In de toegankelijkheidsnieuwsbrief van het Rijksmuseum las ik dat er rondleidingen werden georganiseerd voor blinden en slechtzienden bij de tijdelijke tentoonstelling Metamorfosen. Omdat ik niet op de geplande data kon, boekte ik samen met een groepje vriendinnen een rondleiding op een datum die ons schikte. De beschrijvingen van de kunstwerken kostte veel woorden. Voor de leesbaarheid heb ik deze blog dan ook opgesplitst in twee delen. Hieronder lees je deel 1 van mijn impressie van de rondleiding op zaterdag 2 mei 2026.
Ontvangst
Om 11.00 uur verzamelen we in de centrale hal van Amsterdam CS We zijn met z’n zevenen. Hedda is blind en heeft haar vriendin Marike mee als begeleider. Lindsey is slechtziend en is samen met haar partner Wilfred gekomen. Joke is met mij mee en ook haar man Chris sluit zich bij ons aan. En ook is mijn blindengeleidehond Tarka mee. Zij moest mee omdat ik haar tijdens de reis nodig had.
We nemen de tram naar het Rijksmuseum. Na een paar haltes klinkt plotseling een harde klap. De tram schokt en komt abrupt tot stilstand. We hebben een fiets geraakt. Gelukkig mankeert de fietser niets, maar zijn fiets ligt behoorlijk in de kreukels. Al snel wordt duidelijk dat het nog even duurt voordat de tram verder gaat. Wij besluiten daarom uit te stappen en het laatste stuk te lopen.
Om 11.55 uur komen we hijgend aan bij het Rijksmuseum. Van rustig binnenkomen is helaas geen sprake: het is enorm druk. We zoeken naar vrije kluisjes voor onze tassen en jassen en bij het toilet staat een ellenlange rij. Ik heb een hekel aan te laat komen. Ik ben liever ruim op tijd, zodat ik kan landen met een drankje, dan dat ik op het laatste moment binnen kom rennen. Vandaag zit er niets anders op.
Om 12.05 uur ontmoeten we onze gids, Annemarie, bij de Informatiebalie in het atrium. Ze zorgt ervoor dat iedereen een klapkrukje meekrijgt. Vanwege de drukte vraagt ze ons onze stokken zittend goed zichtbaar te houden. Het helpt andere bezoekers beter begrijpen waarom onze groep in de weg zit.
We lopen achter haar aan naar de Philipsvleugel op de eerste etage. Annemarie is gecharmeerd door Tarka.
Zaal 2: De schepping
Annemarie slaat zaal 1 over en laat ons in een cirkel om haar heen gaan zitten in zaal 2 voor een schilderij.
Ovidius en Metamorfosen
Annemarie opent met een inleiding over de tentoonstelling, die is gebaseerd op het boek Metamorfosen van Pubis Ovidius Naso (43 v.C. – 17 n.C.), een Romeinse dichter. Ik wist niet dat Ovidius uit een welgestelde Romeinse familie kwam en dat zijn ouders liever zagen dat hij advocaat of bestuurder werd. Zelf koos hij echter voor het dichtersvak, wat hem beroemd zou maken.
Rond het jaar 0 bundelde hij zo’n 250 Griekse en Romeinse mythen en verhalen. Voor die tijd werden de verhalen mondeling doorgegeven. Door ze op te schrijven, legde hij een belangrijk deel van de klassieke cultuur vast. Kunstenaars laten zich nog steeds door deze verhalen inspireren.
Metamorfosen is een lang gedicht, verdeeld over vijftien boeken. Ovidius beschrijft daarin het ontstaan van de wereld, de goden en vooral hun ingewikkelde relatie met de mens. Liefde, jaloezie, lust, ambitie, hoogmoed, list en bedrog komen steeds terug. De rode draad is gedaanteverwisseling. Mensen en goden veranderen in dieren, bomen, bloemen of steen. Volgens Ovidius is niets blijvend: alles verandert voortdurend, maar niets gaat teloor. Dat idee vormt de kern van de tentoonstelling.
Deze zaal gaat over de schepping, dus het ontstaan van de wereld uit de chaos. Annemarie zegt dat dit schilderij het ontstaan van de wereld uitbeeldt. Ze citeert Ovidius die het als een vormloze oertoestand beschrijft die bestaat uit een ruwe ongeordende massa.
Chaos of De strijd van de vier elementen
Annemarie vertelt dat we voor het olieverfschilderij Chaos of De strijd van de Vier Elementen zitten, geschilderd door de Vlaamse kunstenaar Louis Finson (ca. 1575/1580 – 1617). Hij maakte het in 1611 in Napels. Het is 179 cm hoog en 170 cm breed.
