Blinde lama’s die kunnen tellen

Foto van zwarte labrador Tarka, die naast Debby op een verhoging zit.

Deel dit bericht met je netwerk!

Door mijn visuele beperking krijg ik helaas af en toe te maken met pestgedrag. Het zijn meestal kinderen. In mijn blog ‘Glowing in the dark ogen’ vertelde ik al over de leuke opmerkingen die kinderen soms maken. Helaas is af en toe het tegenovergestelde het geval. Zo kwam ik onlangs in aanraking met een stelletje etters.

 

‘Welk cijfer staat er op mijn shirt?’

Tijdens de namiddagwandeling met Tarka loop ik rustig op het wandelpad. Op de terugweg hoor ik kinderstemmen achter me. Een van hen probeert me in te halen. In dit soort gevallen blijf ik stil staan aan de zijkant van het pad, zodat de andere voetganger er snel langs kan en ik niet aldoor op hem of haar hoef te letten. De jongen is voorbij en Tarka en ik stappen het pad weer op. Ineens loopt hij weer langs me heen, maar nu de andere kant op. Vervelend, omdat ik weer moet blijven staan. Als ik weer door loop, lopen de twee jongens ineens samen langs me heen. Ik besluit stil te staan en wat langer te wachten. Ik hoop niet dat ze zo weer de andere kant op gaan. Ze lopen echter langzaam, voor mijn gevoel te langzaam, door. Ik stap het pad weer op. Dan staan de jongens ineens stil. Zucht… Mijn ergernis groeit. Een van hen zegt iets. Als hij het weer zegt, krijg ik het idee dat het tegen mij is. ‘Heb je het tegen mij?’ vraag ik.
‘Ja.’ Zegt een van hen.
Ik heb geen idee wat hij zei, dus ik vraag: ‘Wat vroeg je?’
Op een zeurderige toon hoor ik dan: ‘Welk cijfer staat er op mijn shirt?’
Mijn ergernis verdrievoudigt en ik zeg: ‘Volgens mij weten jullie dondersgoed dat ik blind ben en dat ik dat niet kan zien!’
‘Nee, dat wisten we niet.’ zegt een van hen op een schijnheilig toontje.
Ik laat me verleiden tot het welles-nietesspelletje en zeg boos: ‘Nou, volgens mij wisten jullie dat wel. Met al dat gedraai om me heen en deze vraag.’
‘Nee, echt niet!’ klinkt het in koor.
‘Ok, prima dan.’ zeg ik terwijl ik verder loop. Als ik een paar meter verder ben, kan ik het niet laten om kinderachtig terug te doen en ik draai me om en zeg: ‘Eigenlijk ben je nog een kleuter. Je kunt niet eens de cijfers lezen.’ Waarna ik me omdraai en verder loop. Achter mij hoor ik nog meerdere malen, in verschillende decibellen, dat ik zelf een kleuter ben, maar wel een grote. Ik glimlach en reageer niet meer.

 

‘Hoeveel vingers steek ik op?’

Voornoemde ettertjes deden me denken aan mijn jeugd. Andere kinderen staken vaak hun vingers op en vroegen dan op een irritante toon: ‘Hoeveel vingers steek ik op?’
Door mijn beperking kon ik dit natuurlijk niet zien en dat wisten ze. Op een dag had ik een goede ingeving. Toen het weer eens werd gevraagd, zei ik: ‘Kun je zelf niet tellen?’ Ze vonden het niet fijn zelf in de maling te worden genomen dus ze stopten er snel mee.

 

In de blog ‘Hoe leg ik uit wat ik als blinde of slechtziende zie?’ lees je wat ik vroeger nog kon zien en hoe mijn gezichtsvermogen nu is.

