Via het e-mailforum Visuelebeperking kwam ik erachter dat het Verzetsmuseum in Amsterdam op aanvraag speciale rondleidingen geeft voor mensen met een visuele beperking door de vaste tentoonstelling. Met een groepje vrienden boekten we een tour van 1,5 uur. Hieronder lees je mijn impressie van de algemene rondleiding op vrijdag 24 oktober 2025.
Ontvangst
Het museum ligt tegenover Artis. Iets na 10.00 uur melden we ons bij de kassa. Op één na heeft iedereen een Museumkaart, waardoor de entree gratis is. Alleen de algemene rondleiding moeten we betalen (€ 50 per groep).
We zijn wat vroeg, maar nadat we onze spullen in de kluisjes hebben gedaan en een toiletbezoek hebben gebracht, staat gids Anke al voor ons klaar. Ze vertelt dat er iemand van het museum met ons meeloopt om te observeren hoe deze rondleiding wordt gegeven. De rondleiding is nieuw voor het museum. Dit is de eerste.
Het museum
Anke vertelt dat het museum in 1984 is opgericht door oud-verzetsstrijders. Hun doel was jongere generaties laten zien hoe het verzet in Nederland tijdens WO II verliep en hoe de oorlog werd beleefd. De nadruk ligt op het dagelijks leven van de Nederlanders.
Eerder was het museum gevestigd in de voormalige synagoge aan de Lekstraat. In 1999 verhuisde het naar het huidige pand, Gebouw Plancius. In 2013 werd het museum uitgebreid met een kindermuseum: Verzetsmuseum Junior.
Het museum bestaat uit vier tentoonstellingsruimtes:
- De vaste collectie, die wij deze ochtend bezoeken.
- Daarachter bevindt zich een museum voor jongeren.
- Een ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen, waar wij vanmiddag naartoe gaan. Tot en met 11 januari 2026 is daar een tentoonstelling over Josephine Baker..
- Nederland en de koloniën.
Anke laat een plattegrond met braille aan de muur voelen, waarop te zien is waar de museumruimtes zich bevinden. Erg handig. Ze op de geleidelijnen op de vloer.

Hakenkruizen
We gaan door een deur en betreden een ruimte waar aan het plafond vlaggen hangen met hakenkruizen. Ze zijn rood, met in het midden een witte cirkel waarin een zwart hakenkruis staat. Dit was het herkenningsteken van de nationaalsocialisten, de nazi’s. Het symbool zelf is echter veel ouder en niet door hen bedacht. Het is gebaseerd op de swastika, een teken dat in verschillende culturen voorkomt en van oorsprong staat voor geluk en voorspoed. In India wordt nog steeds een verwante vorm gebruikt, met zachtere en meer golvende lijnen.
Aan de muur hangt een voelbordje met daarop een hakenkruis. Hoewel ik denk dat ik weet hoe het symbool eruitziet, voel ik het toch om mijn mentale voorstelling te controleren. Ik was vergeten dat het gekanteld staat.
Het is een plusteken waarvan de armen aan het uiteinde haaks zijn omgebogen, in een hoek van 90°. Ze wijzen alle vier dezelfde kant op, waardoor het een draaiende, bijna roterende uitstraling heeft. Bij het Duitse hakenkruis is dat rechts. De armen zijn even lang en even dik en het symbool is in zijn geheel 45 graden gedraaid.
Anke vertelt dat het tonen van het hakenkruis in Nederland strafbaar is. Het valt onder wetgeving tegen haatzaaien en discriminatie. Het kan leiden tot een boete die kan oplopen tot €9000, of een gevangenisstraf van maximaal een jaar. Musea mogen dit symbool wel laten zien, zolang dat gebeurt in een educatieve context.
De NSB
We lopen een stukje terug naar het gedeelte over de Nationaal-Socialistische Beweging, de NSB. Deze Nederlandse politieke partij werd in 1931 opgericht door Anton Mussert (1894-1946). Het hoofdkantoor van de partij stond in Utrecht. Tijdens de bezetting was de NSB als enige politieke partij toegestaan.
In de begin sloten zich vooral ontevreden groepen aan, zoals boeren, middenstanders en kleine winkeliers. Tot 1938 konden ook Joden lid worden, maar daarna sloeg de NSB een openlijk antisemitische koers in en volgde zij het nationaalsocialistische gedachtegoed van Hitler. Ondanks die radicalisering groeide de partij nooit uit tot een echte massabeweging. Op een bevolking van ongeveer 9 miljoen Nederlanders telde de NSB zo’n 100.000 leden. Veel mensen bleven trouw aan hun eigen zuil. Niet iedere NSB’er werkte actief samen met de bezetter. Er waren leden die bijv. wisten dat Joden ondergedoken zaten, maar hen niet verrieden.

