frame afgewerkt. Aan de achterzijde heeft De Batavia een vlakke spiegel. Vroeger was het schip uitgerust met 24 kanonnen en had het een laadcapaciteit van zo’n 600 ton. De tuigage bestaat uit meerdere masten met een groot zeiloppervlak, geschikt voor de lange reizen tussen Europa en Azië.
Hans wijst ons op de spiegel met daarop drie schuine witte Andreaskruisen. Die verwijzen naar het wapen van Amsterdam. Om in buitenlandse havens te laten zien waar het schip vandaan kwam, werden die kruisen op de achterkant van het schip aangebracht.
Op de steiger ligt een grote, oude waterton. Tijdens de reis van Nederland naar Kaapstad nam men dit soort tonnen mee, vertelt Hans. Ze zaten vol water en voedsel. Aan boord at men veel grutten en bruine bonen.
Om aan boord te komen gaan we een moderne metalen trap op, en daarna weer af. Hans laat ons de grootmast voelen. Die is zo dik dat ik mijn armen er niet omheen kan slaan – ik kom slechts tot de helft.
‘De boot is gemaakt van eikenhout met balken van dertig bij dertig cm. Ook zitten er ringen vast aan het dek; die zijn om de lading vast te zetten. Pas dus op dat je niet struikelt of je hoofd stoot. Jullie mogen overal komen waar je kunt komen. We staan nu op het open middendek. Dit was het deel waar de matrozen vroeger de hele dag waren. Aan de voorkant zit een deur naar de werkplaats. De matrozen mochten nooit achter de mast komen. De mast is meer dan 50 meter hoog. Er bestaan weinig bomen die zo hoog zijn. Daarom maakte men eerst een lange, smalle kern en plaatste daar delen omheen. Daardoor werd de mast sterker. Ook in de hoogte bestaat hij uit drie delen.’
We lopen naar de achterkant van het schip, richting de hut van de kapitein. Eerst komen we in de ruimte waar vrouwen en kinderen verbleven. Boven ons zijn nog een paar hutten. We gaan door een deur met direct daarachter een open trap. De trap staat hier bewust zo onhandig; dat hielp bij de verdediging van het schip. Het was een strategisch punt bij een gevecht.
Na een opstapje komen we in de ruime kapiteinshut. We nemen plaats aan een lange tafel.

 

Foto van de kapiteinshut van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. Het interieur is van hout en de ruimte heeft een laag houten plafond met dikke, donker houten balken. Links en achter zijn massieve houten wanden met scheepsachtige spanten en verstevigingen zichtbaar. In het midden van de kamer staat een lange houten tafel omringd door houten stoelen met leren zittingen en rugleuningen, afgewerkt met metalen nagels rondom de randen. Op de tafel liggen verschillende objecten: een grote houten klos met een lang wit touw eromheen gewikkeld, een opengevouwen kaart of document, en een andere kaart met een kompasachtige tekening. Achter de tafel staat een houten kast met open vakken en een bureau. De vloer is eveneens van hout en vertoont sporen van slijtage.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Hans vertelt dat het schip uit meerdere dekken bestaat. Een verdieping lager is het kanonnendek, waar de matrozen sliepen op de grond, tussen balen touw en zeildoek. Nog een trap verder naar beneden ligt het koedek. Dat is slechts 1,2 meter hoog, dus je moet er gebukt lopen. Tijdens de heenreis sliepen hier honderd soldaten die in Batavia gingen werken. Daaronder ligt nog de laadruimte, en die is juist hoog.
Ria vraagt waarvoor de deuren aan de zijkant van de kamer zijn. Hans vertelt dat helemaal vooraan het schip gaten in een houten plank zaten: dat was het toilet voor de matrozen. Voor de hogere rangen waren in deze hut twee toiletten: één links en één rechts. Als de golven tegen de rechterkant sloegen, ging men links naar het toilet.

 

Foto van een van de toiletten in de kapiteinshut op De Batavia. Het is gemaakt van verweerd hout in verschillende kleuren - voornamelijk rood-oranje en natuurlijk hout. Het toilet bestaat uit een houten zitplaats met een rond oranje deksel in het midden, dat een opening in de zitting bedekt. Het toilet heeft gebogen armsteunen aan beide zijden en staat op een onderstel met schuin geplaatste poten. Achter het toilet bevindt zich een gebogen rode houten wand met verticale groene planken. De vloer is gemaakt van donkere houten planken.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Hans neemt afscheid van ons en vanaf nu mogen we zelf verder ontdekken. We bedanken hem voor de mooie rondleiding.
De achterkant en voorkant van het schip zijn hoger dan het middendek. Ria en ik gaan eerst helemaal naar boven aan de achterkant. Het is een avontuur op zich: steile trappen zonder leuning en soms hoge treden. Ria telt vier dekken boven het middendek. Vanaf daar dalen we weer af naar het middendek en bezoeken we de werkplaats met een werkbank. Ik had verwacht dat het schip voller zou staan met meubels, kratten en gebruiksvoorwerpen, maar het is redelijk kaal.
In de werkplaats nemen we een trap omlaag naar het kanonnendek. Natuurlijk bekijken we een kanon.

