Eenzaam in de menigte

Foto van Debby die voor een oranje achtergrond staat. Ze draagt een groene top en een zwart leren jack. Om haar nek hangt een zilveren ketting met een groene hanger en ze draagt felroze lippenstift. De foto is genomen vanaf borsthoogte en ze kijkt direct in de camera met een zelfverzekerde uitdrukking. De belichting is professioneel en gelijkmatig, wat zorgt voor een scherp en helder portret.

Deel dit bericht met je netwerk!

Eenzaamheid is iets vreemds. Iedereen begrijpt hoe het voelt om eenzaam te zijn als je alleen bent. Maar eenzaam zijn terwijl je omringd wordt door mensen? Dat is een gevoel dat vaak over het hoofd wordt gezien.

Buitenstaander

Ik ben blind, en bijeenkomsten in grote groepen zijn voor mij een uitdaging. Vooral als ik weinig of niemand ken. Denk aan bedrijfsborrels, huwelijken of feesten op onbekende locaties. Ik ken de omgeving niet, wat het al lastig maakt om me zelfstandig van A naar B te verplaatsen. Waar is het toilet? Hoe is de zaal ingedeeld? Waar is de bar? Daarnaast zie ik niet wie er aanwezig is of waar ze zich bevinden. Even naar een bekende toelopen voor een praatje zit er niet in.
Meestal blijf ik daarom staan bij de eerste de beste statafel die ik tegenkom, simpelweg omdat ik niet weet waar ik anders moet zijn. Soms beland ik in een groep die elkaar goed kent en praat over mensen, gebeurtenissen en ervaringen waar ik geen deel van uitmaak. Dan voel ik me een buitenstaander in hun zee van plezier.
Dat maakt me onzeker. Ben ik hier wel welkom? Waar zijn de mensen met wie ik me prettig voel? Waar is die ene collega of vriend? Ik ben afhankelijk van anderen die naar míj toe komen.
Ondanks dat ik op zo een moment omringd ben door stemmen, lijkt niemand mijn stille eenzaamheid te horen. Het is een onzichtbare barrière. Ik ben fysiek aanwezig, maar voel me buitengesloten. Ik kan geen oogcontact maken met iemand aan de andere kant van de zaal en ook niet inschatten, via lichaamstaal, of iemand een gesprek met mij wil aanknopen.
Om die reden heb ik weleens gezegd dat ik niet naar een huwelijk kon komen omdat ik een andere afspraak had. In werkelijkheid waren het de onzekerheid over het alleen zijn en de angst om mijn weg te moeten vinden op een onbekende locatie die me tegenhielden.

Verloren

Een paar jaar geleden was ik bij een boekpresentatie. Sommige mensen kende ik, de meesten helemaal niet. Twee vriendinnen waren er ook. Ze hadden me opgepikt van de bushalte, en in de zaal zaten we naast elkaar. In de pauze gingen ze allebei even naar het toilet. Dat even duurde wel heel lang. En daar zat ik, in mijn eentje. Ik kende de ruimte niet goed genoeg om zelf de bar te vinden voor een drankje en hoorde geen bekende stemmen in mijn omgeving. Minuten verstreken. Ik voelde me verloren, opgesloten in mijn eigen wereld, terwijl er om me heen vrolijk gepraat en gelachen werd. Mijn blindheid voelde op dat moment als een gevangenis. Ik werd me weer extra bewust van die balans tussen zelfstandig willen zijn en toch afhankelijk zijn van anderen om deel te nemen aan groepsactiviteiten. Autonomie streed met afhankelijkheid en dat deed pijn.
Na een kwartier kwamen mijn vriendinnen terug: ‘X is er ook. We staan met haar te praten, wil je er niet even bij komen staan?’ Natuurlijk wilde ik dat. Maar hoe had ik kunnen weten dat X daar was? Hoe had ik zelf ooit dat gesprek kunnen vinden? Ik heb er die dag niets van gezegd. Ik wist dat ze het niet expres deden. Maar toch raakte het me diep, die afhankelijkheid door mijn beperking.

Onzeker

Soms raakt zoiets me harder dan op andere dagen. De ene keer lach ik het weg en heb ik een grote mond, de andere keer pak ik mijn rust in de drukke ruimte en laat alles over en langs mij heen stromen, maar regelmatig maakt het me stil en onzeker.
Als er ooit een oplossing zou komen voor iets betreffende mijn beperking, hoop ik dat het voor deze stille eenzaamheid is.