Anke laat ons een NSB-insigne voelen dat op de mouw van het uniform zat. Het bestaat uit een driehoek, met in elke hoek een letter van de afkorting NSB en in het midden een afbeelding van een leeuw. De achtergrond is zwart, terwijl de letters zijn uitgevoerd in gouddraad. Ook zijn de kleuren van de Nederlandse vlag in het ontwerp verwerkt.
Na WO II werden tientallen NSB’ers, onder wie Mussert zelf, ter dood veroordeeld. Anderen kregen gevangenisstraffen of werden op andere manieren gestraft.
Klein verzet
We lopen door naar een klein hokje en stoppen bij een vitrinekast met objecten die wijzen op klein verzet. De meeste Nederlanders waren tegen de bezetting, maar de meesten sloten zich niet aan bij het actieve verzet. Sommige Nederlanders uitten hun weerstand op kleine, symbolische manieren. Zo droegen mensen een klein rood-wit-blauw strikje op hun jas, een ring met een oranje versiering, of zetten winkeliers poppen in de etalage met rood-wit-blauwe kleding. Of schreven ze op hekjes en muren de letters ‘OZO’ (=Oranje Zal Overwinnen). In de vitrine ligt een armband met de tekst ‘Oranje Boven’.
Marieke vraagt naar een tekening van Hitler. Anke legt uit dat het verzet gebruikmaakte van humor en spot. Het gaat om een vel papier met daarop vier varkens en de tekst: ‘Zoek het 5de zwijn’. Als je het papier op een bepaalde manier vouwt, verschijnt het gezicht van Hitler.

School uit WO II
Een paar passen verder komen we terecht in een nagebouwd schoollokaal uit WO II. De schoolbanken doen me denken aan die van een oud schooltje in het Zuiderzeemuseum, dat ik ooit tijdens een rondleiding zag. De zitplaatsen zijn opklapbaar, onder het blad zit een vak om schoolboeken in op te bergen en in het tafelblad is een opening gemaakt voor een inktpot en een pen.
Anke vertelt over een middelbare scholier (Ernst Sillem, 17), die zich in het begin van WO II verzette tegen het uitblijven van verzet. Uit onvrede gooide hij op een avond de ruiten van zijn school in en schreef op de muren: ‘Weg moffen. Leve de prinses.’
Volgens Anke kregen Duitse soldaten in het begin van de bezetting de opdracht zich netjes en correct te gedragen tegenover de Nederlandse bevolking. De nazi’s beschouwden Nederlanders als een zogenoemd broedervolk. Naarmate WO II langer duurde, verdween deze houding steeds meer. Tegenover Joden ging die verharding sneller. Al binnen een half jaar na de bezetting werden de eerste anti-Joodse maatregelen ingevoerd, waaronder het ontslag van Joodse ambtenaren aan het einde van 1940.
Bevolkingsregister
We lopen door naar de volgende ruimte. Anke laat ons een wand voelen die is opgebouwd uit talloze lades. Tegen een andere muur staat een tafel met een oude typemachine.
Anke legt uit dat tijdens de bezetting in mei 1940 slechts een klein deel van de Nederlanders een paspoort had. Een half jaar later wilde de bezetter de inwoners systematisch registreren. Daarom werd in 1941 het persoonsbewijs ingevoerd. Iedere Nederlander vanaf 15 jaar moest dit document aanvragen en bij zich dragen.
De gegevens in de gemeentelijke archieven bleken vaak onvolledig. Veel Joden waren niet religieus en stonden daardoor niet altijd als zodanig geregistreerd. Voor het verkrijgen van een persoonsbewijs moesten Joden aangeven dat zij Joods waren. Wie dit verzweeg en alsnog werd ontdekt, riskeerde een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Vrijwel alle Nederlandse Joden lieten zich daarom registreren. Op hun persoonsbewijs werd een grote zwarte letter J aangebracht.
Het persoonsbewijs werd op Duits bevel ontworpen door een Nederlandse ambtenaar van het Amsterdamse bevolkingsregister. Het document mocht niet te vervalsen zijn. Daarom bevatte het persoonsbewijs drie watermerken, een pasfoto en ook vingerafdrukken.
Volgens Anke zijn Nederlandse ambtenaren te volgzaam geweest. Door hun nauwkeurige en ijverige medewerking zijn in Nederland, in vergelijking met andere West-Europese landen, relatief gezien de meeste Joden gedeporteerd en vermoord. Uiteindelijk kwam in Nederland ca. 75% van de joden om. In Frankrijk lag dit percentage rond de 25%. Een verklaring is dat de Franse ambtenarij minder precies werkte en minder bereid was mee te werken.
Anke wijst op een kaart aan de muur met een plattegrond van Amsterdam, waarop zwarte stippen staan. Elke stip staat voor tien Joodse inwoners. Onlangs bleek dat hij is samengesteld door Nederlandse ambtenaren. Zij leverden ook lijsten aan met adressen van Joodse inwoners.

