Presentaties, onderzoeken en andere leuke dingen in Q2 2026

Foto van Debby die een mobiele telefoon tegen haar rechteroor houdt. Ze heeft lang haar dat los over haar schouders valt. Ze draagt een zwart leren jasje, een groen shirt en een donkere spijkerbroek. In de jas zitten enkele zilverkleurige ritsen. Met haar rechterhand houdt ze de mobiele telefoon tegen haar rechteroor. De uitdrukking op haar gezicht lijkt serieus of gefocust. Ze staat rechtop voor een gele achtergrond en kijkt opzij terwijl ze telefoneert.

Deel dit bericht met je netwerk!

Via mijn website en mijn vrijwilligerswerk voor de Oogvereniging en KNGF Geleidehonden krijg ik regelmatig verzoeken voor samenwerkingen, onderzoeken of presentaties. Niet alles deel ik direct als blog op mijn site. Aan het eind van elk kwartaal bundel ik deze kleine projecten in een overzichtsblog. Hieronder de projecten uit het tweede kwartaal van 2026.

Testen > Audiotour Frans Hals Museum

Via mijn website ontving ik in februari een verzoek van studente Christy Kelderman om de laatste versie van een nieuwe audiotour te komen testen in het Frans Hals Museum in Haarlem. Haar hoofdvraag in dit onderzoek was: hoe kan het Frans Hals Museum programmering aanbieden voor bezoekers met een visuele beperking? Op basis van haar onderzoek ontwikkelde zij een audiotourscript met beeldbeschrijvingen en extra achtergrondinformatie bij topstukken uit de collectie. Ook geeft de audiotour advies over de looproute.
Op maandagochtend 6 april bezocht ik het museum. Na een kop gemberthee testte ik 1-op-1 met Christy een deel van de door haar gemaakte audiotour. Voor mij was dit de eerste keer dat ik het museum bezocht.
De teksten waren op dat moment nog door Christy zelf ingesproken en werden via haar telefoon afgespeeld. Het idee is dat, na verwerking van alle feedback en goedkeuring door het museum, de tour professioneel wordt ingesproken. Bij elk schilderij kreeg ik eerst een basistekst met een beeldbeschrijving te horen, waarna ik kon kiezen om meer te leren over het kunstwerk zelf of over de kunstenaar. Daarna volgde een routebeschrijving naar het volgende kunstwerk.
Christy had de tour al met meerdere mensen met een visuele beperking getest; ik was de laatste tester. De meeste verbeterpunten waren daardoor al verwerkt.
De routebeschrijvingen die ik heb gehoord waren zeer uitgebreid. Aan de ene kant fijn, maar ik kan dat niet allemaal onthouden en ik kan niet luisteren en lopen tegelijk.
Over het algemeen waren de kunstwerken goed beschreven. Op sommige punten had ik nog aanvullende vragen, bv.: welke van de vijf vrouwen is de persoon naar wie het schilderij is vernoemd?
Bij een stilleven met een zeer rommelig gedekte tafel gaf ik als feedback mee om dit direct aan het begin van de beschrijving te benoemen. Tijdens het luisteren probeerde ik me een mentaal beeld te vormen, maar raakte ik snel het overzicht kwijt. Als ik vooraf had geweten dat het zo onoverzichtelijk was, had ik anders geluisterd.
Ook gaf ik nog feedback op taalgebruik en woordkeuze. Ze noemde bv. een strook op de grond om mensen op afstand te houden van de kunstwerken een geleidelijn. In dit geval noem je het een gidslijn. Een geleidelijn is een strook met ribbel- en noppentegels, speciaal aangelegd voor mensen met een visuele beperking. Een gidslijn maakt gebruik van de al bestaande, natuurlijke inrichting van de straat of een gebouw. Denk aan een goot, grasstrook of stoeprand.
Het Frans Hals Museum biedt al op verschillende plekken in het museum ervaringen aan die meerdere zintuigen aanspreken. Zo zijn er geurpalen met onder andere de geur van buskruit, en liggen er in een andere zaal hoeden en sjerpen die overeenkomen met kleding op portretten. Christy heeft hier goed op ingespeeld door deze elementen mee te nemen in haar audiotour.
Christy heeft eind april haar stage afgerond. Het is nu wachten tot het Frans Hals Museum het script omzet naar een definitieve audiotour. Dat wordt waarschijnlijk 2027. Als die er komt, ga ik zeker nog eens terug.

