Bullseye

Foto van Debby die met haar blindengeleidehond, Tobias, een straat in Weesp oversteekt. Tobias is een goudblonde labrador.

Deel dit bericht met je netwerk!

Sommige mensen kunnen je, met een paar woorden, een rotgevoel geven wat je de hele dag met je meedraagt. Mensen met een duidelijk oordeel, die je met die paar woorden als dartpijltjes op jouw zwakste plek raken: recht in de bullseye van jouw onzekerheid. (Waarom heet het middelpunt van een dartbord eigenlijk zo?)
Helaas heb ik in mijn leven een paar van dit soort mensen ontmoet. De restanten van de laatste draag ik na zes jaar nog met me mee.

In de zomer van 2015 ben ik van Weesp verhuisd naar Hoorn. Met hulp van een ergotherapeut van Koninklijke Visio begon ik in januari 2015 al met het oefenen van de routes die ik moest gaan lopen. Na de verhuizing was ik daardoor mobiel en liep ik deze routes met mijn toenmalige blindengeleidehond, Tobias.

In de blog ‘Hoe loop ik (zelfstandig) een route met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik nieuwe routes leer en welke trucs ik hanteer bij het lopen van bekende en onbekende routes.

In het begin ging er af en toe iets mis en kostte het lopen van de routes mij veel energie omdat ik aldoor moest opletten om al mijn oriëntatiepunten in de gaten te houden. Als je een route vaker loopt, gaat dat steeds meer vanzelf en kost het minder energie. Toen ik het gevoel had dat Tobias en ik de routes volledig beheersten, wist iemand mij in een klap weer heel onzeker te maken.

Dinsdag 24 november 2015

Deze morgen gaan Tobias en ik iets later de deur uit richting het station dan normaal. We moeten doorlopen om de trein te halen. Op de loopbrug vlak bij mijn huis gaat Tobias langzamer lopen. Dit doet hij vaker. Vermoedelijk omdat zijn gezichtsveld wordt beperkt door de helling van de brug. Ik schenk dan ook geen aandacht aan het langzame lopen.

Als we de brug over zijn, volgt een oversteek bij een smalle straat, waarna wij een zijstraat inlopen Dan blijkt dat Tobias niet voor niets langzamer ging lopen op de brug. Er loopt een zeer traag iemand voor ons met een wandelstok en een klein hondje. Aan de stem te horen, is het een oude vrouw. De dame roept steeds haar hondje tot de orde (ik vermoed omdat deze steeds omkijkt naar Tobias). Ik baal van het langzaam lopen, omdat ik al laat ben en de trein wil halen. Tobias en ik blijven echter netjes achter haar lopen tot we erlangs kunnen.

Tobias wil aan het eind van de straat naar rechts, omdat we dit elke morgen zo doen. Ik ben echter al laat voor de trein en besluit een kortere route te nemen. Ik laat Tobias een andere straat dan normaal oversteken. Aan de overkant van de straat maakt Tobias een slingerbeweging. Hij doet dit denk ik omdat het vuilnisophaal dag is en er overal containers op de smalle stoep staan. Na de slinger staat Tobias stil. Door de slingerbeweging moet ik me heroriënteren. We staan op de stoep, voor mij is een klein tuinmuurtje en de geluiden van de autoweg komen van schuin voor mij.