Ook de machtsstructuur speelde een rol. Tijdens WO II was SS’er Arthur Seyss-Inquart (1892-1946) de hoogste Duitse bestuurder in Nederland. Van 1940 tot 1945 trad hij op als Rijkscommissaris en bestuurde hij het land namens Hitler. Onder de Nederlandse bevolking kreeg hij de bijnaam ‘Zes en een kwart’, een vorm van stil verzet. Hij was openlijk antisemitisch en voerde een hard bewind. In landen waar het leger het bestuur in handen had, zoals België en Frankrijk, verliep de Jodenvervolging minder systematisch. In Nederland speelden de SS’ers een grote rol. Zij vormden de harde kern van het nazi-apparaat, werkten in de concentratiekampen en waren direct betrokken bij de grootste nazimisdaden.
Hoewel ik vanuit mijn opleiding al veel van deze informatie kende, raakt het me telkens opnieuw om te horen hoe Nederlandse ambtenaren, bewust of onbewust, bijdroegen aan de dood van zo veel mensen.

Persoonsbewijs
We lopen verder naar een volgende ruimte. Daar staat een voelobject van de voorkant van een persoonsbewijs, uitvergroot op A3-formaat. Lindsey voelt als eerste.
Wat bijzonder dat dit hier te ervaren is. Ik ben hier altijd nieuwsgierig naar geweest. Ik heb zelf het persoonsbewijs van mijn opa, maar het is iets heel anders om met je handen te ontdekken hoe zo’n document precies is opgebouwd en waar alles zich bevindt. Wat ik al weet, is dat het persoonsbewijs een rechthoekige kaart was van ca. 15 bij 10 cm, gemaakt van stevig papier of dun karton. Op het persoonsbewijs van mijn opa voel ik op sommige plekken reliëf, veroorzaakt door stempels die erop zijn gezet.
Anke wijst op een foto van de man die het persoonsbewijs ontwierp. Na WO II kreeg hij een gevangenisstraf van drie jaar. Zelf bleef hij volhouden dat hij niets verkeerd had gedaan. Uiteindelijk kwam hij na één jaar vrij, vanwege goed gedrag.
Terwijl Lindsey nog aan het voelen is, gaat Anke verder met haar uitleg. Ze vertelt dat het verzet erin was geslaagd de gemeentestempel na te maken die nodig was voor het persoonsbewijs. Daarmee konden vervalste persoonsbewijzen worden gemaakt.
Dan is het mijn beurt om het voelobject te verkennen. Er staat veel brailletekst op om duidelijk te maken welk onderdeel waar zit. Zo is er de zwart-wit pasfoto, die vastgelijmd en overstempeld was, zodat deze niet vervangen kon worden. Ook zijn er, uitsluitend bij joodse persoonsbewijzen, twee grote letters J aangebracht. Ik had niet verwacht dat die letters zó opvallend groot zouden zijn.
Linksonder staan de persoonlijke gegevens in een kolom: achternaam, voornamen, geboortedatum en -plaats, nationaliteit, huwelijkse staat, beroep, geslacht, adres en woonplaats. Daarnaast staat het persoonsbewijsnummer: een groot en duidelijk gedrukt uniek nummer dat gekoppeld was aan overheidsregistraties.
Verder zijn er twee vingerafdrukken te voelen, aangebracht met zwarte inkt. Ook is de handtekening van de drager aanwezig. Het hele document staat vol met ronde en ovale stempels en andere echtheidskenmerken. In dit geval is o.a. het ronde gemeentestempel van Amsterdam voelbaar, met daarop een kroontje en een stempel met het Nederlandse wapen met de leeuwen.

