Impressie > Excursie Slot Zeist en de Broedergemeente met Stichting KUBES (Deel 2)

Foto van het Witte Kerkje van de Evangelische Broedergemeente (EBG) in Zeist. Het is een indrukwekkend historisch gebouw in klassieke Nederlandse architectuur. Het is een symmetrisch, bakstenen gebouw van meerdere verdiepingen met een karakteristieke gevel. Het centrale deel heeft een klokkentoren boven op het dak, met een klok zichtbaar op de voorgevel en een kleine torenspits met een windvaan erop. Het dak is bedekt met traditionele rode dakpannen in een pannendak-stijl. De voorgevel toont een regelmatig patroon van witte schuiframen met kleine ruitjes, verdeeld over verschillende verdiepingen. Op de begane grond zijn meerdere donkere houten deuren met stoepen ervoor. Voor elke deur staan eenvoudige bankjes. Het gebouw wordt geflankeerd door twee grote, volgroeide loofbomen, die schaduwen werpen op het open voorplein voor het gebouw.

Deel dit bericht met je netwerk!

Op donderdag 23 april 2026 organiseerde Stichting KUBES een rondleiding door Slot Zeist, gevolgd door een bezoek aan de naastgelegen Evangelische Broedergemeente (De Hernhutters). Omdat mijn vaste begeleiders die dag niet beschikbaar waren, ging ik op pad met een begeleider van KUBES. Het was een lange dag met veel informatie, daarom heb ik hem weer gesplitst in twee delen. Hieronder lees je deel 2 van mijn impressie.

Lunch

De rondleiding door Slot Zeist is ten einde. We keren terug naar de Orangerie voor de lunch. Om 12.50 uur neem ik weer plaats naast mijn KUBES-begeleider Paul aan de lange tafel. De lunch bestaat uit wit en bruinbrood met een omelet van scharreleieren, kaas en ham, vergezeld van een kop thee en kannen water met citroen en limoen. Tijdens de lunch praten we na over de interessante rondleiding die we vanmorgen hadden.

Rondleiding bij de Broedergemeente

Om 13.50 uur begint het tweede deel van het dagprogramma: een rondleiding over het terrein van de Evangelische Broedergemeente (EBG) Zeist, ook wel de Hernhutters genoemd. Terwijl we op het slotplein voor Slot Zeist op de hele groep wachten, hoor ik van begeleiders dat er een prachtige oldtimer het plein op rijdt met een bruid erin. Dit lijkt me een mooie trouwlocatie.
We krijgen de rondleiding in één grote groep. Onze gids is Mieke. Zij wordt ondersteund door Agnes, die mijn groep vanmorgen rondleidde dor het slot. Beiden zijn vrijwilliger bij Gilde Zeist. Mieke vertelt dat zij zelf geen lid is van de Hernhutter Broedergemeente.
Ik vraag hoe de buitenkant van Slot Zeist eruitziet. Meerdere begeleiders geven een beschrijving. Daaruit maak ik op dat het een groot en statig 17e-eeuws landhuis is, gebouwd in een combinatie van Hollands classicisme en Franse barok, met een symmetrische voorgevel. Het middendeel van de gevel, waarin zich de hoofdingang bevindt, steekt iets naar voren en wordt bekroond door een hoger opgaand middengedeelte. De gevel is licht van kleur en rijk voorzien van sierlijke ornamenten die kenmerkend zijn voor barok. Het gebouw telt vier niveaus: een hoog souterrain, de bel-etage (met o.m. de entreehal, Willemszaal en Spiegelzaal), de eerste verdieping en daarboven een mezzanino (een lage tussenverdieping onder het dak). De ramen zijn voorzien van luiken en de dakkapellen hebben sierlijke frontons. Voor het slot ligt een ruim voorplein, waarop wij nu staan. Aan deze zijde bevinden zich het Broederplein en het Zusterplein van de Broedergemeente. Daarachter strekt zich het Engelse landschapspark uit.
Mieke vertelt dat Willem Adriaan II (1704-1759), de kleinzoon van Willem Adriaan en bouwer van Slot Zeist, het slot in 1745 uit geldnood verkocht aan de Amsterdamse koopman Cornelis Schellinger (1711-1778). Deze stond welwillend tegenover de Hernhutters en stelde hun in 1746 een deel van het terrein ter beschikking. Daar legden zij het Broederplein en het Zusterplein aan en bouwden zij hun gemeenschap op. Ze woonden en werkten er en gaven er gezamenlijk vorm aan hun geloof.
Als de groep compleet is, leidt Mieke ons over het terrein. Via een brug lopen we naar de historische begraafplaats van de Broedergemeente, waarna we het Zusterplein en de kerk zullen bezoeken. Onderweg krijgen de geleidehonden de gelegenheid om te plassen.