Lezing > Geleidehonden bij Octaafclub

Eind januari gaf ik bij mijn kanovereniging een lezing over geleidehonden. Een van de leden vroeg toen of ik ook eens bij zijn ‘oude mannenclub’ langs wilde komen om mijn verhaal te vertellen.
Op woensdagochtend 8 april was het zover. In de zaal in Hoorn zaten ongeveer twintig mensen van de Octaafclub. Voor ik kon beginnen, hadden we nog de nodige moeite om de PowerPoint aan de praat te krijgen. Iedere locatie heeft toch weer andere apparatuur en kabels. Achteraf bleek dat eigenlijk niet nodig te zijn geweest. Mijn kanocollega had namelijk gevraagd of ik ook meer wilde vertellen over hulpmiddelen en mijn leven als visueel beperkte.
Na een korte introductie over mezelf en mijn geleidehond Tarka, nodigde ik de aanwezigen uit om vragen te stellen. Zelden heb ik zó veel geïnteresseerde vragen gekregen. Hoe gebruik ik mijn telefoon? Welke apps helpen mij? Werkt dat ook op de computer? Gebruik ik navigatie op straat? Hoe herken ik mensen? Hoe zorg ik dat ik er verzorgd uitzie? En ga zo maar door.
Ook na de pauze kwamen er nog volop vragen. Daarom sprak ik met de zaal af dat ik mijn verhaal ‘Van pup tot geleidehond’ in een kwartier zou vertellen, zodat we daarna weer verder konden met het beantwoorden van vragen.
De bijeenkomst werd afgesloten door een lid van de club, dat ooit voor een andere lezing een gedicht over een geleidehond had geschreven. Een bijzondere afsluiting.
Na afloop bood iemand zelfs zijn excuses aan omdat hij zoveel vragen had gesteld. Ik stelde hem gerust: juist dát vind ik mooi. Als mensen vragen stellen, betekent het dat ze geïnteresseerd zijn. Ik heb veel liever dat iemand iets vraagt dan zelf conclusies trekt. Deze man ging naar huis met meer kennis en begrip dan waarmee hij binnenkwam — en dat is precies waarom ik dit soort lezingen geef.

Gastspreker > Nestreünie Z-, A- en C-nest bij KNGF Geleidehonden

Op dinsdagmiddag 14 april mocht ik pleeggezinnen van KNGF Geleidehonden vertellen wat een geleidehond voor mij betekent. Wanneer pups ongeveer een jaar oud zijn, worden de pleeggezinnen uitgenodigd voor een middag bij KNGF Geleidehonden samen met hun hele nest. Meestal zijn er drie nesten aanwezig tijdens zo’n middag. Dit keer waren dat het Z-, A- en C-nest, geboren in 2025.
Ik had gevraagd of ik deze middag mocht verzorgen, omdat één van de nestjes een nest is van het zusje van Tarka. Tika beviel op 11 maart 2025 van tien blonde pups: Zanzi, Zazoe, Zelda, Zembla, Zeppe, Zesto, Zette, Ziggs, Zipper en Zora.
Na een inleiding van iemand van Puppypleeggezinnenzorg ging de groep uiteen. Eén nest ging naar De Geleidehondenbeleving om te ervaren hoe het is om met een blindengeleidehond te lopen, het tweede nest ging naar de uitlaatvelden om te spelen en het derde nest ging met mij mee naar de kennel.
Alle pups kregen een eigen kennel en hun baasjes konden daarvoor plaatsnemen op stoelen. De honden kregen een lekkere kluif en ik mocht mijn verhaal doen. Ik heb gemerkt dat het tijdens deze bijeenkomsten goed werkt om de groep vooral vragen te laten stellen en die uitgebreid te beantwoorden. Wanneer er geen vragen meer zijn, vertel ik zelf verder over onderwerpen die nog niet aan bod zijn gekomen. Ik zorg er in ieder geval altijd voor dat ik het verschil uitleg tussen lopen met een witte stok en lopen met een geleidehond. Na ca. 35 minuten wisselden de groepen.
Eén van de groepen werd gevolgd door een cameraploeg voor tv-opnames voor een nieuw seizoen van Bij Ons op de Hondenacademie. Iemand van de crew vroeg mij of ik kon vertellen hoe dankbaar ik KNGF Geleidehonden ben voor mijn geleidehond. Die vraag krijg ik nooit. Ik stond even met mijn mond vol tanden — en dat gebeurt niet vaak. Uiteindelijk zei ik dat ik KNGF Geleidehonden zeker dankbaar ben, maar misschien nog wel meer de pleeggezinnen. Zonder hen kunnen er immers geen geleidehonden worden opgeleid. Het was misschien niet mijn meest elegante antwoord, maar wel een eerlijk antwoord. Ik ben benieuwd of ik straks in een van de afleveringen van 29 augustus of 4 en 5 september te zien zal zijn. Dat is dus nog even afwachten.
Ik sta inmiddels op de wachtlijst voor een nieuwe hond en bij elke nestreünie denk ik weer: hier kan zomaar mijn toekomstige geleidehond tussen zitten. In dit geval zal dat het Z- of A-nest zijn. Het C-nest waren golden retrievers en ik wil een labrador. Hoe bijzonder zou het zijn als ik straks een nakomeling van het zusje van Tarka krijg?
Na afloop kreeg ik opnieuw veel bedankjes van de pleeggezinnen. Puppypleeggezinnenzorg geeft achteraf altijd een klein bedankje voor mijn komst en het blijft iedere keer weer een verrassing wat dat is. Dit keer kreeg ik een miniatuur van het beeld ‘Ninety’, dat buiten staat bij KNGF Geleidehonden en geschonken is ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan. Een prachtig collectorsitem.