Propaganda
Nadat Hedda het voelobject heeft verkend, gaat Anke verder met haar verhaal. In deze ruimte hangen grote posters aan het plafond. Tijdens WO II werd propaganda vooral verspreid via affiches en via films in de bioscoop.
In bioscopen werden propagandafilms vertoond, zoals De eeuwige Jood. Dit was een extreem antisemitische film waarin Joden op een onmenselijke manier werden afgebeeld en zelfs met ratten werden vergeleken. Alles wat als slecht of bedreigend werd gezien, werd in de film toegeschreven aan ‘de Jood’.
Voor de film werd reclame gemaakt. Op één van de posters is het gezicht van een Jood weergegeven als een duivels figuur. Opvallend is dat deze poster is ontworpen door een Nederlandse vormgever. Er bestond ook een ander affiche waarop een man met een Jodenster op de grond ligt en door iets wordt verpletterd.
Het verzet maakte tegenposters, waarop niet de Jood maar Hitler werd neergezet als het kwaad. Daarnaast riep het verzet mensen op om de bioscopen te mijden.
Later werden in bioscopen alleen nog Duitse propaganda- en speelfilms vertoond.
De Duitsers probeerde Nederlandse jongens te ronselen voor de SS, met wervingsposters met teksten als: ‘Jongens, meld je bij de Waffel-SS.’ Ze moesten o.m. aan het Oostfront vechten tegen de Sovjet-Unie. Het werd gepresenteerd als een goedbetaalde baan. Een belangrijke voorwaarde was dat er in de familiegeschiedenis geen Joodse voorouders voorkwamen. Ca. 25.000 Nederlandse mannen gaven gehoor aan deze oproep.
Dit leidt tot een korte discussie over de vraag in hoeverre Nederlanders vandaag de dag nationalistisch zijn, en hoe propaganda — toen én nu — mensen kan beïnvloeden.
Wie zaten in het verzet?
We schuiven een paar stappen op. Anke benadrukt dat lang niet iedereen actief in het verzet zat. Wie werd gearresteerd, werd verhoord en als iemand bleef zwijgen, volgde marteling. Daaraan werkten ook Nederlandse politieagenten mee. Tijdens WO II werden agenten opgeleid in Schalkhaar, bij Deventer. Dit was een opleidingskamp voor de Nederlandse politie, waar zij werden gevormd volgens nationaalsocialistische denkbeelden.
Sommige Nederlanders namen deel aan het martelen van gevangenen. Wanneer zij erin slaagden iemand aan het praten te krijgen, leverde dat hen waardering op van de Duitsers.
Bepaalde groepen waren relatief vaak betrokken bij het verzet. Zo speelden kunstenaars een belangrijke rol. Zij konden helpen bij het vervalsen van voedselbonnen en persoonsbewijzen, en hun vrije manier van denken en creativiteit kwam daarbij goed van pas. Hedda merkt daarbij op dat je als kunstenaar al verzet pleegde als je je niet aansloot bij de Kultuurkamer. Deze door de nazi’s ingestelde organisatie verplichtte kunstenaars zich te registreren; alleen dan mochten zij hun beroep uitoefenen.
Ook Joden pleegden verzet, bijv. door onder te duiken. Studenten vormden een andere groep die opvallend vaak in actie kwam: ze waren jong, onbevreesd en hadden vaak geen gezin. In 1943 moesten studenten een loyaliteitsverklaring ondertekenen waarin zij hun steun aan Hitler uitspraken. Alleen dan mochten zij hun studie voortzetten. Wie weigerde, werd verplicht om in Duitsland te gaan werken. Maar liefst 86% van de studenten tekende niet.
Daarnaast waren ook mensen van kleur actief in het verzet, bijvoorbeeld mensen afkomstig uit de toenmalige koloniën. Lange tijd is er weinig aandacht geweest voor hun rol, net zoals voor die van vrouwen. Daar komt de laatste jaren steeds meer erkenning voor.
Anke vertelt over Anton de Kom (1898-1945). Hij was vanwege zijn boek Wij slaven van Suriname uit Suriname verbannen en woonde tijdens WO II in Nederland. Hij sloot zich aan bij het verzet en schreef voor de illegale krant De Vonk. Uiteindelijk werd hij gearresteerd en naar een kamp gestuurd, waar hij niet meer van terugkeerde.
Anke wijst ook op een foto van de Indonesische studente Evy Poetiray (1918-2016) die werkte voor de verzetskrant Het Parool. Daarnaast vertelt ze over een Arubaanse man die betrokken was bij verzetsactiviteiten en sabotage pleegde. In Brabant bevestigde hij klemmen aan spoorrails om munitietreinen uit Duitsland te laten ontsporen. Hij werd opgepakt en uiteindelijk doodgeschoten.
Wat is een Jood?
Anke stelt ons de vraag wat een Jood is. Het gaat om een volk dat oorspronkelijk uit het Midden-Oosten afkomstig is en zich in de loop van eeuwen over de wereld verspreidde. Door de geschiedenis heen zijn Joden vaak vervolgd en onderdrukt, bijv. door de Romeinen. Omdat zij familiebanden hadden in andere landen, werden ze vaak niet gezien als echt behorend tot “ons”. Er bestaat een joodse religie, maar lang niet alle Joden zijn gelovig. In Duitsland bestond toen ca. 3% van de bevolking uit Joden.
Binnen het joodse geloof geldt dat iemand Joods is wanneer de moeder Joods is.
Volgens de rassenwetten van de nazi’s was iemand Joods wanneer hij of zij drie of vier Joodse grootouders had. Het geloof speelde daarbij geen rol; het ging uitsluitend om afkomst. Hitler sprak over een zogenoemd Germaans ras en onderscheidde daarnaast andere ‘rassen’. Inmiddels weten we dat die indeling onzin is: er bestaat maar één ras. Zoals Josephine Baker het verwoordde: er is maar één menselijk ras.
Lindsey vraagt waaraan men destijds kon herkennen of iemand Joods was. Anke legt uit dat dit in feite niet zichtbaar was. Joden konden blond, bruin, rood of zwart haar hebben en zowel een lichte als een donkere huidskleur. Sommigen, zoals Anne Frank, hadden een wat mediterraan uiterlijk. Het beeld van de Jood met een grote neus is een karikatuur die door de Duitsers bewust is verspreid. Ook het idee dat alle Joden rijk zouden zijn, klopt niet. Slechts een kleine groep was welgesteld; het merendeel van de Joodse bevolking in Amsterdam leefde in armoede.
Drukpers van De Vonk
Het is inmiddels 11.15 uur wanneer we een stukje verder lopen, naar de drukpers die werd gebruikt voor De Vonk. Het gaat om een fors apparaat: iets groter dan de kopieermachine die ik me van vroeger op school herinner, en bovendien een stuk hoger. We mogen de pers aanraken. Voor zover ik me herinner is dit de eerste keer dat ik een echt grote drukpers voel. Ik heb eerder wel een drukpers gezien in het Oorlogsmuseum in Medemblik, maar die was aanzienlijk kleiner.
Uit boeken weet ik hoe dit soort persen werkte. De tekst werd samengesteld door zetters, die losse loden letters gebruikten. Zodra de tekst klaar was, werden de letters met inkt ingerold. Daarna legde men er een vel papier bovenop. Door met een hendel of pers druk uit te oefenen, werd het papier tegen de ingeïnkte letters aangedrukt, waardoor de afdruk ontstond. Elk vel werd afzonderlijk gedrukt en moest vervolgens drogen.
Anke benadrukt dat het volledig handwerk was. Ze laat ons een paar losse letters voelen. Het zijn kleine metalen staafjes, met aan één uiteinde een letter, piepklein van formaat. Dat men met zulke minuscule letters zulke strakke en leesbare teksten wist te drukken, vind ik bijna niet te bevatten. Drukken was vroeger zwaar werk en vereiste enorme precisie.


