Hoofd, hart of lijf?

Foto van Debby die languit op de bank ligt met een dekbed over haar heen. Tegen haar aan liggen drie dieren: zwarte labrador Tarka en twee rood-witte maine coon katers Dommel en Dopey.

Deel dit bericht met je netwerk!

‘Volg je gevoel.’ en ‘Volg je hart.’ Zijn veel gehoorde uitspraken. Anderen zeggen: ‘Luiste naar je hoofd.’ of ‘Volg je verstand.’ Een derde groep zegt juist: ‘Luister naar je lijf.’ Het probleem is dat als je naar het één luistert, je meestal het ander negeert. Wanneer luister je naar wat? Wat is het belangrijkst? En wie heeft het bij het rechte eind? Dit dilemma heeft mij de afgelopen tijd flink beziggehouden.

Dit is een andere ‘Kijk mij nou!’ dan je gewend bent. Ik wil deze keer iets met jullie delen. Vanaf 3 april 2022 heeft het UWV mij voor 100% duurzaam afgekeurd. Dat betekent dat ik ben gestopt met mijn werk als docent geschiedenis en dat ik nu een IVA-uitkering (=Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) ontvang. Hieronder lees je hoe dit komt.

Burn-out

Eind januari 2020 meldde ik me ziek op het werk met een burn-out. Onbewust wist ik al maanden dat er iets niet goed ging: ik had weinig energie, had geen zin in sociale afspraken en Ergerde me aan van alles en iedereen. Ik dacht aldoor dat het vanzelf zou overgaan. Winterdipje… Veel op mijn bord… Ik had uiteindelijk nergens meer zin in. En al helemaal niet in werk.
In de tweede helft van januari werd bij een ochtendbriefing op school medegedeeld dat alle cijfers voor de leerlingen die week online moesten staan i.v.m. het rapport. In mijn planning was dat een week later. Het was een drukke lesweek en ik had een berg geschiedenistoetsen om na te kijken. Toen ik deze mededeling hoorde, barstte de opgebouwde stress eruit en begon ik te huilen. Ik ging die dag vroeg naar huis. Mijn partner herkende de symptomen en stuurde me naar de huisarts. Hij had gelijk: het was een burn-out.
Er volgden tien maanden van uitrusten, praten met de huisarts, medische tests, gesprekken met praktijkondersteuning van de huisarts (POH), een psycholoog en de bedrijfsarts. Al met al, praten over mijn stress. Wat is stress? Hoe herken je het? Hoe trap je op tijd op de rem? Wat heb je hiervan geleerd?
Ik leerde waar mijn energiegrens lag en om sneller op de rem te trappen. Mijn grootste probleem was dat ik niet wilde onder doen voor iemand die goed ziet. En als ik een taak op het werk niet kon doen door mijn beperking, probeerde ik het te compenseren met een andere taak. Daarmee moest ik stoppen.
Werken als docent kost mij door mijn beperking extra energie. De grootste energievreters waren het reizen openbaar vervoer en de ICT-ontoegankelijkheid. Ik was, als alles meezat, twee uur onderweg van deur tot deur (lopen, trein, trein, bus, lopen).
Voordat ik een burn-out kreeg werd ik voor drie dagen betaald, maar werkte ik daarnaast anderhalve dag thuis om dingen af te maken. Grotendeels omdat het ICT-deel me veel meer tijd kostte dan nodig was. De ICT-afdeling zei dat ze ermee bezig waren. Voor mijn gevoel gebeurde er niets.

In de blogpost ‘Hoe gebruik ik een computer met mijn visuele beperking?’ lees je hoe ik een computer gebruik en wat ik wel en niet op een computer kan doen.

In december 2020 begon ik weer langzaamaan met werken. Eerst een halve dag per week en elke drie weken kwam er een halve dag bij. Mijn werkgever had de ICT-problemen opgelost en voor het vervoer werd gedurende mijn re-integratieperiode door mijn werkgever een taxi geregeld. Zodra ik weer op 100% aanwezigheid zat, zou ik een aanvraag voor een vervoersvoorziening indienen bij het UWV. De opbouw ging goed. Ik had weer energie en had er echt weer zin in om les te geven. Mijn hoofd, hart, en lijf zaten dus weer op één lijn.

