Hoe reis ik met mijn visuele beperking met het openbaar vervoer?

Foto van het voelbare NS-logo op een ov-chippoortje.

Deel dit bericht met je netwerk!

Om de vrijdag blog ik over hoe ik dingen aanpak met mijn visuele beperking. Het betreft zaken die mensen aan mij vragen of juist niet durven vragen. Deze keer: Hoe reis ik met mijn visuele beperking met het openbaar vervoer?

Vooroordelen

‘Jij reist zeker nooit alleen met het openbaar vervoer.’
‘Lijkt me lastig om altijd afhankelijk van iemand te zijn om ergens heen te gaan.’
Nou, dit klopt niet! Ondanks mijn visuele beperking kan ik meestal zelfstandig met het openbaar vervoer reizen. Hieronder leg ik uit hoe.

Openbaar vervoer en corona

Buiten coronatijd reisde ik meerdere keren per week met het openbaar vervoer. Alle vormen kwamen regelmatig voorbij. Door corona is deze reismogelijkheid afgevallen. In het afgelopen jaar heb ik slechts een keer met het ov gereisd. Reizen met ov geeft mij nu een onveilig gevoel. Door mijn blindheid raak ik i.v.m. oriëntatie dingen aan en ik ben bang daardoor besmet te raken. Door mijn astma hoor ik tot de risicogroep en wil dit voorkomen. Hieronder leg ik uit hoe ik reisde voordat er corona was.
Als ik niet met het ov hoef of moet loop ik ergens heen. Voor langere afstanden neem ik een regiotaxi of reis met Valys. Dit zijn beide varianten van gesubsidieerde taxi’s. Het nadeel van Valys is dat ik er maar 750 km per jaar mee mag afleggen en ik er, daar ik veel vrienden en familie buiten mijn regio heb, snel doorheen ben. Buiten coronatijd ben ik altijd al aan het puzzelen om er zoveel mogelijk profijt van te hebben, maar nu reizen met het ov er niet inzit, ben ik hier meer op aangewezen.

In de blog ‘Hoe loop ik een route met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik me met stok en geleidehond zelfstandig van A naar B verplaats.

Reis plannen

Om de openbaar vervoerstijden te checken, gebruik ik op mijn iPhone de apps NS, Trein en 9292. Deze apps zijn toegankelijk met VoiceOver. In de toekomst komt er een ‘Hoe doe je dat?’ over het gebruik van mijn iPhone met de screenreader VoiceOver. Thuis check ik de reisroute en tijden. Bij de bushalte of op het station doe ik dit nogmaals, zodat ik weet of er vertragingen zijn. Gelukkig ben ik met mijn iPhone niet meer afhankelijk van de omroepsystemen. Soms dendert er een trein voorbij als er een belangrijke mededeling wordt gedaan en mis ik daardoor de boodschap. Bij vertragingen kan ik meteen op mijn iPhone een nieuwe reisroute uitstippelen. Toen ik nog geen iPhone had, schreef ik als ik ergens heen ging meerdere routes en tijden uit in braille, zodat ik als er vertraging was wist welke trein ik dan moest nemen. Soms had ik niets meer aan mijn aantekeningen en dan moest ik naar het ns-loket om reisadvies te vragen. Dit betekende lang in de rij staan en hopen dat dat advies niet verviel door een nieuwe vertraging.

In- en uitchecken met ov-chipkaart

Bij alle vervoersmiddelen waar de ov-chipkaart wordt gebruikt, is bij het in- en uitchecken hoorbaar of je het goed hebt gedaan. Als je incheckt hoor je een piep. Bij het uitchecken is dit een dubbele piep. Als er iets fout gaat, hoor je een derde geluid dat bestaat uit drie tonen op verschillende toonhoogtes. Mocht het bij de trein misgaan dan krijg ik een mail dat ik een uitcheck heb gemist.

Reizen met bus en tram

De manier waarop ik met de bus reis is nagenoeg gelijk aan die ik gebruik voor het reizen met de tram. Onderstaande uitleg is op allebei van toepassing.

