‘Hoe was je dag?’ vraagt mijn vriend als hij na een lange werkdag thuiskomt en op zijn stoel neerploft. Ik vertel over huishoudelijke klusjes en katten die weer eens rare dingen deden. Daarop krijg ik slechts wat afwezige humgeluiden terug. Tijd om de boel wat op te schudden. ‘Ik had nooit gedacht dat ik ooit in mijn blote kont in een speeltuin zou staan,’ zeg ik.
Mijn vriend kijkt ineens op van zijn telefoon. ‘Sorry, wat zei je?’
Maandag 1 juni 2026
Ik kajak sinds een paar jaar elke week. Heerlijk!
Onze kajakvereniging helpt ieder jaar bij activiteiten van de Prinsenstichting. Deze stichting biedt zorg en ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Vijf dagen lang wordt er op verschillende locaties in Noord-Holland gekanood met cliënten. Dit jaar ga ik voor het eerst mee als vrijwilliger.
Samen met een kanocollega vaar ik in een Canadese kano. Dat is een lange, smalle kano die aan de bovenkant volledig open is. Ik zit voorin en hij achterin. Hij stuurt en tussen ons in is ruimte voor een cliënt.
Tijdens de eerste twee rondes gaat er ook een medewerker van de stichting mee. Die zit met zijn rug tegen mijn bankje aan, terwijl de cliënt tegen hem aan leunt.
In de ochtend is het prachtig weer. Na de pauze steekt de wind op en wordt het een stuk frisser. Daarom trek ik mijn trui van de kajakvereniging aan. Onze eerste cliënt na de pauze vaart zonder extra begeleiding met ons mee. Het meisje heeft hoorbaar plezier, vooral wanneer ik met mijn peddel zogenaamd per ongeluk tegen haar peddel tik. Dat doe ik dus lekker vaak. Ondertussen hoor ik dat ze dol is op zwemmen.
Wanneer we na ons rondje willen aanleggen bij de steiger, gaat het mis. Een windvlaag pakt de punt van de kano en duwt ons tegen de steiger aan. Daarna gaat alles razendsnel. De kano kantelt en ik probeer met mijn hand de steiger te grijpen om ons in evenwicht te houden, maar die blijkt net te ver weg. Als we nog verder kantelen, weet ik dat het onvermijdelijke gaat komen. Plons!
Met z’n drieën liggen we in het water. Het is dieper dan ik had verwacht. Het water komt tot aan mijn oksels. Mijn stress om het vallen en nat worden is weg, wel ben ik even bang dat ik mijn waterbestendige tas met mijn telefoon kwijt ben. Iemand op de steiger heeft hem al uit het water gevist.
Gelukkig staan er genoeg vrijwilligers klaar op de steiger om iedereen in en uit de kano’s te helpen. We worden vrijwel direct weer op het droge gehesen.
Als we veilig aan wal staan, zeg ik lachend tegen de cliënt: ‘Mag ik je een knuffel geven? Nou, dan heb je vandaag toch nog gezwommen.’
Ik ben drijfnat. Een van de vrijwilligers begeleidt me weg van de steiger. Met zompige schoenen beklim ik de helling. Er is geen gebouw in de buurt; we zitten op een buitenlocatie. Waar kan ik me nu omkleden?
We hebben wel een partytent, maar die staat met de open kant naar de straat. Omdat ik zelf niets zie, vind ik het lastig in te schatten waar ik enigszins uit het zicht sta.
Een van de vrijwilligers komt met een oplossing. Naast de steiger ligt een speeltuin. Achter een speeltoestel zou ik me kunnen omkleden. Gelukkig zijn er geen kinderen aanwezig.
Ondertussen houdt zij een jas omhoog om me enigszins af te schermen van nieuwsgierige blikken.
Ik besluit het omkleden in fases aan te pakken.
Eerst gaan de doorweekte schoenen en sokken uit. Daarna volgt mijn bovenkleding. De natte kleding leg ik maar op het klimrek. Hoe vaak ligt er nu een BH op een klimtoestel naast een schommel en een glijbaan? Afdrogen. Droge kleding aan. Vervolgens zijn mijn broek en onderbroek aan de beurt. Opnieuw afdrogen. Droge kleding aan.
Ondertussen vraag ik me voortdurend af of er echt niemand staat te kijken. Het voelt allemaal behoorlijk open. Na een tijdje laat ik de schaamte maar varen. Als iemand me ziet, dan is dat maar zo. Hebben ze ook weer een goede dag.
Mijn broek aantrekken blijkt nog een hele uitdaging. Mijn benen zijn nog vochtig en de stof van mijn legging blijft overal aan plakken. Uiteindelijk ga ik maar op het kunstgras zitten. Dat voelt verrassend genoeg meer als tapijt dan als gras.
Het nadeel daarvan is dat er allerlei bloemblaadjes en zaadjes aan me blijven kleven. Ach ja, dat neem ik dan maar voor lief.
Een paar minuten later zit ik droog, warm en met een kop thee onder de partytent. Mijn kanoclubcollega, die zich heeft omgekleed bij zijn auto, grinnikt. ‘Dat was wel een vuurdoop voor je eerste dag.’
De rest van de middag vraagt iedereen of ik al van de schrik ben bekomen. Die schrik was al verdwenen toen ik eenmaal in het water lag. Op het moment dat de kano kantelde schrok ik natuurlijk, maar zodra je erin ligt, kun je er toch niets meer aan veranderen. Het water was gelukkig niet koud en stonk ook niet. Ik hoor dat het ook goed gaat met de cliënte. Ze huilde op de steiger even van de schrik, maar lacht nu gelukkig weer.
Volgend jaar ga ik weer mee. En wie weet zie ik die cliënt dan opnieuw terug. Doen we een herkansing.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Wat een avontuur Debby. In het water vallen en omkleden in de speeltuin. Gelukkig kunnen jullie er om lachen en is alles goed gegaan. Geen schrammen of ander letsel.