Oude begraafplaats

Vlak voor de oude begraafplaats verzamelt Mieke de groep. Ze vertelt dat deze begraafplaats al ca. twintig jaar niet meer voor nieuwe begravingen wordt gebruikt. Sindsdien vinden uitvaarten plaats op de nieuwe Godsakker aan de overkant.
Wanneer een belijdend lid van de Broedergemeente overlijdt, verloopt de uitvaart volgens een eeuwenoude traditie. In de witte kerk vindt een korte dienst plaats, waarbij de levensbeschrijving van de overledene wordt voorgelezen. Die schrijft men zelf tijdens het leven. Overlijdt iemand onverwacht, dan stellen de nabestaanden deze samen. De eenvoudige witte kist staat schuin opgesteld, afgedekt met een wit kleed en versierd met witte bloemen. Daarna wordt de kist door tien dragers op een baar naar de nieuwe Godsakker gedragen, begeleid door passende muziek van het blazerskorps van de Broedergemeente.
Mieke waarschuwt ons dat de oude begraafplaats die we gaan bezoeken sober is. De grafstenen lijken vrijwel allemaal op elkaar en er zijn geen bloemen of planten op de graven. Op de stenen staan alleen de namen van de overledenen en de levensdata vermeld. Het oudste graf dateert uit 1746 en is van een jong meisje. Op veel grafstenen staat ‘Heimgegangen’, een verwijzing naar het geloof in de opstanding. Tot aan WO II was Duits de voertaal binnen de Broedergemeente. Op de begraafplaats bevindt zich een gedenksteen ter herinnering aan de belangrijke rol die de gemeenschap speelde bij het helpen van onderduikers en Joodse vluchtelingen tijdens de oorlog.
Iets na 14.00 uur lopen we de oude Godsakker op. Paul beschrijft dat de graven in strakke rijen liggen en zijn voorzien van eenvoudige, platte en gelijkvormige grafstenen. De vier vakken van de kruisvormige begraafplaats zijn omzoomd door bomen en grindpaden.
We verzamelen ons opnieuw rond Mieke. Ze vertelt dat vroeger de zusters aan de ene kant en de broeders aan de andere kant werden begraven. Op de nieuwe Godsakker is die scheiding losgelaten. Lachend voegt ze eraan toe: ‘Het was beslist geen klooster en van een celibaat was al helemaal geen sprake.’
Langs de paden staan lindebomen, waarvan de hartvormige bladeren verwijzen naar de liefde. Traditie, symboliek en soberheid spelen een belangrijke rol binnen de Broedergemeente. Vanuit hun geloof in de opstanding worden de graven niet geruimd.
Iemand vraagt hoeveel van dit soort gemeenschappen er in Nederland zijn. Mieke vertelt dat de Broedergemeente in Nederland ca. 15.000 leden telt. Wereldwijd zijn dat er ruim een miljoen, met grote gemeenschappen in o.a. Tanzania, Zuid-Afrika en Suriname.