Lezing > Geleidehonden aan vrouwenvereniging W.V. Samen Wervershoof

Op donderdagavond 23 april gaf ik namens KNGF Geleidehonden een lezing bij vrouwenvereniging W.V. Samen Wervershoof. De vereniging organiseert informatieve en creatieve bijeenkomsten voor haar leden. Met ongeveer 50 geïnteresseerde aanwezigen was het een geslaagde en betrokken avond. Het was hun laatste bijeenkomst van het seizoen.
Tijdens de lezing nam ik de aanwezigen mee in het hele traject van een geleidehond: van de geboorte van een pup in een fokgastgezin tot aan het pensioen van de hond. Rond de leeftijd van acht weken gaat een pup naar een puppypleeggezin, waar hij wordt opgevoed tot een sociale en stabiele huishond. Daarna volgt de opleiding tot blindengeleidehond, een intensieve training van zeven tot negen maanden. In deze periode leren de honden veilig navigeren door drukke straten en openbare ruimtes. De training gebeurt op een positieve en professionele manier.
Ook vertelde ik over de lange wachtlijsten waar KNGF Geleidehonden momenteel mee te maken heeft.
De dames luisterden aandachtig, stelden vragen en toonden interesse in het onderwerp. Dat maakte het voor mij extra leuk om deze avond te verzorgen.
Op dit moment staan er nog geen nieuwe lezingen in mijn agenda. Heb je interesse in een gastspreker voor een school, vereniging of andere bijeenkomst? Neem dan contact op met KNGF Geleidehonden voor het boeken van een ambassadeur

Onderzoek > Rateltikkers

Op maandagochtend 4 mei had ik een online meeting met Ian Diesendruck, masterstudent aan Design Academy Eindhoven. Hij doet onderzoek naar het geluid van Rateltikkers (akoestische voetgangerssignalen) en hoe deze onze ervaring van de stad beïnvloeden. Tot dan toe richtte hij zich op het analyseren van technische documentatie en verzamelde hij veldopnames van deze signalen. Ik kwam in contact met hem i.v.m. de interview fase. Hij wilde mijn inzichten en ervaringen horen. Het interview was in het Engels.
Hij vroeg me wat geluid voor mij betekent. Geluid helpt mij om me te oriënteren. Als ik winkelwagentjes hoor ratelen over de stenen, weet ik dat ik bij de supermarkt in de buurt ben. Het kan ook negatief werken. Als er heel hard geluid is, zoals een schoonmaakwagen op straat hoor ik niets meer en is mijn oriëntatie weg.
We hadden het ook over echolokalisatie. De echo’s tegen gebouwen geven mij informatie over afstanden. Geluid klinkt anders in open gebied dan tussen huizen, ’s avonds klinken dingen ook anders dan overdag en na regen klinken dingen anders door bv. een nat wegdek.
Hij vroeg me ook wat voor mij het verschil is tussen geluid en een signaal. Dat is denk ik persoonlijk. Voor mij is de rateltikker een signaal, maar voor zienden is het vaak herrie. Het is subjectief. Ik noemde een algemeen voorbeeld: De dierentuin in Artis bestaat al meer dan 100 jaar. Er zijn nu mensen in Amsterdam die de dierentuin weg willen hebben, omdat het geluid ze stoort.
Ik gebruik het signaal niet alleen om over te steken, maar ook om de oversteekplaats te vinden. Als ik de rateltikker hoor, weet ik waar ik heen moet lopen om veilig te kunnen oversteken.
Het tikgeluid in Nederland is niet universeel over de wereld. In Japan hoorde ik een sjilpgeluid van een vogel of een muziekje. Dat vond ik veel leuker dan onze harde tik. Ian vertelde dat het in Australië ook heel anders klinkt.
Eind juni ronde hij zijn onderzoek af met een tentoonstelling in Eindhoven. Helaas kon ik daar niet bij zijn. Hij stuurde mij ook zijn Technical Insights Report met de uitkomsten uit de interviews.