De bus vinden

Het vinden van de juiste bus is een uitdaging. Bij bushaltes op een busroute is dit zelden een probleem, omdat ik weet waar de door mij gebruikte haltes zijn. Bushaltes op stations zijn lastiger, omdat het er zoveel zijn. Een aantal problemen die ik ervaar zijn:

  • In Alkmaar heb ik bijvoorbeeld moeite de juiste bus te vinden. Dit is een busstation met meerdere schuinstaande haltes naast elkaar. Ik moet precies op het juiste punt van de hoofdstoep oversteken en loodrecht rechtdoor lopen om bij mijn bushalte uit te komen. Ik hoop dan dat er andere reizigers op hetzelfde platform zijn die me kunnen vertellen of mijn bus inderdaad vanaf die halte vertrekt. Indien er geen andere reizigers zijn, loop ik naar een naburig platform om het te vragen of check ik bij een buschauffeur.
  • Op andere busstations, zoals bijvoorbeeld Uitgeest, staan bussen soms achter elkaar. Ik vraag dan aan de chauffeur van de bus die aan het begin van de halte staat welke bus het is, omdat het niet mijn bus is, blijf ik wachten. Als ik dan niet door heb dat er een bus achter de eerste bus is gaan staan, mis ik mijn bus.
  • De lastigste busstationvariant vind ik het flexibele busstation: bussen komen niet op een vaste halte, maar op een willekeurige vrije halte. Een voorbeeld is station Nijmegen. Hierbij heb ik hulp nodig van andere reizigers.

De bus aanhouden

Bij busstations stoppen bussen altijd, maar bij haltes moet je ze aanhouden. Als er iemand met mij op de halte staat, vraag ik die persoon mij te waarschuwen als de bus eraan komt. Helaas gebeurt het regelmatig dat ik alleen sta. In dat geval sta ik de hele tijd bij de stoeprand met mijn ov-kaart omhoog om een eventuele aankomende bus te laten weten dat ik mee wil. In rustige gebieden, laat ik mijn arm uitrusten en luister ik naar het verkeer. De motor van een bus klinkt anders dan die van een auto. Deze truc gaat niet altijd op. Tegenwoordig bestaan er elektrische bussen die bijna geen geluid maken. Bij mijn werk rijden veel vrachtwagens en die klinken bijna net als een reguliere bus. Dus dan sta ik, ook als het regent, met mijn kaart in de lucht.

Op veel haltes komen meerdere bussen voorbij. Wanneer een bus stopt, vraag ik de chauffeur of het bus nummer X is. Soms blijkt dat ik de verkeerde bus heb aangehouden. Het gebeurt me ook wel eens dat de bus me voorbijrijdt. Hij heeft mijn omhooggestoken kaart dan vermoedelijk niet gezien, omdat ik net achter een bord met bustijden sta.

De busrit

Voor busritten vanaf een halte of bij onbekende routes stap ik voorin in de bus. Het is altijd zoeken naar de ov-chipkaartlezer: hangt hij links of rechts, direct bij de deur of juist bij de chauffeur? Ik vraag de chauffeur mij te waarschuwen als we bij mijn eindhalte aankomen. Het is nooit zeker of het omroepbandje aanstaat. Het gebeurt regelmatig dat het zacht wordt afgespeeld of op de verkeerde volgorde.

Om te zorgen dat de chauffeur mij niet vergeet, ga ik zitten op de eerste stoel naast de deur. Dit is vaak een invalideplaats. In de tram kan dit ook dicht bij de conducteur zijn. Het tuig van mijn geleidehond gaat af en ik laat haar bij mijn voeten zitten. Als er weinig ruimte is, ga ik schuin zitten met mijn voeten in het gangpad. Als ik haar in het gangpad laat staan, ligt ze in de weg voor andere reizigers. Voor de hond is het gangpad nadelig, omdat ze daar tijdens het rijden snel wegglijdt. Mijn vorige hond heeft daar zelfs een hekel aan bussen aan overgehouden.

