Impressie > Geleidehondenweekend 2025 met Oogvereniging Geleidehondgebruikers (Deel 1)

Foto van zwarte labrador Tarka, die naast Debby op een verhoging zit.

Deel dit bericht met je netwerk!

Al jaren wilde ik mee met het jaarlijkse geleidehondenweekend dat georganiseerd wordt door Oogvereniging Geleidehondgebruikers. Dit jaar lukte het eindelijk een keer om mee te gaan. Hieronder lees je deel 1 van mijn impressie van het weekend dat plaats vond eind september 2025.

Vrijdag 26 september 2025

Om mijn energie voor dit volle en drukke weekend te sparen gaan mijn blindengeleidehond Tarka en ik met een Valys-taxi (speciale reisservice) naar Groepshotel Bosgoed in Lunteren in Gelderland.
Er is ons gevraagd niet voor 15.00 uur aanwezig te zijn, zodat de organisatoren de tijd hebben om alles in orde te maken. Iets na 15.00 uur kom ik aan bij het voor mij onbekende hotel. Het is heerlijk weer. Buiten staan al diverse honden met hun baasjes.

Ontvangst

Met mijn rode koffer achter me aan rollend, loop ik het hotel binnen. Bij de balie wordt mijn naam genoteerd, krijg ik een kamersleutel en een keycord dat ik aldoor om moet houden. Hierop staat mijn naam en het nummer waarmee ik drinken kan bestellen, zodat het op mijn rekening komt te staan. Een vrijwilliger brengt mij naar een tafel in een lounge. Ik kan nog niet naar mijn kamer. Daarom krijg ik eerst een kop thee. Ik maak kennis met de mensen bij mij aan tafel. Voor een groot deel zijn het mensen die voor de eerste keer mee gaan net als ik. Ik ben volgens mij twintig jaar terug een keer mee geweest, maar dat tel ik niet meer mee.
Dezelfde vrijwilligster als net brengt met daarna naar mijn kamer. Iedereen slaapt op de begane grond en heeft een eigen kamer. Mijn kamer is de eerste deur links in hal B. Tarka springt als ze los is meteen op het bed. Foei! Ik stuur haar eraf. Ik was hier al bang voor en heb in mijn koffer een extra deken mee, zodat mocht ze het doen het hotelbeddengoed zoveel mogelijk hondenhaarvrij blijft. Voor nu leg ik even mijn koffer op bed, zodat Tarka er niet op kan.
De vrijwilligster wijst me waar ik stopcontacten, de afstandsbediening van de tv en belangrijke meubels kan vinden. Als ze weggaat, zegt ze dat we om 17.00 uur in de lounge verzamelen voor een gezamenlijke opening.
Ik zet de tv aan voor wat achtergrondgeluid en pak mijn koffer uit. Ik heb een hekel aan leven uit je koffer. Helemaal wanneer je je koffer niet open kunt laten liggen op een ongebruikt bed, zoals hier. Het is een eenpersoonskamer. Ik heb een koffer mee, omdat ik toch met de taxi ging en ik graag mijn eigen kussen meeneem. Plus dat plaid voor over het bed, hondenvoer, voerbak, Tarka haar slaapkleed, droge oude handdoeken om de hond af te drogen als het regent en alles wat ik zelf nodig heb. Het is een koffer vol.
Ik ruim alles op en verken de kamer. Het is een ruime kamer met een ziekenhuisachtig eenpersoonsbed, een tv, kledingkast, bureau, stoel, tafeltje en plankjes. De douch is ruim. De kamers zijn geschikt voor rolstoelers. In de douch zitten beugels bij het toilet en bij de douche en er staat een douchestoel.
Als ik achteraf op mijn bed zit om wat berichten op mijn telefoon te lezen, ontdek ik een afstandsbediening voor het bed. Na wat willekeurig op knoppen drukken, merk ik dat je delen van het bed afzonderlijk van elkaar omhoog kan zetten, en ook het hele bed. Dat brengt me op een idee: Ik zet het bed op de hoogste stand. Boven heuphoogte, zo kan Tarka er niet op.

