In de nieuwsbrief van Stichting KUBES stond dat zij een excursie organiseerden naar Bakkerijmuseum Medemblik. Ik woon daar niet al te ver vandaan en was er nog nooit geweest. Mijn vriendin Ria wilde mee als mijn begeleider. Hieronder lees je mijn impressie van deze dag op vrijdag 20 maart 2026.
Ontvangst
Om 10.15 uur verzamelen we bij station Hoorn. Ria en ik zijn wat vroeg en ik maak gebruik van de mogelijkheid om een appelflap te halen op het station. Mijn vriend en ik lopen achter met de boodschappen en vanmorgen was er niets in huis.
Als de groep compleet is lopen we naar de bushalte, waar de bus al klaar staat. Het duurt nog even voordat hij vertrekt, maar we mogen alvast gaan zitten. Bekenden praten bij in de bus. Na zo’n 25 minuten komen we aan in Medemblik. Ria herkent uit het raam het Oorlogsmuseum Medemblik, waar we vorige jaar met ons Oogcafé zijn geweest.
Vanaf de bushalte is het een paar minuten lopen naar de Nieuwstraat, waar De Oude Bakkerij zit. Rond 11.00 uur lopen we binnen bij een bakkerswinkeltje. Ria en ik beloven elkaar meteen achteraf wat lekkers te gaan kopen. Jassen worden opgehangen en toiletten bezocht. We zijn met 17 personen.

In het museumcafé krijgen we koffie of thee en een verse gevulde koek of een speculaashart. Lekker! De gevulde koek kruimelt erg merk ik.
Terwijl we smikkelen stelt de eigenaar van het museum zich aan ons voor. Theo Spil is bakker en begon het museum samen met zijn vrouw Ans in 1985. Ze komen beide uit een bakkersfamilie. Ze zijn 60 jaar getrouwd geweest en ze is helaas onlangs overleden. Tijdens de coronatijd is het pand waarin wij nu zitten erbij gekomen.
We gaan vanaf hier in twee groepen uit elkaar. Groep 1 krijgt een rondleiding van Theo en groep 2 gaat marsepein boetseren. Na de lunch wisselen de groepen. Ria en ik zitten in groep 2.
Marsepein boetseren
Om 11.30 uur gaan we via een houten steile trap naar boven, waar vierpersoonstafels voor ons klaar staan. Bij iedere plek liggen een placemat, deegroller, stukje karton en vier stukjes marsepein in plastic in wit, geel, groen en rood. Op tafel staat een bak met uitsnijvormpjes van objecten, dieren, letters en cijfers. Ik krijg het idee dat ik op een kinderfeestje zit. Dit idee wordt versterkt door de kinderen die achter en naast ons bezig zijn.
Andrea, een museummedewerker, legt ons uit wat de bedoeling is. Ik versta haar slecht door de rumoerige kinderen.
We gaan marsepein boetseren. We mogen zelf iets maken wat we leuk vinden. Je kunt iets in vorm kneden of vormpjes uitsnijden. Je creatie mag je op het kartonnetje leggen, daaromheen gaat een zakje, zodat je het mee naar huis kunt nemen.
Met de deegroller rol ik de witte marsepein plat. Ik start met het uitsnijden van een vormpje van een hond. De eersten mislukken. Het hondje heeft een heel dun nekje. Ria zegt na mijn derde mislukte poging dat het zo hoort.
Ik besluit wat anders te gaan doen. Echt iets creëren, maar wat? Andrea laat een plateau met voorbeelden zien. Er staan o.a. een gebit, muis, blokje kaas en roos.
Ria raakt geïnspireerd door de muis en roos op het plateau en gaat ze zelf maken. Zal ik een kat maken? Of een vos? Ik ben inspiratieloos.