Moffenzeef
We lopen weer een stukje verder. Anke legt uit dat de Duitsers wilden voorkomen dat mensen in het geheim naar Radio Oranje luisterden. Men was bang dat via de uitzendingen gecodeerde boodschappen van het verzet werden doorgegeven. Radio Oranje zond uit vanuit Londen, waar koningin Wilhelmina (1880- 1962) tijdens WO II in ballingschap verbleef. Via de radio sprak zij in totaal 48 keer het Nederlandse volk toe. Ze riep op om vol te houden en loyaal te blijven, maar ze vroeg daarbij nooit expliciet om Joden te helpen. We luisteren naar een kort fragment van een toespraak.

Tot 1943 probeerden de Duitsers het luisteren naar buitenlandse zenders te verhinderen door de ontvangst te storen. Men vond manieren om de uitzendingen alsnog te volgen, bijv. met een moffenzeef, een eenvoudige zelfgebouwde antenne. Daar had ik nog nooit van gehoord. We mogen er een voelen. Het is een klein houten kruis met vier gelijke armen, waarover koperdraad is gespannen dat om spijkertjes is gewikkeld. Het kruis staat op een standaard en kan om zijn as worden gedraaid om het signaal beter te ontvangen.
In mei 1943 werd het bezit van een radio verboden. Alleen leden van de NSB mochten nog luisteren. Zij kregen van de bezetter bepaalde voordelen, zoals betere banen en in sommige gevallen zelfs functies als burgemeester.