Draagbaar

Hier splitst de groep zich kort. De deelnemers die geen trapkunne lopen, lopen met Agnes mee via een andere route om een gebouw heen.
Mieke leidt de rest van de groep over een bruggetje naar de achterzijde van het Zusterplein. Hier staat het grote zusterhuis, waar vroeger de ongehuwde zusters woonden. Aan de overkant staat het even imposante broederhuis, bestemd voor de ongehuwde broeders. Mieke vertelt dat hier vroeger een groot meisjesinternaat van de Broedergemeente stond, dat rond 1965 sloot.
Via een klein trapje dalen we af naar een lage doorgang onder een gebouw. Tegenwoordig is hierboven een notariskantoor gevestigd. In de gang hangt de draagbaar die wordt gebruikt bij uitvaarten van de Broedergemeente. We mogen hem aanraken.
Mieke vertelt vervolgens over de geschiedenis van de gebouwen aan de overkant. Daar waren vroeger bedrijven gevestigd, waaronder een textielgroothandel. In 1967 brak daar door kortsluiting brand uit. De houten vloeren en de opgeslagen garens zorgden ervoor dat het vuur zich razendsnel verspreidde, waardoor een hele vleugel verloren ging. Bij de restauratie werd het gebouw onder toezicht van Monumentenzorg in oude stijl herbouwd. Zoals destijds gebruikelijk was, werden daarbij brandwerende materialen toegepast, waaronder asbest. Inmiddels is dat uiteraard weer verwijderd. Tegenwoordig wordt een deel van het gerestaureerde complex gebruikt door de huisartsenopleiding van het UMC Utrecht.
Via een lage doorgang verlaten we de tunnel en komen we uit op het Zusterplein. De deelnemers die de trap niet konden nemen, staan daar op ons te wachten.

Zusterplein

Mieke vertelt dat het gebouw waar we onderdoorliepen vroeger een koorhuis werd genoemd. Het woord koor is afgeleid van het Griekse chorós en duidt binnen de Hernhutter Broedergemeente op een groep mensen die zich in dezelfde levensfase bevindt. Zo waren er koorhuizen voor ongehuwde zusters, ongehuwde broeders, weduwen en weduwnaars.
De ongehuwde zusters beschikten over een eigen kerkzaal, keukens, badkamers, slaapzalen en eetkamers.
Op het rechthoekige plein staat een bronzen beeld van een blazer, als eerbetoon aan het blazerskorps van de Broedergemeente. Helaas is het beeld omgeven door een haag, waardoor we het niet kunnen aanraken. Het plein heeft grasvelden, wandelpaden en ook hier staan lindebomen. Om het plein heen staan sobere, classicistische, 18e-eeuwse gebouwen. Doordat de bebouwing dicht bij elkaar staat, heeft het plein een besloten en rustige uitstraling. Via doorgangen en bruggetjes zijn de delen van de nederzetting met elkaar verbonden.
Mieke vertelt dat de paasweek een van de belangrijkste perioden van het kerkelijk jaar is. Op paasmorgen begint om half zes een korte kerkdienst. Na afloop leidt het blazerskorps de gemeente met muziek de kerk uit, waarna iedereen in stilte naar de nieuwe Godsakker loopt. Daar gaan de gemeenteleden rond de graven staan en worden de namen voorgelezen van alle leden die in het afgelopen jaar zijn overleden.
Paul vraagt wat er gebeurde wanneer iemand wilde trouwen. Mieke legt uit: ‘Vanaf hun zestiende woonden jongeren in een koorhuis. Trouwen binnen de eigen gemeenschap werd aangemoedigd. Na hun huwelijk kregen zij een eengezinswoning of een appartement op het terrein. Er waren ook twee weduwenhuizen: een groot en een klein weduwenhuis. Vooral tijdens het zendingswerk overleden soms broeders, waarna hun vrouwen met kinderen achterbleven. Zij konden terecht in het grote weduwenhuis. Vrouwen zonder kinderen gingen naar het klein weduwenhuis. Tegenwoordig bestaan deze huizen niet meer.’
We lopen verder richting de kerk en passeren enkele huizen waarvan de kelders deels onder het maaiveld liggen. Mieke vertelt dat de gebouwen op houten palen zijn gefundeerd, omdat de grond hiervan oudsher erg nat was. Later ontstonden problemen doordat de grondwaterstand daalde, waardoor de houten palen kwetsbaar werden. Daarom probeert men tegenwoordig de waterstand in het gebied zo goed mogelijk op peil te houden. De woningen liggen iets hoger dan straatniveau, waardoor je een trapje op moet om naar binnen te gaan. Dat doet mij denken aan de panden aan de Amsterdamse grachten.

