Verzetsmuseum Amsterdam heeft een vaste tentoonstelling over De voormalige Nederlandse koloniën, waarin het gaat over de periode van WO II tot hun onafhankelijkheid. Met een clubje visueel beperkten wilden we deze tentoonstelling bezoeken met een gids. Het was voor het museum de eerste keer bij deze tentoonstelling. Hieronder lees je mijn impressie van de rondleiding op dinsdag 21 april 2026.
Ontvangst
Het is mooi weer dus in de pauze gaan we naar buiten om in de zon te lunchen. We praten over de indrukwekkende rondleiding van vanmorgen bij de tijdelijke tentoonstelling over Iraans vrouwenverzet.
Om 13.25 uur melden we ons weer bij de kassa voor een rondleiding in de vaste tentoonstelling. Net als vanmorgen is onze gids Mirjam.
We lopen naar de kleine zaal waar deze vaste tentoonstelling is opgesteld.
Historische context
De zaal is vrij klein, ca. 50 m². Daarom moeten we extra goed opletten dat we met onze krukjes niet te veel ruimte innemen voor andere bezoekers.
Het eerste stoppunt bevindt zich aan het begin van de ruimte. We zetten onze krukjes in een kring om het voelobject.
Volgens Mirjam is er in de zaal, ondanks de beperkte ruimte, veel informatie te vinden. Er staan voelobjecten en er zijn persoonlijke verhalen van mensen. Midden in de zaal staat een groot meubel waarin al die verhalen te vinden zijn. Je kunt er omheen lopen. Op de muren zijn schaduwen geprojecteerd en deels geschilderd. Daarnaast zijn er animaties te zien die de indruk wekken van een oerwoud, met lichtstralen die door het bos schijnen. Aan het plafond hangen kunstplanten.
We beginnen met een kleine quiz. Mirjam vraagt: ‘Welke koloniën hoorden aan het begin van WO II bij Nederland?’
Door mijn opleiding tot docent geschiedenis weet ik hier al het een en ander van. Daarom houd ik me stil en vul alleen aan als de anderen geen antwoorden meer geven. Het waren Nederlands-Indië, Suriname, Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba.
De tweede vraag gaat over het percentage van de bevolking van Indonesië dat in 1940 Europees was. Ik weet dat dit een zeer klein deel van de bevolking was. Blijkbaar was dat slechts 0,0001%. Mirjam vertelt dat er 60 miljoen Indonesiërs waren, ca. 80.000 Europeanen, 1,2 miljoen Chinezen en 200.000 Indo-Europeanen.
Vervolgens vraagt Mirjam: ‘Uit welke bevolkingsgroepen was Suriname opgebouwd?’
Die vraag vind ik lastiger. Ik kom niet verder dan Creolen en Marrons. De samenstelling van de bevolking was echter diverser weet ik. Mirjam legt uit dat er ca. 180.000 mensen woonden. Waarvan 72.000 nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen, ca. 50.000 Hindoestanen (afstammelingen van contractarbeiders uit het toenmalige Brits-Indië, het huidige India, Pakistan en Bangladesh), ca. 25.000 Javaanse contractarbeiders, zo’n 2.000 Chinezen, ca. 3.000 Inheemsen (de oorspronkelijke bewoners) en 18.000 Europeanen, van wie ca. 6.000 Nederlanders.
De laatste vraag gaat over de huidige status van de zes Caribische eilanden. Die weet ik. Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn bijzondere gemeenten van Nederland. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn autonome landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. We hebben het er kort over dat veel mensen dit niet weten.
Mirjam vertelt dat we tijdens de rondleiding leren wat er vóór, tijdens en na WO II in de koloniën gebeurde en hoe deze ontwikkelingen bijdroegen aan hun onafhankelijkheid.
Industrie in Suriname, Aruba en Bonaire
Dit deel van de tentoonstelling gaat over de oorlogsindustrie. We zitten naast een voelobject dat op een vitrine ligt. Het is een stuk van een geallieerd vliegtuigwrak. Ik voel een dun, driehoekig stuk metaal dat bijna niets weegt. De randen zijn rafelig en het metaal is bij een hoek omgebogen. De vorm lijkt op een Doritochipje. Mirjam wijst op kleine nagels in het metaal.