Ze laat een geluidsfragment horen dat de chaos van het schilderij symboliseert. Ik hoor geruis, gekraak en geratel. De geluiden doen denken aan storm, wind, regen en kolkend water.
Het werk verbeeldt volgens haar de vier elementen: lucht, aarde, water en vuur. Finson stelde zich het begin van de wereld voor als een chaotische, woeste krachtmeting tussen de elementen, waaruit orde en beweging zouden ontstaan.
Annemarie beschrijft het. Vier naakte lichamen vechten in een wirwar van ledematen. Er is een draaiende beweging tegen de klok in, die wordt ingezet door Vuur rechtsboven. Hij is afgebeeld als een rossige, gebruinde krachtige jonge man, omringd door vlammen. Hij zet zich af tegen de andere figuren. Linksboven bevindt zich Lucht, een bleke vrouw tegen een blauwe achtergrond, die bijna lijkt te zweven. Linksonder zit Water, een gespierde, oude man met een grijze baard. Hij houdt zich stevig in zijn eigen hoek en duwt Vuur en Aarde met zijn voeten van zich af. Rechtsonder ligt Aarde, een vrouw die achterover op haar rug ligt. Ze reikt met haar arm naar Vuur en kijkt ons ondersteboven aan, waardoor haar borsten duidelijk zichtbaar zijn.
Wilfred merkt op dat de elementen in elkaar lijken over te vloeien; zo gaat het vuur geleidelijk over in de lucht. Iemand anders noemt de compositie bijna een dans. Joke en Annemarie benoemen het prachtige spel van licht en donker en de rijke symboliek in het schilderij. Aan de dramatische belichting en de krachtige poses zie je volgens Annemarie de invloed van Caravaggio (1571-1610) op Finsons werk.

La Terre
Annemarie neemt ons mee naar de overkant van de zaal, naar het beeld La Terre (De Aarde) van de Franse beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917). Rodin werkte al vanaf ca. 1884 aan de eerste versie van het beeld en voltooide de grote uitvoering in 1896.
Annemarie doet een poging het beeld te beschrijven. Het is een vrij klein liggend beeld van ca. 120 cm breed en 50 cm hoog. Het lijkt of het gipsenbeeld nog niet helemaal af is. De naden zijn zichtbaar en het oppervlak is ruw en onafgewerkt. Dat onvoltooide karakter past bij het thema van het ontstaan van de aarde.
Het is een menselijke figuur die zich uit de aarde omhoog probeert te drukken. De houding doet denken aan iemand die een sit-up doet. De figuur is nog verbonden met de aarde, waaruit hij langzaam ontstaat. Er zijn onderbenen zichtbaar, maar enkels en voeten ontbreken. Ook de onderarmen zijn nog ongevormd. Het hoofd hangt naar beneden, alsof de figuur nog niet tot bewustzijn is gekomen. Vanaf de opgetrokken benen en de billen loopt het lichaam diagonaal omhoog naar de rug en de schouders.
Annemarie leest een toelichting voor op het beeld. Daarin wordt La Terre uitgelegd als een mens die langzaam vorm krijgt uit een nog ongevormde, bijna modderachtige massa. Je zou het beeld ook kunnen zien als een mens die na zijn dood terug keert naar de aarde. Annemarie vindt de eerste interpretatie, van een mens die uit de aarde oprijst, het meest overtuigend. Onze groep is het met haar eens
De gids heeft gisteravond een kleimodel van het beeld gemaakt, zodat wij de vorm met onze handen kunnen verkennen. Lachend waarschuwt ze dat kleien niet haar grootste talent is. Des te bijzonderder is dat ze de moeite heeft genomen, zeker omdat de aangepaste rondleiding al geruime tijd wordt gegeven.
Wilfred ziet op een bordje dat het beeld tegenwoordig in Stockholm staat.

Zaal 3: Weven en scheppen
We lopen naar de volgende zaal. Joke valt meteen een groot beeld van een spin op. Het doet haar denken aan een spin die ze bij het Guggenheim in Bilbao zag.
We zetten onze krukjes tussen de spin en een schilderij. Wilfred zegt dat er wandtapijten aan de muren hangen. Dat past bij het thema van de zaal.
Annemarie vertelt dat Ovidius zichzelf een wever vond: een wever van woorden. En een weefsel van woorden maakt een verhaal. De woorden tekst en textiel lijken dan ook op elkaar. Nooit zo over nagedacht. Een snelle zoektocht op mijn telefoon leert me dat beide op het Latijnse werkwoord tedere teruggaan, dat weven, vlechten of samenvoegen betekent.