Witte Kerkje

Aan het Zusterplein staat het Witte Kerkje, zoals de kerk van de Evangelische Broedergemeente in Zeist in de volksmond wordt genoemd. Het 18e-eeuwse kerkgebouw heeft een hoog schilddak met donkere dakpannen. Boven de hoofdingang staat een bescheiden dakruiter met daarin de kerkklok.
Via een brede stoep met enkele treden betreden we de witgepleisterde kerk. Van de anderen hoor ik dat het interieur vrijwel helemaal wit is. De kerk bestaat uit één grote, rechthoekige zaal. Er is geen rijkversierd priesterkoor of altaar. Door de hoge ramen valt veel daglicht naar binnen. Daardoor oogt de kerk licht en ruim.

 

Foto van het Witte Kerkje van de Evangelische Broedergemeente (EBG) in Zeist. Het is een indrukwekkend historisch gebouw in klassieke Nederlandse architectuur. Het is een symmetrisch, bakstenen gebouw van meerdere verdiepingen met een karakteristieke gevel. Het centrale deel heeft een klokkentoren boven op het dak, met een klok zichtbaar op de voorgevel en een kleine torenspits met een windvaan erop. Het dak is bedekt met traditionele rode dakpannen in een pannendak-stijl. De voorgevel toont een regelmatig patroon van witte schuiframen met kleine ruitjes, verdeeld over verschillende verdiepingen. Op de begane grond zijn meerdere donkere houten deuren met stoepen ervoor. Voor elke deur staan eenvoudige bankjes. Het gebouw wordt geflankeerd door twee grote, volgroeide loofbomen, die schaduwen werpen op het open voorplein voor het gebouw.
Bron: Deze foto komt van Wikipedia. Door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=24005288

 

Achterin wijst Mieke ons op een oude Jansen-kachel. Het merk zegt mij niets, maar anderen herkennen de naam. We mogen de kachel aanraken. Ik voel een stevig, rijk bewerkt oppervlak. Paul vermoedt dat hij van gietijzer is. Mieke corrigeert hem en zegt dat de buitenkant van keramiek is met tinglazuur en dat het binnenwerk van ijzer is. Volgens Paul werden de kachels loeiheet. Dat lijkt me nodig, want een grote kerk verwarmen zal een flinke opgave zijn geweest.
Mieke vertelt dat de Jansen-kachels destijds grote bekendheid genoten. Ze werden in Zeist vervaardigd in een fabriek die nauw verbonden was met de Broedergemeente.
Paul en ik nemen plaats op een lange houten bank op de voorste rij. Met een glimlach merkt Mieke op dat we nu door elkaar zitten, terwijl vroeger de vrouwen aan de ene kant van de kerk plaatsnamen en de mannen aan de andere kant. Paul fluistert dat wij aan de vroegere mannenkant zitten.