Opening en diner

Rond 16.30 uur verlaten Tarka en ik de hotelkamer. Ik vraag hoe het zit met uitlaten. Een vrijwilliger loopt met me mee. Er zijn nog een paar geleidehondenbazen die met hun hond willen lopen. Ik begrijp dat er voor het ontbijt en ‘s avonds vaste uitlaatrondes zijn waarbij een vrijwilliger meeloopt en dat er overdag altijd op aanvraag wat geregeld kan worden. We lopen een klein stukje naar een minibosje achter de parkeerplaats. Daar mogen de honden los. Ze rennen en hossen door het struikgewas en tussen de bomen. Ik begrijp van de vrijwilliger dat de honden normaal losgaan in het naastgelegen bos, maar dat dat nu niet meer standaard kan. De wolf is blijkbaar ook hier gesignaleerd.
Terug bij het hotel geef ik Tarka eten op de kamer, waar ik mijn jas ook uitdoe. Daarna nemen we plaats in de lounge voor de gezamenlijke opening.
Handig, daarvoor hebben ze een microfoon. We zijn met 38 geleidehondenbazen met honden en daarnaast zijn er meerdere ziende vrijwilligers. De vrijwilligers worden voorgesteld en er worden regels doorgenomen, waaronder de regel dat honden niet op bed mogen. Ik deel mijn tip van het omhoog zetten van het bed als je net als ik een sneaky hond hebt. Ik ken bijna niemand die er dit weekend is. Altijd prettig om nieuwe mensen te leren kennen.
Om 18.00 uur mogen we de eetzaal in. Met hulp van een vrijwilliger verover ik een stoel, waarbij ik met mijn rug richting een muur zit. Als ik mensen achter me heb die praten, kost dat me tegenwoordig veel energie. Een zaal visueel beperkten kan altijd aardig wat herrie maken. Mijn tafelgenoten stellen zich voor. We zitten met vijf geleidehondenbazen en een vrijwilliger. Het is zo georganiseerd dat altijd aan een tafel een vrijwilliger zit, om te ondersteunen bij de maaltijd. ER wordt om stilte gevraagd voor de mensen die willen bidden. Midden in de stilte gaat op een van de andere tafels een glas om. Mijn tafelgenoten en ik schieten zacht in de lach. Zodra gezegd wordt dat we mogen praten, barsten we hardop in lachen uit. Dat blijkt de toon te zijn voor de rest van het diner.
Het eten is erg goed. We beginnen met soep en de tweede gang is patat met kip met een sausje en groentes. Ik heb doorgegeven dat ik geen paddenstoelen eet. Ik vind die zo smerig: zowel qua smaak als qua structuur. Daarmee is goed rekening gehouden. Ik krijg mijn eigen portie groenten. We speculeren wat het toetje is. Er ligt een vorkje. Is het taart? Een brownie? Chocoladecake? Het blijkt cheesecake. Die smaakt prima.
Na de maaltijd worden we toegesproken door de organisatie. Blijkbaar doen ze dat bij elke maaltijd. We horen dat er vanavond een pubquiz is voor wie daaraan mee wil doen. De vrouw en man waarmee ik zo een lol had aan tafel willen een team vormen met ons drieën.

Pubquiz en verdere avond

In de lounge zoeken we elkaar weer op om wat na te praten. De lounge is een gezellig zitgedeelte met tafels, stoelen en een paar comfortabele banken. Het bevindt zich op een ronde vloer van tapijt, met eromheen een glad looppad. Vanaf dat pad lopen gangen naar de kamers, de eetzaal en de entree van het hotel. Het hotel is geheel gelijkvloers.
We nemen plaats aan een grote tafel, en via een vrijwilliger bestellen we wat te drinken. Ik trakteer mezelf op een glas wijn — dat heb ik verdiend.
Als de pubquiz begint, blijkt elke tafel een team te vormen. Er volgen een paar rondes met meerkeuzevragen. Een vrijwilliger loopt langs de tafels om de antwoorden te noteren. Onze tafel is behoorlijk fanatiek; er ontstaat regelmatig een levendige discussie over welk antwoord we moeten kiezen. En als we het dan fout hebben, is er altijd iemand die triomfantelijk roept dat die het tóch goed had.
Het type vragen loopt uiteen: In welke provincie zijn we nu? Hoe oud werd de oudste hond ooit? En: hoeveel procent van de vrouwen heeft een hekel aan haar schoonmoeder? In de laatste ronde gaan de vragen over de vrijwilligers. Ondanks dat de meesten van onze tafel hier voor het eerst zijn, scoren we verrassend goed. Aan het einde staan we zelfs gelijk met een ander team. De beslissende vraag: uit welk jaar komt het nummer Piano Man? Muziekvragen zijn niet mijn sterkste kant, dus ik laat het aan de rest over. Helaas grijpen we net naast de winst.
Na de pubquiz horen we dat er vanavond én morgenavond vier uitlaatrondes zijn: om 21.00, 21.30, 22.00 en 22.30 uur. Ik besluit met de laatste ronde mee te gaan.
Op de paklijst voor dit weekend stond dat iedereen verlichting moest meenemen voor aan de halsband van de hond. Tarka heeft een blauwe lichtband. Als we door het donkere bos lopen, dansen overal om ons heen gekleurde lichtjes — rood, groen, paars, blauw. Het ziet er vrolijk uit, bijna magisch, hoor ik.
Na het uitlaten plof ik neer in de lounge voor een kop thee. De drukte van de quiz is voorbij; het is er nu rustig en ontspannen. Veel mensen zijn al naar bed. Ik vind het vaak zó gezellig dat ik moeite heb om de avond te beëindigen — een typisch gevalletje FOMO, denk ik met een glimlach.
Tegen half twaalf besluit ik toch echt naar mijn kamer te gaan. Terwijl ik mijn tanden poets en me omkleed, luister ik naar een talkshow op tv. Tarka ligt al op haar kleedje. Dat is wat dun. Daarom vouw ik de grote plaid, die bedoeld was om mijn bed tegen haar haren te beschermen, in vieren en leg hem onder haar kleedje. Zo heeft ze een heerlijk zacht nestje.
Het duurt even voor ik in slaap val. Een vreemd bed in een onbekende omgeving helpt daar niet bij. Midden in de nacht word ik wakker van vreemde geluiden. Even denk ik dat er iets aan de hand is, maar het blijkt gewoon de regen te zijn die tegen mijn kant van het hotel klettert.