Long covid

Ik zat op het werk weer bijna op 100% aanwezigheid toen ik in april 2021 corona kreeg. Mijn partner en ik zijn altijd voorzichtig geweest en hebben de coronaregels zorgvuldig nageleefd. Ik heb astma en we waren bang dat een corona infectie bij mij verkeerd zou vallen. Ondanks dat we voorzichtig waren, kreeg ik het dus toch.

In de blogpost ‘Hoe ga ik met mijn visuele beperking om met de coronamaatregelen?’ vertel ik over alle corona aanverwante zaken waarmee ik te maken heb gehad.

Weer thuis

Na het uitzitten van de coronabesmetting bleven bepaalde klachten hangen. Ik had o.a. nauwelijks energie, slechte concentratie, snel overprikkeld en was na lichte inspanning al kapot. Ik had gehoord over long covid, ook wel langdurig covid of postcovidsyndroom genoemd, en nam meteen contact op met mijn huisarts. Deze hoefde mij niet eens te zien en stuurde me direct door naar fysiotherapie voor long covidpatiënten. Daar bleek dat het zuurstofgehalte in mijn bloed (saturatie) afweek en de kracht in mijn handen 33% minder was dan hoort bij een vrouw van mijn leeftijd. Met sessies bij de fysio hebben we mijn conditie weer heel langzaam opgebouwd.
Ondertussen kwamen er andere vreemde klachten bij. Ik heb al jaren pijnscheuten in mijn handen. Ik ben, toen ik deze ook in mijn polsen begon te krijgen, daarvoor ooit doorgestuurd naar een reumatoloog. Deze zei dat het slijtage is in mijn handen. Dit komt doordat ik meer bewegelijkheid heb in mijn lichaamsdelen. Wat weer een gevolg is van het Knobloch syndroom, wat er ook voor heeft gezorgd dat ik blind ben. Ook had ik regelmatig hevige pijn in mijn onderrug. Waarschijnlijk ook slijtage. Na de corona leek de pijn ineens dor mijn hele lijf te schieten. Ik kreeg scherpe steken in mijn benen, armen, voeten, enz. De maanden daarna heb ik diverse artsen gezien, waaronder de huisarts die me doorstuurde naar de neuroloog. Er volgden bloedonderzoeken, een EMG en een MRI van mijn hoofd. Hier kwam niets uit en de neuroloog stuurde me nog eens door naar de reumatoloog. Deze liet röntgenfoto’s maken van mijn handen, longen en bekken. Behalve dat de slijtage in mijn handen op foto bevestigd werd, kwam er niets uit de onderzoeken. Advies was minder met mijn handen doen en naar een handtherapeut. Minder met mijn handen doen gaat lastig als je blind bent. Ik gebruik mijn handen om de wereld te verkennen en om mijn taststok en geleidehondentuig vast te houden. Voor de therapie had ik op dat moment geen energie.
Uiteindelijk werd gezegd dat ik mijn klachten een paar maanden moest aankijken en als ze er dan nog waren, moest ik weer terug naar de huisarts.
Ik merkte dat rust en warmte de klachten verminderden. Langzaamaan namen de pijnen af en groeide mijn energie.