 

In 2005 merkte ik dat mijn weerwoord zelfs hielp bij volwassenen. Met een groep visueel gehandicapten waren we een avondje naar Comedy Café Toomler in Amsterdam en de cabaretier dacht aan ons een gemakkelijke prooi te hebben. Aan de jongen naast mij vroeg hij: ‘Hoeveel vingers steek ik op?’
Ik merkte dat de jongen er geen raad mee wist en ik kaatste de bal terug met: ‘Kun je zelf niet tellen?’ Blijkbaar was het niet de bedoeling dat we grappig terug deden. De cabaretier was even stil. Na een paar seconden kwam er: ‘Nee, dat kan ik niet.’
Ik was pissig, omdat hij onze groep als prooi had uitgezocht en ging door: ‘Oh, dat verklaart veel. Daarom ben je dus cabaretier geworden.’ Ik weet niet meer wat hij toen precies zei, maar hij ging snel door op een ander onderwerp.

 

‘Blinde lama!’

Sommige kinderen hebben niet het lef om hun pesterige opmerkingen of gedrag in je nabijheid te doen, maar kiezen ervoor om het op afstand te doen. Zo liep ik toen ik nog in Weesp woonde een keer met een taststok langs de gracht en riep een jongen tijdens het voorbijrennen naar me: ‘Blinde lama!’ Het was een creatief scheldwoord. Blinde kip kende ik en blinde mol had ik ook nog begrepen. Blinde lama’s waren nieuw voor me. Ik neem overigens aan dat hij het dier bedoelde en niet de geestelijke. Ondanks zijn creativiteit zag ik het als beledeging en draaide ik me om en greep hem letterlijk bij zijn nek. De jongen schrok enorm. Hoe kon die blinde lama hem pakken? Wat ik precies heb gezegd weet ik niet meer, maar streng was het wel. Ik eiste dat hij mij naar zijn ouders bracht, maar dit weigerde hij natuurlijk. Aangezien ik iets beters te doen had dan andermans kind opvoeden, besloot ik dat het genoeg was geweest en hij waarschijnlijk genoeg geschrokken was en liet ik hem gaan.

 

‘Blinde!!!’

Bovenstaande jongen had creativiteit, maar sommigen hebben dit totaal niet. Toen ik klein was, was er in onze wijk een jongen op een fiets (misschien waren het er meer) die als hij voorbijfietste altijd hard riep: ‘Blinde!!!!’ Alhoewel het klopt. Ja, ik ben blind. Voelde ik me hierdoor aldoor beledigd en gekwetst. Blijkbaar is het woord ‘blinde’ een scheldwoord.

 

Fietsblokkade

Pesten gebeurt niet alleen met woorden, maar ook met daden. Op een avond was ik moe en liep ik vanaf station Weesp naar huis. Onderweg moest ik onder een tunneltje door met een fietssluis. Bart, mijn eerste blindengeleidehond’ stond ineens stil voor de sluis en wilde niet verder. In de verte hoorde ik gelach. Door de schemering zag ik niet wat er voor ons was en ik voelde daarom voorzichtig met mijn herkenningsstok en hand. Er stond een fiets dwars in de fietssluis, zodat het pad geblokkeerd werd. Mijn moeheid sloeg om in irritatie. Ik tilde de fiets op en gooide hem van me af. Waar de kracht vandaan kwam, weet ik niet, waarschijnlijk uit mijn woede, maar de fiets kwam een paar meter verderop met een zeer voldoening gevend gekraak neer. Terwijl ik doorliep, riep ik over mijn schouder: ‘Succes met je fiets! Leg dat maar uit aan je ouders!’

 

Conclusie: Opvoeding en onderwijs

Onlangs stond in de krant dat kinderen tegenwoordig niet goed meer zijn in rekenen. De etters bevestigden dit. Ik wens de juf van deze jochies succes, want blijkbaar hebben zij hier extra ondersteuning bij nodig. Het is allemaal een kwestie van onderwijs en opvoeding. Ouders en onderwijzers moeten kinderen respect bijbrengen voor mensen met een beperking. Dit kan bijvoorbeeld door een gastspreker met een geleidehond uit te nodigen op school.

Deze blinde lama kan in ieder geval wel tellen en blijft iedereen hierop wijzen als dat nodig is.

Deel dit bericht met je netwerk!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.