Kleien vind ik makkelijker dan dit. Dan werk ik niet zo klein. Een ander verschil is dat klei glad wordt als je er met je vinger overheen strijkt. Marsepein blijft aan je vingers kleven. Vooral het groen is heel zacht. Andrea zegt dat het zachter wordt als je het lang in je handen houdt. Dat doet mij denken aan een excursie naar de vertelschuur in Bloemendaal met Stichting KUBES, waar we boetseerden met bijenwas.
Ik vraag of mijn witte poes op een poes lijkt. Andrea vindt het eerder een vogel. Oeps! Dan krijg ik inspiratie. Met alle gekleurde marsepein kan ik veren maken die ik aan de kont van de vogel plak. Dan heb ik een pauw.
Toos tegenover mij heeft ook geen inspiratie. Andrea helpt haar. Ze maken een vlinder, huisje en kuiken.
Ik ben blij als de kindergroep vertrekt.
Inmiddels heb ik negen veren, drie van elke kleur. Ik zet ze vast aan de kont van de pauw. Met een mesje snijd ik de veren bij, zodat ze precies gelijk zijn. De kleine overblijfselen doneer ik aan anderen aan tafel. Oogjes en snavel begin ik niet aan. Dat is te pietepeuterig. Ria heeft naast de muis en rozen een hart gemaakt en een vlecht met de letter R.
De andere tafel heeft o.a. een huisje, eend, bloem, boom, kat en vlinder gemaakt.


Om 12.20 uur is onze tafel helemaal klaar. Nadat ik mijn handen heb gewassen, stel ik voor naar beneden te gaan, zodat Andrea en haar collega de tafel alvast klaar kunnen maken voor de volgende groep. Onze creaties mogen boven blijven liggen.
Museum verkennen
We nemen plaats in het museumcafé. Een medewerkster raadt ons aan rond te lopen door het museum. Boven is een chocolatier bezig en beneden is de bakker speculaas aan het bakken.
Chocola spreekt ons alle vier aan en we gaan naar boven.
De man staat in een kleine werkruimte en maakt bonbons en paaseieren. Van buitenaf kunnen bezoekers hem aan het werk zien. Hij heeft diverse soorten bonbonvullingen. Ria zegt dat hij dat met een vork door een chocoladebadje haalt. Hij legt uit dat de chocolade op temperatuur moet zijn. Als de chocolade te warm is, slaat het wit uit. Pure chocola moet op 31 graden, melkchocolade op 30 graden en witte chocolade op 29 graden.
Ria vertelt dat hij met een vork streepjes maakt op de buitenkant van de eieren.
Het is al 12.45 uur. We besluiten bij de bakker te kijken. Als we naar beneden gaan, zegt Ria dat de andere tafel van onze groep nog steeds met marsepein bezig is.
Beneden hoor ik de stemmen van de bakkers al. Er staan al andere mensen te kijken. De bakkers geven uitleg over speculaaspoppen.
Er ligt een houten plank met een mal van een vrouw op de tafel. De bakker heeft daarin deeg gedrukt. Ria vertelt dat hij met een draad over de plank gaat om de bovenkant mooi glad te maken en de bulten eraf te snijden. Dat doet mij denken aan een kleisnijder.

