Hoe sport ik met mijn visuele beperking?

Foto van Debby die met haar benen omhoog zit in een aerial yoga doek.

Deel dit bericht met je netwerk!

Om de vrijdag blog ik over hoe ik dingen aanpak met mijn visuele beperking. Het betreft zaken die mensen aan mij vragen of juist niet durven vragen. Deze keer: Hoe sport ik met mijn visuele beperking?

 

Vooroordelen

‘Jij kunt zeker niet veel sporten doen.’
‘Je kunt nooit sporten in een reguliere groep.’
‘Je was vast vaak bang bij de gymles op school.’
Nou, onjuist! Ik doe het op een andere manier, maar sporten en bewegen kan ik wel.

 

Vooraf

Deze blog heb ik geschreven aan de hand van een lezersvraag van iemand met een visuele beperking.

Hai Debby,
Ga je naar een sportschool of doe je een andere sport? Welke sport is dat dan en hoe gaat dat? Ik ben ook benieuwd hoe jij eventuele lessen volgt en welke dan. Welke hulp heb je erbij nodig? Zijn de docenten een beetje bereidwillig om wat extra hulp of aanwijzingen te geven?
Groetjes Adriana

Momenteel sport ik, wegens medische redenen, niet. In het verleden deed ik dit wel. Ik heb veel sporten uitgeprobeerd. Er zijn veel sporten die ik leuk vind. Voor sommige dingen moet ik ver reizen en dat heb ik er niet voor over. Tegenwoordig ben ik nagenoeg blind, maar vroeger kon ik nog iets zien. Dat maakt verschil in wat ik qua sport kan doen.

In de blog ‘Hoe leg ik uit wat ik als blinde of slechtziende zie?’ is te lezen wat ik vroeger zag en wat ik nu nog zie.

 

Ondanks dat ik veel heb gedaan en uitgeprobeerd, kwam ik er na het schrijven van deze blog achter dat ik helaas bijna geen foto’s heb van mijn sportervaringen. Op de meeste foto’s die ik van sporten heb, sta ik niet alleen. Wegen privacy redenen heb ik daarom alleen foto’s van een yogales, waar ik alleen op sta.

 

Hieronder bespreek ik mijn ervaring en geef ik antwoord op de vraag: Hoe sport ik met mijn visuele beperking?

 

Gymles op school

Op het speciaal onderwijs en het regulier onderwijs had ik gymles. Er was een duidelijk verschil voor mij.

 

Gymles op speciaal onderwijs

Voor mijn basisonderwijs en mijn mavo-opleiding ging ik naar de school van Koninklijke Visio in Amsterdam. Dit is een school speciaal voor leerlingen met een visuele beperking. In mijn klas zaten ongeveer tien kinderen, waarbij de visuele beperkingen uiteenliepen van blinde kinderen tot leerlingen die ongeveer 25% zagen. Ik was een van de leerlingen die het slechtst zag.

 

Gymzaal

Onze gymzaal was kleiner dan een standaard gymzaal. Er was veel licht en er waren duidelijke lijnen op de grond. De vloer was donkergroen en de lichtere muren staken hier contrasterend tegen af. De lijnen op de vloer waren veelal wit of geel en er waren rode lijnen. Deze laatste kon ik niet goed zien.
We hadden niet veel speciale materialen voor leerlingen met een visuele beperking, maar er waren wel grote oranje pilons.

 

Gymles: Fase 1

In het begin had ik gymles met mijn eigen klas. Dat ik slechter zag dan de meeste anderen was frustrerend, maar het maakte wel dat ik uitgedaagd werd om het beter te doen. We deden veel verschillende dingen met gym: wandrek- en touwklimmen, balspelen, lopen over de evenwichtsbalk, hoog- en verspringen, enz. Alles wat je op een reguliere school ook doet. Bij mooi weer hadden we gymles op het grasveld achter de school of gingen we hardlopen in het park.

 

Balspelen

Balspelen waren lastig voor mij, omdat ik de bal niet kon zien. Op hockey na, hadden we geen aangepaste ballen, zoals ballen met een belletje of in een felle kleur. Alleen in de hockeybal zat een belletje, zodat ik hoorde waar hij was. Bij teams maken werd ik als een van de laatsten gekozen, omdat ik zo slecht was in balspelen. De gymdocent had daarom speciale regels voor mij en een andere nagenoeg blinde leerling.

  • Wij mochten bij balsporten, zoals voetbal en basketbal, niet worden aangevallen als we de bal hadden. Dit mocht pas als we op twee derde van de zaal waren.
  • Bij volleybal mocht de bal een keer stuiteren voordat ik hem ving.
  • Bij honk- en slagbal mocht ik pas worden uitgegooid na het tweede honk.

Ik was slecht in alle balsporten. Bij honk- en slagbal kon ik de bal nooit raken met het slaghout. De leraar liet mij de bal uiteindelijk gewoon gooien. Ook met het rennen naar de honken zag ik de aanvallers nooit aankomen en de keren dat ik een homerun heb gerent zijn op een hand te tellen. De grootste hekel had ik aan trefbal. Er was een periode dat we dit veel deden. Mikken kon ik slecht en omdat ik de bal niet zag, was ik snel af. De anderen voetbalden ook in de pauze op het schoolplein. Daar deed ik nooit aan mee.

We hebben twee gymdocenten gehad in mijn tijd op de school. De eerste was er, naar mijn mening, niet op haar plek en was na een paar jaar weg. Op mijn rapport kreeg ik van haar een onvoldoende voor gym, omdat ik de bal niet kon vangen. Mijn moeder is toen boos naar school gegaan. En dit op een school voor leerlingen met een visuele beperking! De tweede pakte de lessen beter aan.