Nederlandse SS’er
We lopen verder en staan stil bij een vitrine. Anke wijst op een foto van een Nederlandse jongen die zich vrijwillig bij de SS aansloot. Gerard Mooyman vocht aan het Oostfront en kreeg tijdens WO II van de Duitsers het IJzeren Kruis, een militaire onderscheiding. Na WO II kreeg hij spijt en gaf toe dat hij aan de verkeerde kant had gestreden.
Mensen die dienstdeden bij de Waffen-SS kregen een bloedgroeptatoeage, meestal net onder de linkeroksel. Na WO II probeerden sommige SS’ers zich als gewone burgers voor te doen, maar dankzij deze tatoeage werden velen alsnog herkend en opgepakt.
Niet alle SS’ers en nazi’s kwamen voor de rechter, omdat er te weinig gevangenissen en rechters waren. Konrad Adenauer (1876-1967),, de eerste bondskanselier van West-Duitsland na WO II, zei dat veel van deze mensen fout hadden gehandeld, maar ook kennis en ervaring hadden. Volgens hem moest Duitsland verder en konden zij hun vaardigheden beter inzetten voor de wederopbouw.
De zwaarste oorlogsmisdadigers zijn wel berecht en gestraft. Daarnaast wisten sommige daders naar het buitenland te ontkomen, zoals Josef Mengele, arts bij de Waffen-SS en kamparts in Auschwitz-Birkenau.
Jodenster
We lopen door naar een ruimte over de Jodenvervolging. Vanaf mei 1942 moesten alle Joden een gele, zespuntige ster dragen, met in zwarte letters het woord ‘Jood’ erop. Dit laat zien dat je van buitenaf niet kon zien wie Joods was. De ster is gebaseerd op de Davidsster, die bestaat uit twee op elkaar liggende gelijkzijdige driehoeken waardoor de zespuntige vorm ontstaat.
De Joden moesten de ster zelf aanschaffen met een textielbon. Dat maakt het extra schrijnend: mensen moesten betalen voor hun eigen discriminatie en uitsluiting.
We mogen een ster voelen die op een jas is genaaid. De stof voelt verrassend glad, veel gladder dan ik had verwacht. Ik dacht dat hij stug of ruw zou zijn. Ook had ik verwacht dat het woord ‘Jood’ voelbaar zou zijn, maar dat is niet het geval. Het is een eenvoudige ster van ca. 10 cm in doorsnee.