Zaterdag 27 september 2025

Mijn wekker gaat om 7.00 uur. Aankleden, tandenpoetsen, haar doen en dan naar de voordeur van het hotel om met een groepje de honden uit te laten. Tarka maakt er weer een feestje van met de andere honden. Terug bij het hotel geef ik haar eten op de kamer en neem ik mijn medicijnen in. Daarna check ik of ik alles in mijn handtas heb wat ik de komende uren nodig heb.
Het ontbijt begint om 8.00 uur en is weer uitstekend geregeld. Er is voor ieder wat wils: diverse soorten brood, kaas, vleeswaren en zoet beleg. En gekookte eieren, croissants, yoghurt en diverse soorten muesli. Ook voor vegetariërs en veganisten is er voldoende keuze, hoor ik. Verder staan er kannen met jus d’orange, thee en koffie. Ik ga voor een bak yoghurt met van alles erin, een croissant, een gekookt ei, thee en sap.
Na het ontbijt krijgen we te horen wat de planning voor vandaag is. Tijdens de aanmelding heeft iedereen een top drie van workshops opgegeven. Er zijn zes opties:

  1. Hondenmassage
  2. Bosbeleving met een boswachter
  3. Speuren en detectie
  4. Leren omgaan met de Komoot-app
  5. EHBO bij honden
  6. Yoga met je hond

Aan onze tafel weet niemand meer wat ze hebben gekozen. We horen wie in de ochtend welke workshop gaat volgen. Ik blijk te zijn ingedeeld bij de bosbeleving. Lekker even naar buiten!

Workshop Bosbeleving

Om half tien stelt de boswachter zich bij de ingang van het hotel aan ons groepje voor. We zijn met zes deelnemers plus een paar vrijwilligers en begeleiders. Ook het zoontje van de boswachter loopt gezellig mee.
We zetten koers richting het bos. De lucht is zwaarbewolkt en er hangt een lichte mist. Zodra we het bospad opgaan, komt de geur van vochtige aarde en dennennaalden ons tegemoet — die pure, herkenbare bosgeur waarvan je meteen rustig wordt.

De spar

Bij de bosrand verzamelen we ons. De boswachter vertelt dat we in een deel van het bos staan waar naald- en loofbomen door elkaar groeien. Vooral de naaldbomen zorgen voor die heerlijke, typische Veluwse bosgeur. De bodem is bedekt met een dik tapijt van naalden, en dat voel ik onder mijn voeten — een zachte, verende ondergrond.
Volgens de boswachter verspreiden de naalden een wat zoetige geur, terwijl de rottende bladeren juist een meer aardse, wat muffe lucht afgeven. ‘En als het waait,’ zegt hij, ‘kun je het verschil hóren: de blaadjes van loofbomen ritselen, terwijl naaldbomen zacht ruizen.’
We lopen verder, de honden aan de lijn. Sommigen laten hun hond rustig snuffelen, anderen houden ze in tuig. Tarka loopt in tuig; door de oneffen bosgrond vind ik het met mijn taststok te lastig om haar aan een lange riem te laten lopen. Bovendien ben ik extra voorzichtig — ik heb mijn voet eerder deze week verzwikt op de trap thuis.
Af en toe schop ik een tak aan de kant voor de mensen achter me. Na een paar minuten stopt de groep weer en verzamelen we ons rondom de boswachter. Hij laat ons een klein takje van een spar voelen.
‘Voel maar voorzichtig,’ zegt hij. ‘Je merkt dat alle naaldjes vastzitten aan de tak. Dat is typisch voor de spar.’
Ik laat mijn vingers over het takje glijden. De naaldjes voelen verrassend zacht aan — niet zo prikkerig als ik verwachtte.

Beschrijving van een spart door ChatGPT:
Een spar is een naaldboom, waarvan de stam recht omhoog groeit, vaak zonder veel zijtakken onderaan, en eindigt in een spitse top. De takken staan in regelmatige kransen om de stam, waardoor de boom een mooie, symmetrische vorm krijgt — smaller aan de bovenkant en breder naar beneden toe. De naalden van de spar zijn kort en dun. Ze zijn donkergroen en glanzend aan de bovenkant, wat de boom een diepe kleur geeft, zeker als er zonlicht op valt. Als je er met je hand overheen strijkt, voelen ze scherp en prikkerig aan. In de winter behoudt de spar zijn naalden, waardoor hij ook dan levendig groen blijft tussen de kale loofbomen. De schors is grijsbruin en op oudere bomen licht gegroefd of geschubd. Aan sommige takken hangen kegels — langwerpige dennenappels die omlaag wijzen.

 

De lariks

Dan laat hij ons een takje voelen van de lariks, ook een naaldboom. Deze naaldjes zitten in bosjes. Dat is kenmerkend voor de lariks.

Beschrijving van een lariks door ChatGPT:
Een lariks (ook wel lork genoemd) heeft een heel eigen uitstraling, vooral omdat hij in de herfst zijn naalden verliest, wat zeldzaam is bij naaldbomen. De lariks groeit meestal recht omhoog met een slanke, stevige stam en horizontale takken die in etages om de stam staan. De kroon is luchtiger dan die van een spar of den: er zit meer licht tussen de takken, waardoor de boom een open, bijna sierlijke vorm heeft. De naalden van de lariks zijn zacht en buigzaam, niet stijf en prikkerig. Ze staan in kleine bundeltjes bij elkaar, waardoor de takken er in de lente en zomer fris en levendig uitzien. In het voorjaar zijn de naalden lichtgroen en geven ze de boom een bijna tere uitstraling, terwijl ze in de herfst goudgeel verkleuren voordat ze afvallen — dan lijkt het bos even te gloeien. De schors is roodbruin en schilfert in dunne, onregelmatige platen af. Aan de takken hangen kleine, ronde kegeltjes die soms jarenlang blijven zitten.