Ik wil Tobias net met een commando de goede kant opsturen als ik een hatelijke, sarcastische stem hoor zeggen: ‘Sjonge jonge, die hond zet je zomaar voor een muur!’ Het is de ‘dame’ met de hond en de wandelstok. Ze staat precies op de smalle stoep waarheen ik met Tobias wil. Door haar opmerking begint mijn humeur te verslechteren. Ik zeg tegen haar dat ik de toon waarop ze tegen mij spreekt niet waardeer.
Waarop ik als antwoord krijg: ‘Nou, je loopt me in de weg!’
Het vuurtje in mijn buik wakkert aan. Als visueel gehandicapte let ik altijd op hoe ik overkom op anderen. Als ik iets zeg of doe, dat niet sociaal is, worden alle visueel gehandicapten met mijn gedrag geassocieerd. Ik kan me deze keer niet inhouden en ik zeg dat zij mij in de weg loopt en dat ik haar niet voor niets net passeerde. Voor mij is het daarmee klaar.
De vrouw heeft echter meer op haar lever: ‘Nou, die hond is onopgeleid. U zwalkt over straat!’
Ok, nu is het genoeg en ik grom haar boos toe: ‘Dat is hij wel, maar u heeft er geen verstand van. Wat weet u nou van geleidehonden!’
Tobias staat inmiddels braaf stil vlak voor haar hond, omdat wij die kant op moeten. Wat meteen voor haar de aanleiding is voor een nieuwe sneer: ‘Zie je wel hoe slecht hij is getraind. Hij laat zich afleiden door mijn hond. Dat mag hij niet!’
Ik ben inmiddels zo kwaad dat mijn brein een vastloper heeft en ik niet verder kom dan: ‘Dat is niet waar! En u bent asociaal omdat u mij er niet langs laat.’
‘Daar heb jij zelf veel verstand van, omdat jij asociaal bent.’ is haar reactie.
Ondertussen loopt de vrouw met een slakkengang verder en Tobias en ik blijven noodgedwongen achter haar lopen. Ons onfraaie gesprek over asociaal gedrag gaat nog even verder.
Op de hoek van de straat zegt ze: ‘Die hond is slecht getraind. Dat hoor ik vaker van mensen hier in de buurt.’
Ik kan haar eindelijk passeren en ik negeer deze laatste sneer.

Gekwetst en onzeker

De ontmoeting met deze vrouw voelt aan of ik door een stier op de hoorns ben genomen. Twee uur later zit ik op mijn werk achter mijn bureau nog te trillen van de stress en adrenaline die dit bij mij heeft opgeroepen. Ik zie de vrouw ertoe in staat een klacht over Tobias en mij in te dienen bij KNGF Geleidehonden, daarom besluit ik een mail te sturen naar hun Servicebureau. Het opschrijven helpt me om mijn stressniveau iets te verlagen.
De hele dag speelt de ontmoeting door mijn hoofd. Het irritante is dat haar laatste opmerking het meest blijft hangen. Ik weet dat het onzin is, maar door dat soort opmerkingen ga ik toch aan mezelf twijfelen. Tobias en ik wonen nog maar kort in Hoorn en ik ben een paar keer lichtelijk verdwaald. Dat was natuurlijk niet de schuld van Tobias, maar van mij. Ik moet immers zelf de weg weten. Ik zal af en toe vertwijfeld op de stoep hebben gestaan, teruggekeerd zijn op mijn schreden, meerdere keren dezelfde straat over gestoken hebben, enz. Tobias kan daardoor in de war raken: ‘Wat wil je nu van mij baas?’

In de blogs ‘Verdwaald op een vierkante meter’ en ‘Tussen de grassprieten het pad niet meer zien’ lees je hoe ik mijn weg weer terugvind als ik verdwaald ben.

Mijn gedachten vliegen door de confrontatie de hele dag alle kanten op. Door mijn hoofd schieten dingen als: ‘Praat ik dingen niet goed?’ En vervolgens weer: ‘Ach, dat mens kletst uit haar nek!’ Toch kan ik het niet van me afzetten.

Conclusie

Het blijft lastig buitenstaanders te laten inzien wat de blindengeleidehond doet. Soms denken ze dat hij iets fout doet, terwijl hij mij juist behoedt voor een val of een tak.

In de blog ‘Hoe zit het nou met zo een blindengeleidehond?’ lees je hoe geleidehonden worden getraind en wat ze allemaal kunnen.

Bovenstaande gebeurde alweer zes jaar geleden. Gelukkig kom ik niet zo vaak dit soort mensen tegen, maar als dit gebeurt, blijven ze in mijn hoofd hangen. Ik ben lang bang geweest haar weer tegen te komen. In mijn hoofd noem ik haar de dorpsgek. Ik bedacht allemaal goede reacties die ik dan kon geven als ze weer zo gemeen deed. Ik heb haar nooit meer gezien en ik hoop dat dat zo blijft.

Facebook herinnert je af en toe aan eerder geposte berichten. Onlangs kwam dit voorval omhoog. Toen ik het weer las, kwam meteen de stress en frustratie omhoog die ik die dag voelde.

Hoe zit het met jou?

Door welke woorden werd jij ooit onzeker gemaakt? Deel jouw ervaring in het reactieveld hieronder.

Deel dit bericht met je netwerk!

Geef hieronder een reactie op bovenstaande blog

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.