Ik leer dat je vooraf geen meel op de plank moet strooien, dat maakt de speculaas bitter. Deze plank is volgens de bakker ruim 100 jaar oud. Je mag de plank nooit wassen, alleen borstelen.
We mogen de plank aanraken. Het reliëf is duidelijk te voelen. Ook bekijken we de deegpop die eruit kwam. De bakker laat zien dat hij van een vrouwtje en mannetje kan maken door een driehoek tussen de benen uit de rok te snijden. Ook laten ze de snijdraad zien.
Ria laat me aan de muur een collectie rollers voelen, waarmee je snel koekjes kunt uitsnijden uit deeg. Er hangen o.a. vormen voor gevulde koeken, spritsen en speculaas. Er hangen een boel deegrollers, waaronder een hele dikke.
Lunch
Om 13.00 uur lopen we met ons vieren richting eetcafé Rumours voor de lunch. Daar staat een lange tafel voor de groep klaar. Al snel sluiten de andere deelnemers zich bij ons aan. Ik bestel gemberthee. In het glas zit een sterachtig kruid waarvan ik niet op de naam kom. Ria denkt dat het sterrenmunt is. Volgens mij klopt dat niet. Er komen belegde broodjes op tafel. Vooral de carpaccio smaakt me goed. Daarna krijgen we een kroket. We delen onze ervaringen van de ochtend. De rondleidingsgroep heeft zo te horen een interessante rondleiding gehad.
Om 14.00 uur is het tijd om weer naar het museum te gaan. Ria en ik en het duo waarmee we vandaag optrekken, maken een tussenstop bij een monument uit WO II. Bij dit monument stopten we vorig jaar met de legertruc, tijdens een bezoek aan Oorlogsmuseum Medemblik met Oogcafé West-Friesland. We zijn toen niet uitgestapt en moesten het doen met de omschrijving van de chauffeur. Nu we er toch langskomen, wil ik het monument voelen. Het stelt een soldaat voor. Hij is uitgehouwen uit een muur. Het beeld is grover dan ik had verwacht. Zo zie je maar hoe incorrect mijn voorstellingsvermogen kan zijn.
Bij het museum worden jassen weer opgeborgen en worden de laatste toiletbezoekjes gepleegd. Als twee vrouwen na mij het toilet bezoeken, zegt er eentje: ‘Wij gaan synchroon plassen.’ Waarop de ander zegt: ‘Stereo plassen.’ Heerlijk zulke humor!
Rondleiding
Om 14.25 uur is onze groep aan de beurt voor een rondleiding. We krijgen deze niet van bakker Theo, maar van Annelies, een andere medewerkster van het museum.
Beschuit
We starten bij een deel dat over beschuit gaat. Annelies vertelt dat beschuit vroeger meeging met de zeelieden, omdat het lang houdbaar is. Dat hoorde ik vorig jaar ook tijdens een rondleiding bij Museum Batavialand in Lelystad.
Beschuit wordt gebakken in een dikke laag. Die wordt dan doorgesneden en nogmaals gebakken. In Duitsland heet het zwieback (=twee bak). Iedere streek had zijn eigen soort beschuit, die verschilt per vorm, dikte en grootte.
We mogen een landkaart aan de muur voelen, waaraan beschuitvormen geplakt zitten uit de betreffende streek. Drenthe had een hele grote en Noord-Holland had ribbeltjes aan de zijkant.

Annelies laat beschuitbussen voelen voor beschuit uit Drenthe en Utrecht. Er staan hier volgens haar veel bussen. Ze laat een beschuitbus van Bolletje zien, die heeft een beetje het formaat van die van Utrecht en ons hedendaags beschuit