Onderzoek > Doelgroep Passend Lezen door Koninklijke Bibliotheek

In de nieuwsbrief van Passend Lezen zag ik een oproep voor deelname aan een onderzoek. De Koninklijke Bibliotheek wilde de doelgroep van Passend Lezen beter leren begrijpen. Wat gaat goed? Waar lopen gebruikers tegenaan? En wat kan Passend Lezen doen om mensen beter te ondersteunen?
Ik gaf me op en werd op dinsdagochtend 5 mei gebeld door onderzoeksbureau Perspective. Het interview duurde ongeveer drie kwartier en ik had meteen een goede klik met de vrouw die mij interviewde. Ze stelde vragen over lezen in het algemeen en over mijn ervaringen met Passend Lezen.
Hoe lang ik al lid ben? Eigenlijk al van kinds af aan.
Van welke genres ik houd? Fantasy, sciencefiction, LitRPG, thrillers en af en toe een chicklit. Waarom juist die genres? Omdat ik me daarmee echt even in een andere wereld kan wanen.
Wanneer en waar ik lees? Je kunt beter vragen wanneer ik níét lees. Ik luister vooral audioboeken. Zodra ik wakker word, zet ik direct mijn boek aan. Tijdens het aankleden, tandenpoetsen en ontbijten luister ik. Maar ook tijdens het huishouden, koken of reizen met het openbaar vervoer. ’s Avonds val ik vaak in slaap met een boek. Daarnaast luister ik ook op rustige momenten, bv. op de bank of in de tuin.
Of ik ook podcasts luister? Zeker. Eigenlijk op dezelfde momenten als luisterboeken, behalve bij het in slaap vallen. Podcasts zijn voor mij meer informatief en vragen een andere vorm van concentratie dan een luisterboek. Ik luister vooral podcasts over showbizz, tv-series, actualiteit en educatieve onderwerpen.
Of ik ook brailleboeken lees? Ja, maar daar kies ik bewust andere momenten voor. Braille gebruik ik vooral wanneer ik iets echt goed moet opnemen, wil weten hoe woorden geschreven worden, iets moet leren of heel precies zin voor zin wil lezen. Braille heeft ook nadelen: het neemt veel ruimte in beslag en ik kan het niet overal lezen. Daarnaast lees ik veel Engelstalige boeken en in combinatie met mijn favoriete genres is het aanbod in braille beperkt. Toch kies ik soms bewust voor braille, bijvoorbeeld als een boek alleen in braille beschikbaar is. De Harry Potter-boeken las ik bv. in braille, omdat die destijds eerst alleen zo beschikbaar waren.
Welke leeshulpmiddelen ik bewust niet gebruik? Ik lees geen e-books. Je kunt ze via je telefoon laten voorlezen, maar dat werkt voor mij niet prettig. Ik houd niet van een synthetische stem die een boek opleest; ik luister liever naar een natuurlijke stem. Stemmen met emotie trekken mij veel dieper een verhaal in.
Wat ik mis bij Passend Lezen? Niet alle boeken zijn beschikbaar in aangepaste leesvormen. Vooral het aanbod Engelstalige boeken binnen mijn favoriete genres kan beter, bij voorkeur ingesproken door native speakers.
Wat voor mij de verschillen zijn tussen Passend Lezen en Storytel? Vooral de manier van inspreken. Bij Storytel zit vaak veel meer gevoel in het voorlezen. Stemacteurs maken er echt een luisterervaring van door personages een eigen stem, accent of spreekstijl te geven. Ze acteren tijdens het voorlezen en dat maakt mijn leeservaring rijker. Passend Lezen kiest juist bewust voor een neutralere manier van inspreken, zodat luisteraars zelf hun eigen voorstelling kunnen maken van het verhaal. Daarnaast vind ik de kwaliteit van de boeken en de gebruiksvriendelijkheid van de app bij Storytel beter. Ook het aanbod is daar veel groter, zeker als het gaat om Engelstalige fantasy en sciencefiction. Gesproken boeken van Passend Lezen gebruik ik tegenwoordig vooral als een boek nergens anders beschikbaar is of wanneer ik per pagina moet kunnen navigeren, wat overigens zelden nodig is.
Hoe mijn leeservaring door de jaren heen veranderd is? Op technisch vlak enorm. Van cassettebandjes naar cd’s en uiteindelijk streamingdiensten. Dat scheelt enorm veel ruimte in huis. Ook mijn smaak veranderde door de jaren heen. Als kind las ik vooral kinderboeken, als puber veel liefdesromans en dankzij Harry Potter ontdekte ik fantasy. Toen mijn Engels beter werd, ging er een compleet nieuwe wereld voor mij open.
Of ik weet voor wie Passend Lezen bedoeld is? Zeker. Voor iedereen met een leesbeperking. Dus niet alleen voor mensen met een visuele beperking, maar ook voor mensen met dyslexie of mensen die fysiek geen boek kunnen vasthouden.
Wat volgens mij de toekomst van Passend Lezen is? Ik denk dat Passend Lezen zich minder zou moeten richten op gesproken boeken die inmiddels commercieel breed als audioboeken beschikbaar zijn. Andere aanbieders doen het tegenwoordig erg goed. Ik zou de focus leggen op boeken die elders niet beschikbaar zijn en op specifieke behoeften van de doelgroep. Het geld dat daarmee vrijkomt, zou gebruikt kunnen worden om andere onderdelen van het aanbod te verbeteren, zoals reliëfwerk, braille, kranten en tijdschriften.
Ik ben erg benieuwd wat er uiteindelijk uit dit onderzoek gaat komen en wat Passend Lezen en de Koninklijke Bibliotheek met de resultaten gaan doen.