Geschiedenis van de Hernhutters

Mieke vertelt de geschiedenis van de Hernhutters. Het begon in 1410-1415 in Praag, waar Johannes ‘Jan’ Hus (ca. 1369/1370 – 1415) rector was aan de universiteit. Die naam komt me bekend voor. Hus preekte in de Bethlehemkapel. Dat deed hij niet in het Latijn, de kerktaal van die tijd, maar in de volkstaal.
Hij pleitte voor hervormingen binnen de kerk en voor praktische verbeteringen in de samenleving, zoals betere zorg voor ouderen en meer onderwijs. Daarnaast verzette hij zich tegen de macht van de rooms-katholieke kerk. Hij keerde zich o.m. tegen de verering van Maria, het gezag van de paus en de handel in aflaten. Daarmee maakte hij zich ongeliefd. Hij werd als ketter beschouwd.
Hus kreeg een vrijgeleide om zich te verdedigen tijdens het Concilie van Konstanz, maar die bleek niets waard. Hij werd gevangengenomen, veroordeeld en in 1415 op de brandstapel terechtgesteld. Volgens de overlevering zei hij onderweg naar de brandstapel: ‘Vandaag braden jullie een gans, maar er zal een zwaan opstaan.’
Toen Maarten Luther ruim een eeuw later in actie kwam, werd de zwaan het symbool voor de Lutherse reformatie.
De volgelingen van Hus verenigden zich in de Unitas Fratrum, de Eenheid der Broeders, de voorloper van de Evangelische Broedergemeente. Ondanks vervolging bleef de gemeenschap groeien.
In 1722 kwamen gevluchte leden van de Broedergemeente in contact met graaf Nicolaus Ludwig von Zinzendorf (1700-1760), een Saksische edelman. Hij sympathiseerde met hun geloof en nodigde hen uit zich op zijn landgoed in Saksen te vestigen. De nieuwe nederzetting kreeg de naam Herrnhut, wat betekent: onder de hoede van de Heer.
Herrnhut bestaat nog steeds. Het is een klein, rustig dorp met een vergelijkbare opzet als de nederzetting in Zeist. De gemeenschap groeide snel. Er sloten zich mensen aan met verschillende kerkelijke achtergronden: luthersen, gereformeerden, doopsgezinden en anderen. Dat leidde tot spanningen. Von Zinzendorf ging zelf met zijn gezin in Herrnhut wonen. Op 13 augustus 1727 hield hij een inspirerende toespraak waarin hij de gemeenschap opriep zich te richten op wat hen verbond i.p.v. wat hen verdeelde. Dat moment wordt gezien als de geestelijke geboorte van de Hernhutters.
Zending werd een van de belangrijkste pijlers van de Broedergemeente. Al snel werden de eerste zendelingen uitgezonden, o.a. naar het Caribisch gebied. Voor hun missie keken zij ook naar de Republiek der Nederlanden, vanwege de grote godsdienstvrijheid en de uitstekende logistieke mogelijkheden via o.a. de VOC en WIC.
Via Jacob Schellinger, een bekende van Maria Louise van Hessen-Kassel, de weduwe van Johan Willem Friso, ontstond een verbinding met Nederland. Eerder kon de Broedergemeente terecht op grond in IJsselstein. Na tien jaar bleek dat ze geen toestemming kregen voor een eigen begraafplaats. Voor de Broedergemeente was dat essentieel, omdat de doden volgens hun geloof midden in de gemeenschap horen te rusten.
Daarom kocht Cornelis Schellinger in 1746 Slot Zeist. Rond het slot konden de Hernhutters hun eigen woon-, werk- en geloofsgemeenschap opbouwen. In vijftig jaar ontstond het karakteristieke dorp.
Er kwamen zo’n vijftig winkels en ambachtelijke bedrijven. De gemeenschap bloeide. Zelfs de vrouw van Napoleon bracht een bezoek. De beroemde Hernhutter kachels werden over de hele wereld verkocht en ook leden van het Koninklijk Huis behoorden tot de klanten. Mensen in de gemeente werd een ambacht geleerd of om in de winkels of bedrijven te werken. Die vaardigheden waren goed voor de zendelingen.
Aan het einde van de 19e eeuw kreeg de gemeenschap het moeilijk door de industriële revolutie. Fabrieksproducten werden veel goedkoper dan het handwerk van de Hernhutters, waardoor ambachten verdwenen.
Wat bleef, was de verzorging van de kostbare was van de buitenplaatsen in de omgeving. Op grote grasvelden werd het linnengoed uitgespreid om in de zon te drogen en te bleken. Omdat het waardevol was, liep er ’s nachts een nachtwacht die ieder uur de tijd omriep. ’s Ochtends werd de was gemangeld en keurig teruggebracht.
Ook de zorg voor zieken en ouderen bleef een belangrijke taak. De scholen verdwenen. De laatste is de Comeniusschool hier in Zeist, genoemd naar Johannes Amos Comenius (1592-1670), de laatste bisschop van de oude Unitas Fratrum. Bekende oud-leerlingen van de school zijn o.a. Dick Bruna, Hendrik Marsman en Ursul de Geer.
Volgens Mieke is de basis van de Broedergemeente oecumene, verdraagzaamheid, tolerantie en onderlinge verbondenheid. Ze kennen veel tradities. De Broedergemeente in Nederland behoort tot de wereldwijde Moravische Kerk en is geen onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).
Ik vraag of Zeist de enige plek in Nederland is waar de Hernhutters gevestigd zijn. Volgens Mieke is dit de enige authentieke, historische nederzetting. Wel zijn er zeven gemeenten van de Evangelische Broedergemeente, o.a. in Amsterdam, Haarlem en Utrecht. Die zijn echter onvergelijkbaar met deze 18e-eeuwse gemeenschap. Er zijn nog slechts enkele soortgelijke historische nederzettingen in de wereld, bv. in Herrnhut (Duitsland), Christiansfeld (Denemarken) en Bethlehem (Pennsylvania, Verenigde Staten).
Iemand vraagt waarom alles wit is. Mieke legt uit dat de Broedergemeente sterk gelooft in de opstanding. Wit is daarom de kleur van vreugde en hoop.