In de vitrine ligt een stuk bauxiet. Mirjam vertelt dat Suriname tijdens WO II een belangrijke rol speelde vanwege de bauxietwinning. Bauxiet is de grondstof voor aluminium, wat belangrijk was voor de vliegtuigindustrie. Door de oorlog nam de vraag naar bauxiet sterk toe. De groei van de bauxietproductie zorgde voor economische groei van Suriname. Ik wist niet dat Suriname zo’n belangrijke rol speelde in de oorlogsindustrie.
Ook Aruba en Curaçao waren belangrijk tijdens de oorlog, vanwege grote olieraffinaderijen.
Hulp van Amerika
De Nederlandse regering vroeg de Verenigde Staten om militaire steun om de industrieën te beschermen.
Door de oorlog veranderde de positie van mensen van kleur in de koloniën. Voor de oorlog werden zij achtergesteld en hadden zij minder kansen. Door de groei van de industrie en de komst van militaire organisaties ontstonden nieuwe mogelijkheden voor werk en opleiding. Sommige mensen konden daardoor hogere functies bereiken en het volk kreeg meer zelfvertrouwen. Ze zagen dat witte mensen in het Amerikaanse leger ook rotklusjes moesten doen. Ik vul aan dat in het Amerikaanse leger toch veel racisme was. Tijdens een bezoek aan het Oorlogsmuseum in Medemblik hoorde ik over de ongelijke behandeling van de Afro-Amerikanen tijdens WO II.
Mirjam vertelt dat toen Nederland de hulp van de VS vroeg de NSB daar fel op reageerde. Zij vonden dat Nederland Suriname weggaf. Verzetsstrijder Anton de Kom (1898-1945) schreef dat hij vond dat de NSB geen recht van spreken had, omdat zij Nederland aan de Duitsers hadden gegeven. De Kom was kritisch op het Nederlandse koloniale bestuur en vond dat Suriname recht had op zelfbestuur en uiteindelijk onafhankelijkheid. Hij zag de oorlog als een moment waarop de koloniale verhoudingen ter discussie konden worden gesteld.
De Kom werd eerder uit Suriname verbannen vanwege zijn kritiek op de koloniale ongelijkheid. Hij schreef over racisme, uitbuiting en de ongelijke behandeling van de Surinaamse bevolking. Zijn werk speelde later een belangrijke rol in het bewustzijn over kolonialisme en institutioneel racisme.
Na de oorlog trok de VS zich terug en bleef Suriname een Nederlandse kolonie. We grappen dat Trump het nooit meer zou hebben teruggegeven.
Bevolkingslagen van Indonesië
Mirjam laat een interview horen waarin een Indonesische man de rangencultuur in Nederlands-Indië toelicht. Bovenaan stond de Europese, voornamelijk witte, bevolkingsgroep. Daaronder bevonden zich de zogenoemde Indo-Europeanen, mensen van zowel Europese als Indonesische afkomst. De grootste groep, de inheemse bevolking, stond onderaan en had de minste rechten.
Deze ongelijkheid kwam tot uiting in de manier waarop Europeanen naar de Indonesische bevolking keken. Men zag ze als lui en dom. Dit interview maakt mij weer duidelijk hoe diep de koloniale verhoudingen in het dagelijks leven aanwezig waren.
Borduurwerk uit Indonesië
We lopen verder naar het volgende voelobject. In de zaal staat achtergrondmuziek aan voor de sfeer. Het werkt voor mij afleidend. We verstaan Mirjam niet goed. Ze gaat harder praten. Bij de rondleiding van vanochtend had ze de muziek uitgezet. Dat vond ik een stuk prettiger.
We zitten nu in een deel van de zaal dat gaat over de kampen.
In 1942 viel Japan Nederlands-Indië binnen, vanwege de strategische ligging en de aanwezige grondstoffen, zoals olie, rubber en tin. Het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) bood weerstand, maar werd binnen enkele maanden verslagen. Sommige Indonesiërs zagen de Japanners eerst als bevrijders van het Nederlandse koloniale bewind. Die verwachting bleek onterecht. De Japanse bezetting ging gepaard met onderdrukking, dwangarbeid en veel slachtoffers.
