Wie ben ik?

Foto van het belletje dat tijdens het uitlaten aan de halsband van Tarka hangt.

Het gebeurt dat mensen mij met of juist zonder taststok niet herkennen. Of, erger nog, mij aanzien voor een andere blinde.

Onherkenbaar met taststok

Vanaf 1 oktober mogen honden loslopen langs het IJsselmeer. Ik ga daarom, als het weer het toestaat, een paar keer per week met Tarka naar het IJsselmeer om een stuk te wandelen. Extra beweging is tijdens coronatijd nodig om gezond te blijven. Mijn vriend gaat af en toe mee. Als hij erbij is, neem ik mijn taststok niet mee. Tarka heeft bij het loslopen een belletje aan haar halsband hangen, zodat ik hoor waar ze is. Onlangs stonden er een paar vrouwen op het gras naast het pad. Ze begonnen te praten over het belletje. Ze vonden het leuk klinken en vroegen zich af waarom de hond een belletje om had. Mijn vriend en ik hebben niet altijd zin om dingen uit te leggen. Wij negeerden het gesprek van de dames en liepen rustig door. De dag daarna ging ik zonder mijn vriend naar het IJsselmeer. Ik droeg dezelfde kleding als de dag daarvoor met als verschillen dat ik mijn taststok bij me had en een hesje over mijn jas droeg met de vraag om afstand te houden, omdat ik het niet zelf kan inschatten. Op hetzelfde punt als de dag daarvoor stonden de vrouwen weer op het gras te praten. Toen ze mij zagen, zei een van hen tegen mij: ‘Nu weet ik waar dat belletje voor is. Is dat uw blindengeleidehond?’ Ik zei dat dat klopte. Zij reageerde met: ‘Gister zagen wij haar al en we vroegen ons af waar die bel voor was. Gister liep er echter iemand anders met haar.’ Ik ben blijkbaar onherkenbaar zonder taststok. De vrouw met stok is iemand anders dan de vrouw zonder stok.

‘U woont hier!’

Ik heb vaker dit soort situaties meegemaakt. Sommige mensen kunnen vasthoudend zijn in hun overtuiging. Twintig jaar terug zat ik in de bus naar huis. Ik woonde toen bij mijn ouders in Amsterdam-Noord. Ik zat vaak op de invalideplek schuin achter de chauffeur. De bus stopte bij een halte en de chauffeur zei dat dit mijn halte was. Ik had hem niet verteld waar ik eruit moest en dit was niet mijn halte. Ik zei dat hij zich vergiste en dat ik daar niet woonde. ‘Jawel, zei hij ‘U gaat hier altijd uit.’ ‘Nee, ik moet uitstappen op de Noorderbreedte, niet hier.’ zei ik stellig. Na nog wat heen en weer gepraat zei hij brommerig dat hij zich dan wel zou vergissen en dat het om iemand anders moest gaan.

In ‘hoe reis ik met mijn visuele beperking met het openbaar vervoer?’ lees je hoe ik een busreis aanpak.

Kleurspoeling

Een paar jaar later in dezelfde bus gebeurde er iets vergelijkbaars. Deze keer ging de discussie over mijn eerste blindengeleidehond. Bartele was een zwarte Labrador Retriever. Toen ik instapte zei de buschauffeur verbaasd: ‘Vorige week was uw hond nog blond!’
‘Nee hoor, ik heb hem al een paar jaar. En hij is zwart.’ reageerde ik. De chauffeur was beledigd dat ik zijn constatering in twijfel trok. ‘Nou, ik weet het zeker. Vorige week was hij blond.’ Ik zuchtte: ‘U vergist zich. Misschien verwart u mij met iemand anders.’ Hij was niet te overtuigen: ‘Nee, ik weet zeker dat u het was.’ Ik heb het laten zitten. Discussiëren had geen zin.

Sommige mensen lijken niet te beseffen dat er meerdere blinde mensen zijn. Men kijkt naar de stok of de geleidehond en niet naar het gezicht.

De blinde

Op mijn middelbare school was ik ‘dat blinde meisje’. Ik vind dat niet fijn klinken. Net of ik niet meer ben dan mijn handicap. Noem me bij mijn naam of als je mijn naam niet weet, gebruik dan een aspect van mij dat aardiger klinkt.

Deel dit bericht met je netwerk!

2 gedachten over “Wie ben ik?

    1. Hoi Debby, Dank je! Ik merk hoe ouder ik wordt hoe meer ik dit soort dingen los kan laten. Het is ook afhankelijk van mijn stemming en hoe ik in mijn gevoel zit op zo’n moment. Groet Debby

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.