 

Hoog- en verspringen

Voor verspringen gebruikten we een startlijn op de vloer. Ik kon geen hoogte en diepte inschatten en deed dus altijd zo goed mogelijk mijn best om zo ver of hoog mogelijk te komen. Bij hoogspringen lag achter de draad een dikke mat, zodat ik niet bang was te vallen. Ik kon me zo volledig focussen op het springen.

 

Evenwichtsoefeningen

Net als bij veel zeer slechtzienden was, en is, mijn evenwicht slecht. Het was frustrerend mijn klasgenoten over de evenwichtsbalk te zien lopen zonder probleem en er zelf na elke halve meter weer af te vallen. Ik kon er alleen overheen lopen als de gymdocent mijn hand vast hield.

 

 

Klimmen, touwen en ringen

Wandrek- en touwklimmen vond ik leuk om te doen. Ik was nooit bang om te vallen. Ook ringoefeningen vond ik leuk. Zwaaien, koppeltje duikelen en klimmen, kunnen allemaal op gevoel en gingen daarom prima. Ook op het schoolplein hing ik graag in het klimrek en aan de rekstok.

 

 

Hardlopen en Shuttle Run Test

Naast mijn visuele beperking heb ik ook astma, wat maakt dat ik met sporten waar je hardslag van omhooggaat sneller buiten adem ben. Ik deed altijd mijn best om de anderen bij te houden, omdat ik niet voor ze wilde onderdoen, wat vaak uitmondde in een benauwdheidsaanval. Het was lastig daar mijn balans in te vinden.

 

 

Overige dingen

Als de hele zaal volstond met materialen waar we overheen moesten klimmen zonder de grond aan te raken, vond ik dat ook altijd erg leuk. Het werd lastiger als het een wedstrijdelement kreeg, omdat ik met tikkertje een makkelijk doelwit was.
Dingen als de trampoline en de saltostoel vond ik ook geweldig. Deze laatste was een stoeltje dat in de ringen hing, waarin je jezelf vast kon zetten. Door voor- en achterover te duikelen kon je de ringtouwen laten bewegen en uiteindelijk ermee schommelen. Met de trampoline moest ik wel voorzichtig zijn, omdat mijn netvlies snel scheurde als ik heftige schokken kreeg.

 

 

Gymles: Fase 2

Rond mijn 13e besloot de school zeer slechtziende en blinde leerlingen apart gym te geven van de andere leerlingen. Wij noemden dit ‘Blindengym’ of ‘Kneuzengym’. Dit vond ik verschrikkelijk. Het gaf mij het gevoel dat ik niet goed genoeg was voor de gewone gym. Naar gelang de lessen vorderden, kreeg ik er een steeds grotere hekel aan. Ik wilde me uitgedaagd voelen en dat gebeurde absoluut niet in deze groep. Ik was, voor mijn gevoel, de beste gymmer van de groep. De meeste anderen durfden niets en oefeningen duurden voor mijn gevoel eindeloos, voordat iedereen het een keer gedaan had. De lessen monden er uiteindelijk in uit dat ik bijna elke les in de saltostoel zat en de anderen dingen deden die zij leuk vonden. Een tweede nadeel was dat ik mijn oude klasgenoten minder zag en sprak dan daarvoor. Samen sporten geeft een verbinding en die miste ik.

 

Gymles op de reguliere school

Na de mavo ging ik naar een reguliere havo, waar ik instroomde in de 4e klas. Dit was een grote verandering voor me. Je moest bepaalde onderdelen kunnen bij gym en je kreeg daar een cijfer voor. Gelukkig had ik vrijstelling voor gym. Om verbinding te krijgen met mijn klas ging ik in het begin toch naar gym. Aan balsporten deed ik niet mee, maar dingen als rekstokken probeerde ik wel te doen. De docent wist volgens mij niet goed wat hij met mij aan moest inde les. Er was ook minder tijd om mij te ondersteunen. In de zomer hadden we buiten gym. Ik wist niet waar het was en na een paar keer vergeefs op klasgenoten te hebben gewacht, deed ik daar niet meer aan mee. Ik had geen connectie met de klas. Dat is een verhaal voor een ander moment. Kortom kwam het erop neer dat ik een paar jaar ouder was dan zij en zij geen mensen met een beperking gewend waren, wat maakte dat ik voornamelijk werd genegeerd. Uiteindelijk besloot ik dat ik mijn tijd beter kon gebruiken voor mijn huiswerk, waar ik ’s avonds al uren mee bezig was.

 

Theaterles: toneel en beweging

Tijdens mijn middelbare scholtijd heb ik een paar jaar theaterles gevolgd bij een toneelschool in Amsterdam. Mijn ouders brachten en haalden me elke zaterdag. We hadden les in een balletzaal met veel licht. Aan een kant was een spiegelwand met een balletbar. De vloer was donker en de muren waren licht. Dit zorgde ervoor dat er veel licht voor mij was en veel contrast. De les bestond uit twee delen: beweging en toneel. Het was een reguliere groep en ik was de enige met een beperking. Ik was deel van de groep en werd door iedereen normaal behandeld. Dit voelde prettig.
Bij de bewegingslessen stond ik vlak bij de docent, zodat ik kon zien wat zij deed en ze me makkelijk bij kon sturen als ik iets fout deed. Ze gaf duidelijke aanwijzingen. De anderen hielpen hier ook bij en dan op zo een manier dat ik me niet betutteld of gedenigreerd voelde. We herhaalden dingen uit de vorige les en doordat ik een goed geheugen heb, kon ik het prima volgen.
Bij toneel deden we meestal opdrachten in kleine groepjes. Het samenwerken ging door de sfeer en houding van de anderen goed. Het lastigste vond ik als we door elkaar heen moesten lopen door de zaal, terwijl we een oefening deden. het goed uitvoeren van de oefening en tegelijkertijd op mijn omgeving letten kostte mij veel energie.