Onderzoek > Voelbare producten van Dedicon

Omdat ik het afgelopen jaar meerdere voelbare producten heb besteld bij Passend Lezen, ontving ik onlangs per e-mail het verzoek om mee te werken aan een telefonisch onderzoek van Stichting Dedicon. Dedicon maakt voelbare producten voor Passend Lezen en werkt continu aan het verbeteren van deze materialen.
Via Passend Lezen zijn o.a. reliëfkaarten, situatietekeningen en (stads)plattegronden beschikbaar. Het reliëfwerk bestaat uit vijf categorieën: topografische kaarten, stadsplattegronden, terreinplattegronden, bouwkundige plattegronden en diversen. Alle elementen op de kaarten zijn voelbaar en de teksten zijn in braille weergegeven. Soms bevatten kaarten of legenda’s ook grootlettertekst en duidelijke kleuren, zodat zienden kunnen meekijken.
Op donderdagochtend 21 mei werd ik gebeld voor een interview van ongeveer 35 minuten. Een onderzoeker van Dedicon stelde vragen over mijn ervaringen met de voelbare producten. Welke producten gebruik ik? Hoe vaak bestel ik iets? Welke materialen hebben mijn voorkeur?
Ik ben lid van het reliëfabonnement. Daarbij ontvang ik zes keer per jaar een editie met voelbare tekeningen rondom een door Dedicon gekozen onderwerp, vaak iets actueels. De uitleg is beschikbaar in braille, via een QR-code of op Daisy-cd. Zelf lees ik de informatie altijd in braille, omdat ik dan mijn eigen leestempo kan bepalen, gemakkelijk iets kan teruglezen en eenvoudig kan pauzeren waar ik wil.
Daarnaast bestel ik regelmatig ander reliëfwerk, bv. topografische kaarten wanneer ik op vakantie ga of wanneer een bepaald land veel in het nieuws is. Er bestaan ook voelbare tekeningen van onderdelen van het menselijk lichaam, kunstobjecten en historische gebouwen. Nieuwe toevoegingen aan de collectie ontdek ik meestal via de nieuwsbrief van Passend Lezen. Als iets mij aanspreekt, bestel ik het.
Heel af en toe dien ik ook zelf een verzoek in om iets om te laten zetten naar een voelbare tekening. De laatste keer ging het om een waterkaart van West-Friesland. Ik wilde graag kunnen voelen waar ik met mijn kajak had gevaren.
Bijna elke maand bestel ik wel iets. Mijn voorkeur gaat uit naar de Twin Vision-kaarten. Dat materiaal vind ik erg prettig en het is fijn dat het zowel braille als grootletter bevat. Daardoor kunnen zienden gemakkelijk met mij meekijken. Tijdens het interview gaf ik ook aan dat ik niet enthousiast ben over producten uit de nieuwe printer. Het papier vind ik te dun en ook de lijnen van de tekeningen zijn minder duidelijk voelbaar.
Op het eind werd mij gevraagd of ik dingen mis binnen het aanbod. Wat mij betreft mag er meer gedaan worden met 3D-prints. Een paar jaar geleden heb ik bv. de Notre-Dame besteld bij Passend Lezen als 3D-object. Dat maakt iets veel sneller duidelijk dan een tekening. Het is niet overal geschikt voor, dat weet ik, maar voor een globaal idee van het uiterlijk van een gebouw, brug of dier lijkt het mij beter dan een tekening.
Tot slot werd gevraagd of ik wilde meewerken aan een vervolgonderzoek in de vorm van een focusgroep, waarin gebruikers met elkaar in gesprek gaan over hun ervaringen. Dit zal waarschijnlijk eind augustus of begin september plaatsvinden. Daar werk ik graag aan mee.

Onderzoek > Traplopen i.v.m. empathische woning

Via het TestTeam van de Oogvereniging kwam ik in contact met studenten van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Voor een project binnen de minor Serious Applied Games moesten zij een spelconcept ontwikkelen dat mensen helpt binnen hun thuissituatie. Andere groepen moeten zich bv. richten op mensen met dementie (geheugentraining) of hart- en vaatziekten (meer bewegen).
De groep waarmee ik sprak ontwikkelde een concept om traplopen voor blinden en slechtzienden veiliger, duidelijker en interactiever te maken. Het idee was een begeleide trapervaring waarbij de gebruiker via spraak, geluid en feedback ondersteuning krijgt tijdens het traplopen. Denk aan informatie over het aantal treden, de huidige positie op de trap en hoeveel treden er nog volgen.
De studenten kwamen o.a. met deze ideeën:

  • Melodie Trap: iedere trede heeft een eigen toon, zodat je via geluid weet waar je je bevindt.
  • Quiz Trap: tijdens het traplopen krijg je korte vragen of opdrachten.
  • Duolingo Trap: leren van woorden of taal terwijl je de trap gebruikt.

Voorafgaand aan het interview vulde ik een vragenlijst in over mijn ervaringen met traplopen. Wat gaat goed? Wat kan beter? En wat vond ik van hun ideeën?
Op dinsdagmorgen 26 mei werd ik telefonisch geïnterviewd door Nik van Eck. In de vragenlijst had ik eerlijk aangegeven dat ik sommige ideeën, behalve de Melodie Trap, nogal kinderachtig vond. Nik begreep die reactie goed, maar de studenten zijn gebonden aan de eis dat het concept een spel moet zijn.
Ik vind het goed dat opleidingen studenten laten werken aan projecten rondom toegankelijkheid en beperkingen. Tegelijkertijd denk ik dat opleidingen kritisch moeten kijken of de doelgroep wel goed aansluit bij de opdracht. Ik ben een volwassen vrouw van midden veertig. Als ik een spel moet spelen om mijn eigen trap op of af te lopen, voel ik me niet echt serieus genomen. Bovendien duurt traplopen wel erg lang als je op iedere trede een vraag moet beantwoorden.
Nik vroeg mij ook of zo’n traploopconcept überhaupt nodig is. Voor mijn eigen huis niet; die trap ken ik uit mijn hoofd. De Melodie Trap zou nog een meerwaarde kunnen hebben, maar dan vooral in openbare gebouwen of op onbekende locaties. Daar kan extra begeleiding echt nuttig zijn.
Nik vroeg naar mijn behoefte aan technologie in een empathische woning. Zelf zie ik meer toekomst in een huis waarin alles met spraak te bedienen is en waarin een slimme AI-assistent in iedere ruimte aanwezig is om relevante informatie te geven wanneer dat nodig is. Maar ik zie daarin geen plek voor een spel. Ik houd van bordspellen, maar niet om dagelijkse activiteiten te mogen/ kunnen doen.
De studenten hadden daarnaast nog een idee rondom opruimen na een feestje: stoelen zijn verschoven, glazen staan overal en spullen liggen niet meer op hun plek. Dat kan voor iemand met een visuele beperking behoorlijk lastig zijn. Ook hierbij werd gedacht aan een spelvorm. Voor mij voelt dat opnieuw te kinderlijk voor een praktische uitdaging.
Aan het einde van het gesprek kwamen we samen nog op een ander idee. Mensen met een visuele beperking raken regelmatig spullen kwijt die voor ziende mensen “gewoon in het zicht” liggen. We dachten aan een moderne variant van het ouderwetse spelletje warm en koud, gecombineerd met de camera van een smartphone. De telefoon zou een signaal kunnen geven zodra het gezochte voorwerp in beeld komt, waarbij het geluid verandert naarmate je dichterbij komt.
Nik bedankte me voor mijn eerlijkheid. Ik bood mijn excuses aan dat de groep niet veel aan mij heeft en dat ik snap dat dit absoluut niet hun fout is, maar dat het een verkeerde keuze is van de opleiding. Daar hebben zij nu alleen niets aan. Hun project moet gedaan worden. De studenten hebben nog twee weken om hun opdracht af te ronden. Ik ben benieuwd welke inzichten de gesprekken met andere visueel beperkten hen nog gaan opleveren en wat het eindproduct gaat inhouden