Weer werken

Eind september begon ik weer met het opbouwen van mijn uren op het werk. Het viel me zwaar. Ik vermoed dat veel mensen dit niet doorhadden. Mijn hart wilde weer voor de klas en ik dacht dat ik gewoon weer moest wennen. Mijn hoofd bedacht allemaal excuses. Ik had al lang niet voor de klas gestaan en mijn lijf moest daaraan wennen, dacht ik. Ik moest weer in het ritme komen. Tussen door kwam nog een oogoperatie, die onder algehele narcose plaatsvond.
Eind november merkte ik dat het zwaar bleef. Inmiddels was ik volgens de regels van het UWV bijna twee jaar ziek en dat betekende dat er een aanvraag werd ingediend voor een WIA-uitkering (=Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen). Terwijl dit proces liep, wilde ik het niet zomaar opgeven en ging door met werken.
In een uiterste poging zocht ik contact met Koninklijke Visio. Dit is een organisatie voor visueel gehandicapten. Zij bieden o.a. advies en training. Daar heb ik met een ergotherapeut besproken hoe ik energie kan besparen. Er bleek weinig winst meer te behalen.
Mijn moeheid werd alsmaar erger. Als ik thuiskwam van een dag werken, voelde ik me net zo moe als dat ik me voorheen voelde na een week werken. Misschien zelfs moeier. Ik voelde me zo moe dat ik niet de energie kon opbrengen om keuzes te maken. Zo vroeg mijn vriend me op een donderdagavond wat ik vond van de offerte voor de verbouwing van ons huis. Wilde ik uberhaubt verbouwen? Ik kon er niet over na denken. Ik schoot op slot. ‘Vraag het me zondag nog maar eens.’ zei ik daarom. Ik kon op dat moment de voor- en nadelen niet tegen elkaar afwegen. En dit was niet de enige keer dat zoiets gebeurde. Alles wat maar enigszins emotionele impact had, was te veel. Toch bleef ik werken. Ik wilde zo graag lesgeven. Ik zat echter in een glijdende schaal. Mijn hart voor het onderwijs sleepte me vooruit. Ik voelde me alleen niet meer de docent die ik voorheen was. Ik had o.a. minder geduld en vergat dingen. En een groot energieprobleem.

Grenzen

Ondertussen liep het verplichte traject bij het UWV door. Als je twee jaar ziek bent, heb je een gesprek met een keuringsarts van het UWV en later met een arbeidsdeskundige om te zien of je in aanmerking komt voor een WIA-uitkering. En of het een IVA- of een WGA-variant wordt. En voor hoeveel procent deze dan wordt toegekend. Na een open en eerlijk gesprek met de keuringsarts, vertelde ze me dat ik, als ik geen WIA kreeg, altijd terug kon naar de Wajong (=Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten). Deze financiële zekerheid gaf me een stukje rust. Mijn partner en ik besloten dat als ik me zo bleef voelen, en geen WIA kreeg, ik tot de zomervakantie zou blijven proberen te werken en dan weer terug naar de Wajong zou gaan. Achteraf gezien stelde ik alleen maar die tijdslimiet omdat ik mijn lesjaar wilde afmaken. Het voelde of ik opgaf en opgeven vlak voor de eindstreep, voelde niet goed. Bovendien is het zo mooi om te zien dat leerlingen in een jaar zijn gegroeid. En voor hen zou het ook niet goed zijn als ze de laatste maanden weer een andere docent zouden hebben.
Uiteindelijk moest ik toegeven dat het zo niets werd en liet ik op school weten dat ik voorlopig weer een dag minder ging werken. Later bleek dat dat mijn laatste lesweek was. Vlak daarop kreeg ik griep. Mijn weerstand was door de hevige vermoeidheid te laag. Op maandag 4 april 2022 was het gesprek met de arbeidsdeskundige van het UWV. Weer een open en eerlijk gesprek, waardoor ik verder aan het denken werd gezet. Ik was de afgelopen tijd aan het doen, wat ik mezelf na mijn burn-out had verboden: ik ging over mijn grenzen heen en luisterde niet naar mijn lijf. Mijn hart wilde lesgeven en mijn hoofd bedacht aldoor excuses om het maar te blijven proberen, en mijn lijf was de dupe van dit alles. Inmiddels was ook duidelijk dat ik hoe dan ook niet langer kon blijven werken dan de zomervakantie. En dat werd al een gevecht met mezelf. Energie technisch kon ik het, hoe frustrerend ook, niet meer aan. De knoop werd doorgehakt en de arbeidsdeskundige verklaarde me duurzaam arbeidsongeschikt. Ik kreeg een IVA-uitkering met een klein stukje aanvulling vanuit de Wajong.
Frustratie en tranen maakten al snel plaats voor rust. Er viel een last van me af, waarvan ik niet wist dat ik die zo lang had gedragen. Ik hoefde niets meer. Er werd niets meer van me verwacht. Niet meer de hoop van uren opbouwen en frustratie bij uren afbouwen. Geen werkgever en collega’s die dingen van je verwachten, die je met moeite kunt waarmaken. Geen wekker meer om zes uur in de morgen. Maar rust, rust, rust. Weer energie voor emotionele gesprekken. Weer energie om iets anders te doen dan werk. Weer energie om af te spreken met vrienden.
De daaropvolgende maanden stonden in het teken van afronden en afsluiten. Mijn spullen ophalen op het werk. Mailen en gesprekkenvoeren met mijn leidinggevende en P&O. Lezen, juridisch laten checken en ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst. Afscheid nemen van collega’s. Contact met mijn pensioenfonds i.v.m. het Arbeidsongeschiktheidspensioen en premievrije pensioenopbouw.