Door de theaterlessen leerde ik soepeler te bewegen. Een bijkomend voordeel voor mij als zeer slechtziende was dat ik meer leerde over gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal. Ik dacht dat ik wist hoe mensen keken en dat ik dat prima na kon doen. Tijdens de lessen kregen we soms opdrachten als ‘Kijk verdrietig’ of ‘Kijk boos’. Hier had ik onverwacht veel moeite mee. Ook deden we veel met houdingen die bij de emoties hoorden. Dit gaf me meer inzicht in lichaamstaal.
Op het speciaal onderwijs deden wij niets met theater. Achteraf lijkt me dat een gemiste kans voor leerlingen met een visuele beperking. Later is de school deze lessen gaan geven, maar voor mij was dat te laat.
Na een paar jaar moest ik stoppen met de theaterlessen, omdat ik naast theaterles ook paardrijles had en ik drie dagen in de week op de manege was om te trainen voor wedstrijden. Het was een moeilijke keus, die ik moest maken omdat het naast mijn schoolwerk te veel energie kostte.
Toneel lijkt me nog steeds leuk. Misschien dat ik het hier in de buurt nog eens ga doen. Het lijkt me alleen veel lastiger nu ik de anderen op het toneel of in de les niet zie.

 

Paardrijden

In mijn jeugd reed ik ruim tien jaar lang paard op de Prins Willem-Alexander manege in Amsterdam-Zuidoost. Dit is een manege speciaal voor mensen met een beperking. Ik had les met mensen met diverse beperkingen, zoals autisme of lichamelijke beperkingen. Er waren ook mensen zonder beperking: helpers. Zij liepen bijvoorbeeld naast het paard mee bij mensen die dit nodig hadden. In het begin liep er iemand naast mij mee, maar al snel mocht ik zonder hulp tijdens de les rijden.
Mijn ouders reden me elke vrijdagavond naar de manege en wachtten op mij, samen met de andere ouders, in de kantine. Later werd het driemaal per week, waarvan een privéles. Ik trainde voor dressuurwedstrijden en als die goed bleven gaan, streefden we naar de Paralympics.
We reden in de binnenbak, buitenbak of door het park. Aan de wanden van een paardenbak hangen letters, die gebruikt worden om figuren met het paard te rijden. Dit zijn dingen, zoals:

  • Vanaf K schuinoversteken naar M;
  • Rijd een volte bij C (cirkel);
  • Sta bij B stil en doe drie stappen achteruit.

Ik kon de letters niet zien, maar wist waar ze ongeveer waren. Ik zag een wit vlak. Bij wedstrijden was dit lastiger, omdat de contrasten in de paardenbakken van andere maneges vaak slechter waren. Voor blinde ruiters wordt regelmatig gebruik gemaakt van mensen die in of om de bak bij de letters staan en de letter roepen waar je het dichtstbij bent, zodat je je kunt oriënteren. Hier heb ik nooit gebruik van gemaakt, omdat ik de lettervlakken zag en als dit niet kon, hadden mijn trainer en ik een duidelijke afspraak: hij noemde de vorm die ik moest rijden vlak voordat ik het daadwerkelijk moest doen. Zo wist ik waar ik ongeveer was en kon ik het paard aansturen om de juiste vorm te rijden.
Bijna elk weekend was er een wedstrijd. Hetzij op onze manege, hetzij ergens anders in Nederland. Op de andere maneges kende ik de weg niet en daar had ik meer hulp nodig. Zo’n wedstrijddag duurde lang en bestond uit veel wachten. Voor de wedstrijden had ik speciale rijkleding, waaronder een witte rijbroek en blouse. Vlak voordat ik de wedstrijd in ging, kleedde ik me pas om. Witte kleding blijft met mijn visuele beperking nooit lang schoon.
De buitenrand van de bak (de hoefslag) kon ik goed volgen, omdat deze iets dieper ligt dan de rest van de bak. Dit komt doordat de paarden er aldoor overheen lopen. Ik voelde het als het paard van de hoefslag af ging en kon dan bijsturen.
We merkten dat een extra intelligent paard voor mij beter was. Deze ontweken uit zichzelf mensen die in de bak rondliepen of namen zelf initiatief om over een hindernis te springen als ik iets te laat reageerde.
Je moet niet bang zijn om te vallen als je paardrijdt. Ik heb aardig wat blauwe plekken opgelopen. Af en toe gebeurde er iets waardoor ik eraf viel. Zo moest ik ooit over een hindernis springen en gaf ik iets te laat de opdracht voor de sprong. Het paard stond vlak voor de hindernis stokstijf stil en ik vloog er overheen. Als een paard schrikt kan hij bokken en daardoor ben ik ook een paar keer gevallen.
Bij buitenritten reed ik meestal achter de docent. Zij waarschuwde als er takken waren waarvoor ik moest bukken. Deze buitenritten vond ik het leukst. In de zomer was er paardenkamp, waarbij we met een huifkar door Drenthe trokken. De ene helft van de dag reed je paard en de andere helft liep/reed je mee met de huifkar. Het gebeurde regelmatig dat ik een hele dag mocht rijden, omdat er iemand uitviel. Buiten rijden gaat prima, als je degene voor je kunt vertrouwen en het paard er niet vandoor gaat. Een keer schrok mijn paard ergens van en sprong opzij, waardoor ik door een tak, net als een tekenfilmfiguurtje, van mijn paard werd geslagen.
De Paralympics heb ik nooit gehaald. Rond mijn 16e ben ik gestopt met rijden, omdat ik de sfeer op de manege onprettig begon te vinden en ik, na de zoveelste wissel, weer een nieuwe trainer had. Tien jaar later wilde ik weer rijden. Inmiddels woonde ik op mezelf en ging met de regiotaxi (WMO-vervoer) heen en weer naar de manege. Helaas moest ik binnen een jaar stoppen met rijden, omdat mijn oogklachten extra opspeelden na het rijden. Er ontstonden aldoor glasvochtbloedingen in mijn rechteroog, die waarschijnlijk werden veroorzaakt door de beweging van het paard en de verslechtering van mijn netvlies.
Af en toe denk ik erover weer te gaan rijden. Het zal nu alleen anders zijn nu ik niets meer zie. Al mijn oude oriëntatietrucjes werken niet meer.