Eikels

We lopen verder. Onderweg waarschuwen we elkaar voor oneffenheden: uitstekende boomwortels, afgevallen takken en kuilen in het pad. De honden lopen geconcentreerd naast ons.
Na een paar minuten stoppen we weer, dit keer op een kruispunt van paden. Het bos klinkt levendig — overal hoor je vogels zingen. De boswachter spitst zijn oren. ‘Ik denk dat dat een roodborstje is,’ zegt hij. Hij vertelt dat je vogelgeluiden kunt herkennen met de app Merlin Bird. Die ga ik thuis zeker eens downloaden.
Dan vertelt hij verder, terwijl we in een kring om hem heen staan:
‘Het is nu herfst in het bos. In het voorjaar komen de bladeren aan de bomen, in de herfst rijpen de vruchten, en in de winter komt alles tot rust. Zodra de grond in het voorjaar weer warmer wordt, ontkiemen de zaden en begint de cyclus opnieuw. Bosvruchten zijn belangrijk voor de bomen en voor de dieren. Dit jaar is het een goed mastjaar — dat betekent dat er veel beukennootjes en eikels zijn. Vooral wilde zwijnen profiteren daarvan: ze eten zich rond en vet om goed de winter door te komen. In februari krijgen ze vaak hun eerste jongen, en omdat het nu zo’n rijk mastjaar is, verwachten we dat er extra veel biggetjes geboren worden.’
Onderweg heeft de boswachter wat bosvruchten opgeraapt. Hij laat ze zien: twee eikels en het dopje waar ze in zaten. We geven ze door. Ik ken ze, maar het blijft interessant om ze weer eens te voelen.
Eikels zijn ovaal, ca. 1 tot 2 cm lang. Hun kleur varieert van groenbruin tot glanzend donkerbruin, afhankelijk van de soort en de rijpheid. Aan de onderkant zijn ze wat rond, en aan de bovenkant lopen ze spits toe, waar ze vastzitten in hun dopje.
Dat dopje — of napje, zoals de boswachter zegt — voelt stevig en ruw aan, als een klein hoedje. Het is grijsachtig of lichtbruin van kleur en bedekt met kleine schubjes, waardoor het bijna iets schorsachtigs heeft. Samen zien de eikel en het dopje eruit als een miniatuurhoedje met een gladde, glanzende noot erin.

Beschrijving van een eik door ChatGPT:
Een eikenboom is een grote, stevige boom die er krachtig en stoer uitziet. Hij heeft een dikke, ruwe stam met een grijzige of donkerbruine schors vol groeven en barsten. De bast voelt hard en een beetje ruw — alsof de boom heel oud is. De takken groeien breed uit, vaak in een wijde kroon die zich in alle richtingen uitstrekt. Daardoor ziet een eik er van een afstand uit als een boom met een brede, ronde of onregelmatige vorm. De takken kunnen behoorlijk kronkelig zijn, wat hem een oude, karaktervolle uitstraling geeft. De bladeren zijn donkergroen, met golvende of gelobde randen — alsof er kleine ronde inkepingen in zitten. In de herfst kleuren ze geel, oranje, rood of bruin, voordat ze op de grond vallen samen met de eikels. Een volwassen eik kan enorm groot worden, wel 20 tot 40 meter hoog, en kan honderden jaren oud worden. Veel eiken zien er daardoor wijs en majestueus uit, alsof ze al eeuwenlang over het landschap waken.

Onze stopplek blijkt onhandig, we worden aldoor gestoord door auto’s, fietsen en mensen. De boswachter besluit een stukje door te lopen naar een rustigere stopplek.

Dennenappels

Als we opnieuw stoppen, pakt de boswachter twee dennenappels uit zijn tas. Terwijl we in een halve kring om hem heen staan, vertelt hij verder over de bosvruchten. Hij geeft eerst een dennenappel van een grove den door, daarna eentje van een douglas. ‘Elke den heeft zijn eigen soort dennenappel,’ legt hij uit. ‘Je kunt de verschillen voelen én zien.’
De dennenappel van de grove den voelt kort en stevig aan — kegelvormig, met dikke schubben en op elke schub een klein, hard puntje. Hij groeit rechtop of iets schuin aan de tak en valt in zijn geheel van de boom zodra hij rijp is.
De dennenappel van de douglas is heel anders: langer, slanker en wat losser opgebouwd. Deze hangt omlaag aan de tak, en onder elke schub steken drie kleine tongetjes uit.
Ik kende ze wel, maar had nooit beseft dat ze van verschillende soorten dennen kwamen. Sterker nog, ik heb heel lang gedacht dat dit eikels waren! De boswachter lacht. ‘Die vergissing wordt vaker gemaakt,’ zegt hij.
Hij legt uit dat de zaden — of sporen, zoals hij ze noemt — in de dennenappels verborgen zitten. In de herfst gaan de schubben langzaam open, zodat de zaden door de wind meegenomen kunnen worden. Zo zorgen de bomen zelf voor nieuw leven in het bos.