Graan malen
We draaien ons om en staan nu voor spullen om graan te malen. Annelies laat ons een graanmolen voelen voor thuisgebruik. Ik wist niet dat die bestonden. Het lijkt op een grote koffiemolen: een zwengel met een bakje ernaast en een la eronder om het gemalen graan op te vangen. Het graan ging tussen twee rollen door die verstelbaar zijn om te bepalen hoe grof men het wilde hebben.
Annelies zegt dat molens o.a. graan malen. Dat gaat met stenen. Ze heeft een kleine variant liggen. Het zijn twee stenen. De bovenste, de loper, is geribbeld van onder en heeft een gat in het midden. Als de loper draait, maalt hij het graan fijn dat op de onderste stilliggende steen ligt. Die onderste steen heet de ligger.
Roggebroodpannen
We lopen een klein stukje door. Annelies laat ons roggebroodpannen voelen. Het zijn grote bakblikken met vijf banen. Met een bakblik bak je dus meerdere broden. Roggebrood bak je niet, je laat het broeien.
Bakkerstrog
Annelies beschrijft een object in de ruimte: ‘Er staat hier een supergrote houten bak. Daarin staat een pop in bakkerskleding. De pop houdt boven zijn hoofd een verticale stok vast die over de lengte van de bak loopt. De bakker gooide in zo een bak de bestanddelen van het deeg. Omdat ze nog geen mixer hadden, mixte hij dit met zijn blote voeten. Boter maakte het glad en daarom hield hij een stok vast voor zijn evenwicht.’
Ik vergelijk het met wijn maken. Annelies vertelt dat de bakker zijn voeten niet mocht wassen met zeep, omdat anders de smaak van de zeep aan het brood kwam te zitten.
We mogen allemaal aan de bak voelen. Het is een grote houten badkuip.
Door deeg lopen zal best zwaar zijn geweest. Net of je door de modder loopt. Iemand merkt op dat de bakker niet naar de sportschool hoefde.
Ik vraag me af hoe lang de bakker in zo een bak moest staan om deeg te maken. Annelies weet het niet. We denken dat de bakker dit klusje overliet aan zijn knecht of leerling.
Bij de tobbe staan een schep en een soort pik, waarschijnlijk om het deeg om te scheppen.
Annelies leest op een bordje dat de trog ruim 220 jaar oud is.

Brood en godsdienst
Annelies vertelt dat ieder geloof vroeger in het dorp zijn eigen bakker had. Ook de kerk gaf brood uit in ruil voor penningen.
Ze wijst achter ons op een muur met afbeeldingen, prenten, schilderijen en platen die te maken hebben met de godsdiensten. Afbeeldingen die gaan over samen eten en delen. Hosties werden niet door de bakker gebakken, die werden in een klooster gemaakt en gezegend.
IJs
We lopen een stukje verder. Annelies vertelt dat er in het museum af en toe door Theo op ouderwetse wijze ijs wordt gemaakt. Iemand herkend een ijsemmer uit de 19e eeuw. Annelies laat hem voelen. Het is een houten ton met daarin een ijzeren bakje met daarin een soort mixer. In dat bakje ging vroeger slagroom en in de ton, dus buiten het bakje, deden ze blokken ijs. Er werd dan aan de zwengel gedraaid. Door de kou van het ijs te mengen met de slagroom kreeg je dus ijs.

Mijn energie zakt in en ik begin te gapen. Niet omdat het oninteressant is, maar omdat we er al een halve dag op hebben zitten. Wat dat betreft doe ik liever de rondleiding in de morgen en dan in de middag het rustige deel van de activiteit. Maar helaas heb je dat bij dit soort dagen niet te kiezen.
Achter ons is een marmeren balie waar ze soms snoep maken. Annelies zegt dat marmer een fijne ondergrond is omdat het zo koud is. De chocolatier heeft en marmeren werkblad, want chocolade blijft in de nacht staan op 40 graden. Als ze ermee gaan werken, verlagen ze de temperatuur door een deel op de marmeren plaat te leggen en te bewegen. Door het bewegen koelt het af. Die koudere massa gaat terug in de bak en vermengt zich met de warme massa, waardoor het geheel afkoelt.
Winkeltje
Het is alweer 14.55 uur. We lopen verder naar een klein winkeltje van 1,5 meter breed en 4 meter diep. De bakker had in die tijd geen winkel nodig. Ze hadden alleen brood. De bakker ging met zijn kar langs de huizen. Dit winkeltje is van de ouders van Ans.
De toonbank is in het midden opklapbaar, zodat de bakker naar binnen kon. Er ligt een receptenboek uit die tijd. Het is een heel dik boek.
Bezorging
Annelies loopt met ons naar oude vervoersmiddelen voor het bezorgen van brood. Er staat een handkar die vooruit geduwd moest worden, een kar die je trok, een kar met een fiets eraan en een fiets met een grote mand voorop.
Annelies laat een weduwentrommel zien. Weduwen moesten zelf geld verdienen. Sommigen verkochten brood. Ze bakten dit zelf of kochten het in bij de bakker. We mogen hem voelen. Er past aardig wat in. Ze droegen ze met een juk.
Winkel 2
In deze winkel staan grote geelachtige koektrommels op planken. Op de blikken staan de namen van koekjes: Bitterkoekjes, Goudse moppen, spritsen, Weespermoppen, Zaans tafelbeschuit enz.