 

Yoga

In 2014 ontdekte ik yoga. Voor die tijd dacht ik dat het iets sufs was en voor zweverige types. Een slechtziende vriendin vroeg me mee te doen met een speciale yogalessenreeks voor visueel gehandicapten bij Yoga Today in Weesp. De yogadocente gebruikte dit onderwerp als afronding van een yogaopleiding. Het leek mij een leuke manier om het uit te proberen. Een bijkomend voordeel was dat het voor mij op loopafstand was. Al snel was ik verkocht.
De ruimte was goed verlicht en de yogamatten gaven een goed contrast met de lichte vloer. De docente gaf duidelijke instructies. Ze zat te ver voor mij om haar te zien, maar door haar uitleg snapte ik wat ik moest doen. Als ik een beweging niet zo deed als hoorde of in en onjuiste houding zat, corrigeerde ze dit door mijn armen, benen of rug in de juiste houding te duwen, zodat ik voelde hoe het moest. Ze gaf instructies zoals:

  • Steek je linkerarm recht omhoog, met je handpalm naar voren.
  • Stap met je linkerbeen zo ver mogelijk naar achter. Je knie raakt niet de grond.
  • Zet je rechtervoet midden tussen je handen op de mat.
Foto van een liggende Debby in een aerial yoga doek met een oogzakje op haar ogen en haar staart hangend uit het doek.
Gemaakt door Yoga Today in 2014

Het voordeel van yoga is dat je het doet op je eigen mat, waardoor je niet bang hoeft te zijn dat je anderen raakt. Je kunt je volledig focussen op jezelf.
Voorafgaand aan de lessenreeks hebben we besproken aan welke dingen we als groep wilden werken. Veel visueel beperkten hebben nek- en schouderklachten, moeite met evenwicht en we wilden onze houding verbeteren. De docente paste de oefeningen hierop aan. Het mooie van yoga is dat je kunt variëren in de houdingen, zodat als je iets door medische redenen niet kunt doen er altijd een alternatief is. Ik kan bijvoorbeeld niet te lang met mijn hoofd ondersteboven hangen. Ik krijg dan last van mijn ogen. In elke houding die we deden, waar dit bij nodig was, was er voor mij een alternatief.
We experimenteerden met verschillende vormen van yoga. Yin yoga bleek niets voor mij, veel te langzaam. Wat ik wel leuk vond was:

  • Hatha yoga: Dit is de basisvorm van alle yogavormen.
  • Vinyasa (flow) yoga: Je gaat van de ene naar de andere yogahouding aan de hand van je ademhaling. De volgorde van de houdingen kwam in de les steeds weer terug, zodat ik gedurende de les steeds minder hulp nodig had, omdat ik van de vorige ronde al wist wat we hadden gedaan. Deze yogavorm gaf me achteraf het gevoel dat ik flink had gesport. Tijdens de les voelde ik mijn spieren goed werken en ik ging er zelfs van zweten.
  • Earial yoga: Hierbij maak je gebruik van een doek die in een lus vanaf het plafon omlaag hangt. Je kunt geheel in het doek liggen, onderste boven hangen of hem als steunpunt gebruiken. Deze vorm was voor mij vooral fijn, omdat het hielp bij mijn evenwichtsproblemen.

 

Foto van Debby die in een aerial yoga doek zit.
Gemaakt door Yoga Today in 2014

Na afloop van de lessenreeks ben ik twee keer per week yogalessen blijven volgen op de yogaschool. Deze keer in een reguliere groep. Het ging hetzelfde als bij de speciale lessen.
In 2016 verhuisde ik, waardoor ik moest stoppen met de lessen. Ik heb hier in de omgeving rondgekeken naar yogascholen, maar de afstand hield me tegen lessen te volgen. Op mijn werk werd een keer per week yogales gegeven en ik heb me daarbij aangesloten. Eens in de week na werktijd deden we yoga in een vergaderzaal. De docente was iets zweveriger en had meer moeite om uit te leggen wat ik moest doen. Na een jaar ben ik er mee gestopt, omdat ik pas om 19.30 uur thuis was. De dag kostte hierdoor te veel energie.
Na het wisselen van werkgever zag ik live lessen niet meer zitten. De reistijd en de vaste tijden van een les stonden me tegen. In 2019 kwam hiervoor een mooie oplossing op mijn pad toen een jeugdvriendin mij benaderde met de vraag haar onlineyogaprogramma voor visueel gehandicapten op toegankelijkheid te testen en haar tips te geven waar rekening mee te houden bij de inhoud van de lessen. Het zat goed in elkaar en het is fijn yoga te kunnen doen wanneer ik wil. De audio-opnames en filmpjes van de lessen staan online en deze speel ik via mijn telefoon af. Sinds 2019 ben ik nu dan ook lid van het onlineyogaprogramma ‘Meer flow in je leven’ van Onbeperkt Beperkt van yogadocente Aletta van Oostveen.
Afgelopen tijd doe ik door medische redenen even helemaal niets qua sport. Ik hoop yoga snel weer op te pakken, waarbij ik waarschijnlijk begin met de ademhalingsoefeningen in het programma van Aletta.