Kerkhiërarchie

Volgens Mieke is dit geen kerk, maar een gemeenschapshuis. Er worden iedere zaterdagavond en zondag diensten gehouden, naast bijzondere vieringen zoals Pasen en kerstavond. De diensten bestaan uit veel samenzang, begeleiding door een blaasorkest en orgel en korte overdenkingen. De voorganger staat niet op een preekstoel, maar zit op een gewone stoel achter een tafel. Dat past bij het ontbreken van een sterke hiërarchie. Ook de bouw van de kerk weerspiegelt dat: het gebouw is breed i.p.v. diep, zodat iedereen dicht bij elkaar zit. De inrichting is sober, zonder beelden of schilderingen, geheel in protestantse traditie.
Ik vraag of er een bestuurslaag boven de voorganger staat. Mieke bevestigd dit. De voorganger heeft theologie gestudeerd en een speciale opleiding gevolgd in Herrnhut. Daarnaast is er een oudstenraad met o.a. de voorganger, commissieleden en de rentmeester. Samen vormen zij het dagelijks bestuur van de gemeente.

Orgel

Volgens Mieke heeft de kerk een prachtige akoestiek. Jammer dat we dat nu niet kunnen horen. Vooraan staat een Bätz-Witte-orgel met een vrijstaande speeltafel. Bätz-Witte geldt volgens Mieke onder orgelliefhebbers als een van de meest gerenommeerde namen in de Nederlandse orgelbouw. De organist bespeelt het orgel vanaf de zijkant. Dankzij een spiegel kan hij het koor in het oog houden en begeleiden.