Ommekeer

Nadat de officiële zaken met mijn werkgever geregeld waren, mailde ik mijn collega’s met de boodschap dat ik was afgekeurd en waarom. In de mail stond mijn intro van deze blog over luisteren naar je hart, hoofd of lijf. Een collega stuurde me daarop een mooie mail met de volgende tekst.

Beste Debby,
Vorige week las ik je bericht over het feit dat je afscheid gaat nemen van ons team.
Lichaam en geest zijn – aldus de Nederlandse filosoof Spinoza – geen twee verschillende aspecten of ‘substanties’ zoals hij dat noemt, maar de twee zijden van een en dezelfde medaille. Volg je hart of volg je verstand zou hij je dus nooit adviseren. Eerder zou hij zeggen: breng de kennis van beide met elkaar in overeenstemming met behulp van de rede.
Je systeem laat je een beetje in de steek of misschien liet jij jouw systeem in de steek, wie zal het zeggen. De signalen serieus nemen lijkt me heel verstandig. Je kwaliteit van leven mag een stuk beter, als ik je verhaal zo lees. Ik hoop dat het stoppen met je docentenwerk niet betekent dat die kwaliteit wat jou betreft veel minder wordt, maar dat je zinvolle andere bezigheden vindt die jou blijdschap en gemoedsrust geven.
Heel veel succes en bedankt dat je een inspirerende collega was.

De tijd gaat snel. Inmiddels is het alweer ruim drie maanden geleden dat de UWV-beslissing werd genomen. Van de week vroeg iemand me: ‘Mis je je werk nu niet? Ik was even stil van die vraag. ‘Nee,’ zei ik verbaasd ‘ik mis het niet. En dan vooral de administratieve rompslomp, de vele veranderingen aldoor en de stress niet. Ik mis de collega’s en de leerlingen. En dan niet op werkgebied, maar op persoonlijk vlak. Ik ben benieuwd hoe het met ze gaat.’
Dit voelde als een openbaring.
Dit laatste kon ik checken tijdens een afscheidsbarbecue. Dit jaar verlaten meerdere mensen, om diverse redenen de school en daarom was er een gezamenlijk afscheid in een strandtent. Ik had het er daar met een collega over dat ik het zolang had volgehouden. Ik wilde geen opgever zijn. Zij zei toen iets moois. Ze zei: ‘Je bent geen opgever. Je bent juist het tegenovergestelde. Je geeft niet jezelf of je lijf op. Je vecht daarvoor.’
De beslissing is goed voor me geweest. Ik merk dat het beter met me gaat nu ik niet meer drie volle dagen per week werk. Dat is de eerste stap. Ik heb energie voor leuke dingen en pak daarna de nodige hersteltijd.

Welke klachten ervaar ik nu nog en wat zijn de effecten daarvan?

Ik vind het lastig om uit te leggen waarvan ik precies last heb. Dingen kosten mij tegenwoordig meer energie dan voordat ik corona kreeg. Het lastige is dat ik de klap over het algemeen pas achteraf voel. Als ik bijvoorbeeld thuiskwam van het werk, stortte ik in als ik de voordeur thuis achter me dichttrok. Dan hoefde ik niets meer. De keuringsarts van het UWV zei dat ik op mijn werk in een fight-or-flight-modus zat, en het daarom niet merkte.

Als ik genoeg rust heb gehad, merk ik weinig van de klachten. Hoe moeier / meer overprikkeld ik ben, hoe erger de klachten zijn. Hieronder een uitleg van wat mijn restklachten inhouden.