Minerva en Arachne
Annemarie zegt dat het lijkt alsof we nu niet goed voor het schilderij zitten. Dat klopt. Het was oorspronkelijk een plafondschildering in een Venetiaans palazzo. Het is 145 cm hoog en 272 cm breed. Het dateert van ca. 1580 en werd geschilderd door Jacopo Tintoretto (1518-1594). Tintoretto betekent letterlijk ‘het kleine ververtje’. Zijn vader was stoffen- of wolverver.
Annemarie beschrijft het schilderij. We zien de mooie getalenteerde Arachne. Zij daagde Minerva, de godin van wijsheid en de krijgskunst, uit door te beweren dat zij het allermooiste wandtapijt kon weven. Toen Minerva het prachtige werk van Arachne zag, werd ze woedend. Ze vernielde het weefsel en veranderde Arachne vervolgens in een spin. Zij en haar nakomelingen werden veroordeeld om tot in de eeuwigheid zijdedraden te weven.
Veel kunstenaars beelden het verhaal af tijdens Arachnes metamorfose tot spin. Tintoretto koos voor een ander moment: het begin van de weefwedstrijd.
Links zit Minerva, die aandachtig gadeslaat hoe Arachne, rechts op het doek, geconcentreerd weeft. De blonde Arachne draagt een blauwe rok en een wit bovenlijfje met ontblote borsten. Ze zit vol zelfvertrouwen gebogen over het weefgetouw, waarop al een smalle baan is geweven. Het lijkt haast alsof de draden uit haar buik komen.
Als toeschouwer lijkt het alsof je vanaf de onderkant van het weefgetouw omhoogkijkt door de draden. Minerva draagt haar kenmerkende Romeinse helm en is gekleed in rood. De helm is rond en loopt uit in een punt, met erbovenop lange struisvogelveren. Ik laat Annemarie een sleutelhanger aan mijn sleutelbos zien en vraag of de helm daarop lijkt. Ik kocht hem ooit in Rome. Het blijkt het goede model te zijn. Ik laat hem Hedda en Lindsey voelen. Alleen de punt op de helm ontbreekt.
Op het schilderij zitten achter het weefgetouw nog een paar jonge vrouwen die alles gadeslaan.
Ik bedenk dat deze mythe de bron moet zijn voor de negatieve reputatie van spinnen in verhalen en kunst, waarin ze vaak symbool staan voor vrouwelijke hoogmoed. Ik las laatst een boek waarin een weefster werd beticht een heks te zijn.
Wilfred vult aan dat het schilderij uit Florence komt. Hij vertelt dat spinrag oersterk is.
Volgens Annemarie was ook de vader van Arachne wolverver. Dat maakt de connectie met Tintoretto rond.

Spider couple
We keren onze krukjes om, zodat we zitten voor het beeld van de reuzenspin. Volgens Annemarie heet het Spider Couple, een werk van Louise Bourgeois (1911-2010) uit 2003. Het beeld is uitgevoerd in brons met een patina van zilvernitraat. Vanaf de jaren ‘90 maakte Bourgeois een reeks monumentale spinnenbeelden. Het beeld is 228 cm hoog, 360 cm breed en 366 cm diep. We mogen het helaas niet aanraken en moeten het doen met de beschrijving van Annemarie: ‘De reusachtige spin strekt haar lange poten uit. Onder haar bevindt zich een kleinere spin. De twee lijken met elkaar verstrengeld. De kleine staat zowel naast als gedeeltelijk onder de grote. Ze staan op de uiteinden van hun lange, dunne, hoekige poten, die bij de gewrichten geleidelijk dikker worden. Het lichaam is ovaal en bolvormig, met een kleine kop en een groter achterlijf. De vorm is eenvoudig en gestileerd, zonder veel details. Het oppervlak is oneffen; het lijkt alsof het lijf is opgebouwd uit een in elkaar gedraaide streng.’
Annemarie noemt het beeld tegelijk dreigend en teder. De spin is immers zowel een beschermer als een roofdier. Volgens haar is het werk een eerbetoon aan Bourgeois’ moeder, die tapijten restaureerde. Zij overleed toen Louise 21 was. Bourgeois maakte meerdere spinnenbeelden, waarin de spin symbool staat voor moederlijke en vrouwelijke kracht. Voor haar waren spinnen vriendelijke, behulpzame en beschermende wezens.
Mij doet het beeld denken aan de Acromantula Aragog uit Harry Potter, de reusachtige, intelligente spin die in het Verboden Bos bij Zweinstein woont. Ook denk ik aan Anansi, de listige spin uit de West-Afrikaanse en Caribische verhalen.

Apollo en Daphne
We verplaatsen onze krukjes naar een wandtapijt tegenover het schilderij van Arachne. Ik zie dat het alweer bijna vijf voor één is.