Heden ten dage

Mieke vertelt dat op het terrein van de Broedergemeente nog ca. honderd leden van de gemeenschap wonen. Omdat niet alle woningen meer door leden worden bewoond, worden tegenwoordig huizen verhuurd aan mensen van buiten de Broedergemeente. Ook de kerk wordt beschikbaar gesteld voor activiteiten, maar niet voor commerciële evenementen, zoals tv-opnames.
Volgens Mieke is de Broedergemeente nog altijd een actieve geloofsgemeenschap. Ze doen nog steeds zendingswerk en ontwikkelingsprojecten.
Bijzonder aan de Broedergemeente is dat een dubbel kerklidmaatschap mogelijk is. Iemand mag dus zowel rooms-katholiek als lid van de Broedergemeente zijn. Wie lid wil worden, voert eerst een gesprek met de voorganger. Daarna volgt een catechese ter voorbereiding op het lidmaatschap. Wie ongedoopt is, kan zich laten dopen.

Kleding

Iemand vraagt of de zusters speciale kleding droegen. Mieke bevestigt dat. Bij feestelijke kerkelijke gelegenheden dragen de zusters hun traditionele feestkleding. Daarbij hoort een witte haube: een fijn geplooid mutsje van wit batist dat het gezicht omlijst en aan de voorkant uitloopt in een karakteristieke punt. Onder de kin wordt de haube vastgestrikt met een zijden lint, waarvan de kleur de levensfase van de draagster aangeeft. Agnes laat ondertussen zo’n mutsje voelen. We leren de betekenis van de kleuren:
• Rood = meisjes
• Roze = ongehuwde vrouwen
• Blauw = gehuwde vrouwen
• Wit = weduwen

Dagtekstenboekje

Mieke laat een boekje zien. Elk jaar geeft de Evangelische Broedergemeente de Dagteksten uit: een boekje met voor iedere dag een Bijbeltekst uit het Oude Testament, aangevuld met een passende tekst uit het Nieuwe Testament. Daarnaast bevat het uitgaven met liedteksten, gebeden en andere overdenkingen. De Dagteksten vinden hun oorsprong in de Hernhutter traditie en worden wereldwijd in vele talen uitgegeven.
Voor leden vormen de Dagteksten een bron van verbondenheid. Wie de tekst van de dag leest, weet dat duizenden anderen over de hele wereld diezelfde woorden op dezelfde dag lezen. Dat is een mooie gedachte, vind ik.
Paul leest de Dagtekst van vandaag voor. Het is een tekst uit de Psalmen.

Koekjes en kerststerren

De gemeenschap staat volgens Mieke bekend om de Hernhuttertjes: kleine, krokante boterkoekjes die al generaties lang volgens een traditioneel recept worden gebakken. Verschillende deelnemers aan de rondleiding kennen de koekjes, maar voor mij zijn ze nieuw. Jammer dat we er niet eentje kunnen proeven.
Vervolgens gaat een rood met witte Hernhutter kerstster rond. Ik mis een deel van Miekes uitleg, maar begrijp dat de ster is opgebouwd uit vierkante en driehoekige punten. Door de geometrische vormen ontstaat een ster met veel punten, die wereldwijd bekend is. Ook deze kende ik niet.

Het lot

Iemand vraagt of vroeger altijd binnen de eigen geloofsgemeenschap werd getrouwd. Volgens Mieke kwam het voor dat iemand met een partner van buiten de Broedergemeente wilde trouwen. Daarvoor werd niet altijd direct toestemming gegeven. In zulke gevallen kon de beslissing vroeger worden overgelaten aan het lot. Dat was een plank met een kruis erop en een nul en andere symbolen. Die lieten ze vallen. Als het op de nul viel, mocht het niet. Hij viel altijd op de nul.
Dat geldt nu niet meer. In het verleden zijn er mensen vertrokken omdat ze wilden trouwen met de persoon waar ze van hielden.