Beschrijving van de grove den door ChatGPT:
De grove den is een naaldboom die opvalt door zijn oranje- tot roodbruine stam in het bovenste deel en zijn grijsbruine, schilferige bast onderaan. De stam is vaak kronkelig en bovenin vertakt hij onregelmatig, waardoor de kroon een wat open en grillige vorm heeft. De naalden staan per twee bij elkaar aan korte takjes en zijn blauwgroen tot grijsgroen, 4 tot 7 cm lang en licht gedraaid. De boom kan 25 tot 40 meter hoog worden. Grove dennen groeien goed op zandgronden en worden vaak gezien in heidegebieden, duinen en bossen. Ze geven een frisse harsgeur af en zijn te herkennen aan hun roodbruine top en blauwgroene naalden.

Beschrijving van de douglas door ChatGPT:
De douglasspar is een hoge, rechtop groeiende naaldboom met een rechte stam en een smalle, kegelvormige kroon, vooral bij jonge bomen. Oudere exemplaren krijgen een wat breder en openere kruin. De naalden zijn zacht, plat en donkergroen, ca. 2 tot 3 cm lang, en staan los rondom de twijgen. Als je een naald tussen je vingers wrijft, ruikt hij naar citroen of sinaasappel. De schors is bij jonge bomen grijs en glad. Bij oudere bomen wordt die dik, diep gegroefd en roodbruin van kleur. De dennenappels hangen omlaag en zijn 5 tot 10 cm lang, goed herkenbaar aan de drie uitstekende tongetjes onder elke schub — een kenmerk dat geen enkele andere naaldboom in Nederland heeft. De Douglas par kan meer dan 50 meter hoog worden en wordt veel aangeplant in bossen vanwege zijn snelle groei en sterke hout.

Tamme kastanjes

De boswachter vertelt dat we onder een tamme kastanje staan. Hij laat ons de vruchten van deze boom voelen. Het is een stekelige bolster. Dit is de schil die de kastanje beschermt. Zodra ik hem overneem, prikken de scherpe stekels meteen in mijn vingers. Ik schrik ervan. De bolster voelt kleiner aan dan ik had verwacht.
Blijkbaar is er verschil tussen de grootte van wilde en tamme kastanjes. Van vroeger, toen ik nog wat kon zien, weet ik nog dat ze glanzend bruin zijn, met een platte onderkant en een spitse punt waar vaak een klein pluimpje zit. De stekelige bolster barst bij rijping open in vier delen, en binnenin zitten meestal één tot drie kastanjes. Hun schil is diepbruin en glanzend, met soms lichtere strepen. Aan de onderkant zit een lichter, viltig plekje — de plek waar de kastanje vastzat in zijn omhulsel.
‘Tamme kastanjes zijn eetbaar,’ vertelt de boswachter. ‘Je kunt ze poffen, bv. met wat knoflook.’
Ik heb ze nog nooit geproefd, maar het klinkt heerlijk. Iemand uit de groep merkt op dat ze wat muffig smaken, waarop de boswachter lachend zegt dat Vlaamse gaaien er in elk geval dol op zijn.
Nieuwsgierig vraag ik hoe de boom eruitziet.
‘De tamme kastanje is een struikachtige boom met een vrij dunne, gladde stam,’ legt hij uit. ‘De bladeren staan verspreid langs de takken. De gewone kastanje heeft een handvormig, vijfvingerig blad, maar de tamme kastanje heeft juist lange, smalle, afzonderlijke bladeren.’
Hij plukt een takje om te laten voelen. De bladeren zijn langwerpig en bijna zo groot als mijn hand. De randen voelen gekarteld, alsof ze zacht gezaagd zijn. Terwijl ik er met mijn vingers overheen glijd, stel ik me voor hoe deze boom er in de herfst uit ziet — vol goudbruine bladeren en glanzende kastanjes die uit hun stekelige bolsters vallen.

Beschrijving van een tamme kastanje door ChatGPT:
De tamme kastanje is een grote, statige loofboom die 20 tot 30 meter hoog kan worden en vaak een brede, ronde kroon heeft. De stam is dik en kan op oudere leeftijd gedraaid of gegroefd raken, met een grijsbruine, diepgebarsten schors.
De bladeren zijn langwerpig en leerachtig, meestal 10 tot 20 cm lang, met een gezaagde rand vol scherpe tandjes. De bovenkant van het blad is glanzend donkergroen, de onderkant wat lichter van kleur. In de zomer (juni–juli) bloeit de boom met lange, smalle, geelwitte katjes die een sterke geur verspreiden en insecten aantrekken. In de herfst verschijnen de stekelige bolsters, die openbarsten om de glanzende bruine kastanjes vrij te geven.

De wolf

We hebben het over de signalering van de wolf op de Veluwe. Volgens de boswachter lopen er in Elspeet ca. elf wolven. Hij merkt dat je bijna geen wild meer ziet. Het is nu bv. de bronsttijd van de edelherten. In voorgaande jaren zag hij ze regelmatig, nu bijna niet. In Nationaalpark Hoge Veluwe telden ze dit voorjaar 76 mannelijke herten en onlangs voor de bronstijd telden ze er nog maar 32.
Dit gesprek doet me eraan denken dat ik de podcast Geleidewolf nog wil luisteren.