Interview > Inclusieve kunstbeleving

Via het TestTeam van de Oogvereniging kwam ik in contact met eerstejaarsstudenten Ergotherapie van de Hanzehogeschool Groningen. Samen met VisioLab werken zij aan een project rondom inclusieve kunstbeleving voor blinde en slechtziende bezoekers, gebaseerd op het werk Lucht en Water van M.C. Escher.
In dit project onderzoeken zij hoe kunst niet alleen toegankelijk, maar ook betekenisvol en zelfstandig ervaarbaar kan zijn met behulp van andere zintuigen. Centrale vragen daarbij zijn bv.: wat maakt een kunstbeleving zonder zicht geslaagd, en hoe vertaal je visueel complexe kunst zonder deze te versimpelen? Daarom wilden zij graag in gesprek met mensen met een visuele beperking over hun ervaringen met kunst en culturele uitstapjes.
Op dinsdagmiddag 26 mei sprak ik via Teams met Hennie Douma, een van de studenten. Vooraf had ik haar de pagina op mijn website gestuurd waarop ik verslagen deel van musea die ik bezocht heb, evenals een blog over hoe ik museumbezoek ervaar. Ze gaf direct aan dat ze daar veel aan had gehad.
Tijdens ons gesprek stelde ze aanvullende vragen, bijvoorbeeld met wie ik musea bezoek en welke musea mijn voorkeur hebben. Meestal ga ik samen met een vriendin die ook van musea houdt. Historische musea spreken mij het meest aan.
Hennie had op mijn blog gelezen dat ik in Japan het Hiroshima Peace Memorial Museum bezocht heb en vroeg zich af of dat heel anders was dan in Nederland. Voor mijn gevoel verschilt dat niet veel. Ook daar maakten ze gebruik van een audiotour met uitgebreide teksten — iets waar ik juist van houd. Ze vroeg of ik niet overweldigd raak door zoveel informatie. Ik luister liever naar een volledig en uitgebreid verhaal dan naar een korte uitleg waarna ik nog met allerlei vragen blijf zitten. Sommige musea lossen dit mooi op door eerst een objectieve beschrijving van een kunstwerk te geven en bezoekers vervolgens als ze daar behoefte aan hebben via keuzeknoppen extra informatie te laten horen over specifieke onderdelen of thema’s.
Ook spraken we over rondleidingen. Qua inhoud duren die voor mij eigenlijk nooit te lang. Een groep visueel beperkten heeft echter wel meer tijd nodig dan een groep zienden. Ik merk dat het veel tijd kost wanneer er een grote groep visueel beperkte bezoekers aanwezig is en iedereen objecten moet kunnen voelen. Daarom adviseer ik musea om groepen klein te houden, maximaal vier visueel beperkte bezoekers met vier begeleiders.
Daarnaast vroeg Hennie of musea ook andere zintuigen inzetten en of ik daarin een voorkeur heb. Sommige musea doen dat gelukkig al goed. Juist die afwisseling maakt een museumbezoek voor mij interessant. Ik kom bijvoorbeeld geurstations tegen met geuren die passen bij kunstwerken. Andere musea werken met geluid, muziek of voelobjecten. Een museum gaf ons ooit een heet snoepje om het gevoel van winter op te roepen. Tijdens een tentoonstelling in het Rijksmuseum liet de gids ons de houding van het beeld Shiva Nataraja (Koning van de Dans) nadoen. Die variatie vind ik erg prettig.
Wel vind ik het belangrijk dat musea waarmaken wat ze beloven. Museum Ons’ Lieve Heer op Solder bood ooit een ‘multizintuiglijke rondleiding’ aan, maar daarbij werden uiteindelijk weinig zintuigen ingezet. De rondleiding zelf was prima, maar de verwachting lag door die naam hoger.
Hennie merkte op dat musea het soms lastig lijken te vinden om te beginnen met toegankelijkheid voor deze doelgroep. Dat herken ik wel. Waar start je? Wat levert het op qua bezoekers of inkomsten? Ik zie vaak dat dit soort projecten bij studenten of stagiairs wordt neergelegd. Zij leveren mooie ideeën aan, maar daarna moet een museum er zelf mee verder.
Mijn advies aan musea is altijd: begin klein. Niet alles hoeft meteen volledig toegankelijk te zijn. Dat verwacht ik als bezoeker ook helemaal niet. Ik ben al blij met een toegankelijke rondleiding langs een aantal topstukken. In 2025 hielp ik mee aan het toegankelijk maken van een tijdelijke fototentoonstelling in het Zuiderzeemuseum. Veel van de materialen die toen speciaal voor de doelgroep ontwikkeld zijn, hebben inmiddels een plek gekregen binnen de vaste tentoonstelling. Stap voor stap kun je echt veel bereiken.
Tot slot spraken we ook over andere culturele activiteiten die ik bezoek, zoals musicals, cabaret en concerten. Voor theater en concerten wordt tegenwoordig soms audiodescriptie aangeboden. Dat bestaat ook voor films en tv-series. Ik tipte haar daarom om eens te kijken naar Earcatch, Komt het Zien! en Stichting KUBES.
Binnenkort gaan de studenten meelopen met een rondleiding voor blinden en slechtzienden in het Groninger Museum om zelf te ervaren wat daarbij komt kijken. Waarschijnlijk zijn ze ook aanwezig bij het congres Oog op Kennis.
Het project loopt nog tot volgend jaar. Uiteindelijk moeten de studenten een concrete oplossing ontwikkelen voor musea, of zelf een toegankelijk initiatief organiseren. Ze houden mij op de hoogte.
Ik vind het mooi om te zien dat nieuwe generaties zorg- en ontwerpstudenten zich met dit onderwerp bezighouden. Toegankelijkheid begint vaak met luisteren naar ervaringen.