Indien dit mogelijk is, probeer ik uit te checken voordat de bus bij mijn halte stopt. Ik kan de ov-chipkaart dan opbergen en heb beide handen vrij voor het uitstappen. Met een blindengeleidehond zijn je handen vol: links de beugel van de hond en rechts je herkenningsstok. Bij mijn halte aangekomen, stap ik voorin uit. Die deur is dichterbij.

Bij vaste routes, zoals naar mijn werk, stap ik op het busstation achterin. Ik kies dan, als die er zijn, voor de klapstoel naast de deur. De ov-chipkaartlezer zit altijd aan beide kanten van de deur en kan ik zittend vanaf de stoel bereiken. Ik weet hoelang de bus er ongeveer over doet en welke bochten de bus maakt voordat we er zijn. Bij twijfel vraag ik het aan een medereiziger. Vaste reizigers attenderen me er zelf op.

Reizen met trein en metro

Het reizen met de trein gaat bijna hetzelfde als met de metro. Onderstaande is op beide van toepassing.

Foto van een hand die voelt aan het NS-logo op het OV-chippoortje
Foto hand die voelt aan NS-logo op OV-poortje.

Ov-poortjes

Reizen met de trein is het eenvoudigst bij stations met alleen ov-poortjes voor de NS. Ik weet dan dat ik elk poortje kan nemen en altijd mijn ov-chipkaart rechts voor de kaartlezer moet houden. Ik gebruik het voelbare NS-logo als oriëntatiepunt voor waar ik mijn kaart moet houden. Stations als Amsterdam Amstel hebben meerdere soorten ov-poortjes: poortjes voor de NS en voor de metro. Hier moet ik goed opletten dat ik het juiste poortje gebruik. Met het commando: ‘Zoek poortje!’ brengt mijn geleidehond me naar het breedste poortje. Ik houd mijn ov-chipkaart voor de lezer, waarna de deurtjes openen. Tegenwoordig steek ik mijn hand voor me uit als ik door de poortjes loop. Het is me meerdere keren overkomen dat het poortje half openging, snel dichtsloeg of zelfs dicht bleef. Na een paar keer mijn hoofd stoten, heb ik daarvan geleerd.

Er zijn stations zonder poortjes. Deze hebben een ov-chipkaartpaal. Bij bekende stations onthoud ik waar deze staan. Bij minder bekende stations moet ik zoeken. Mijn hond kan me hierbij niet helpen. Het commando: ‘Zoek paal!’ helpt me niet verder, omdat er meerdere palen op het perron staan. Meestal staat de ov-chippaal in de buurt van de trap of de lift. Er zit helaas geen structuur in. Mijn voorkeur is dat direct naast elke trap de ov-chippaal staat en naast de ingang van de lift. Of in de lift. Als ik de paal niet vind, vraag ik het aan andere reizigers. Omdat ik de paal niet zie, vergeet ik soms in- of uit te checken.

De treinreis

Ik probeer vooraf te bedenken waar ik het beste in de trein kan instappen, zodat ik bij het overstappen of op het eindstation op een gunstige plek op het perron uitstap. Zo ging ik in de trein van Weesp naar Utrecht helemaal voorin zitten, zodat ik dicht bij de stationstrap uit de trein kwam. Hiermee bespaarde ik tijd, omdat ik niet honderd meter over het perron om mensen heen hoefde te zigzaggen, en kon ik mijn aansluitende bus halen.

Op stations zijn geleidelijnen. Dit zijn de banen met ribbeltegels. Deze geven voor blinden de routes op het station aan. Als ik met mijn stok loop, is dit een handig hulpmiddel. Met een geleidehond heb ik hier weinig aan. De hond volgt de lijnen niet. De lijnen lopen o.a. naar de trap.
Onder- en bovenaan de leuning van de trap zitten braille- en grootletterbordjes met informatie voor visueel gehandicapte reizigers. Afhankelijk van of je de trap op of af moet, zijn er bordjes met informatie over naar welke sporen de trap gaat en waar de hoofduitgang van het station is. In de lift zijn alle knoppen voorzien van braille.