Kegel van een spar

Terwijl we verderlopen, schiet me ineens een ezelsbruggetje te binnen dat ik ooit van een vriendin leerde over de manier waarop de naalden aan de takken van naaldbomen vastzitten. Spar solo, den duo en lariks legio.
Het is inmiddels 10.05 uur. Ik ben trots op Tarka: wat doet ze het geweldig! Lopen in een bos vol spannende en verleidelijke geuren is voor een hond geen makkelijke klus, maar ze blijft netjes haar werk doen.
Even later staan we opnieuw stil. De boswachter heeft een kegel van een spar gevonden en laat hem door de groep gaan. Hij voelt lang en smal, bijna cilindervormig, en loopt aan het uiteinde iets spits toe. Terwijl ik hem in mijn handen houd, herinner ik me dat jonge kegels een frisse, groenige of soms zelfs paarsige kleur hebben. Naarmate ze ouder worden, verkleuren ze naar warm bruin of roestbruin hout.
Wat me direct opvalt, is dat de kegel meer weegt dan ik had gedacht. De schubben liggen als kleine dakpannen over elkaar heen, stevig en gelijkmatig. Deze kegel zit nog vrij dicht, vertelt de boswachter. Onder elke schub zit een zaadje met een dun, vleugelig randje.
‘Bij de spar blijft de kegel aan de tak zitten,’ legt hij uit. ‘In tegenstelling tot de den, waar de hele kegel op de grond valt. De sparrenkegel opent zich langzaam, laat zijn zaden los en verliest beetje bij beetje zijn schubben, tot alleen de houten spil aan de tak overblijft.’
Ik vind het fascinerend hoe zo’n kleine kegel zo’n ingenieus systeem heeft. De boswachter glimlacht. ‘En weet je,’ zegt hij, ‘eekhoorns zijn er dol op — voor hen is dit een echte lekkernij.’

De beuk

We lopen een paar meter verder en blijven stil staan bij een beuk. De boswachter nodigt ons uit om de schors te voelen. Het oppervlak is ruw, en hier en daar groeit zacht mos. ‘Let op,’ zegt hij, ‘mos groeit altijd aan de regenkant, dat is meestal de zuid-zuidwestkant van de boom.’
Dan reikt hij ons een blad aan. Het is verrassend klein, slechts 5 tot 8 cm. Het heeft een ovale tot eivormige vorm met een fijne, spitse punt. Als ik er met mijn vingers overheen strijk, voelt het stevig en glad aan. De randen van het blad zijn niet scherp gekarteld, maar licht gegolfd. De nerven lopen als een regelmatige waaier vanaf de bladsteel naar de rand.
‘In de herfst,’ vertelt de boswachter, ‘veranderen de kleuren van de bladeren.’ Ik stel me meteen het bos voor in warme tinten: goudgeel, oranje, roodbruin en koperkleurig.
Iemand vraagt wanneer de beukennootjes aan de bomen komen. ‘Dat is meestal in oktober,’ antwoordt hij. We kijken omhoog: aan deze boom hangen geen nootjes. De boswachter legt uit dat alleen vrouwelijke bomen nootjes dragen, en dat dit een mannelijke boom is. Ik ben verbaasd: bomen hebben dus een sekse. Op mijn vraag of andere bomen dat ook hebben, vertelt hij dat bv. hazelaars dat ook hebben.
Een deelnemer merkt op dat er onder beuken nooit gras groeit. ‘Dat klopt,’ zegt de boswachter, ‘het dikke bladerdek laat geen zonlicht door, waardoor er niets onder kan groeien.’

Beschrijving van een manlijke beuk door ChatGPT:
Een mannelijke beuk ziet er op het eerste gezicht niet anders uit dan een vrouwelijke, want bij beuken komen de mannelijke en vrouwelijke bloemen meestal aan dezelfde boom voor. Toch heeft de mannelijke beuk in het voorjaar een bijzonder aanzien door de kleine, opvallende katjes die tussen de jonge bladeren verschijnen.
De stam van de boom is recht en glad, met een grijze schors die bijna zilverachtig kan glanzen in het zonlicht. Naarmate de boom ouder wordt, blijft de schors verrassend egaal, zonder diepe groeven zoals bij veel andere boomsoorten. De stevige, sierlijk gebogen takken vormen een brede, statige kroon die zich als een koepel boven de grond uitstrekt. In het voorjaar hangen onder de jonge, frisgroene bladeren de mannelijke bloeiwijzen: kleine, ronde katjes die aan dunne steeltjes bungelen en zachtjes heen en weer bewegen in de wind. Ze verspreiden het stuifmeel dat door de wind naar de vrouwelijke bloemen wordt gebracht. Wanneer de zomer vordert, verliest de boom zijn katjes en blijft een dicht bladerdak over. De bladeren glanzen donkergroen en ruisen zacht bij elke zucht wind. In de herfst kleurt de boom warm koperbruin en krijgt hij een bijna majestueuze uitstraling, voordat hij zijn bladeren laat vallen.

Aardappelbovist

We lopen weer verder door het bos. Bij de volgende stop houdt de boswachter een paddenstoel omhoog en nodigt ons uit om hem te voelen. Mijn eerste reactie is een mengeling van nieuwsgierigheid en walging — ik ben nu eenmaal geen fan van paddenstoelen. Mijn dieetwens voor dit weekend was niet voor niets: géén paddenstoelen.
Toch overwin ik mijn afweer en raak ik het bolletje kort met één vinger aan. Het voelt ruw en een beetje korrelig, precies zoals ik me had voorgesteld.
De boswachter legt uit dat het om een aardappelbovist gaat. Hij heeft bijna geen steel en groeit als een rond bolletje op rottend blad op de bosgrond. ‘Hij lijkt op een aardappel, vandaar de naam,’ zegt hij glimlachend. Iemand uit de groep merkt op dat hij een champignonachtige geur verspreidt.
Hij vertelt verder dat, zodra de paddenstoel rijp is, hij openscheurt en zijn sporen door de wind laat meevoeren.