Onderzoek > Navigeren met visuele beperking

Online kwam ik een onderzoek van de Universiteit Utrecht tegen naar hoe mensen met een visuele beperking in het dagelijks leven hun weg vinden naar verschillende locaties en hoe hun zintuigen hen daarbij helpen. Voor dit onderzoek moest ik eerst een vragenlijst invullen over welke signalen ik gebruik tijdens het navigeren. Daarna maakte ik een afspraak om deel te nemen aan een experiment.
Het doel van het experiment was tweeledig. De onderzoekers willen bepalen of de antwoorden op de vragenlijst verband houden met het routeloopgedrag. Daarnaast willen ze onderzoeken wat de invloed van verschillende zintuigen is op dat routeloopgedrag.
Op donderdag 4 juni ging ik naar Utrecht voor het fysieke onderdeel van het onderzoek. Daar moest ik verschillende routes lopen in een grote ruimte. Elke route bestond uit een startpunt, drie stoppunten en een eindpunt. Onderzoeker Dominique Blokland liep voorafgaand aan iedere testronde eerst een oefenronde met mij, zodat ik de route kon leren kennen. De punten bevonden zich in elke ronde op een andere plek en ook de stoppunten verschilden steeds.
In de rondes waarin gevoel centraal stond, had elk stoppunt een andere ondergrond. In de rondes die over gehoor gingen, maakten de stoppunten pink noise. Dat is een geluid dat alle hoorbare frequenties bevat, maar waarbij de lagere tonen sterker aanwezig zijn dan de hogere. Het klonk voor mij een beetje als regen.
Later ging het geluid niet via de stoppunten in de ruimte, maar via een apparaatje dat ik tijdens de tests in mijn hand moest houden. Aan het einde volgden nog twee rondes waarbij ik oordopjes in had. Ik moest toen met mijn stok de weg vinden en het apparaatje dat eerder geluid maakte, gaf nu trillingen.
Het is best lastig om met een stok rechtuit te lopen. De eerste rondes gingen bij mij het best. Ik ben redelijk goed in het onthouden van routes, maar merkte wel dat ik, doordat ik zoveel routes achter elkaar moest lopen, vanaf ongeveer de vijfde route dingen door elkaar begon te halen. Bij één van de routes heb ik halverwege zelfs opgegeven, omdat ik echt niet meer wist hoe de route liep.
Na afloop stelde Dominique nog enkele vragen over mijn ervaringen tijdens de test. Ook vroeg ze welke vorm van begeleiding ik het prettigst vond: de trillingen, de geluiden bij de stoppunten, de geluidssignalen van het apparaatje of de verschillende ondergronden.
De onderzoeken lopen nog tot eind juni 2026. Ik ben benieuwd welke resultaten daar uiteindelijk uit zullen komen. Als je wilt kun je de vragenlijst hier invullen.