Nederlandse burgers werden geïnterneerd in Japanse kampen. Bij mensen van gemengde Europese en Indonesische afkomst werd op basis van hun uiterlijk bepaald of zij naar een kamp moesten. Daarnaast waren er buitenkampers. Zij hadden te maken met honger, armoede en geweld.
Mannen en vrouwen werden gescheiden ondergebracht en jongens moesten vanaf hun twaalfde jaar naar een mannenkamp.
Aan de muur hangt een geborduurde afbeelding van het leven in een kamp. Voor bezoekers die niet zien is hiervan een tastbare versie gemaakt. Die zit heel slim verwerkt in een uitschuifbare la. Een handige oplossing in deze kleine zaal.
Net als het origineel is de replica op een theedoek geborduurd. Als kijker kijk je wat schuin op de scène. Ik vind het lastig voelbaar wat wat is. Zonder uitleg had ik niet begrepen wat erop stond.
Mirjam beschrijft de afbeelding. Het is een scene waarop een vrouw in een roze jurk op een bed zit in een ruimte met tegels op de vloer. Ze is aan het luizen pluizen bij een klein meisje. Het meisje heeft zwart haar en draagt een groen jurkje en sandalen. Ze staat met haar rug naar ons toe. Ze houdt haar handen op haar rug en in haar handen houdt ze een touw dat loopt naar een speelgoed eend op wieltjes. Naast de moeder ligt een borstel op bed. Onder het bed ligt een groene koffer. De kleuren zijn niet ingevuld, alleen de lijnen hebben kleur. De jurk van het meisje is in het origineel iets lichter.

Japanse troostmeisjes
Mirjam vertelt over de troostmeisjes: meisjes en vrouwen die door het Japanse leger werden gedwongen tot seksuele slavernij. Een paar jaar geleden las ik daarover een indrukwekkend boek. Pas vanaf de jaren negentig kwamen deze verhalen echt naar buiten. De eerste Europese vrouw die hier openlijk over vertelde was Jan Ruff-O’Herne. Zij deed haar verhaal nadat Koreaanse slachtoffers eerder de stilte hadden doorbroken. Ik ken haar niet.
We praten over het zwijgen na de oorlog. mensen wilden hun ervaringen achter zich laten of vonden het te pijnlijk om erover te praten. Mirjam noemt dit het Indisch zwijgen, een begrip dat ik al eens eerder had gehoord. Dit geldt ook voor andere mensen die WO II hebben meegemaakt. Mijn opa en oma spraken er ook nooit over.
Ook komt de periode na de Japanse capitulatie aan bod. Mensen die later vanuit Indonesië naar Nederland kwamen, voelden zich verbonden met Nederland of werden door de nieuwe Indonesische machthebbers als pro-Nederlands gezien. Mirjam benaddrukt dat de tentoonstelling ook aandacht besteedt aan het Indonesische perspectief. De verhalen van Indonesiërs die vochten voor onafhankelijkheid zijn anders dan die van Indische Nederlanders
Medardo de Marchena
Mirjam vertelt over Medardo de Marchena. Zijn naam zegt mij eerlijk gezegd niets. Hij was een Curaçaose schrijver, journalist en activist die zich fel uitsprak tegen het koloniale bestuur. Net als Anton de Kom verzette hij zich tegen racisme, ongelijkheid en de achterstelling van de Afro-Curaçaose bevolking. Hij stelde dat de slavernij dan wel was afgeschaft, maar dat de machtsverhoudingen nauwelijks waren veranderd.
Tijdens WO II kreeg het koloniale bestuur extra bevoegdheden. Niet alleen Duitsers werden geïnterneerd, maar ook mensen die als politiek lastig werden gezien. De Marchena werd daarom zonder proces opgesloten in een interneringskamp op Bonaire, waar hij de oorlog doorbracht. Ik ben het met Mirjam eens dat dit een schrijnend verhaal is.