Speculaasplank
Op de toonbank van de winkel ligt een speculaasplank met daarnaast een afdruk in gips. Iets verderop staan speculaasplanken en allerlei maten en vormen en met verschillende afbeeldingen, o.a. schepen, molens en mensfiguren. Annelies laat ons een plank met scheepsvormen voelen.
Ze vertelt over de vrijerskoek: ‘Als jongen ging je naar de bakker en kocht een speculaaskoek van een meisjes pop en als meisje kocht je een jongens pop. Was je rijk dan versierde je die met snoepjes. Zag je op de kermis iemand wel zitten, dan gaf je die jouw speculaaspop. Als die persoon je niet zag zitten brak die de kop eraf.’ Ik kende dit verhaal al, maar dan net iets anders. Het werd me uitgelegd tijdens een rondleiding bij Museum Batavialand.


Kruiden
We komen bij een rij met lades met daarin diverse soorten kruiden. We mogen ze open maken en voelen. Ik vind o.a. kruidnagel, nootmuskaat, peper, kaneel, vanille en steranijs. Dat was wat we bij de thee hadden!
Memorykasje
Annelies nodigt mij uit om voelmemorie te spelen. Het is een kastje met zes rijen met vijf lades. In elke la zit een speculaasplank of een gipsafdruk van een plank. Het doel is de plank en de gipsafdruk te combineren.
Oven
We stoppen bij een oude oven, waarbij de bakker met een grote schep de broden in de oven deed. Met takken of turf werd de oven verhit tot 270 graden. Onder de oven liet de bakker het brood reizen.
De oven is kleiner dan ik had verwacht. We grappen dat je de heks uit Hans en Grietje hier niet in krijgt.

Suiker
We gaan naar boven waar Annelies vertelt over de suikerafdeling. In een vitrine liggen mooie creaties van suiker. Ria ziet een pelikaan, Ernie, mandjes, vissen en paaseieren.
Annelies vertelt dat een van de medewerkers vanalles van suiker maakt. Kerken, treinen, een carrousel, enz. Het is van suiker, water en gelatine. Dat noem je dragant. Ik weet dat ze suiker ook gebruiken in de filmwereld, bv. als er iemand door een raam valt, is dat glas gemaakt van suiker.

Chocolade eieren
Annelies laat ons een mal voelen voor een half groot chocolade ei en laat ons in een pan roeren met gesmolten pure Belgische chocola.