Beschrijving van de aardappelbovist door ChatGPT:
De aardappelbovist is een stevige, ronde paddenstoel die een beetje lijkt op een aardappel. Hij heeft een bol tot eivormig lichaam zonder duidelijke steel, en groeit vaak half in de grond, waardoor hij er nog meer uitziet als een knobbelige aardkluit. De buitenkant is dik en leerachtig, met een ruwe, soms korstige structuur. In het begin is de kleur lichtbruin of geelbruin, maar naarmate de paddenstoel ouder wordt, wordt hij donkerder en grijzer. De huid kan kleine scheurtjes of vlekjes vertonen, waardoor hij er wat verweerder uitziet. Binnenin is de jonge aardappelbovist wit en stevig, maar dat verandert snel. Naarmate hij rijpt, verkleurt het binnenste naar olijfbruin en tenslotte donkerbruin tot bijna zwart. Dan verandert de structuur in een poederige massa vol sporen. Op dat moment barst erboven op de paddenstoel een opening, een soort spleet of gat, open, waardoor het sporenstof bij aanraking of wind als een kleine wolk naar buiten komt. De aardappelbovist groeit vaak op zandige of verstoorde grond, bv. aan bosranden, op heiden of in duingebieden. Door zijn vorm, kleur en stevige bouw valt hij niet altijd op.

Haarmos en laddermos

Dit is een mooie plek om de honden los te laten. Ze stuiven meteen weg, rennen kriskras door het bos, snuffelen aan alles en spelen vrolijk om ons heen. Het is een genot om te horen hoe ze ontladen na het harde werk van de wandeling.
Terwijl de honden zich uitleven, laat de boswachter ons het verschil voelen tussen haar- en laddermos.
Haarmos is fijn en zacht, het groeit in dichte kussentjes of kleine tapijtjes, heldergroen van kleur. De steeltjes staan rechtop en zijn bedekt met kleine, spitse blaadjes die als naaldjes omhoog wijzen. Het voelt bijna alsof je over een miniatuurgrasveldje strijkt.
Laddermos daarentegen groeit meestal plat op de grond of op boomstammen en vormt dikke, donkergroene tapijten. De stengels liggen plat en hebben aan beide kanten kleine blaadjes die in twee rijen tegenover elkaar staan, alsof ze de sporten van een ladder vormen. De langere structuur voelt steviger en geeft een heel ander, bijna vaster gevoel onder mijn vingers dan het zachte haarmos.
Iemand uit de groep vindt laddermos lekkerder ruiken, maar ik kan geen verschil ontdekken.
Opeens horen we het getrappel van paardenhoeven in de verte. Veiligheid voor alles: we lijnen onze honden weer aan en nemen afstand van het pad.

De varen

Het is inmiddels 10.40 uur. We lopen weer een stukje verder, tot de boswachter ons opnieuw laat stoppen. Hij geeft een takje door — dit keer van een varen. Het blad voelt totaal anders dan ik had verwacht. Het is een lange, slanke spriet met allemaal kleine, regelmatige blaadjes langs de steel. Aan de onderkant van die blaadjes voel ik kleine, ronde bolletjes. ‘Dat zijn de sporen,’ legt de boswachter uit. ‘Zo plant de varen zich voort.’
Hij vertelt dat er verschillende soorten varens zijn, waaronder de adelaarsvaren en de koningsvaren. ‘Als je de steel doorsnijdt,’ zegt hij, ‘kun je aan de vorm van de snee zien welke soort het is. Bij de adelaarsvaren zie je bv. een patroon dat een beetje op een adelaar lijkt.’
Hij legt verder uit dat varens bodemplanten zijn: ze groeien dicht bij de grond, vaak op schaduwrijke plekken waar het vochtig is. Een van de andere deelnemers pakt mijn hand en laat me de plant voelen. Tot mijn verbazing reikt hij maar tot aan mijn enkels. ‘De meeste blijven laag,’ zegt de deelnemer, ‘maar sommige kunnen, als ze groot zijn, tot kniehoogte komen.’

Beschrijving van een varen door ChatGPT:
Een varen is een prachtige, sierlijke plant die eruitziet als een groene struik vol met veervormige bladeren. Vanuit het hart van de plant groeien lange, opgerolde scheuten omhoog die zich langzaam ontvouwen tot elegante bladeren, die bij varens ‘veren’ of ‘bladeren’ worden genoemd. Die uitrolbeweging lijkt een beetje op het langzaam afrollen van een slakkenhuis of een opgerolde veer — iets wat in het voorjaar goed te zien is. De bladeren zijn opgebouwd uit talloze kleine blaadjes die symmetrisch langs een middennerf staan. Dat geeft de plant zijn kenmerkende, luchtige structuur. De kleur varieert van fris lichtgroen bij jonge exemplaren tot diepgroen bij volwassen planten. Als je er met je hand overheen gaat, voelen de bladeren meestal zacht en soepel aan, maar toch stevig. Varens hebben geen bloemen of zaden zoals veel andere planten. In plaats daarvan vormen ze aan de onderkant van hun bladeren kleine sporenhoopjes — dat zijn donkere stipjes of streepjes. De struik als geheel oogt vol en elegant, met bladeren die in alle richtingen uitwaaieren. In het bos groeien varens vaak in groepen, waardoor ze een weelderig, bijna tropisch tapijt vormen op schaduwrijke plekken.