Herrie

Een bijeenkomst met veel mensen die door elkaar bewegen, is voor mij nog lastiger als er harde muziek op de achtergrond is. Dan hoor ik de stemmen niet meer of kan ze niet meer van elkaar onderscheiden en wordt het onmogelijk om zelfstandig iemand te vinden. Ook een rumoerige ruimte maakt het voor mij ingewikkeld om me te oriënteren.
Toen ik stopte met werken, werd mijn afscheid maanden later gevierd. Op een van de laatste dagen van het schooljaar was er een personeelsbarbecue in een drukke strandtent, waarbij afscheid genomen zou worden van vertrekkende docenten. Ik was expres vroeg gegaan, zodat ik een plekje kon uitzoeken en mensen aan mijn tafel konden aanschuiven en ik de locatie rustig in me op kon nemen. Toen ik binnenkwam, bleek het een zeer rumoerige zaak te zijn. Geluiden, stemmen en muziek vormden een potpourri van echoënde klanken. De zaal bleek ook al vol te zitten met mensen. Daar stond ik, tussen de tafels met vrolijk pratende mensen. Waar zaten mijn favoriete collega’s? Door de weerkaatsing van het geluid herkende ik de stemmen niet. Er kwam ook niemand naar me toe. Het lood zakte me in de schoenen. Waren de stemmen die ik hoorde van mijn collega’s? Of waren het mensen die er nog zaten van een eerder gezelschap? De onzekerheid maakte me ongemakkelijk.
Ik vroeg mijn chauffeur me naar een lege plek te brengen, zodat hij weer verder kon. Het bleek een lege stoel aan een tafel die – zo bleek – verder helemaal leeg was. Ik voelde me klein en verloren in de herrie. Ik voelde me steeds kleiner worden. Voor mijn gevoel zat ik daar heel lang eenzaam en alleen. Wat doe ik hier, vroeg ik me af. Uiteindelijk kwam een collega vragen of ik niet liever bij hen aan tafel kwam zitten. Dat wilde ik natuurlijk graag. Maar ook daar was het voor mij door de herrie heel lastig het gesprek te volgen. Ik kon hooguit de persoon naast mij verstaan als ik me erop focuste.
Na de ronde cadeaus en bedankjes was het tijd voor het eten. Ik eet liever aan een tafel dan met een bord op schoot en daar deze tafel te klein was voor ons allen, belandde ik weer op mijn eerdere plek. Daar zat slechts een enkeling. Mijn ongemak en eenzaamheid voelden voor mij bijna tastbaar. Ook hier was ik afhankelijk van dat anderen naar mij toe kwamen. En ook hier leg ik de schuld niet bij hen, maar bij mijn beperking. Mensen zijn zich er gewoon niet van bewust hoe lastig dit soort situaties zijn als je niets ziet.

Hulp

En ja, natuurlijk vraag ik weleens aan iemand: ‘Waar is Y, kun je me naar hem toe brengen?’ Maar soms voel ik me bezwaard om het te vragen. Al helemaal als mensen dan lollig reageren met: ‘Hoezo, zijn wij niet gezellig genoeg dan?’ En dan moeten mensen wel weten wie Y is. Op de vraag ‘Hoe ziet hij eruit?’ heb ik meestal geen antwoord.
Ik geef mezelf soms een schop om actief aan te geven wat ik nodig heb, zelf een gesprek te starten of deel te nemen aan een bestaand gesprek. Als ik goed in mijn vel zit kan ik bewust omgaan met stilte, maar als ik niet in die mindset zit, is dat veel lastiger.