Afhankelijk van het moment en/of de reistijd zit ik in de trein op het balkon of in de coupé. Ik reis 2e klas. De bordjes met de klassen kan ik niet zien en niet bij elke trein is het af te leiden aan de stof of vorm van de stoelen. De eerste stoel die ik in de trein tegenkom is voor mij. Als ik achteraf hoor dat ik fout zit, kan ik indien nodig verhuizen. Het lopen in een rijdende trein vind ik erg lastig, daarom ga ik zo snel mogelijk zitten. Mijn geleidehond wijst aan welke stoel leeg is. Ze kijkt daarbij niet naar logica. Ze pakt de eerste de beste lege plek. Het tuig van de hond gaat af en ik laat haar liggen, waarna ik haar onder de bank schuif tot haar kop er net onderuit komt. Zo heeft ze geen last van mensen die op haar staart of poten staan en kan ze rustig slapen.

 

In de blog ‘Op stoom’ lees je hoe ik tijdens het lezen van een boek gestoord werd door een boze conducteur.

 

Bij vertragingen baal ik wanneer we als haringen in een ton in de trein staan. Het is voor mij belangrijk dat ik me vast kan houden aan een paal of railing. Dit soort ritten kosten mij enorm veel energie. Ik ben aldoor bezig in evenwicht te blijven en moet ervoor zorgen dat mijn geleidehond niet geplet wordt door mensen die haar niet zien.

Voor minder bekende routes of overstappen op ingewikkelde stations, zoals Utrecht Centraal, boek ik hulp bij NS Reisassistentie. Een medewerker van de NS helpt me dan met overstappen of op mijn eindstation om naar de bus of een op het station afgesproken locatie te komen.

De NS heeft op haar site ook een pagina met geleidelijnroutes. Dit is voor mij een goed hulpmiddel om me vooraf een beeld te vormen van een station. Voorheen hadden ze ook beschrijvingen van stations, maar deze kan ik niet meer op de site terugvinden.

Reizen met een begeleider

Meestal reis ik alleen, maar af en toe reist mijn partner, een vriendin of familielid op onbekende routes met mij mee. Zij reizen gratis, omdat ik een ov-begeleiderskaart heb. Mijn blindengeleidehond mag ook mee op deze kaart: ik hoef dus geen hondentreinkaartje voor haar te kopen.

Ervaringen van andere blinden en slechtzienden

De mensen die ik ken met een visuele handicapt doen het ongeveer zoals ik. Voor de slechtzienden bestaan er hulpmiddelen, zoals verrekijkers, om bijvoorbeeld de stationsborden te lezen. De mensen die ik ken maken gebruik van diverse reismogelijkheden voor de doelgroep, zoals het Sentire abonnement voor bus, tram en metro en het OV-chip plus abonnement voor de trein. Bij de laatste hoef je niet in en uit te checken, maar geef je je reizen via de telefoon door. De rekening komt dan achteraf. Je kunt ook een NS-Business Card nemen, hiermee moet je inchecken en je betaalt achteraf. Het Sentire abonnement heeft als voordeel dat het instaptarief lager is, waardoor je niet te veel geld kwijt bent als de uitcheck misgaat.
Het probleem van het vinden van de ov-chippalen hebben mijn blinde vrienden en kennissen ook. Een van hen heeft ooit ’s avonds een half uur op een doodstil station rondgelopen tot ze iemand vond om haar te helpen met uitchecken.

Ook nieuwsgierig?

Ben jij ook benieuwd naar hoe ik iets aanpak met mijn visuele beperking? Stuur me een bericht en misschien lees je het antwoord op jouw vraag in de volgende ‘Hoe doe je dat?’.

Deel dit bericht met je netwerk!

3 gedachten over “Hoe reis ik met mijn visuele beperking met het openbaar vervoer?

Geef hieronder een reactie op bovenstaande blog

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.