  • Alles buiten mijn vaste routine kost energie. Voor corona was dit al zo door mijn visuele beperking, maar na corona is dit 5x zo heftig. In het onderwijs is geen dag hetzelfde en dat maakte dat het mij elke dag veel energie kostte.
  • Daarbij ben ik snel overprikkeld. Ik kan bijvoorbeeld verschillende gesprekken in een ruimte niet splitsen en negeren. Ik kan me niet op mijn werk concentreren als er van alles om me heen gebeurt. Denk ook aan weerkaatsende stemmen. Onlangs was ik op verjaardagbezoek in een hoge holle ruimte met veel gasten. Toen ik na twee uur naar buiten liep, viel er een last van me af. Aldoor concentreren op de mensen naast me had me uitgeput. Tijdens de treinreis naar huis viel ik in slaap.
  • Mijn lijf is niet alleen snel moe, maar heeft ook veel rust nodig. Ik slaap regelmatig tien uur per nacht. Hierbij heb ik drukke dromen. Het zijn geen nachtmerries, maar zeer intense en levendige dromen. Als ik wakker word, heb ik vaak het gevoel of ik er daardoor al een dag op heb zitten. Overdag val ik regelmatig in slaap op de bank. Nu ik thuis ben, voel ik het beter aan. Als ik moe ben of mijn hoofd zegt dat het even klaar is, ga ik een uurtje slapen.
  • Verder heb ik last van zogenoemde brainfog. Mijn kortetermijngeheugen werkt niet goed. Erg lastig als je niet ziet. Ik doe alles methodisch, zodat ik niets vergeet. Een ziende ziet iets op tafel staan en bedenkt dat hij daarmee iets moet. Ik moet onthouden dat er iets staat of onthouden dat ik de tafel check. Ik heb mezelf daarom al van jongs af aan geleerd dingen methodisch aan te pakken (stap voor stap). Als ik overprikkeld ben, lukt dit niet meer. Ik sla stappen over en vergeet dingen. Ik vergat bijv. op school regelmatig dingen in het lokaal waarin ik les had gegeven. Waardoor ik weer terug moest om het alsnog op te halen. Wat dan weer meer energie kostte. Als ik erg moe en overprikkeld ben, kom ik regelmatig niet uit mijn woorden, stotter of kom niet op namen / woorden. Hoe moeier ik ben, hoe meer last ik hiervan heb.
  • Gevolg van de vermoeidheid is dat ik geen ruimte in mijn hoofd heb voor bepaalde zaken, waardoor ik aan mezelf ga twijfelen. Had ik dat nu al aan die persoon gevraagd? Wat moest ik hiervoor ook alweer doen? Al mijn energie gaat naar mezelf, waardoor mijn hoofd dingen over anderen niet goed opslaat. Voelde me op een gegeven moment niet sociaal meer. Vergat te vragen naar dingen waarmee anderen zitten en had geen ruimte voor hun problemen in mijn hoofd. Tijdens overprikkeling kan ik in een gesprek meerdere keren dezelfde vraag stellen, omdat het antwoord eerder niet is blijven hangen.
  • Als er verwachtingen zijn of als er een deadline is, schiet ik in de stress. Ik schiet dan in een paniekstand. Ik kan op die momenten niet nadenken. Voel me dan net dat spreekwoordelijke konijn dat in de koplampen van een rijdende auto kijkt. Mijn gedachten draaien in cirkels rond. Een tijdgeleden had ik dit en moest ik een som uitrekenen. Mijn brijn kon dat gewoon niet. Ik bleef maar fouten maken, waardoor ik meer gestrest raakte. Logisch nadenken gaat op zo een moment niet.
  • Als ik te veel vraag van mezelf geeft mijn lijf feedback dat ik rustiger aan moet doen. Ik krijg meer last van mijn rug (zwakke plek bij mij) en krijg pijnscheuten in mijn lichaam (had ik ook de zomer na de coronabesmetting).

 

En nu?