Jodenvervolging
Terwijl de laatste van ons de ster voelt, gaat Anke verder. Ze vertelt dat de Duitsers in de zomer van 1942 begonnen met grootschalige deportaties van Joden uit Nederland en dat zij op drie manieren werden opgepakt.
De eerste was via brieven. Joden kregen een oproep om zich te melden voor werk in een kamp. Ze mochten een beperkte hoeveelheid spullen meenemen, zoals 2 onderbroeken, 2 paar sokken, werkpak, werklaarzen, trui, eetnap en drinkbeker. Sommige Joden doken direct onder, zoals de familie Frank. Margot, de zus van Anne Frank, ontving zo’n oproep. Hierover had ik al eerder gehoord tijdens een rondleiding in het Anne Frank Huis.
Onderduiken was gevaarlijk en moeilijk. Het vereiste geld en niet-Joodse helpers die bereid waren te helpen. Veel arme Joden in Amsterdam, die in buurten met vooral Joodse winkels woonden en een Joods netwerk hadden, hadden weinig middelen. Rijke Joden hadden daardoor vaak een grotere overlevingskans dan arme Joden.
De tweede manier was de politie. In Amsterdam waren in 1940 ca. 26.000 agenten actief, en vrijwel iedereen werkte samen met de Duitsers. Eén agent, Jan van den Oever, weigerde, maar werd ontslagen. Sommige agenten waarschuwden hun Joodse kennissen wel discreet, terwijl ze officieel meewerkten. De politie was verantwoordelijk voor het opsporen, arresteren en naar verzamelplaatsen brengen van Joden.
Ook Roma en Sinti werden vervolgd, omdat de nazi’s hen als reizend volk niet tot ‘ons’ rekenden. Omdat mijn oma Roma was, wist ik dit al. Sommigen konden onderduiken, maar velen werden opgepakt. Zij mochten niet meer rondtrekken met hun woonwagens. In enkele gevallen wist een Amsterdamse agent mensen vrij te krijgen door te beweren dat ze onmisbaar waren, bijvoorbeeld vanwege hun muziek in cafés.
De derde manier was het meest direct en gewelddadig: de razzia’s. Duitse soldaten, vaak met blaffende honden, zetten hele wijken af. Bruggen werden afgesloten en straten geblokkeerd met vrachtwagens. De soldaten belden aan; deed iemand niet open, dan werd de deur opengebroken. Joden werden in vrachtwagens geduwd en naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. Vandaar gingen ze met de tram naar station Muiderpoort en vanaf daar met de trein naar de kampen.
Cijfers
In 1940 woonden er ca. 140.000 Joden in Nederland, plus zo’n 20.000 half-Joden. Ca. 107.000 Joden werden opgepakt en gedeporteerd. Van hen keerde slechts een kleine 6.000 terug uit de kampen. Nederlandse Joden werden naar zes grote vernietigingskampen gebracht, zoals Auschwitz en Sobibor. Bij aankomst ging een groot deel direct naar de gaskamers; vooral ouderen, kinderen en gehandicapten werden vrijwel meteen vermoord.
De Joden werden op drie manieren omgebracht: ca. de helft in de gaskamers, een kwart door executies, bijv. in Oekraïne, Litouwen en Oost-Polen, en een kwart door uithongering, ziekte en dwangarbeid.
Op het Namenmonument in Amsterdam staan de namen van ca. 102.000 vermoorde Nederlandse Joden, en enkele honderden Roma en Sinti.
In het begin van WO II geloofden weinig mensen dat Joden vergast werden. Sommige ontsnapte gevangenen vertelden erover, maar men geloofde hen niet. In 1942 werd in het verzetsblad De Waarheid gemeld dat Joden werden vergast, maar veel mensen wilden het niet geloven.
Verzetskrantjes bezorgen
We lopen langs een Wall of Fame met verzetsstrijders. Over sommige van hen heeft Anke eerder verteld. We bespreken de zin: ‘Ze hebben hun leven gegeven voor Nederland.’ Je geeft je leven niet; het word je ontnomen. Loes voegt eraan toe dat je alleen het risico geeft.
Anke legt uit dat voedselbonnen tijdens WO II van levensbelang waren. Mensen die onderdoken kregen geen bonnen, daarom drukte het verzet vervalste bonnen. Soms werden gemeentekantoren overvallen om bonnen en blanco identiteitsbewijzen te stelen.
Vervolgens laat Anke ons het geluid horen van de drukpers van De Vonk, wat ze bij de pers was vergeten. Het geluid is een stevig geratel. Als de Duitsers bij een inval geheime krantjes ontdekten, had je een groot probleem: veel drukkers werden opgepakt, doodgeschoten of naar kampen gestuurd.
De krantjes werden vaak door vrouwen verspreid. We mogen enkele voorwerpen aanraken die gebruikt werden om spullen te verbergen. Zo voelen we een kannetje dat je kunt optillen, waarin in de bodem voedselbonnen verstopt konden worden. Ook in de geheime compartimenten van kinderwagens werden wapens en krantjes verborgen. Sommige vrouwen stopten bonnen achter hun korset en deden alsof ze zwanger waren.
Daarnaast kwamen kruideniers, groente- en kolenboeren langs de huizen en stopten ze snel een krantje in de brievenbus.
In een vitrine staan miniatuur-radio’s met kristalontvangers, die in blikjes of luciferdoosjes werden verstopt. Helaas mogen we deze niet aanraken. Ik had niet gedacht dat radio’s in die tijd al zo klein konden zijn.
Verraders
Anke stopt bij een foto van een man uit Amsterdam. Tijdens WO II kregen mensen ‘kopgeld’ als ze Joden verrieden aan de Duitsers. Deze man profiteerde hiervan en werd er rijk van. Wanneer hij hoorde dat Joden ondergedoken zaten, beloofde hij ze naar een veilig onderkomen te brengen, maar eiste diamanten als betaling. Joden naaiden vaak diamanten in hun kleding, zodat ze altijd een betaalmiddel bij zich hadden. Eind 1944 werd deze man op straat in Amsterdam door het verzet doodgeschoten.
Wanneer het verzet iemand doodschoot, reageerden de Duitsers met wraakacties tegen onschuldige mensen. In Putten bijv. werden in oktober 1944 meer dan 600 mannen opgepakt en vermoord of gedeporteerd, ook al hadden zij niets te maken met een aanslag.
Naast deze foto hangt een foto van Anton van der Waals (1912-1950). Hij werkte als informant voor de Duitsers door zich in verzetsgroepen te mengen. Als er een aanslag gepland werd, gaf hij dit door aan de bezetter, waardoor iedereen die betrokken was werd opgepakt. Na WO II werd hij ter dood veroordeeld.
Gevangeniscel
Anke laat ons een nagebouwde cel zien uit de beruchte gevangenis in Scheveningen, het Oranjehotel. Er zaten vooral politieke gevangenen en verzetsstrijders.
De houten deur is afkomstig van de gevangenis op de Weteringschans in Amsterdam. De nagebouwde cel is iets kleiner dan het origineel, waardoor het bed ingekort is. We mogen de cel van binnen bekijken. De deur is vrij smal en er zit een luikje in waardoor het eten werd verstrekt. Er zit geen deurknop meer op.
In de cel staat een glazen vitrine met een hemd erin. In de muren krasten gevangenen teksten. Anke en Ria lezen er een paar voor: ‘In deze bajes zit geen gajes, maar Hollands Glorie, potverdorie!’ ‘Moet verloren, alles verloren.’ ‘De Here vergeet zijn gevangene niet.’ ‘Wat is mijn lot? Zoveel dagen in de bajes en nog niet kapot.’

