Mijn nachtelijke escapades met twee heren

Foto van zwarte Labrador Bartele en cyperse kat Candor, die op een zomerse dag naast elkaar in de tuin liggen.

Deel dit bericht met je netwerk!

‘Deb! Deb!’ Langzaam en verward word ik wakker uit een diepe slaap.
‘Hè, wat is er?’ vraag ik met een slaapversufte stem aan mijn vriend.
‘Tarka loopt te piepen beneden.’
Vijf minuten later loop ik, nog lichtelijk versuft, buiten met mijn blindengeleidehond. Het is nog geen half vijf ’s ochtends en het is stil op straat. Het enige dat ik hoor zijn auto’s die in de verte over de provinciale weg razen. Terwijl Tarka haar hoge noodzaken afhandelt, dwalen mijn gedachten af naar mijn huis in Weesp en een soortgelijke nacht…

14 maart 2008

Ik woon samen met mijn twee grote liefdes. Zij vinden het niet erg dat ik dit vertel. De zwarte is mediageil en probeert overal de aandacht te trekken. De grijze heeft lak aan alles en iedereen en zal het een worst wezen wat er over hem op internet verschijnt. Bovendien zijn ze beiden analfabeet, ook al vindt de grijze het heerlijk op de krant te slapen. Deze gewoonte is afkomstig uit zijn zwerversbestaan.

De hondenwekker

Ik lig diep te slapen met de grijze tegen me aan. Wij genieten beiden van dit lijfelijk contact. Ik lig heerlijk te dromen totdat ik ergens wakker van word. In het begin weet ik niet wat de oorzaak is en ik slaap alweer bijna als ik een zacht gepiep hoor. Nu word ik haast nergens wakker van, maar dit is één van de drie dingen die me wel meteen wakker krijgen: mensen die met het licht spelen, de radiowekker en … het gepiep van Bart met hoge nood. Na beter luisteren, constateer ik dat het gepiep in de buurt van mijn bed is. Dat is een slecht teken. Het gebeurt een paar keer per jaar dat Bart ‘s nachts naar buiten moet. En dat zijn onprettige tijdstippen.

Ik kijk op de klok. Het is half vijf en mijn wekker staat zo’n vijf kwartier later en dat is te lang voor de zwarte man om te wachten. Dus opstaan, ochtendjas aan en op zoek naar een paar schoenen waar ik geen sokken voor nodig heb. Uit een berg schoenen grabbel ik een paar zomerschoenen. Bart is snel aangekleed: zijn halsband ligt klaar. Ik besluit via de achterdeur en de tuinpoort naar het hof achter mijn huis te lopen. Dan heb ik geen extra kleding nodig en Bart heeft op deze momenten genoeg aan een boom met wat aarde er omheen. Dan heb ik zijn riem ook niet nodig.

Das pech, hond weg

Zodra ik het hek opendoe, begint het gelazer. Mijn bedoeling is de poort uit en dan naar links, maar Bart heeft andere plannen. Voor ik een beweging kan maken is hij weg… maar de verkeerde kant op. Hij rent naar rechts en slaat de hoek om naar links. Roepend ga ik achter hem aan, maar ik ga een stuk langzamer dan hij. Het is stikdonker, ik heb nog de slaap in mijn ogen en ik heb alleen mijn handen en voeten om mijn weg af te tasten. Als ik bij de straat aankom, hoor ik de halsbandpenningen van Bart aan het einde van de straat de hoek om slaan.

Daar sta ik dan in mijn ochtendjas en zonder stok. Wat moet ik doen? Meteen de hond achterna of eerst iets fatsoenlijks aantrekken en mijn stok halen? Aangezien ik een sterkvermoeden heb waar Bart heen gaat, neem ik een minuut om me enigszins aan te kleden. Ik ren naar binnen. Op die kans heeft mijn kat gewacht, en ook hij rent de tuin uit. De grijze man komt vaker buiten dus daar maak ik me geen zorgen over. Ik hoop wel dat hij op tijd terug is, aangezien ik naar school moet en ik het niet prettig vind als hij door de buurt dwaalt als ik er niet ben.

Zonder mijn schoenen uit te trekken, steek ik mijn voeten in de pijpen van mijn broek. Ik knoop de voorkant van mijn nachtjapon met een knoop vast, zodat die niet om mijn benen wappert. Dan pak ik mijn jas en taststok. Maar waar zijn mijn sleutels? Na die op het aanrecht te hebben gevonden, ren ik de achterdeur weer uit.

In ‘Hoe loop ik een route met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik mij op straat kan oriënteren.

Nachtelijke achtervolging

Al roepend naar Bart loop ik over straat. Mijn vermoeden blijkt juist. Bart is naar onze avonduitlaatplek, vlak bij ons huis, gegaan. Ik hoor hem een eind verderop. Hij zit in een perk tussen twee huizenblokken. Het perk loopt door achter de huizen, maar daar kom ik nooit, omdat dat een pad is dat voor de bewoners is om bij hun tuin te komen. Bart is voor mij onbereikbaar, omdat hij zeker dertig meter verderop tussen de struiken scharrelt. Onderhand begin ik een paniekerig gevoel te krijgen. Er loopt een man langs met zijn hond, die zegt later terug te komen om te helpen. Ik ga door met roepen, maar Bart dwaalt steeds verder weg. Ik weet dat hier ergens dat pad voor de bewoners is. Na wat tikken met mijn stok en voelen met mijn voet heb ik het gevonden. Ik loop voetje voor voetje het smalle pad af, met mijn stok in mijn ene hand en mijn andere hand op ooghoogte, zodat ik geen takken in mijn ogen krijg. Door alle haast ben ik mijn bril vergeten. Deze help me niet beter te zien, maar is voor de bescherming van mijn ogen. Ik blijf roepen. Ik hoor het gerinkel van penningen, maar meneer weigert te komen of hij heeft nog steeds last van waarvoor ik zo nodig wakker moest worden.

