Het domino-effect

Deel dit bericht met je netwerk!

Als visueel gehandicapte naar de huisarts gaan in coronatijd kan aparte situaties opleveren. Onlangs creëerde ik een domino-effect in de wachtkamer van de huisarts.

In de blog ‘Sprakeloos’ lees je wat er voorafging aan dit alternatieve dominospel.

Als ik ergens vaker kom sla ik in mijn hoofd op hoe een ruimte eruitziet en waar welke objecten staan. Normaal gesproken staan als ik de wachtkamer van mijn huisarts binnenloop stoelen en banken links, rechts en recht voor mij met in het midden een tafeltje. Ik vind het tafeltje onhandig en probeer niet voorbij de tafel te gaan zitten. Met mijn geleidehond heb ik weinig ruimte om erlangs te lopen en als ik vanaf daar naar de deur moet, loop ik langs iedereen die er zit. Ik pak daarom, als die vrij is, de stoel die aan de rechterkant het dichts bij de ingang staat. Deze keer wil ik dit ook doen.

In de blog ‘Hoe loop ik een route met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik me oriënteer op straat en in een ruimte en hoe ik een kaart in mijn hoofd maak.

Na me gemeld te hebben bij binnenkomst van de praktijk loop ik de wachtkamer in en luister goed of ik andere bezoekers hoor en waar ze zitten. Omdat het stil is, ga ik ervan uit dat ik alleen ben. Ik geef Tarka, mijn blindengeleidehond, het commando: ‘Zoek stoel rechts!’ Ze weet inmiddels wat mijn voorkeursplek is en loopt er rechtstreeks op af. Aangezien ik nooit zeker weet of het een stoel of bank is, omdat mensen wel eens iets verzetten in de wachtkamer, steek ik mijn hand uit om de zitplaats te checken voordat ik ga zitten. Maar er is iets mis!

Ik raak met mijn hand iets stevigs dat meegeeft en met een plof omvalt. Het klinkt als karton. Ik heb toch geen folderstandaard omgegooid? Tarka heeft blijkbaar een fout gemaakt. Ik voel lichte irritatie opkomen. De hele wachtkamer is leeg en zij brengt me hierheen. Dus ik zeg: ‘Nee, Tarka, let op!’ Er komt niemand aanrennen om te helpen dus ik besluit het zelf op te ruimen. Verbaasd en in mezelf mopperend tast ik over de vloer naar hetgeen ik heb omgegooid. Ik kom een stuk karton tegen en pak het op. Het is een heel groot stuk karton. Vreemd! Wat is het? Ik voel de vorm. Hoe hoort het te staan? Een kant is recht en de rest heeft gebogen lijnen. Waar stond dit? Als ik verder voel, kom ik de stoel tegen waarheen Tarka me heeft geleid. Blijkbaar heeft ze het toch goed gedaan. Zo een groot stuk karton is raar op een stoel en ik snap dat ze dat niet als bezette stoel zag, maar waarom staat dit stuk karton hier? Ik besluit het terug te zetten op de stoel. Misschien staat er een boodschap op voor patiënten, omdat de stoel stuk is of een ander soort waarschuwing hier niet te gaan zitten. Met veel gedoe krijg ik het stuk karton in de juiste houding en ik zet het op de stoel, maar blijkbaar niet goed…

Het karton valt opzij, verder de wachtkamer in, waarna ik meerdere bonzen hoor. O jee, wat nu weer! Rondvoelend vind ik het karton weer. Als ik het nogmaals betast valt het kwartje. Het karton is in de vorm van een mens (een neppatiënt) en is bedoeld om te zorgen dat patiënten onderling afstand houden in de wachtkamer. En blijkbaar heb ik ze zojuist met een spelletje patiëntendomino allemaal in een keer omvergegooid. ‘Lekker gedaan weer Deb!’ zeg ik tegen mezelf.

Wederom probeer ik mijn fout te herstellen door het eerste silhouet weer op de stoel te zetten. Het blijft echter omvallen. Na een paar mislukte pogingen ben ik er klaar mee en besluit de boel de boel te laten en gewoon te gaan zitten.