 

Klimmen en abseilen

Tijdens mijn tijd bij revalidatiecentrum Visio Het Loo Erf in Apeldoorn maakte ik kennis met klimmen op een klimmuur en met abseilen. Tijdens het klimmen word je gezekerd door iemand die op de grond staat. Dit betekent dat je met een touw verbonden bent aan iemand beneden. Het touw loopt omhoog tot de bovenkant van de klimmuur en vanaf daar weer omlaag. Als je de klimmuur loslaat blijf je hangen. Het klimmen en abseilen gaf me een kick.
Tijdens het klimmen zorg ik dat ik met drie punten verbonden ben met de wand. Als mijn voeten en linkerhand een goed steunpunt hebben, voel ik bijvoorbeeld met mijn rechterhand om me heen naar een nieuw, hoger steunpunt. Daarna verplaats ik mijn linkerhand, waarna een voor een mijn voeten.
Klimmen vond ik zo leuk dat ik een korte klimcursus voor visueel gehandicapten heb gedaan bij Amsterdam Sloterdijk. Ik ging hier met de regiotaxi naartoe, omdat het niet bij mij om de hoek was. Vanwege de afstand ben ik er niet mee door gegaan. Wel heb ik een paar keer met een groepsactiviteit van de jongerenafdeling van de Oogvereniging geklommen. Het leukst vond ik het toen ik mezelf mocht zekeren. Al hangend en klimmend, moest ik ervoor zorgen dat er spanning op mijn touw bleef. Ik was zelf verantwoordelijk voor mijn eigen veiligheid.
Helaas merkte ik dat ook hier mijn oogproblemen extra opspeelden. Tijdens het klimmen zet je kracht en die spanning had effect op mijn ogen. Als wekelijkse sport ga ik het niet doen, maar ik ga zeker nog eens de klimwand op.

 

Skiën

Met mijn ouders ben ik als kind op skivakantie geweest naar Seefeld in Oostenrijk. Ik leerde daar skiën in een reguliere skigroep. Het van de berg afsuizen, gaf me een kick. Op de vrije momenten skiede ik ook met mijn vader. Hij had een zwart skipak met gele accenten, waardoor hij voor mij goed afstak tegen de sneeuw. Ik droeg geen skibril, omdat ik vond dat die mijn gezichtsveld beperkte. Bovendien had ik extra baat bij fel licht en de weerkaatsende sneeuw was voor mij heerlijk. Het zorgde voor duidelijke contrasten.
Op het voortgezet speciaal onderwijs zijn we ook drie keer wezen skiën in Kitzbühel in Oostenrijk. Ook hier droeg ik geen skibril. School wilde dat alle blinde leerlingen een geel hesje droegen waarop stond dat we blind waren. Ik weigerde dit te dragen, omdat ik niet anders wilde zijn dan mijn klas genoten. Ik werd ingedeeld in de ervaren skigroep, maar dat bleek een fout. Van tevoren had ik al gezegd dat ik het al een tijd niet meer had gedaan, maar er werd gezegd: ‘Skiën is net fietsen, je verleert het nooit.’ Nou, ik was de uitzondering. Daar kwam school binnen 10 minuten ook achter en ik mocht met mijn eigen klas meedoen. Ook hier skiede ik achter de skidocent aan. Door me op hem te focussen, lette ik nauwelijks op de omgeving. Zolang ik zijn spoor volgde kon er niets misgaan. Hoopte ik. Ik viel vaak. Net een stuk glad ijs dat ik niet zag of de enige paal op de hele piste… Ik wist het te vinden. Op wat blauwe plekken na had ik geen blijvende verwondingen.
Ongeveer tien jaar later ben ik meegegaan met een skigroepsreis voor visueel gehandicapten van de Nederlandse Visueel-gehandicapten Ski Vereniging (NVSV). We gingen met een grote groep met de bus naar Morzine in Frankrijk. De vereniging zorgt voor begeleiders. Elke dag skiede je met een andere begeleider. Bij hen was het dragen van een skibril en een geel hesje verplicht. Het skiën vond ik weer erg fijn, ondanks dat ik veel viel. Wat ik jammer vind is dat je altijd zo loopt de slepen met de zware en onhandige skies en als je weer beneden aan de berg bent je er weer een flinke tijd over doet voordat je weer boven bent en de volgende afdaling kunt maken.
Binnen deze vereniging was het de gewoonte dat (nagenoeg) blinde skiërs via een portofoon, die je op je kraag klikte, communiceerden met hun begeleider. Je kon dan voor de begeleider uit skiën. Er bleek echter iets mis met mijn portofoon en uiteindelijk deed ik het op de voor mij oude bekende manier.
Helaas heb ik de laatste dagen niet geskied, omdat ik een nare val had gemaakt. Het leek na de val mee te vallen, maar de volgende morgen gaf de druk van de skischoen pijn in mijn onderbeen. Na een onderzoek van een meegereisde fysiotherapeut leek het erop dat ik iets had verrekt.
Het op vakantie gaan met een bus bleek niets voor mij. Het duurde mij veel te lang en eenmaal thuis was ik op.
Skiën zou ik best vaker willen doen, maar het is geen sport die je makkelijk dicht bij huis kan doen. Ik heb een paar keer met een groep geskied en gesnowboard in Zoetermeer. Ook dat is niet om de hoek en het is niet het echte werk. Het zal sowieso anders zijn nu ik niets zie. Achter iemand aan skiën is, nu ik de persoon niet meer zie, niet mogelijk.