Slachtoffercijfers in Indonesië
De verhalen over de Nederlandse krijgsgevangenen die onder erbarmelijke omstandigheden aan de Birma-spoorweg moesten werken zijn bekend. Minder bekend is dat ook enorme aantallen Indonesiërs als dwangarbeider werden ingezet. Mirjam noemt slachtofferaantallen: ca. 13.000 Nederlandse burgers overleden in de interneringskampen. Zo’n 8.500 Nederlanders stierven als krijgsgevangenen, tegenover 400.000 Indonesische krijgsgevangenen. ‘En voor wie zijn allemaal monumenten?’ vraag ik hardop.
Mirjam is nog niet klaar. Er waren twee miljoen slachtoffers van een hongersnood op Java. Daarover weet ik niets. Door de Japanse bezetting, de gedwongen inzet van arbeiders en het instorten van de landbouwproductie ontstond op Java een enorme voedselcrisis waarbij miljoenen mensen omkwamen.
Bersiap in Indonesië
Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 riepen Indonesische nationalisten de onafhankelijkheid uit. In de chaotische periode die daarop volgde, de Bersiap, vielen radicale Indonesische jongeren Europeanen, Indische Nederlanders, Chinezen en anderen die als pro-Nederlands werden gezien aan. Daarbij kwamen ca. 6.000 mensen om.
Mijn vriendin vraagt of de oorlog in Indonesië heftiger was dan de oorlog in Nederland. Mirjam legt uit dat het geweld daar langer doorging. Terwijl Nederland in mei 1945 werd bevrijd, brak in Indonesië juist een nieuwe fase van het conflict aan. Nederland probeerde het koloniale gezag te herstellen en voerde tussen 1945 en 1949 oorlog tegen de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Daarbij vonden guerrillagevechten plaats en werden tijdens militaire acties complete dorpen verwoest of platgebrand. Ook in deze periode vielen aan beide kanten veel slachtoffers, waarvan 100.000 Indonesische burgers.
Torpedo op Aruba
We lopen door naar het volgende voelobject. Mirjam legt uit dat Duitse onderzeeërs in het Caribisch gebied actief waren. Zij vielen met torpedo’s zowel schepen als doelen die belangrijk waren voor de olievoorziening aan. Aan de muur hangt een foto van een torpedo die op een strand is aangespoeld, met daarnaast twee militairen. Om die foto voor blinde en slechtziende bezoekers toegankelijk te maken, heeft het museum er een 3D-voelmodel van gemaakt.
Ik mag als eerste voelen. De torpedo is lang en smal. Vergeleken met de twee mannen op de foto is hij zo’n vier keer zo lang en reikt de doorsnede tot halverwege hun bovenbeen. Aan de bovenkant zit iets dat op een propellertje lijkt en op de onderkant zitten stabilisatievinnen. Mirjam wijst op enkele ronde markeringen op de torpedo. Volgens haar kun je daaraan zien om welk type het gaat.
Amerikaanse cultuur
Mirjam vertelt dat WO II in Suriname en het Caribisch gebied minder slachtoffers eiste dan in Europa. Het aantal bleef beperkt tot tientallen of enkele honderden.
Via de soldaten maakten Suriname kennis met typisch Amerikaanse producten en gewoonten, zoals Cola, snacks en de populaire muziek.
Indonesische onafhankelijkheidsstrijd
Mirjam vertelt dat de situatie in Suriname sterk verschilde van die in Indonesië. Doordat Suriname uit veel diverse bevolkingsgroepen bestond, ontstond daar geen brede onafhankelijkheidsbeweging.
In Indonesië groeide het nationalisme vanaf de jaren’ 20. Soekarno, Hatta en Sjahrir zetten zich in voor een onafhankelijk Indonesië. Er ontstonden politieke organisaties, een vlag en een volkslied.
Toen Japan Nederlands-Indië bezette, zagen sommige nationalisten daarin een kans een einde te maken aan het Nederlandse koloniale bestuur. Dit lukte niet. Nadat Japan in 1945 capituleerde, drongen jonge Indonesische nationalisten erop aan dat Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid zouden uitroepen. Dat gebeurde twee dagen later op 17 augustus.
Nederland erkende deze onafhankelijkheidsverklaring niet en probeerde het koloniale gezag te herstellen. Britse troepen kwamen als eersten aan om de Japanse overgave af te handelen en geallieerde krijgsgevangenen te bevrijden. In de chaotische maanden daarna brak de Bersiap-periode aan.