 

Foto van zwart metalen kanonnen op het kanonnendek van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. Ze zitten vast op houten oranje affuiten. De constructie van het schip is duidelijk zichtbaar met massieve, gebogen houten spanten en balken die de romp vormen. Het houtwerk vertoont een natuurlijke, verweerde uitstraling met verschillende tinten bruin en grijs. De gebogen ribben van het schip creëren een kenmerkende boogvormige structuur die typisch is voor historische scheepsbouw. Links hangen enkele lantaarns die een warm, gelig licht uitstralen. Door openingen in de scheepswand valt roze-achtig daglicht naar binnen, wat contrast creëert met het donkere interieur.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Er liggen hier meer spullen, zoals zeilen en touwen. Hangmatten hangen her en der in de ruimte en er staan ook korte stapelbedden.

 

Foto van slaapplaatsen op het kanonnendek van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. De houten vloerplanken hebben duidelijke naden en imperfecties in het hout. Rechts staat een stapelbed van ruwe houten planken zonder verf of afwerking, met twee niveaus waarop iemand kan liggen. Voor het stapelbed hangt een eenvoudige, lange, witte canvas hangmat die met touwen is bevestigd aan de houten constructie. Linksachter is een kanon te zien, geschilderd in rood met zwarte details. Er hangen een aantal lampen met een warme gele gloed die het binnenste van het schip verlichten. De wanden en het plafond zijn ook van hout, met zichtbare balken en verstevigingen. Door een klein raam schijnt een zwakke lichtstraal naar binnen.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Ria wijst me op een grote hoop touwen. Ze zijn dikker dan mijn bovenbeen en loodzwaar. Er zijn verschillende soorten, sommige hard, andere zacht.

 

Foto van het kanonnendek van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. Het meest opvallende zijn meerdere dikke, gevlochten touwen die over de houten vloerplanken liggen. Ze zijn gemaakt van natuurlijke vezels en zijn beige tot lichtbruin. Ze zijn in parallelle lijnen gerangschikt en lopen van de voorgrond naar de achtergrond van de foto. Bovenaan is een helgeel gevlochten touw zichtbaar dat diagonaal door de ruimte loopt. De touwen zijn stevig en dik gedraaid, en ze leiden vanuit de ruimte naar buiten door een kleine vierkante opening in de muur, waardoor licht naar binnenkomt. De ruimte heeft stevige houten planken aan de muren en vloer.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Het schip beweegt onder onze voeten en het kraakt af en toe. Er is een gat in de vloer met een net erover. Zo’n gat zagen we ook op het middendek, daar met een zeildoek eroverheen. Door dit gat werd de lading in het ruim gehesen.

Ria daalt af naar het koedek, maar ik blijf wachten op het kanonnendek. Ik kan de trap wel af, maar volgens mij is er verder niets te zien. Ik begin moe te worden en mijn energie om nieuwe indrukken op te slaan neemt af. Ria komt weer boven en vertelt dat het inderdaad kaal is.

 

Foto van het koedek van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. Het is een smalle, donkere houten ruimte. De vloer bestaat uit brede houten planken, licht verkleurd en iets versleten door gebruik. Aan beide zijden van het gangpad staan houten kisten of banken verspreid. Aan de rechterkant van de vloer liggen metalen ringen om lading aan vast te maken. De ruimte is laag, men moet bukken om erdoor te lopen. Er is enige verlichting links opgehangen, wat een warm licht verspreid. Verder naar achteren in de ruimte zijn er houten spanten die de structuur van het schip ondersteunen. Rechts bovenaan hangt een informatiebord met een onleesbare tekst.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Foto met een uitzicht vanuit een hoefijzervormige opening in een scheepswand van het kanonnendek van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. In de voorgrond bevinden zich twee grote, zwarte, gebogen metalen objecten die tegenover elkaar staan; ze lijken robuust en iets verweerd. Tussen deze twee voorwerpen ligt een dik, ruw touw dat naar de kade leidt. Op de achtergrond, zichtbaar door een opening tussen de houten balken, is groenachtig water te zien. Aan de overkant van het water is een kleine strook land te zien met gras en een rij stenen langs de waterkant. Verderop staan enkele gebouwen die eruitzien als huizen of kleine schuren, met een paar bomen die herfstachtig groen en geel kleuren. Rechtsonder in de verte zijn vlaggen te zien met blauwe en witte kleuren, bevestigd aan vlaggenmasten, langs een pad met hekwerk. De lucht is licht bewolkt en het algehele beeld straalt een rustige, landelijke sfeer uit.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Ria vindt nog een kamertje met karretjes en een grote tafel. Het lijkt een soort voorraadkamer. Een scheepsvrijwilliger laat ons de kleine kombuis zien. Die is niet veel groter dan onze eigen kleine keuken tuis. De ruimte heeft een stenen vloer en koperen wandbekleding. De vrijwilliger vertelt dat er op het schip twee mensen waren die vuur mochten gebruiken: de kok en degene die het grote licht achter op het schip aanstak.
Ik verbaas me over hoe klein de kombuis is. ‘Hier werden drie maaltijden per dag bereid voor 341 mensen,’ vertelt hij. Hoe dan? Er staan grote koperen pannen, al vind ik ze nog steeds klein voor dat aantal eters.