Aan deze kant van de wachtkamer kun je blijkbaar niet zitten en ik besluit daarom naar de linkerkant te gaan. Ik geef Tarka het commando: ‘Zoek stoel links!’ Na een paar stappen staan we weer stil. Als ik mijn hand uitsteek voel ik echter weer geen stoel, maar leerachtig materiaal. Wat is dit nou weer! Na beter voelen, ontdek ik dat dit een bank is, die met de rug naar de wachtkamer staat en met de zitting richting de muur. Zucht… Mijn irritatie groeit. Waarom kan ik geen lege plek vinden? Ik wil gewoon zitten! De praktijk zal toch wel een paar beschikbare plekken in de wachtkamer hebben! Als ik nogmaals: ‘Tarka zoek stoel!’ als commando geef, draait Tarka een rondje. Ze snapt het niet meer. Dan maar zelf om me heen voelen. Het lijkt of er met alle zitplaatsen die ik voel iets mis is. Ik slaak een gefrustreerde zucht en laat Tarka de deur zoeken, maar ze is helemaal in de war. ‘We zijn net binnen baas. Eerst moet ik een stoel zoeken, dan weer een stoel en nu weer een deur. Wat wil je van me?’ hoor ik haar bijna denken. Uiteindelijk zoek ik zelf al tastend de ingang en verken vanaf daar met de klok mee de buitenrand van de ruimte. Ik maak een goede keus, want ik vind bijna direct links een bank die half gedraaid staat. Ik vind het prima zo en pers me ertussen en ga zitten. Tarka is er ook klaar mee en laat zich met een zucht en een bons naast mijn voeten vallen.

Een paar minuten later komt iemand de wachtkamer binnen en ik hoor een oude damesstem zeggen: ‘Oh, wat is hier gebeurd?’ Ik leg haar het spelletje patiëntendomino uit wat Tarka en ik zojuist hebben gespeeld. De dame blijkt het nut van de silhouetten niet te begrijpen en ik voel me meteen een stuk minder dom, waarop ik haar mijn theorie over de neppatiënten uitleg. Ondertussen zet zij ze weer op de stoelen. Daarna gaat ze zelf zitten. Blijkbaar waren er dus meer beschikbare stoelen dan ik dacht. Waarom kostte dat mij nou zoveel moeite?

Gelukkig word ik daarna al snel geroepen door de huisarts. Dit toegankelijkheidsprobleem moet ik eigenlijk bij haar melden, maar ik heb even geen zin om mijn frustrerende acties uit de doeken te doen. Volgende keer als er zoiets gebeurt, zal ik mijn opvoedpet wel weer opzetten. Nu ben ik nog even het kind dat patiëntendomino speelt en niet tegen haar verlies kan.

Deel dit bericht met je netwerk!

2 gedachten over “Het domino-effect

  1. Beste Debby, net voor het eerst je blog gelezen. Fijn om te horen wat de rrvaringen en belevenissen van iemand met een visuele beperking te lezen. Wij zijn zelf puppy-pleeggezin en hebben nu Zita, van 16 weken, in huis. Zita leert veel van ons, maar andersom leren wij ook heel veel van Zita. Ze is onze vierde pup. De eerste drie zijn blindengeleide hond geworden. We hebben contact met de nieuwe baasjes van alle drie. En geloof me, …..dat is heel fijn voor een puppypleeggezin.
    Zita moet assistentiehond worden. Opvoeden gaat dan toch weer anders! Geen behoeften in de goot, maar op het gras. Leren om op commando links of rechts te lopen. En straks; leren om naast wielen te lopen. Voor de rest blijven de meeste dingen gelijk aan het opvoeden van blindengeleidehonden. Ik ga je blog zeker volgen. We wensen jou veel veilige kilometers met je huidige maatje Tarka.

    Groet,

    Gerda Spiering en Bert van de Weijer.
    RIJNSBURG.

    1. Beste Gerda en Bert, Leuk dat jullie de blog blijven volgen. Jullie hebben zo te horen een goed slagingspercentage met jullie pups: 100% tot nu toe. Dat is niet verkeerd. Wel bijzonder dan nu om een pup op te voeden waarvan je al weet dat het een assistentiehond wordt. Leuk dat jullie haar nu al dingen daarvoor kunnen leren. Groet, Debby

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.