Mirjam laat een reliëfkaart van Indonesië rondgaan. Ze legt uit hoe uitgestrekt de archipel is: de afstand van west naar oost is vergelijkbaar met de breedte van Noord-Amerika. Indonesië bestaat uit duizenden eilanden, waaronder Java, Sumatra, Bali en de Molukken. Door die enorme geografische en culturele diversiteit woedde na de onafhankelijkheidsverklaring een discussie over de staatsvorm. Sommigen wilden een federatie met regionale autonomie, terwijl Soekarno juist een sterke eenheidsstaat nastreefde. Op enkele plaatsen, zoals de Molukken en Papoea, bestaan nog bewegingen die streven naar meer zelfstandigheid of onafhankelijkheid.
Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog
We lopen door naar het laatste voelobject. Net als eerder is het opgeborgen in een lade. Het blijkt een propagandaposter uit de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog te zijn. Eerst verken ik de voelafbeelding. Onderaan voel ik de eilanden van Indonesië. Daarboven staat een grote hand met lange, scherpe nagels die zich over de archipel uitstrekt. Op die hand staat een soldatenlaars die de grijpende hand tegenhoudt.
Mirjam vraagt ons voor wie de hand en de laars staan. De hand staat volgens ons symbool voor Nederland, terwijl de laars de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders verbeeldt. De poster is gemaakt vanuit Indonesisch perspectief. Op de poster staat een Nederlandse stempel, waaruit blijkt dat hij later door Nederlandse militairen in beslag is genomen.
Mirjam vertelt dat de Indonesische strijders uit verschillende groepen bestonden. Zij voerden een guerrillaoorlog, waardoor zij ondanks hun beperktere bewapening moeilijk te verslaan waren.
Nederlandse militairen die naar Indonesië werden gestuurd, waren ervan overtuigd dat zij de orde kwamen herstellen. Hun werd verteld dat zij optraden tegen gewelddadige opstandelingen die een bedreiging vormden voor de bevolking.
Mirjam zegt dat in Nederland lang nauwelijks werd gesproken over de oorlogsmisdaden die tijdens deze oorlog door Nederlanders zijn gepleegd. De eerste die er iets over vertelde was Joop Hueting, een Nederlandse veteraan die op tv vertelde over het geweld waaraan hij had deelgenomen en dat hij had zien gebeuren. Zijn verhaal veroorzaakte ophef en hij kreeg kritiek en bedreigingen. Pas in 2022 bood premier Mark Rutte namens de Nederlandse regering excuses aan voor het structurele extreme geweld dat Nederland tijdens de onafhankelijkheidsoorlog gebruikte.
Onafhankelijkheid
Als afsluiting laat Mirjam een fragment horen uit een Polygoonjournaal over de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. Ik hoor hoe de Indonesische minister-president Hatta in Amsterdam aanwezig is bij de officiële overdracht. Het valt me op hoe vloeiend hij Nederlands spreekt. Ook hoor ik een deel van de toespraak van koningin Juliana. Haar woorden maken duidelijk dat Nederland de band met Indonesië graag wilde behouden, ook al werd de onafhankelijkheid officieel erkend.
Tot slot maakt Mirjam de stap naar de latere dekolonisatie van de andere Nederlandse koloniën. Suriname werd in 1975 onafhankelijk. Aruba kreeg in 1986 een Status Aparte en sinds 2010 zijn Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Koninkrijk. Bonaire, Sint Eustatius en Saba werden toen bijzondere gemeenten van Nederland.
Mijn vriendin vraagt hoe de inwoners van de eilanden tegen hun band met Nederland aankijken. Volgens Mirjam is daarop geen eenduidig antwoord. De meningen verschillen per eiland en per persoon. Sommige inwoners vinden de huidige situatie prettig, terwijl anderen meer autonomie of onafhankelijkheid wensen. Ook de bijzondere gemeenten hebben een andere bestuurlijke positie dan Nederlandse gemeenten in Europa, al zijn hun inwoners Nederlandse staatsburgers met stemrecht voor de Tweede Kamer. Hard op vraag ik me af of volledige onafhankelijkheid voor alle eilanden financieel haalbaar is en of daarvoor onder de bevolking een meerderheid bestaat.