 

Zwemmen

Als kind heb ik mijn A-diploma gehaald. Mijn B kon ik niet halen, omdat ik daarvoor moest duiken en onderwater zwemmen, wat niet kon met mijn netvliesproblemen. Zwemmen vind ik een fijne sport. Ik ben geen wedstrijdzwemmer en hoef niet door het water te razen. Zwemmen doe ik met de schoolslag.
In Weesp heb ik een tijdje met een slechtziende vriendin gezwommen in het lokale zwembad. Het was ongeveer een uur lopen. Het zwembad was voor mij slecht verlicht, waardoor ik de andere zwemmers niet goed kon zien. In een binnenbad galmen de geluiden enorm en dat maakte dat ik de andere zwemmers niet goed hoorde en de afstand tot hen niet kon inschatten. We probeerden altijd langs de zijkant te zwemmen. Ik zwom dan tussen de wand van het zwembad en mijn vriendin in. Doordat we liepen konden we dit slechts een paar maanden per jaar doen. In de winter met nat haar buiten lopen is onverstandig en in de zomer was het zwembad gesloten.
Met een kennis ben ik een keer mee geweest naar een aquarobics les. Dit vond ik onverwachts leuk en het was goed te volgen voor me. Het scheelde dat dit zwembad goede verlichting had, waardoor ik de deelnemers om me heen kon zien. We deden oefeningen in het water, waarbij we o.a. gebruik maakten van drijfplankjes en -kurken. We zwommen in een cirkel en ik hoefde alleen op de persoon voor me te letten. Ik was er graag vaker heen gegaan, maar de afstand was te ver voor mij alleen.
Op vakantie met mijn ouders hadden we altijd een appartement met een gedeeld zwembad. Door het felle zonlicht en de goede contrasten kon ik de andere zwemmers goed zien. Ook in de zee had ik er geen moeite mee. Soms ging ik in mijn eentje het water in. Ik onthield dan waar wij zaten aan de hand van de positie van de bedjes, vorm van het zwembad of de kleur van onze parasol. Nu zie ik dat niet meer en kiezen mijn partner en ik voor een locatie met een privé zwembad, omdat ik me dan niet druk hoef te maken om andere mensen in het water en hij hoeft niet aldoor op me te letten.
Zwemmen zou ik als sport willen doen, maar wel samen met iemand. Als ik een duidelijke gidslijn heb in het water, zoals de zwembadwand of een ballenlijn denk ik dat ik het kan. Mits degene waarmee ik ben me af en toe waarschuwt voor andere zwemmers en dat we aan het einde van de baan zijn. Ik wil niet tegen de muur opzwemmen natuurlijk.

 

Fitness

Inmiddels heb ik ervaring met sporten thuis en op een sportschool.

 

Sportschool

Een aantal jaar geleden wilde ik meer bewegen en ging ik met mijn schoonzus wekelijks naar de sportschool en wandelden we regelmatig. De sportschool is hier niet om de hoek en we gingen en met de auto heen. Het is een grote zaal met veel apparatuur. Zonder haar lukte het me niet daar rond te lopen, omdat het voor mij een oerwoud van obstakels was. Apparatuur instellen kon ik niet, omdat het veelal met tiptoetsen werkt. Ik vind het fijn gebruik te maken van een programma, omdat dit variatie biedt. De fiets gaat dan automatisch zwaarder of de loopband stelt automatisch in dat je een helling op of af loopt.
Door mijn astma kan ik niet te heftige dingen doen. Als ik bijvoorbeeld op een cross trainer bezig ben, ben ik binnen vijf minuten helemaal buitenadem. Wat wel lukt is fietsen op een hometrainer (niet spinning), lopen op de loopband, roeien op een roeiapparaat en de spiertrainingstoestelen. We wisselden deze af met buikspieroefeningen op een mat.
Om deze laatste goed te leren, heb ik een gratis trainingssessie met een specialist van de sportschool gehad. Dit was fijn, omdat ik hierdoor wist dat ik de dingen die ik al deed op de juiste manier aanpakte.
Het samen sporten vond ik fijn en gezellig. Het gaf voor mij een stok achter de deur het daadwerkelijk te doen. Ook als ik geen zin had. Na een jaar heb ik het sportschoolabonnement opgezegd, omdat onze voorkeursdagen en tijden niet meer overeenkwamen.

 

Thuis sporten

Om te blijven bewegen hebben mijn vriend en ik besloten zelf apparatuur aan te schaffen.

 

Fietsen buiten en/of op hometrainer

Vroeger fietste ik met mijn ouders en een vriendin op mijn tandem. We legde flinke afstanden af. Ik vond dit een fijne manier van bewegen. In 2013 ben ik ook een keer mee geweest met een tandem weekend voor visueel gehandicapten, waarbij de organisatie tandems en voorrijders regelde. Het was, ondanks alle spier- en zadelpijn, een enorm gezellig weekend. Door diverse omstandigheden heb ik daarna niet meer meegedaan. In de toekomst hoop ik weer aan te sluiten.
Nadat ik het sportschoolabonnement had stopgezet, kochten wij een hometrainer. De fiets had duidelijke knoppen en er zat een app bij. Helaas bleek de app ontoegankelijk en kon ik niet zelfstandig de programma’s instellen. Mijn doel was: elke dag een half uur fietsen. Ik verveel me snel als ik alleen sport en luisterde tijdens het fietsen een boek of keek een tv-serie. Na een paar jaar vond ik fietsen saai en hebben we de fiets verkocht en een loopband gekocht.

In de blog ‘Hoe kijk ik films en series met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik tv kijk terwijl ik blind ben.