Goede momenten

Gelukkig zijn er ook goede situaties. Bij de kerstborrel van een van mijn werkgevers was ook altijd muziek die voor mij te hard stond. Samen met een van mijn collega’s bezocht ik altijd het lopend buffet om ons vol te stoppen met lekkers. Want dat is ook altijd een dingetje. Ik zie niet dat er hapjes zijn en waar ze dan staan. Het is mij regelmatig overkomen dat blijkt dat iedereen lekkere dingen staat te eten, terwijl ik niet wist dat er iets te snoepen was en mijn maag maar bleef knorren.
Hoe het me raakt of hoe het loopt, hangt sterk af van hoe krachtig ik me op zo’n moment voel. Een persoonlijke overwinning beleefde ik tijdens een studiereis, waarbij we overnachtten in een oude boerderij. ’s Avonds was er een feest in de bar van het gebouw, en daar zag ik enorm tegenop. Met de 2% zicht die ik toen nog had, was het een uitdaging om me in het donker door een drukke, lawaaierige ruimte met harde muziek te verplaatsen en mijn klasgenoten te vinden. Een paar klasgenoten beloofden op me te letten: ‘We blijven gewoon bij je.’ Binnen twee minuten op de dansvloer was ik ze echter al kwijt.
Na een paar minuten wachten, kwam niemand me halen. Uit frustratie, zowel over mijn beperking als over mijn klasgenoten, wilde ik naar bed gaan. Op de gang voelde ik me verdrietig en baalde ik van de situatie – weer iets waardoor ik anders was dan de rest. Ineens had ik er genoeg van. Ik sprak mezelf streng toe: ‘Deb, je gaat terug en blijft minimaal een uur. Als het dan nog steeds niets is, ga je naar bed.’
Terug in de zaal zocht ik de bar op, waar ik een barkruk wist te bemachtigen. Ik legde mijn opgevouwen stok op de bar en bestelde een glas wijn. De barman, een ouderejaars, knoopte een praatje met me aan. Andere bezoekers kwamen en gingen, en sommigen haakten in op ons gesprek en bleven hangen. Ik ontspande en bestelde nog een wijn. Uiteindelijk vloog de avond voorbij. Toen ik aangeschoten in bed lag, was ik trots op mezelf – het was een echte zelfoverwinning.

Stille pijn

Eenzaamheid in een groep is een stille pijn. Niemand ziet het, niemand voelt het, behalve degene die erin gevangen zit. Het zou zo fijn zijn om mij vrij en onafhankelijk in zo’n groep te kunnen begeven. Praten met wie ik wil, wanneer ik wil. Zelf een drankje halen of naar het toilet. Maar vooralsnog ben ik afhankelijk van mensen die mij gevraagd of ongevraagd helpen. Ik wil me hierbij ook geenlast voelen. Als collega’s mij opzoeken of mij even komen halen als ze me zien voel ik me minder alleen. ‘Hé Deb, hier is een stoel, kom er gezellig bij zitten.’ Me welkom, gelijkwaardig en gezien voelen, daar gaat het denk ik om. Ook ik houd van lachen met een wijntje in mijn hand en me vermaken met gelijkgestemden. Eenzaamheid in een groep is een onzichtbare last, maar een klein gebaar kan een wereld van verschil maken. Soms is het enige wat nodig is een stem die zegt: ‘Kom erbij, we zien je.’ Een beetje bewustzijn en inclusie zijn goud waard.

Nooit meer een Tikje Anders blog missen?

Volg Tikje Anders op social media en mis geen enkele blogupdate. Je vindt me op Facebook, Instagram en LinkedIn!

Wil je een seintje krijgen als er een nieuwe blogpost is? Vul dan je e-mailadres in onderaan deze pagina en klik op ‘Abonneren’ om updates rechtstreeks in je mailbox te ontvangen.

Deel dit bericht met je netwerk!

1 gedachte over “Eenzaam in de menigte

  1. Ik heb met verbijstering jouw verhaal gelezen. Wij zijn puppy pleeggezin bij KNGF. We hebben nu onze zesde pup in huis. Onze vorige pup gaat 5 mei aan het werk als geleidehond bij een blinde mevrouw. Het is heel fijn dat zo’n hond een grote steun kan zijn. Wat jij nu allemaal omschrijft had ik me nooit gerealiseerd. Met een hond veilig van A naar B gaan is maar een heel klein deel van het blind of slechtziend zijn. Ik kan me goed voorstellen hoe je je voelt in een onbekende zaal met ook nog eens harde muziek. Maar ik had er nooit over nagedacht. Hoop dat de mensen in je omgeving beter op je letten. Je verdient het niet om je eenzaam te voelen.

Laat hieronder jouw reactie achter op bovenstaande blog

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.