Afronding
Mirjam sluit de rondleiding af met dat ieder voormalig Nederlands koloniaal gebied zijn eigen geschiedenis heeft. Als voorbeeld noemt ze de Molukken. Het museum vertelt hoe Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen in 1951 tijdelijk naar Nederland werden overgebracht. Al snel werden de militairen ontslagen en bleek terugkeer onmogelijk. Dat zorgde voor teleurstelling en een diep gevoel van onrecht binnen de Molukse gemeenschap. Ik merk op dat dit uiteindelijk mede leidde tot de treinkapingen en andere acties van Molukse jongeren in de jaren ‘70.
We hebben het erover dat mensen uit de voormalige koloniën zich in Nederland lang tweederangsburgers voelden. Mede door discriminatie en racisme.
We lopen met Mirjam terug naar de ingang van het museum. We bedanken haar voor de boeiende rondleiding. Om 14.40 uur halen we onze spullen uit de kluisjes. We sluiten de middag af met een drankje in het café naast het museum.
Wat vond ik ervan?
Ik kijk met plezier terug op dit museumbezoek. De rondleiding was interessant, leerzaam en gaf een ander perspectief op WO II dan je meestal krijgt. In Nederland ligt de nadruk meestal op de gebeurtenissen in Europa. De verhalen uit de koloniën hoor je zelden. Het was verhelderend eens stil te staan bij de geschiedenis van Suriname, de Caribische eilanden en Indonesië.
Natuurlijk is het onmogelijk in een rondleiding van een uur de volledige geschiedenis van deze gebieden te behandelen. De rondleiding bood vooral een overzicht en liet ons kennismaken met verschillende onderwerpen. Dat werkte voor mij goed: het maakt nieuwsgierig en nodigde mij uit me er verder in te verdiepen.
Voor mij zat de meeste nieuwe informatie in de verhalen over Suriname en de Caribische eilanden. Over Indonesië wist ik al het een en ander door mijn opleiding, maar ook daarover hoorde ik nieuwe details en interessante persoonlijke verhalen.
Bijzonder was dat wij de eerste groep blinde en slechtziende bezoekers waren die deze rondleiding kregen. Dat was nauwelijks te merken. De gids wist de voorwerpen goed te beschrijven en de voelobjecten sloten aan bij haar verhaal. Ik vond het een geslaagde eerste poging en hoop dat deze rondleiding vaker wordt aangeboden.
Het museum beschikt over een audiotour. Die heb ik deze keer niet gedaan, omdat we deelnamen aan de rondleiding. Ik ben nieuwsgierig hoe die is opgebouwd en welke extra informatie daarin wordt gegeven. Misschien ga ik daarom nog eens terug om de audiotour zelf te ervaren.
De tentoonstellingsruimte is vrij compact. Daardoor is een beperkt aantal voelobjecten aanwezig. Voor mij was dat geen probleem. Er waren genoeg objecten om de verhalen tastbaar te maken. De voelobjecten vormden een goede aanvulling op de uitleg van de gids.
Als ik één verbeterpunt mag noemen, dan is het het sfeergeluid dat in de zaal te horen was. Ik begrijp dat het is bedoeld om de tentoonstelling meer sfeer te geven. Het werkte voor mij juist afleidend. Het maakte het lastig om de gids te verstaan en zorgde ervoor dat ik sneller overprikkeld raakte. Zeker tijdens een rondleiding, waarbij de gesproken uitleg centraal staat, zou ik ervoor kiezen het achtergrondgeluid uit te zetten of te dempen.
Al met al vond ik dit weer een waardevolle rondleiding van het Verzetsmuseum die een onderbelicht deel van de Nederlandse oorlogsgeschiedenis toegankelijk maakt. Ik heb nieuwe kennis opgedaan en ben blij dat het museum de moeite heeft genomen de tentoonstelling voor blinde en slechtziende bezoekers toegankelijk te maken. Ik raad een bezoek zeker aan.
Meer weten?
Wil je meer weten over de rondleiding over de Nederlandse koloniën of over het Verzetsmuseum in Amsterdam of wil je er zelf eens heen? Klik dan hier om naar de website van het verzetsmuseum te gaan.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.