Ondertussen ontstaat er een nieuw probleem: door de stilte van de nacht heeft Candor Bart en mij gehoord en volgt hij Bart miauwend en rennend door de struiken. Hij wil meestal met mij mee als ik Bart ga uitlaten, maar ik breng hem altijd terug naar huis. Het perk, maar vooral de echte uitlaat plek, liggen langs een drukke weg en daar wil ik hem niet in de buurt hebben. Ondertussen stopt het pad, maar … Bart niet. Als hij alsmaar rechtdoor loopt, komt hij in een drukke straat terecht. Idee! Ik bel een vriend die in die straat woont, die Bart aan de andere kant kan opwachten. Shit! Ik heb geen mobiel bij me. Het paniekgevoel wordt sterker. Hoe kom ik bij mijn hond? Ik zie geen snars in het donker en kan niet door de struiken lopen. Er komt hulp! De man van de andere hond, in ieder geval het is een man, komt helpen. Hij loopt door de struiken en vertelt dat Bart twee huizenblokken verder zit. De man moet zijn trein halen en excuseert zich. Na een snel bedankje loop ik voor de flats langs naar het tweede blok.

Nadat ik het eerste blok passeer, ontstaat een dilemma. Achter mij begint Candor klagelijk te miauwen, omdat hij ons niet meer bij het perk ziet, maar voor me hoor ik de penningen van Bart rinkelen. Wat moet ik doen? Het paniekgevoel bereikt een hoogtepunt. Na flink in mezelf gevloekt te hebben, besluit ik verder te lopen. Candor weet waar wij wonen, en anders kan ik hem op de terugweg oppikken.

Bij het betreffende blok aangekomen, blijkt dat Bart verder is gegaan. Ik roep hem en dan hoor ik hem vlak bij de weg naar onze echte uitlaat plaats. Eindelijk komt hij naar me toe. Wat een opluchting! Dan realiseer ik me dat ik geen hondenriem bij me heb. Ik pak zijn halsband beet en loop voorovergebogen met mijn stok terug naar het groenperk. Daar hoor ik Candor, maar hij wil niet komen. ‘Bart, zit en blijf.’ Ik ga ervan uit dat nu hij zijn zaken afgehandeld heeft hij zich van zijn goede kant laat zien. Ik concentreer me op de kat. Alleen die komt niet. Bart vindt het een leuk spelletje en loopt vrolijk om me heen. Ik besluit Bart naar huis te brengen en daarna terug te gaan voor de kat.

Déjà vu

Ik laat Bart in huis achter en stap de deur uit. Déjà vu, alleen nu roep ik een andere naam. ‘pspspspsps! Poezeman! Candor!’ Geen reactie. Zelfs niet bij het perk. Na tien minuten besluit ik er het beste van te hopen en loop richting huis. Dan hoor ik een opgelucht gemiauw en rent hij op me af. Inmiddels lopen we in een straat waar hard wordt gereden. Ik probeer Candor te vangen, maar hij is me te snel af. Plotseling hoor ik een auto aankomen en ik houd mijn hart vast. Deze auto wordt gevolgd door een tweede, maar gelukkig blijft de klap uit. Ik besluit de straat over te steken, zodat ik alvast aan de goede kant van de weg loop en hoop dat Candor me volgt. Hij doet het! Ik probeer hem weer te vangen. Iedere keer komt hij naar me toe, maar als ik hem wil optillen rent hij weg. Mijn vingers kunnen hem aaien, maar die kat is aalglad. Na de vierde keer lukt het! Candor hangt gelukzalig in mijn armen en miauwt zacht.

Ons avontuurtje komt tot zijn eind

Als ik de sleutel in het slot steek, hoor ik de kerkklok 6 uur slaan. Verder slapen kan ik vergeten. Ik ben in ieder geval blij dat het weer meezat. Ik loop immers slechts op een paar zomerschoentjes en een jas over mijn nachtjapon.

Wat is het toch een genot om huisdieren te hebben!

Deel dit bericht met je netwerk!

2 gedachten over “Mijn nachtelijke escapades met twee heren

  1. Gefeliciteerd met de geboorte van Tikje Anders! Ik geniet van het lezen van je blogs, door je humor en je schrijfstijl. En deze heeft wel een heel spannende titel…. Leuk hoe je iedereen daarmee op het verkeerde been zet.

    groetjes, Hedda

    1. Hoi Hedda, Jouw reactie is de allereerste reactie op deze site. Bedankt voor je positieve reactie en al je support en taaltips. Via e-mail en WhatsApp heb ik inmiddels diverse enthousiaste reacties gekregen. Ook veel complimenten over uitstraling van de site. Nu maar hopen dat mensen de site blijven bezoeken.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.