Daar. Een voor mij als blinde mysterieus woord waar zienden dol op zijn. Ze gebruiken het voortdurend. ‘Daar staat een lege stoel.’ ‘De bus stopt daar.’ ‘Je vriendin loopt daar.’ ‘Hij staat daar naast die mevrouw met die groene trui.’ Tja… welke mevrouw?
Daar is voor mij net zo vaag als dat ik tegen een ziende zeg: ‘Bij het ratelen van winkelwagentjes, loop je door tot je het geluid van het bakken van vis hoort. Dan rechtsaf. Loop dan om de onbekende obstakels heen. Dan twintig stappen en als je dan lekkere luchtjes ruikt, zoek dan met je stok naar de ingang. Pas op, voor de deur staan reclameborden.’
Voor zienden is ‘daar’ een normale manier van communiceren: rondkijken, wijzen en klaar. Maar voor mij werkt dat niet.
Waar
Soms kan ik het invullen vanuit de context waarin het woord gebruikt wordt, de geluiden om mij heen of mijn gevoel voor ruimte. Ik hoor waar iemand staat, onthoud hoe een ruimte in elkaar zit, haal informatie uit de richting waarin iemand praat en combineer dat tot het grootst mogelijke goede antwoord.
Maar vaak is de informatie onvoldoende om tot de juiste conclusie te komen. Dan blijft alleen dat woord over. Daar.
Maar waar is ‘daar’ precies? Links? Rechts? Voor me? Achter me? Op het dak? Drie meter verderop of aan de andere kant van de straat?
Voor veel zienden is kijken zo vanzelfsprekend dat ze vergeten dat niet iedereen die visuele informatie meekrijgt. Mensen praten veel met hun handen en wijzen gaat volgens mij automatisch als iemand een waar-vraag stelt. Het helpt waarschijnlijk ook in hun denkproces. Ik doe het zelf trouwens ook als iemand mij de weg vraagt.
Ik neem het mensen zelden kwalijk. Hoe vaak heeft de gemiddelde Nederlander nu contact met iemand die niet ziet?
Het ligt aan de situatie en de persoon wat ik ermee doe. Soms maak ik er een grapje over, soms schat ik in dat ik met deze persoon nergens kom en vraag ik het aan iemand anders en soms gebruik ik het als leermomentje voor de ander. Niet belerend, gewoon luchtig. Ik vraag ze om meer context en leg uit waarom ‘daar’ voor mij niet werkt. Vaak hebben mensen pas door wat ze doen op het moment dat je het benoemt. Als ‘daar’ niet genoeg is, ga ik zelf maar wijzen. ‘Dus ik moet die kant op?’ Dan word ik meestal vanzelf gecorrigeerd. ‘Nee, links van u.’
Sommige mensen krijgen complete kortsluiting in hun hoofd als ze tegen iemand met een beperking moeten praten. Ze raken sprakeloos of komen ineens niet meer uit hun woorden. Als ik dan om verduidelijking vraag, schieten ze soms volledig in de stress. Dan bieden ze tien keer hakkelend hun excuses aan en leggen vervolgens elk woord op een weegschaaltje, omdat ze bang zijn dat het mij kwetst.
Het gebeurt trouwens niet alleen bij onbekenden. Ook mensen die mij goed kennen zeggen daar. Niet uit onwil, maar omdat het zó ingebakken zit in hoe zienden onderling communiceren. Wijzen, kijken, ergens naar knikken… het gaat vaak sneller dan iets in woorden uitleggen. Als ik dan doorvraag, krijg ik regelmatig de reactie: ‘O ja, ik vergat even dat je blind bent.’ Dat zie ik als een compliment.
Hoe moet het dan wel?
Concrete uitleg maakt het verschil. ‘Drie meter rechts van je.’ ‘Twee stappen naar voren en dan de tweede plank van boven.’ ‘Links van de ingang.’ ‘Rechts naast de kassa.’ Daar kan ik iets mee.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Ja, dat is inderdaad zo. Daar, is zo snel gezegd, maar net wat je omschrijft daar schiet jij niks mee op. Ik ga even nog Sprakeloos lezen.