Sparren > Inclusieve tentoonstelling

In april hielp ik een studente bij het toegankelijk maken van een audiotour voor het Frans Hals Museum. Inmiddels is de stage van Christy Kelderman voorbij, maar ze heeft haar ervaringen meegenomen naar het volgende vak van haar studie: Spotlights. Voor dit vak mochten studenten op 18 juni in Amsterdam een eigen workshop of tentoonstelling presenteren.
Christy wilde een tentoonstelling maken met voelobjecten, geuren en iets om te proeven. De tentoonstelling kreeg de naam De non-visuele tentoonstelling. Daarmee wilde ze mensen laten ervaren hoe waardevol en leuk het is om verschillende zintuigen te gebruiken tijdens een tentoonstelling, en dat zintuiglijke beleving meer kan zijn dan alleen een vertaling van een kunstwerk. De tentoonstelling was dan ook niet specifiek bedoeld voor mensen met een visuele beperking, maar juist voor iedereen. Ze vroeg mij of ik telefonisch met haar wilde meedenken over het concept. Dat doe ik altijd graag.
Op zaterdagochtend 6 juni vertelde ze mij over haar plannen. Ik zei dat de tentoonstelling een inclusieve tentoonstelling is. Dat vond ze mooi klinken en ze wilde dat misschien als titel gaan gebruiken.
De tentoonstellingsruimte zou met gordijnen in vier delen worden verdeeld. Elk kwadrant had een eigen kunstwerk. Twee van de objecten had ze zelf van keramiek gemaakt. Deze mochten dus ook aangeraakt worden. Daarnaast was er een schilderij dat bezoekers konden voelen en stond in het laatste kwadrant proeven centraal. Ik gaf haar enkele kleine tips, maar het idee vond ik op zichzelf al sterk. Helaas kon ik niet aanwezig zijn, maar haar concept maakte mij wel nieuwsgierig.
Na afloop vroeg Christy of ik de teksten voor de audiotour wilde doorlezen en van feedback wilde voorzien. Het was leuk om die teksten te bekijken, omdat ik zo toch nog iets van de tentoonstelling heb kunnen meekrijgen.

Co-creatie sessie > Kasteel Radboud

Kasteel Radboud in Medemblik werkt aan de ontwikkeling van een inspirerend publieksprogramma voor de komende jaren, aansluitend op de tentoonstelling Tussen Zwaard en Ziel, die begin dit jaar werd geopend. In deze tentoonstelling vormen ontmoeting tussen culturen, identiteit, macht en de zoektocht naar verbinding de rode draad.
Het kasteel wil deze thema’s vertalen naar een belevenisvol programma voor gezinnen met kinderen en activiteiten voor jongeren. Daarbij is ruimte voor creativiteit, ontmoeting, geschiedenis en lokale betrokkenheid. Om dit vorm te geven, wilde het kasteel samenwerken met mensen die ideeën, talent, ondernemerschap of een bijzondere band met deze historische plek meebrengen.
Marije van der Stelt, een van de organisatoren van de middag, benaderde mij met de vraag of ik als ervaringsdeskundige met een visuele beperking wilde deelnemen. Eerder had ik al met haar samengewerkt bij het toegankelijk maken van een fototentoonstelling in het Zuiderzeemuseum.
Op donderdagmiddag 11 juni vond de co-creatiesessie plaats. Het doel was om samen te verkennen hoe Kasteel Radboud de komende jaren nóg meer een levendige en verrassende plek kan zijn voor bewoners en bezoekers. De groep bestond uit ongeveer 25 deelnemers met zeer uiteenlopende achtergronden: creatieve denkers, doeners en makers, maar ook mensen met kennis van geschiedenis, cultuur, jongeren, toegankelijkheid, musea, kastelen, West-Friesland, ondernemerschap en educatie. Daarnaast waren er vertegenwoordigers van de gemeente en medewerkers en vrijwilligers van het kasteel aanwezig.
We begonnen met een introductie over het kasteel en het programma van de middag. Daarna sprak ik tijdens een korte kennismakingsopdracht met drie andere deelnemers. Vervolgens werden vier gespreksthema’s gepresenteerd, elk aan een eigen tafel met een tafelbegeleider. Ik sloot aan bij de tafel over diversiteit en inclusie.
We gingen met elkaar in gesprek over wat diversiteit en inclusie betekenen en welke doelgroepen het kasteel nog beter zou kunnen bereiken. Uiteraard kwam ook de online en fysieke toegankelijkheid aan bod. Daarbij ging het niet alleen over mensen met een visuele beperking, maar over toegankelijkheid voor iedereen. Denk bijvoorbeeld aan begrijpelijke taal voor laaggeletterden of voor mensen die nog niet zo lang in Nederland wonen.
Na drie kwartier presenteerde elke groep kort de belangrijkste ideeën en inzichten.
Ik ben benieuwd welke plannen hieruit voortkomen en hoe deze ideeën hun weg vinden naar het toekomstige publieksprogramma. In ieder geval heb ik aangegeven dat ik graag blijf meedenken over toegankelijkheid en inclusie binnen het kasteel.

Dit was het voor Q2

Dit was Q2 2026. Eind september lees je op mijn site een overzicht over het derde kwartaal van 2026.

Nooit meer een Tikje Anders blog missen?

Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!

Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.

Deel dit bericht met je netwerk!


Ontdek meer van Tikje Anders

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

1 gedachte over “Presentaties, onderzoeken en andere leuke dingen in Q2 2026

  1. Mooi hoor.Debby, goed geschreven. Ik heb alles nog even overgelezen en erg duidelijk allemaal. Er zullen best goeie ideeën van jou worden uitgewerkt.

Laat hier jouw reactie achter op bovenstaande blog