Brailleverzetskrant
We lopen naar de volgende ruimte. Anke vertelt dat er ca. 1.300 verzetskranten waren. Zelfs één in braille, met de hand geschreven door de blinde Lida Hooienbos (1915-1993). Samen met haar broer en zus maakte ze de verzetskrant ‘Mijn schild ende betrouwen; Oranje nieuws vóór en dóór blind Nederland’. Een origineel krantje ligt in de vitrine en er is een replica te voelen. De tekst is voelbaar gemaakt op twee A4’tjes die op een tafel zijn bevestigd. Hedda leest een stukje voor; het is van november 1944. Later lees ik het zelf ook. De tekst bevat veel afkortingen.

Anke wijst op een foto van een student die veel geheime kranten verspreidde met de trein. Hij droeg een armband van de Nederlandse Spoorwegen, hoewel hij er helemaal niet werkte. Hij had zes persoonsbewijzen, die hier in de vitrine te zien zijn. Als een verzetsstrijder werd opgepakt en gemarteld, moesten de anderen met nieuwe identiteiten werken om ontdekking te voorkomen. Deze student overleefde WO II.
Toen Noord-Nederland nog niet bevrijd was, maar het zuiden wel, hadden mensen in het noorden geen kolen en elektriciteit meer om kranten te drukken. Daarom werden er handpersen en pedalen gebruikt om de drukpers in beweging te zetten. We mogen een paar van deze handpersen aanraken om te voelen hoe het werkte.

Wol, rokken en fietsen
Anke vertelt dat er tijdens WO II een groot tekort aan wol was. Daarom werd soms wol van hondenhaar gesponnen. We mogen een bol voelen, en ik had niet verwacht dat het echt van hondenhaar gemaakt was.
Na de bevrijding werd er een bevrijdingsrok gemaakt van allerlei kleine, kleurrijke lapjes. Het is een soort wikkelrok en Anke laat ons het materiaal voelen.

Het op een na laatste voelobject is een fiets met houten banden. Aan de handvatten zitten speciale hoezen om de handen warm te houden. Zoiets heb ik nog nooit eerder bij een fiets gezien. Ria kent het wel.
Anke vertelt dat het ’s avonds verboden was om licht op de fiets te hebben. Daarom werden de lampen zwart gemaakt. Om te voorkomen dat iemand in het donker in een Amsterdamse gracht viel, werden sommige bomen voorzien van speciale verlichte verf. Mensen moesten ’s avonds binnenblijven, maar artsen en vroedvrouwen moesten naar buiten voor noodgevallen.

Tot slot wijst Anke op een bomscherf. Deze is groter dan het exemplaar dat ik tijdens een rondleiding in het Vrijheidsmuseum in Groesbeek heb gezien.
Einde
Hiermee is de rondleiding ten einde. We bedanken Anke uitgebreid voor haar interessante rondleiding. Het is inmiddels bijna kwart over twaalf. We gaan met ons zessen lunchen aan de overkant bij De Plantage. Om 14.00 uur hebben we een tweede rondleiding. Deze keer een rondleiding over verzetsstrijdster Josephine Baker. Daarover lees je over twee weken hier meer.
Wat vond ik ervan?
Ik vond mijn bezoek aan het Verzetsmuseum in Amsterdam enorm interessant. De gids deed het geweldig; ik had nog een uur naar haar kunnen luisteren. Er waren veel mooie voelobjecten, wat het museumbezoek extra bijzonder maakte.
Veel dingen wist ik al, maar het was boeiend om ze opnieuw te horen, in andere woorden, met nieuwe uitleg en andere voorbeelden.
Het museum doet veel aan toegankelijkheid: er zijn filmpjes in gebarentaal en op de geleidelijnen zitten hier en daar tapijtjes die aangeven dat er een filmpje te zien is. Daarnaast is er een audiotour, zodat je alles rustig kunt volgen op je eigen tempo en je kunt dus een gids boeken voor een speciale rondleiding. De audiotour wil ik ook nog eens uitproberen. Ook wil ik de rondleiding over de koloniën een keer volgen. En dan ga ik zeker nog eens kijken bij de vaste tentoonstelling. Net als bij velen rondleidingen, stopten we lang niet bij elk interessant object dat er tentoongesteld stond.
Al met al was het een leerzaam en toegankelijk museumbezoek dat ik zeker zou aanraden.
Meer weten?
Wil je meer weten over het Verzetsmuseum in Amsterdam of wil je zelf eens de algemene rondleiding doen? Klik dan hier om naar hun website te gaan.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Heel goed geschreven Debby. Paar dingen was ik alweer vergeten. Het was zeker een bezoek waard.