Zuurtjes
Annelies herhaalt dat er af en toe snoep wordt gemaakt in het museum. Aan de muur hangen mallen voor snoepjes. De figuurtjes zitten op rollen. Zo een rol gaat in een apparaat. De snoepmaker verwarmt dan suiker, azijn en blanke stroop. De massa wordt tussen de rollen door geduwd en zo ontstaan zuurtjes.
Annelies laat het apparaat voelen. Het heeft een zwengel aan de zijkant. Er zitten twee rollen in het apparaat. Ze vergelijkt het met een mangel. Aan de muur hangen bekende vormen. Ik ontdek boterbabbelaars, perensnoepjes en framboosjes.
Chocola
Ik krijg pijn in mijn voeten en ben blij als we kunnen zitten tijdens Annelies’ verhaal over waar chocola vandaan komt. Het komt van cacaobonen, die groeien in landen rond de evenaar. Ze geeft een gedroogde cacaovrucht door. Als je hem schudt hoor je de zaden die erin zitten.
Ze legt uit dat het begint bij de cacaoboom, waaraan grote vruchten groeien van ca. 20 cm, waarin cacaobonen zitten. Men haalt de bonen eruit en laat ze onder bananenbladeren een paar dagen fermenteren (rotten). Daarna worden de bonen op een grote tafel gedroogd in de zon. Dan gaan ze in zakken en worden vervoerd naar bv. België en Nederland, waar ze in een cacaofabriek worden geroosterd. De geroosterde bonen worden in kleine stukjes gemalen, die worden vermalen tot een dikke pasta (cacaomassa). De massa gaat dan in een pers, om het vocht eruit te halen. Dat vocht is cacaoboter. Wat overblijft is cacaokoek, dikke plakken pure cacao. Die plakken worden vermalen tot cacaopoeder. Daar wordt chocola van gemaakt:
- Witte chocola is van cacaoboter, suiker, Vanille en melkpoeder. Er zit dus geen cacaopoeder in. Daarom wordt wel gezegd dat witte chocola geen echte chocola is.
- Melkchocolade heeft een beetje cacaopoeder.
- Pure chocolade heeft heel veel cacaopoeder.
Onze groep is ineens groter, de mensen die klaar zijn met marsepein sluiten bij ons aan.
We lopen naar de chocolademaker die we vanmorgen bezochten. Het museum koop chocolade in als nibs, kleine bolletjes. Annelies laat ons nibs voelen en proeven van melkchocolade. Ze smaken lekker smeuïg.
We krijgen een mal te zien voor bonbons. Ook deelt ze kleine stukjes bonbon uit met karamel en noten.
Afsluiting
De rondleiding is om 15.55 uur klaar. We halen onze marsepein creaties op en lopen meteen door naar de bakkerswinkel aan de voorkant om voordat de andere deelnemers komen inkopen te doen. Na wikken en wegen ga ik voor speculaasharten, bitterkoekjes, chocolade truffels en twee soorten bonbons. Morgen krijg ik bezoek en dan heb ik wat lekkers voor ze in huis.
Daarna halen we onze jassen en gaan naar buiten. Heerlijk die frisse lucht, daar word ik weer wakker van. Als iedereen klaar is lopen we terug naar de bushalte.
In de bus praat ik bij met een vriendin die in de andere groep zat. Zij had een rondleiding van Theo. Die was heel anders en hij wist veel meer. Zij hebben lang bij de speculaasplanken gestaan, waar hij vertelde over de symboliek van de afbeeldingen. Jammer dat ik dat heb gemist. Dat zijn dingen die ik interessant vind. Iets voor 17.00 uur zijn we weer bij station Hoorn, waar iedereen zijn eigen kant op gaat.
Wat vond ik ervan?
Ik vond het weer goed georganiseerd door Stichting KUBES. Gezamenlijk afspreken en het laatste stuk samen reizen is fijn.
Ik vond de workshop marsepein boetseren niets aan. De medewerkers van het museum deden hun best, maar ik had het idee dat ik op een kinderfeestje zat.
De rondleiding was interessant. Al wist onze gids niet alle ins en outs qua bijvoorbeeld datums. Dat kwam voornamelijk doordat wij de eerste groep volwassenen waren die ze rondleidde. Normaal geeft zij de rondleiding aan kinderen. Die hebben andere vragen.
Alle koek en chocola smaakte thuis heerlijk. Mijn afspraak ging niet door, dus ik heb het allemaal in mijn eentje moeten opeten. Wat een straf! Als ik weer eens in Medemblik ben, haal ik weer lekkers.
Meer weten?
Wil je meer weten over Stichting KUBES of wil je zelf eens mee met een van hun activiteiten? Klik dan hier om naar de website van Stichting KUBES te gaan.
Wil je meer weten over het Bakkerijmuseum in Medemblik of wil je er zelf eens heen? Klik dan hier om naar de website van Museum De Oude Bakkerij te gaan.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Wat leuk weer om te lezen Debby. Het was een leuke dag en door jouw verhaal kwamen veel dingen weer naar boven. Je hebt het weer goed en leuk verteld.