Buiten wandelen / loopband

Wandelen vind ik lekker om te doen. De omgeving kan ik niet zien, maar wel horen. Het meest relaxed is als ik samen met iemand anders loop en die persoon een arm geef. Bij lopen met mijn geleidehond moet ik meer alert zijn en haar aansturen. In de wintermaanden loop ik met Tarka in tuig naar het Markermeer, waar ik haar los laat. Als zij rondrent en zwemt, loop ik met mijn stok over het pad langs het water. Ik baal er wel van dat ik met mijn stok langzaam loop. In de zomer maanden mag ze er niet los en lopen we naar het plaatselijke park.

In de blog ‘Hoe loop ik een route met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik zelfstandig een route loop met en zonder geleidehond.

Na de verkoop van de hometrainer hebben we in 2021 de loopband Nautilus T626 gekocht. Voordat we hem kochten heb ik een onderzoek gedaan naar welke loopband toegankelijk was voor mensen met een visuele beperking. Ik wilde er een waarmee je programma’s kan instellen en er moesten duidelijke knoppen op zitten. Uiteindelijk kwamen we uit bij deze.
De loopband heeft voelbare knoppen, die je als je dat wilt, kunt voorzien van een braillesticker. Als je een knop indrukt hoor je een piep. Midden voor zit een vierkant met de knoppen:

  • Linksboven is een grote startknop.
  • Rechtsboven is een grote stopknop.
  • Linksonder twee kleinere knoppen boven elkaar om de hellingsgraad te verhogen of verlagen.
  • Rechts onder twee knoppen onder elkaar om de snelheid te verhogen of verlagen.

Daarboven zitten een paar andere knoppen, waaronder een knop om programma’s te kiezen. Ik heb dit nog niet gedaan, maar mijn partner en ik denken dat het voor mij prima te doen is. Helemaal links en helemaal rechts op het bedieningspaneel zitten rijen met toetsen onder elkaar, waarmee je de hellingsgraad (links) of snelheid (rechts) in kunt stellen. Van beneden naar boven zijn de knoppen:

  • Links: start (0), 2, 5, 8, 10, 13, 15.
  • Rechts: start (0), 3, 6, 8, 10, 13, 16, 20.

 

Aangepaste (speciale) sporten voor visueel beperkten

Er zijn een aantal sporten voor mensen met een visuele beperking of die zo zijn aangepast dat je het met je beperking kunt doen. De onderstaande sporten heb ik uitgeprobeerd, maar heb ik nooit als vaste sport opgepakt. Hetzij omdat ik de sport niet leuk vind, hetzij omdat het te ver weg is voor mij.

 

Goalball

Bij goalball bestaat het team uit drie spelers die liggend of zittend het doel, dat de hele breedte van het veld beslaat, bewaken. De spelers zijn blind of dragen een donkere bril. De bal rolt over de grond en is hoorbaar door een bel die erin zit.
We speelden dit af en toe op het speciaal onderwijs. In die tijd vond ik het niet leuk, omdat het speciaal voor blinden was en ik niet tot die groep wilde behoren. Eenmaal volwassen heb ik het weer gedaan tijdens evenementen voor visueel gehandicapten. Daar bleek dat ik het een leuke sport vind. Ik heb het echter nooit opgepakt als vaste sport, omdat er niet overal goalball trainingen worden gehouden. Mocht het ooit in Hoorn komen, en het past in mijn schema, dan wil ik graag deelnemen.

 

Showdown

De sport showdown vind ik een kruisen tussen tafeltennis en airhockey. De twee blinde of geblinddoekte spelers staan aan tegenovergestelde kanten van een tafel met opstaande zijkanten. Het doel is met je houten Betje de bal, waar een belletje inzit, in het doel van de tegenstander te schieten. De bal rolt over de tafel en daardoor is de bel te horen.
Ook deze sport heb ik op het speciaal onderwijs al eens gedaan. Ook later heb ik het geprobeerd. Ondanks dat ik airhockey leuk vond toen ik nog zag, is showdown niets voor mij. Ik doe liever een sport waarbij je meer beweegt.

 

Judo

Op de Ziezo-beurs (=jaarlijkse beurs voor aangepast zien) heb ik toen ik begin twintig was judo uitgeprobeerd. Judo voor blinden is niet heel anders dan voor zienden. Je kunt de bewegingen van de ander voelen. Het enige dat anders is, is dat je begint met contact, omdat je anders niet weet waar de ander is.
Op het speciaal onderwijs waren ook judolessen, maar daar mocht ik nooit aan mee doen, omdat mijn netvlies broos was na de operaties en men bang was dat het losschoot door een val. Op de Ziezo Beurs vond ik het leuk en de trainer vond dat ik het zeer goed deed voor een eerste keer. Hij vroeg me mee te doen met een trainingsgroep. Ik heb dit niet gedaan, omdat ik geen risico wilde lopen voor mijn ogen. Ik baalde hier enorm van. Eindelijk een echt leuke sport en dan kon ik het niet doen.

 

Karten

Bij een uitstapje met de jongerenafdeling van de Oogvereniging heb ik een keer gekard. Ik kon nog iets zien en mocht zelf rijden. Iemand van de kartbaan zat naast me op de wielkast en gaf instructies. Door mijn beperkte gezichtsvermogen vond ik het spannend om hard te rijden. Aangezien ik geen rijervaring heb, had ik al moeite met rechtdoor rijden. Later mocht ik in een duokart, terwijl de kartbaan medewerker reedt. Dat ging een stuk sneller.
Bij een teamuitje op mijn werk gingen we in 2019 quad rijden. Ook hier mocht ik achter de instructeur op zijn quad zitten. Ik ben gek op dingen die snel en hard gaan en vond ook dit erg leuk.
Allemaal leuke ervaringen, alleen niet iets dat je wekelijks doet. Ik blijf het jammer vinden dat ik niet genoeg zie om dit soort dingen zelf te doen.