 

Foto van de voorraadkamer op het kanonnendek van het 17e-eeuwse zeilschip De Batavia. Het is een kleine, houten voorraadkamer met planken tegen de muren vol met allerlei keuken- en conserveringsvoorwerpen. Links hangen houten planken waarop verschillende aardewerken potten, flessen en kruiken staan, evenals manden en een aantal lappen stof of zakken. Op de planken liggen ook ronde kazen en andere voedselitems. In het midden van de ruimte staat een grote houten ton met daarop een houten plank. Op die plank ligt een grote ronde kaas en ernaast staan houten lepels en een potje. Aan het plafond hangen een lange witte worst en een stuk ham. De muren zijn van licht gekleurd hout, en er is een klein raam dat natuurlijk licht doorlaat.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

Foto van de kombuis op het kanonnendek van het 17e -eeuwse zeilschip De Batavia. Het is een kleine, hoekige ruimte met bakstenen muren die een donkerdere bovenkant hebben. Er staan twee grote metalen pannen op een houten rek dat boven de vloer is bevestigd. Er ligt ook een grote koekenpan, met een lange steel. Op de grond ligt brandhout en wat stro of hooi. Links is een klein boogvormig raam met metalen spijlen te zien, waardoor licht naar binnen valt.
Gemaakt door Ria op 8-10-2025.

 

We gaan terug naar boven, naar het middendek. We hebben inmiddels vrijwel alles gezien.
Ik wil de reling van het schip nog even voelen. Hier op het middendek is die heel hoog; Ria moet op haar tenen staan om eroverheen te kijken. Ria zegt dat de reling op de bovendekken lager is.
Via de metalen trap verlaten we het schip. Ik merk dat mijn energie echt op is.

Afsluiting

We lopen terug naar het hoofdgebouw voor een toiletbezoek. Daarna bezoeken we nogmaals de museumwinkel. Ik koop een zakje kaneelstaafjes, snoep dat ik al een tijd niet heb gegeten. Ook koop ik een knuffel van een rode papegaai. Ik steun een museum altijd graag met een aankoop.
Om 16.30 uur zitten we weer in de auto. Ik ben moe en besluit vanavond niet te gaan kajakken. Het is de sluitingstocht van dit seizoen, maar ik heb geen puf meer.

Wat vond ik ervan?

Wat een fantastisch museum is Museum Batavialand! Ik heb er van genoten. Het is echt een museum dat je met al je zintuigen kunt beleven, en dat maakt het voor mij extra waardevol. De rondleiding was ontzettend boeiend. Hans en Gerrit hadden zoveel kennis en vertelden met zoveel plezier dat ik er helemaal in werd meegezogen. Ik heb veel geleerd.
De groep was met acht deelnemers ook precies goed. Mijn ervaring is dat als je met meer bent, het vertragend werkt, omdat iedereen alles een voor een moet bekijken.
Van tevoren dacht ik dat we veel van hot naar her zouden moeten lopen, maar dat viel reuze mee. Alles was fijn opgedeeld in kleine stukjes, met gelegenheid om te zitten en rustig naar de verhalen te luisteren. Heerlijk!
Mijn absolute hoogtepunten? Het voelen van de historische kledij, het prachtige model van De Zeven Provinciën (ik had daar gerust een uur kunnen blijven staan) en het deel met de koks. Vooral bij het scheepsmodel had ik meer tijd willen hebben — er zat zó veel detail in dat ik nog lang niet uitgevoeld was. Maar ja, tijdens een rondleiding is de tijd altijd beperkt.
Voor mensen met een visuele beperking is Museum Batavialand echt een dikke aanrader. Op aanvraag regelen ze een rondleiding die speciaal is afgestemd op de doelgroep, en dat merk je aan alles.
Als je zelf op ontdekkingstocht gaat: wees voorzichtig aan boord van de Batavia. Er zitten ringen en gaten in de dekken en hier en daar uitstekende balken in de plafons. Maar laat je daardoor vooral niet tegenhouden — het is absoluut de moeite waard.
Als ik weer in de buurt ben, ga ik zonder twijfel opnieuw langs. Onlangs las ik dat ze naast de beeldsnijderij ook andere ambachten live demonstreren, zoals in de tuigerij en de smederij. Dat wil ik zéker nog een keer meemaken!

Meer weten?

Wil je meer weten over Museum Batavialand in Lelystad of wil je er zelf eens heen? Klik dan hier om naar hun website te gaan.

Nooit meer een Tikje Anders blog missen?

Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!

Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.

Deel dit bericht met je netwerk!


Ontdek meer van Tikje Anders

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

1 gedachte over “Impressie > Voelrondleiding Ontdek de Batavia met je handen (oktober 2025)

Laat hier jouw reactie achter op bovenstaande blog