Hulst

We lopen weer verder. Als we stoppen laat de boswachter een takje hulst doorgeven. Hij waarschuwt voor de prikkende blaadjes. Aan dit takje zitten geen besjes. De boswachter vertelt dat de besjes giftig zijn.
Als ik het takje voel, herken ik het van de kerststukjes. De blaadjes zijn stevig en hebben op de hoekjes een scherp puntje.

Beschrijving van hulst door ChatGPT:
Hulst is een struik of kleine boom die meteen opvalt door zijn glanzende, donkergroene bladeren en felrode bessen. De bladeren zijn stevig en leerachtig, met een glimmend oppervlak dat licht weerkaatst, vooral als er zon op valt. De bladranden zijn getand en hebben scherpe stekels. Jongere hulstplanten hebben vaak meer stekels dan oudere, waarvan de bovenste bladeren soms glad worden. In het voorjaar verschijnen er kleine, witte bloemetjes tussen het donkergroene blad. Die bloemen zijn bescheiden van formaat, maar verspreiden een lichte, zoete geur. In de herfst veranderen ze in glanzende rode bessen die fel afsteken tegen het donkere loof. Alleen vrouwelijke hulstplanten dragen bessen, en dat doen ze pas als er een mannelijke plant in de buurt staat voor bestuiving. De takken van hulst zijn dicht vertakt, waardoor de struik een volle, compacte vorm heeft. De schors is grijsachtig en vrij glad. In de winter behoudt hulst zijn bladeren, waardoor hij ook dan levendig groen blijft — een van de redenen waarom hij vaak met kerst wordt geassocieerd.

Gewone zwavelkop

De boswachter ontdekt nog een paddenstoel langs het pad. Nieuwsgierig, maar ook een beetje huiverig, steek ik mijn hand uit en raak hem héél voorzichtig met één vinger aan. Hij voelt glad en koel aan, bijna glibberig.
‘Deze is lichtbruin,’ zegt iemand, ‘met een oranjeachtige gloed eronder.’ Ik probeer me de kleur voor te stellen — warm, maar verraderlijk.
De boswachter waarschuwt dat het een giftige soort is. ‘Dus straks allemaal goed handen wassen,’ zegt hij nadrukkelijk. Ik trek mijn hand snel terug en veeg hem onbewust aan mijn broek af.

Beschrijving van de gewone zwavelkop door ChatGPT:
De gewone zwavelkop is een opvallende paddenstoel die vooral bekendstaat om zijn felgele kleur. Hij groeit vaak in dichte groepjes op houtige plekken, zoals op dode boomstronken, omgevallen takken of bij boomwortels, en vormt zo een bijna tapijtachtig geheel. De hoed is klein tot middelgroot en heeft een glad, soms een beetje kleverig oppervlak. In het begin is de hoed bolvormig, maar naarmate hij ouder wordt, spreidt hij zich uit tot een platte of licht ingevallen vorm. De kleur varieert van heldergeel tot oranjeachtig. De steel is dun en meestal iets lichter van kleur dan de hoed. Onder de hoed bevinden zich de lamellen, die dicht opeengepakt zijn en ook geel van kleur, en waar de sporen vandaan komen. De gewone zwavelkop heeft geen opvallende geur, maar voelt stevig en soms wat week aan, vooral bij vochtige omstandigheden.

Einde bosbeleving

We lopen verder en tot mijn verbazing staan we rond 11.00 uur alweer voor de deur van het hotel. Ik had gedacht dat we tot 12.00 uur in het bos zouden zijn — de tijd is echt voorbijgevlogen.
We bedanken de boswachter voor zijn interessante uitleg en de fijne wandeling. Daarna ga ik naar mijn kamer om mijn handen te wassen en om wat spullen neer te leggen.

Wordt vervolgd…

Je leest hier deel 2 over dit weekend, waarin ik vertel hoe het weekend verder verliep. We hadden o.a. een interessante lezing en Tarka leerde de beginselen van speuren.

Meer weten?

Wil je meer weten over Oogvereniging Geleidehondgebruikers of wil je ook eens mee met een van hun activiteiten? Klik dan hier om naar hun website te gaan.

Nooit meer een Tikje Anders blog missen?

Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!

Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.

Deel dit bericht met je netwerk!


Ontdek meer van Tikje Anders

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

4 gedachten over “Impressie > Geleidehondenweekend 2025 met Oogvereniging Geleidehondgebruikers (Deel 1)

  1. Prachtig beschreven! Als ziende, die bij dat weekend er niet is bij geweest, zag ik het zich allemaal voor me afspelen.
    Net als al je andere belevenissen.

  2. Wat een interessant weekend Debby. Alle uitleg bij de boswandeling. En de Merlin ap heb ik ook. Zo leuk, om te horen welke vogels je hoort zingen.
    En Tarka zo braaf haar werk gedaan. Brave meid.

Laat hier jouw reactie achter op bovenstaande blog