 

Surfen

De organisatie Surfen op gevoel organiseert af en toe speciale surfdagen voor visueel gehandicapten. Ik heb hier een paar keer aan mee gedaan. Met wetsuit en surfplank gingen we de zee in. Iedereen kreeg een ervaren surfbegeleider. Ondanks dat mijn evenwicht slecht is en ik om de haverklap van mijn surfplank viel, vond ik het een geweldige sport. Het is wederom alleen iets dat ik wegens de afstand niet elke week kan doen.

 

Zeilen

Er bestaan speciale zeilverenigingen voor (visueel) gehandicapten. Zo ben ik in 2010 met SailWise een week op zeilvakantie geweest in Friesland. Overdag voeren we en ’s avonds sliepen we aan land bij de thuishaven. De andere deelnemers waren mensen met een visuele beperking, maar ook andere beperkingen. Onderweg hielpen we mee op het schip met het zei bedienen, het besturen van de boot, knopen leggen e.d. Helaas kreeg ik de eerste dag een spontane glasvochtbloeding in mijn rechteroog waardoor ik niets zag en ik rustig aan moest doen. SailWise heeft nog een tweede boot en een watersporteiland. Achteraf denk ik dat een vakantie op het eiland inhoudelijk beter bij mij past. Daar is meer variatie en de vakanties zijn actiever.

 

Fitness tracker

Om mijn beweging bij te houden gebruik ik een fitness tracker. Voorheen was dit een Fitbit. Deze was d.m.v. een app verbonden met mijn iPhone. Op de fitbit kon ik niets zien, maar op mijn iPhone kon ik zien hoeveel stappen ik had gezet. Ook kon ik wedstrijden doen met andere fitbitgebruikers.
Na een paar jaar ben ik overgestapt naar de Apple Watch. Hiermee kan ik meer gezondheidsdingen bijhouden, zoals mijn hardslag en workouts. De Apple Watch is voorzien van de screenreader VoiceOver, waardoor ik mijn iPhone niet nodig heb om mijn activiteit status te zien.

 

In de blog ‘Hoe gebruik ik een iPhone met mijn visuele beperking?’ lees je meer over het gebruik van deze wonder telefoon in combinatie met de Apple Watch.

 

Ervaringen van andere blinden en slechtzienden

Van blinden of slechtzienden die net als ik op het speciaal onderwijs hebben gezeten, weet ik dat zij andere aanpassingen hadden in de gymzaal. Zo is er een school die de muren van de gymzaal heeft bekleed met zacht materiaal, zodat de leerlingen zich niet te veel bezeren als ze per ongeluk tegen de muur aan rennen. Wat ik ook handig had gevonden bij ons is dat scholen werken met gekleurde hesjes, zodat teamgenoten elkaar makkelijk herkennen. Zij speelden ook met ballen met duidelijke contrasterende kleuren.
De meeste blinden of slechtzienden die ik ken, doen de eerdergenoemde sporten. Soms met een onlineprogramma, zoals yoga en/of meditatie via het toegankelijke onlineprogramma van ‘Vrijheid in zicht’ of juist fysiek in een groep.
Er bestaan naast de sporten die ik zelf heb gedaan nog andere sportmogelijkheden voor mensen met een visuele beperking.
Zo ken ik blinden en slechtzienden die roeien bij een reguliere roeivereniging. Onlangs las ik ook over Rowing Blind: een roeigroep voor mensen met een visuele beperking. Voor de hardlopers is er Running Blind. Deze organisatie organiseert door het hele land hardloopgroepen voor mensen met een visuele beperking. Dansen kan bij bijvoorbeeld Blinde Liefde Voor Salsa. Een andere manier van bewegen is vechtsport. Naast judo, waar ik het hierboven al over had, las ik onlangs over een nagenoeg blind meisje dat aan kickboksen doet. Ook slechtzienden die ik ken, hebben hier lessen in gevolgd. Qua balsporten bestaat er naast goalball blindenvoetbal. Het is voetbal in een klein team met een rinkelbal. Een slechtziende vriendin speelde gewoon mee in een regulier team.
Sommigen gaan naar de sportschool en anderen sporten thuis. Spinning is hierbij populair. Slechtzienden stellen de sportschoolapparatuur, eventueel m.b.v. een loep, zelf in. Anderen vragen hulp. Sommige blinden nemen hun geleidehond mee naar de sportschool en laten deze op een rustige plek in de zaal liggen en krijgen hulp van medesporters of zaalmedewerkers bij de bediening van de apparatuur.
Thuissporten kan simpel door zelf een toegankelijke hometrainer of loopband aan te schaffen of om yoga of buikspieroefeningen te doen aan de hand van uitleg van anderen of van internet.
Op de sites van Gehandicaptensport Nederland en het Visio Kennisportaal staat meer informatie over sporten met een visuele beperking.
Al met al hangt zelfstandig buiten de deur kunnen sporten volgens mij vooral af van de omgeving en je eigen assertiviteit. Docenten, zaalmedewerkers of vrienden moeten bereid zijn te helpen. Je moet dus geen moeite hebben om om hulp te vragen. Helaas hoor ik niet van iedereen positieve verhalen. Zo willen niet alle docenten hun lessen ‘aanpassen’. Ze doen het al jaren op dezelfde manier en in een groepsles iemand met een beperking andere opdrachten geven, vinden ze lastig. Het zijn kleine aanpassingen die nodig zijn. Duidelijk zeggen wat je doet met heldere instructies erbij, die bijvoorbeeld gebaseerd zijn op de wijzers van de klok en concreet een richting aangeven.

 

Ook nieuwsgierig?

Ben jij ook benieuwd naar hoe ik iets aanpak met mijn visuele beperking? Stuur me een bericht en misschien lees je het antwoord op jouw vraag in de volgende ‘Hoe doe je dat?’.

Deel dit bericht met je netwerk!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.