Afsluiting

We staan weer op om verder te gaan, zodat Mieke haar verhaal buiten kan vervolgen. Voordat we naar buiten gaan, vertelt ze dat wie nog van het toilet gebruik wil maken, dat in de kerk kan doen. Ik maak dankbaar gebruik van die mogelijkheid.
Eenmaal buiten ontstaat verwarring over de vraag of de rondleiding al is afgelopen. Volgens het programma zou deze tot 15.30 uur duren, terwijl het nog geen 15.15 uur is.
Wanneer we weer bij de groep aansluiten, hoor ik Mieke vertellen dat de mannen bij feestelijke gelegenheden witte handschoenen en een witte stropdas droegen. Fijn dat ik dat nog meekrijg; eerder hadden we het vooral over de kleding van de vrouwen. Even later blijkt dat de rondleiding inderdaad ten einde is. Mieke en Agnes bedanken ons voor onze komst, waarna wij hen bedanken voor de boeiende rondleiding.
Wie wil, kan met Mieke meelopen naar het Broederplein. Daar staat het beeld Moeder met Kind, een herinnering aan het voormalige Kinderhuis waar kinderen werden opgevangen. Volgens Mieke heeft het Broederplein dezelfde opzet als het Zusterplein, maar de huizen zijn er groter en voornamer. Dat komt doordat welgestelde kooplieden zelf investeerden in de bouw. Hun woningen moesten aansluiten bij de uitstraling van Slot Zeist.
Een paar deelnemers, die met eigen vervoer zijn, besluiten met Mieke mee te lopen. Het lijkt mij interessant, maar de groepsbegeleider van KUBES laat weten dat iedereen die met de bus terug wil nu moet vertrekken.
We lopen naar de bushalte en nemen de bus naar station Driebergen-Zeist. Tot mijn verrassing vertrekt daar een rechtstreekse trein naar Amsterdam Sloterdijk. Dat scheelt weer een overstap.

Wat vond ik ervan?

Eerlijk gezegd wist ik niets over de Evangelische Broedergemeente. Ik had me aangemeld omdat ik graag een rondleiding door Slot Zeist wilde volgen en dit onderdeel in hetzelfde programma was opgenomen. Achteraf ben ik blij dat ik ben meegegaan, want het bleek een verrassend leerzame middag.
Hoewel ik zelf ongelovig ben, heb ik door mijn interesse in geschiedenis belangstelling voor het ontstaan van religies, geloofsgemeenschappen en hun gebruiken. Tijdens deze rondleiding kreeg ik een goed beeld van de geschiedenis van de Hernhutters, hun leefwijze en hun bijzondere tradities. Ook de historische band tussen de Broedergemeente en Slot Zeist was voor mij nieuw en maakte het verhaal interessanter.
De gids vertelde haar verhaal op een rustige en boeiende manier en beantwoordde vragen uit de groep uitgebreid.
Persoonlijk had ik het prettig gevonden als er wat meer voorwerpen waren geweest die we konden vasthouden of bekijken. Er ging wel een aantal objecten rond, zoals een kerstster en traditioneel mutsje, maar de rondleiding bestond verder vooral uit luisteren. Meer interactie had de beleving voor mij sterker gemaakt.
Het enige minpuntje vond ik het einde van de rondleiding. Er ontstond verwarring of de rondleiding al was afgelopen of dat er nog een onderdeel zou volgen. Dat maakte de afsluiting wat rommelig en abrupt.
Al met al was het een interessante en leerzame rondleiding. Ook de organisatie door KUBES was uitstekend verzorgd.

Meer weten?

Wil je meer weten over Stichting KUBES of wil je zelf eens mee als deelnemer of begeleider met een van hun toegankelijke culturele activiteiten? Klik dan hier om naar de website van Stichting KUBES te gaan.
Wil je meer weten over de Evangelische Broedergemeente in Zeist of wil je er zelf eens een rondleiding doen? Klik dan hier om naar de website van de Evangelische Broedergemeente te gaan.

Nooit meer een Tikje Anders blog missen?

Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!

Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen. Of volg Tikje Anders via de WhatsApp-community ‘Oog voor Elkaar’.

Deel dit bericht met je netwerk!


Ontdek meer van Tikje Anders

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Laat hier jouw reactie achter op bovenstaande blog