Annemarie schat dat het wandtapijt zo’n 4 bij 5 meter is. Het verbeeldt de mythe van de zonnegod Apollo en de riviernimf Daphne. Toevallig zag ik onlangs tijdens een rondleiding in Slot Zeist ook een wandtapijt met dit onderwerp.
De gids legt uit dat het een ontwerp is van Clemente Maioli (1625-1671). Vanaf ca. 1663 werd in opdracht van de Italiaanse kardinaal Francesco Barberini in diens eigen weverij in Rome een serie wandtapijten vervaardigd. Dit wandkleed is een lofzang op Apollo. In de 17e eeuw werd Apollo in christelijke interpretaties vergeleken met Christus en de Apostel Petrus. Die vergelijking snap ik niet. Ik weet wel dat in de eerste eeuwen van het christendom elementen uit oudere religies werden opgenomen. Dat noem je syncretisme.
Dit is het eerste wandtapijt uit de reeks en het verbeeldt een van de bekendste metamorfosen uit Ovidius: Daphne die verandert in een laurierboom.
Annemarie vertelt dat er nog een wandtapijt uit dezelfde serie in de zaal hangt. Ik vraag me af wat het onderwerp daarop is. Volgens Joke zijn de kleuren daarvan veel helderder dan die van dit exemplaar. Annemarie merkt op dat het een wonder is dat een tapijt van bijna 400 jaar oud überhaupt bewaard is gebleven.
De gids beschrijft wat er te zien is. Het is een landschap met een rivier. Het beeld is omringd door een rijk geweven rand met kleine putti (=kleine, naakte engeltjes met vleugels), bloemen en fruit. Aan weerszijden staan twee grote vrouwenfiguren, waarschijnlijk marmeren beelden. Ze dragen amforen op hun hoofd, dat zijn oude Griekse vazen met twee handvatten. Ook dragen ze bloemensjerpen die elkaar op hun borst kruisen. Links rent Apollo achter de vluchtende Daphne aan. Vlak voordat hij haar grijpt, verandert Daphne in een laurierboom. Zo wordt ze gered door haar vader Perneüs, de riviergod, die rechts aan de overkant van de rivier staat. Hij houdt een staf vast en giet water uit een kruik, als personificatie van de rivier.
Daphne is nog grotendeels mens, maar haar rechterbeen is als boomstronk met de aarde vergroeid. Uit haar omhooggestoken armen ontspruiten twijgen. In het midden staat een grote boom. Links daarvan bevinden zich Apollo en Daphne, rechts haar vader.
De begeleiders vertellen dat ze de vele details zo mooi vinden. Er zijn bijv. bijen in het tapijt verwerkt. Annemarie vertelt dat de weefkunst vroeger hoger in aanzien stond dan de schilderkunst.
We praten erover dat Daphne’s metamorfose een drastische manier is om aan een stalker te ontkomen en dat de goden in de Griekse mythologie voortdurend grenzen overschrijden. Aanranding en verkrachting komen in de mythen vaak voor, terwijl de vrouwen vervolgens de schuld krijgen. Hedda noemt de mythe van Medusa als voorbeeld.
Annemarie vertelt dat Daphne’s verhaal ertoe heeft geleid dat de laurier de boom van Apollo werd en dat lauwerkransen sindsdien de hoofden van overwinnaars en dichters sieren. Daphne overwon hem. Hoewel Apollo haar niet kon bezitten, bleef de laurier voor altijd aan hem verbonden.
Ik vraag of er saters op het wandtapijt staan. Blijkbaar zijn die boven in de rand verwerkt. Bij Daphne denk ik altijd aan de Disneyfilm Hercules, waarin de chagrijnige sater Philoctetes voortdurend achter nimfen aanzit. Ik herinner me dat sommige van die nimfen in bomen veranderen.

Wordt vervolgd…
Hiermee was deze zaal ten einde. Over twee weken lees je hier welke metamorfosen we nog meer bekeken in de vorm van kunstwerken. We bespraken o.a. de veroveringen van de god Jupiter als zwaan en gouden regen, de verkrachting van Medusa, de afgunst van Invidea en de metamorfose van Hermaphroditus.
Meer weten?
De tijdelijke tentoonstelling Metamorfosen was te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam van 6 februari 2026 t/m 25 mei 2026.
Het museum organiseert elke eerste vrijdag van de maand een rondleiding voor blinde en slechtziende bezoekers bij een van hun tentoonstellingen.
Wil je meer weten over het Rijksmuseum of wil je er zelf eens heen? Klik dan hier om naar de website van het Rijksmuseum te gaan.
Nooit meer een Tikje Anders blog missen?
Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!
Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.
Ontdek meer van Tikje Anders
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.