De conclusie is dat ik mijn hart volgde, omdat ik onderwijs zo geweldig vind. Hierbij stak ik mijn hoofd als een volleerde struisvogel in het zand. Wat maakte dat mijn lijf de dupe werd. Door de gesprekken met de arts en arbeidsdeskundige van het UWV heb ik mijn kop uit het zand gehaald en mezelf een spiegel voorgehouden. Ik realiseerde me dat het zo niet gaat. Ik moet rust hebben, zonder verwachtingen van anderen. Leren luisteren naar mijn lijf. Activiteiten op een weegschaal leggen en afmeten hoeveel energie die kosten. Een dagje iets leuks doen met een vriendin betekent dat ik daarna een paar dagen rust moet nemen. Maar hoeveel rust? De arbeidsdeskundige van het UWV heeft me volledig afgekeurd. Nu heb ik alle tijd aan mezelf om dat uit te zoeken.
Ik neem nu mijn rust en luister naar mijn lijf. Zit in de tuin met een luisterboek of lig op de bank. Wandel met mijn blindengeleidehond, Tarka. En werk aan mijn blog. het sleutelwoord is rust nemen. Als ik iets actiefs ga doen, zorg ik dat ik de dagen ervoor niets in de agenda heb staan en ook de dagen daarna blijven leeg. Ik ben aan het uitzoeken welke activiteiten hoeveel energie kosten en hoeveel rust ik daaromheen nodig heb.

Als ik de balans terug heb, kijk ik wat ik wil en kan doen. Misschien een creatieve cursus. Misschien vrijwilligerswerk. Misschien iets heel anders.

En jij?

Waarnaar luister jij? Je hoofd, je hart of je lijf? Of is alles bij jou in balans? Laat het weten in het reactieveld onder deze blog.

Deel dit bericht met je netwerk!

4 gedachten over “Hoofd, hart of lijf?

  1. Boeiend verhaal, Debby en ik vind er herkenbare zakenin! Ook ik heb moeten leren om naar m’n lijf te luisteren en daarbij gebruik ik nu zo veel mogelijk m’n hoofd en dat hoofd geeft soms toe aan de wensen van het hart. Het is inderdaad een kwestie van de juiste balans vinden.
    We staan er vaak niet bij stil hoeveel energie het hebben van een baan kost! Toen ik ging werken heb ik er bewust voor gekozen om een deeltijdbaan te accepteren, omdat ik toen al wist, dat een aantal zaken mij meer energie zouden kosten daniemand die gewoon kan zien. Wil je meer weten, dan weet je me wel te vinden.

    1. @Roelie: Ik ben des tijds ook bewust voor een deeltijdbaan gegaan, omdat ik wist dat werken mij meer energie kost dan iemand zonder visuele beperking. Het frustrerendste vond ik dan ook dat ik nu niet ben uitgevallen op mijn visuele beperking, maar door iets anders. Het was ook een stuk trots dat ik het niet kon loslaten. Je wilt ondanks je beperking ‘normaal’ zijn en meedraaien in de maatschappij. Het hebben van een baan maakt daar een groot deel van uit. Inmiddels weet ik dat werken ook niet alles is. Het gaat om kwaliteit van leven. En als ik een beter leven heb zonder werk, is dat zo. Het is niet dat ik het opgaf of bewust niet wilde. Er zijn genoeg mensen die een uitkering hebben omdat ze gewoon weg niet willen werken.

  2. Het klopt wel wat je schrijft. Net als jij wilde ik ook zo veel mogelijk meedoen met alles. Als ik een volledige baan aangeboden had gekregen toen ik ging werken, ipv een deeltijdbaan, dan had ik die volledige baan gekozen. Tijdens mijn eerste deeltijdbaan merkte ik al hoeveel energie dat al kostte. Later heb ik mijn aantal uren wel uit kunnen breiden van 20- naar 22 uur, maar dat was ook het maximum. En ja: al die ICT perikelen! Daar kreeg ik soms een staart van!
    Verder is er ook de gevoeligheid voor harde geluiden, zeker als hetin een holle ruimte is. En ook me niet kunnen concentreren op 1 gesprek in het geroezemoes van stemmen! Bij haastklussen vlieg ik in de stress. Gelukkig hebik géén haastklussen meer en mag ik van een vervroegd pensioen genieten! Pas dan merk je wat er van je schouders glijdt en hoe heerlijk relaxed het leven kan zijn! Ik heb nu eindelijk ruimte in m’n hoofd om de buurt waar ik woon wat te verkennen en een paar routes aan te leren, terwijl ik hier al 11 jaar woon! Maar ik moest gewoon prioriteiten stellen.

Geef hieronder een reactie op bovenstaande blog

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.